De opbrengst van de arme boer zal hierdoor niet stijgen, zijn koopkracht zal niet toenemen er wordt geen werk gecreëerd in zijn streek of regio. Een groter of kleiner voedselaanbod op de wereldmarkt is niet de voornaamste oorzaak van zijn armoede en honger en zal die ook niet oplossen.
De almaar stijgende productie voor de wereldmarkt heeft wel een aantal andere nare gevolgen. Om te beginnen is heel wat voedsel eigenlijk geen voedsel meer. Nog amper twintig procent van de maïs uit de VS wordt door mensen geconsumeerd. Van de rest wordt brandstof en veevoeder gemaakt. Zeventig procent van al het water gaat nu al naar landbouw en water wordt op vele plaatsen schaars. Europa heeft een oppervlakte zo groot als Duitsland nodig om in het Zuiden voeder te telen voor onze veestapel. Biodiversiteit stuikt in elkaar in regio’s waar grootschalige landbouw de overhand krijgt en de bijdrage van die landbouw aan klimaatopwarming is groot.
Een beleid dat investeert in duurzame familiale landbouw kan wel een oplossing brengen. Zo’n beleid slaat twee vliegen in één klap omdat het de voedselproductie verhoogt én werkgelegenheid creëert daar waar miljoenen mensen met honger wonen. Maar dit heeft maar kans op slagen als er politieke keuzes gemaakt worden. Investeringen in onderzoek, opleidingen en ondersteuning van boeren zijn broodnodig. De rurale infrastructuur, de toegang tot krediet en de afzetmogelijkheden voor kleinschalige boeren moeten verbeteren. En een land of regio moet de mogelijkheid hebben zijn landbouw te beschermen.
Zullen die familiale boeren productief genoeg zijn? Toch wel, zo blijkt uit een lange reeks onderzoeken en vergelijkende studies. Agro-ecologische landbouw leidt op vele plaatsen tot productietoenames van honderd procent en meer en dit op een duurzame manier, die bovendien beter bestand is tegen klimaatschokken. Het hoeft daarom niet te verbazen dat lokale en regionale boerenbewegingen pleiten voor een transitie naar agro-ecologie. Met haar steun aan boerenorganisaties in Oeganda die zelf duurzame landbouw promoten, tracht Broederlijk Delen zijn steentje hiertoe bij te dragen.
Jo Dalemans is beleidsmedewerker Rurale Ontwikkeling van Broederlijk Delen.
Lees ook Enkele zekerheden over voedselzekerheid, het uitgebreide essay dat Dalemans voor MO.be schreef.











3 reacties
We zien de laatst 10 jaar een stagnatie van de productiestijging in het westen. Volgens mij is dit veroorzaakt door de lage prijzen.
Of waarom denk je dat niemand nog boer wil worden?
Globale voedselprijzen bepalen een deel van het inkomen van sommige boeren. En dat hun inkomen doorgaans veel te laag is, dat is ook geen geheim. Maar suggereer jij nu het creëren van schaarste om die wereldmarktprijs omhoog te krijgen waar sommige boeren dan een deeltje van kunnen inpikken? Volgens deze logica is het toe te juichen dat 1/3 van alle geproduceerd voedsel nooit op een bord beland.
Als alle boeren dit doen stort de markt in en verdient niemand nog iets.
Voedselprijzen bepalen het inkomen van boeren,productie maar in tweede instantie.
In Europa is het zo dat een productiestijging van 10% het inkomen van boeren op nul brengt.
Het zou een ramp zijn (voor boeren)moest de ethanol-mais(40%) op de voedselmarkt gegooid worden.
Nieuwe reactie inzenden