Terug naar de website
Bron-URL: http://www.mo.be/?q=artikel/de-brug-generatie-van-mitrovica

De Brug-generatie van Mitrovica

( ) —

De brug over de Ibar in de Kosovaarse stad Mitrovica scheidt twee gemeenschappen, talen en religies. Portret van een jonge generatie Serviërs en Kosovaren die opgroeit in een verdeelde stad.

Mediaviewer
‘Op het gebied van smokkel en illegale handel kunnen Serviërs en Kosovaren het uitstekend met mekaar vinden.’

De Ibar-rivier staat bol van de verhalen en legendes. Hij ontspringt in de bergen van Montenegro en stroomt via Kosovo naar Servië. In Mitrovica sijpelt er vanuit beide kanten van het rivierbekken afvoerwater de Ibar in.

Noord-Mitrovica. Todor Milovic leunt op de cementen balustrade van de hoofdbrug en rookt een sigaret. Op zijn zwarte jas prijkt een groot wit-rood-blauw Keltisch kruis, symbool van de Servische luchtmacht. Op zijn rechter mouw de tweekoppige arend van de Servische vlag. Zoals elke zaterdagmiddag is Todor naar de brug afgezakt om er de vissers gade te slaan die geduldig wachten tot er eentje toehapt.

‘Wil je een sigaret? Het zijn Winstons’, zegt hij. ‘Weet je waarom ik deze rook? Omdat het geen Amerikaanse sigaretten zijn. Ze worden hier gemaakt.’ Zijn aanbod is vriendelijk maar hij kijkt wantrouwig uit zijn ogen, met een blik waarin de sluwheid schuilt van iemand die al te veel gezien heeft. De puistjes in zijn gezicht verraden dat hij hooguit ergens in de twintig is. De laatste keer dat Milovic de rivier overstak naar de andere kant van de stad was hij zeven jaar. Zijn moeder werkte in het gebouw van de YUGO Bank, op een steenworp van de hoofdbrug. Het was in de winter van 1999, enkele maanden voor de Navo-bombardementen op Servië, de dramatische slotscène van de tragische Balkanoorlogen die het einde van de twintigste eeuw met bloed besmeurden.

‘Kosovo i Metohija (Servische benaming voor Kosovo, nvdr) is een Servische provincie. Het is de bakermat van ons vaderland’, onderstreept Todor stellig. ‘Het is altijd zo geweest en het zal altijd zo blijven.’

Leerschool voor haat en onbegrip

Abedin Bala (25) is sinds enkele maanden kelner in het Italiaans restaurant Ura (‘Brug’ in het Albanees). De eettent ligt aan de oever van de rivier, precies daar waar het Albanese deel van de stad eindigt. Of begint. Ook al werkt hij hier nog maar sinds kort, voor Abedin is er niets erger dan bij deze brug te leven.

In 1999 dwongen Servische soldaten hem en zijn familie huis en haard achter te laten en naar Albanië te vluchten. Tijdens die tocht in de bergen zag hij geregeld mensen sterven van de honger. Zelf ontsnapte hij meermaals op het nippertje aan militairen die hen wilden doden. Vandaag steekt hij de brug niet meer over omdat hij bang is. ‘Het is niet moeilijk de brug over te steken. Het probleem is dat je, eens aan de overkant, geen idee hebt wat er zal gebeuren,’ zegt Abedin, nerveus gesticulerend. ‘Enkele maanden geleden ging ik er voor het laatst naartoe met een vriend, uit nieuwsgierigheid. We letten er op geen Albanees te spreken met elkaar, niet te veel rond te kijken, en ons te bewegen zoals zij. Dan zijn we maar snel teruggekeerd.’

Abedin is niet tegen alle Serviërs maar hij voelt wel haat en woede tegenover die van Noord-Mitrovica, omdat ze de Republiek Kosovo niet willen erkennen. Hij zweert dat hij bereid is de wapens op te nemen om de onafhankelijkheid van zijn vaderland te verdedigen.

Sinds het uitbreken van de oorlog in 1999 symboliseert de brug de bijna onoverkomelijke muur tussen twee gemeenschappen, twee talen, twee religies en zelfs twee namen voor dezelfde stad. Voor de bijna negentigduizend Albanezen ten zuiden van de Ibar is het Mitrovicë. Voor de bijna twintigduizend Serviërs in het noordelijke deel van deze mijnstad is het Kosovska Mitrovica.

In het midden een brug die sinds de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring door Pristina op 17 februari 2008 beide oevers verder uit elkaar heeft zien drijven. Een brug die voor jongeren zoals Abedin en Todor, noodgedwongen opgegroeid met karrenvrachten wrok, een leerschool is geworden voor haat en onbegrip. Het gaat om de generatie die als kind de oorlog meemaakte en de andere van jongs af aan als vijand heeft leren zien.

Vandaag toont de brug voor hen de grenzen van hun eigen wereld, de frontlinie van waar ze hun woede, frustratie en gewelddadigheid kunnen loslaten op de anderen. Ze zijn de Brug-generatie.

Sociaal smeermiddel

‘De enige wereld die zij in de afgelopen twaalf jaar gekend hebben, is die van geweld’, bevestigt Tatjana Lazarevic, analiste uit Noord-Kosovo voor de portaalsite Observatorium voor de Balkan en de Kaukasus. ‘Ze zijn erg geïsoleerd gebleven, en zijn er gewend aan geraakt om op 1,5 km² op te groeien. Ze hebben hier niet eens sportfaciliteiten, omdat die zich in het zuiden van de stad bevinden.’

Daar, in het zuiden, kunnen de inwoners inderdaad wel sporten, maar voor de rest hebben ze bijna niets –en vooral geen werk. Een op vier Kosovaren zit zonder baan. Jongeren onder de 25 jaar lijden het meeste onder de werkloosheid. Ze maken ruwweg zeventig procent van de Albanees-Kosovaarse samenleving uit. Wie door de hoofdstraat van Mitrovica kuiert, ziet het meteen: op elk uur van de dag slaan groepjes jongeren in bars ontelbare kopjes van het echte sociale smeermiddel van de Balkan achterover.

Aferdyta Syla staat aan het hoofd van de ngo Community Building Mitrovica. Zij is er van overtuigd dat de makkelijkste manier om de spanningen tussen de twee gemeenschappen weg te werken, precies in het verbeteren van de economische situatie ligt.

‘Eens je je geen zorgen meer hoeft te maken over een baan, lijken ook je andere problemen heel wat kleiner’, zegt Syla, die al meer dan tien jaar voor de organisatie werkt. Ze vreest voor een herhaling van het geweld van maart 2004. Een vals gerucht –dat drie Albanese kinderen in de Ibar waren verdronken door toedoen van enkele Serviërs– ontketende toen een opstand die zich in heel Kosovo deed voelen. Op enkele dagen tijd werden zeven Servische dorpen met de grond gelijk gemaakt. 28 burgers werden vermoord en er vielen zeshonderd gewonden. Dertig orthodoxe kerken –vele erkend als Unesco-werelderfgoed– gingen in vlammen op.

Status-quo

Ook Francesco Carrile, commandant van de Rijkswachtbrigade van de KFOR-missie van de Navo, schat in dat ‘zonder de internationale militaire aanwezigheid, het kleinste vonkje voldoende is om het vuur van geweld tussen de twee gemeenschappen in alle hevigheid opnieuw te doen losbarsten’.

‘Niettemin,’ werpt Syla op, ‘denk ik dat de mensen in 2004 hun lesje hebben geleerd. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de geschiedenis zich zal herhalen. Nu zetten we alles in om de bestaande vooroordelen tegenover de mensen aan de andere kant van de brug weg te werken. Er zijn zelfs vriendschappen ontstaan tussen jongeren van de twee gemeenschappen.’

Tot de belangrijkste redenen waarom de situatie niet verandert, behoren volgens Syla de criminele grensactiviteiten en de economische voordelen die daarmee samenhangen. In de afgelopen jaren zijn smokkel en illegale handel allerhande zienderogen toegenomen op de grens tussen Servië en Kosovo. Beide kanten wijzen elkaar met de vinger, maar bijna niemand controleert het gebeuren. ‘Op dat punt kunnen Albanezen en Serviërs het uitstekend met mekaar vinden’, zegt Syla. ‘Maar o wee wie aan de status-quo durft te raken… dat zou onmiddellijk hun belangen doorkruisen.’

Sommigen strijden echter actief om de status-quo te doorbreken. Zo is er M-Mag, de eerste nieuwssite in het Albanees, Servisch en Engels. M-Mag zag in 2005 het levenslicht om te vermijden dat, net zoals in 2004, een vals gerucht een hele tragedie zou ontketenen. Het magazine wordt gerund door jonge journalisten van beide gemeenschappen. Ze komen samen op nog geen vijftig meter van de brug.

‘We zijn onafhankelijk en verifiëren de berichtgeving bij minstens drie of vier bronnen’, zegt Fisnik Kumnova (24), coördinator van M-Mag. ‘We proberen ook zo neutraal mogelijk te zijn. Zo gebruiken we bijvoorbeeld simpelweg de term Kosovo, in plaats van de Republiek Kosovo of Kosovo i Mitohija.’

‘Communiceren is onze enige uitweg uit deze situatie’, zegt Servisch journalist Zeljko Tvrdišic. ‘Daarom ben ik voorzichtig optimistisch. In Kosovo is immers alles relatief, ook de vrede.’

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Angelo Attanasio en Marco Ansaloni zijn Italiaanse journalisten die momenteel een project afwerken rond verdeelde steden in Europa. In MO* van november 2012 verscheen van hen een reportage uit Cyprus. De reportage over Mitrovica maakt ook deel uit van dit project.

0 reacties

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld blijft privaat en wordt niet publiekelijk getoond.
Door dit formulier door te sturen gaat u akkoord met de Mollom privacy policy.
Vond je dit artikel de moeite?
Neem dan nu een abonnement op MO* en krijg een boeiend boek cadeau.