Astrid H. Roemer: 'Ik noem bruine of zwarte mensen licht-gekleurde mensen. Ze zijn gekleurd door het licht.'

Astrid H. Roemer is een literaire vulkaan die de afgelopen twintig jaar onafgebroken stromen literatuur over het Nederlandse taalgebied heeft uitgestort. Gedichten, theaterstukken, essays, luisterspelen, romans: ‘Over de gekte van een vrouw’, bijvoorbeeld. Of haar recente ‘Gewaagd Leven’ en ‘Lijken op Liefde’, twee delen van een trilogie. Net voor Astrid H. Roemer op schrijfretraite vertrekt voor de afwerking van het derde deel van die trilogie, maken we een afspraak voor een boekenkastgesprek.

  • (c) Filip Claus Astrid Roemer kreeg in mei 2016 de P.C.Hooftprijs voor literatuur (c) Filip Claus

Gie Goris

MO*redactie
Hoofdredacteur, Azië, religie & conflict
1 mei 1998

Het is wel een ongelukkig moment: mevrouw Roemer staat op verhuizen en dus is de boekenkast in tweeënveertig verhuisdozen gestouwd. ‘Ik kan u thuis niet ontvangen’, zegt ze, ‘mijn huis is ingepakt. Het staat erbij in zijn ondergoed en ik zou het niet prettig vinden dat u het zo zou zien.’ Ik wend mijn ogen af en we ontmoeten elkaar in de Openbare bibliotheek van Den Haag.

Astrid H. Roemer komt stipt op tijd binnengesjouwd met een grote, blauwe kist vol boeken. Een kleine selectie van de dierbaarste boeken. De boeken die niet ingepakt kunnen worden, want ze wil hen altijd bij haar in de buurt.

Ze neemt een exemplaar van de ‘Complete Works of William Shakespaere’. ‘Kijk, dit is een exemplaar dat ik eigenlijk nooit opensla. Ik heb een vreselijk stukgelezen en onderlijnd exemplaar met overal aantekeningen. Bij haast iedere regel van Shakespaere denk ik: jeetje, wat heeft deze persoon toch nagedacht over mensen en wat heeft hij toch zijn best gedaan om de geest van wat hij schrijft over te brengen. Wat verstaat hij die kunst toch goed.’

‘Ik wil mijn meest vormeloze, tere mengsel van zijn niet zomaar onder de aandacht van de lezers brengen. Ik moet even door mijn schaamte heen.’

Ze neemt een ander boek op haar schoot. Ze bladert in het boek, maar is niet tevreden. ‘Ik schaam me ook een beetje, dus ik doe het even onder de tafel. Ik vind het zo gênant om met mijn intieme boeken boven te komen. Ik wil mijn meest vormeloze, tere mengsel van zijn niet zomaar onder de aandacht van de lezers brengen. Ik moet even door mijn schaamte heen.’

Op het einde van het gesprek toont ze me de kaft: ‘Openbaring. Symboliek van het Hebreeuws’ van Liliane Warris. Ze legt het boek weg, neemt een ander. ‘De Kabbalah’ van Charles Poncé. ‘Kijk, dit citaat vind ik ongelooflijk mooi.’ Ze geeft het boek aan mij, ik vraag haar om het voor te lezen.

‘Laat het zo genoemd worden, omdat het niet gekend kan worden. Het kennen is onmogelijk. Wat in dit beginsel van het iets besloten ligt, kan niet begrepen worden.’ Pauzeert even. ‘Als ik ‘s ochtends begin te werken, sla ik één van deze vrienden van mij open. Het geeft niet welke, het is altijd goed. Het is altijd de juiste toon. Het is alsof ik met mijn stemvork tik tegen metaal, de juiste toon hoor en dan kan ik beginnen met het maken van mijn eigen muziek. Ik lees iets en ga even zitten denken: waar sluit deze gedachte aan bij mij? Meteen ben ik warm, want ik voel de warmte van het zoeken.’

Niet het verhaal, maar de zoektocht is belangrijk?

‘Boeken zijn voor mij sporen van een zoektocht. De boeken die ik zelf geschreven heb, zijn plekken waar ik uitgerust heb.

‘Boeken zijn voor mij sporen van een zoektocht. De boeken die ik zelf geschreven heb, zijn plekken waar ik uitgerust heb. Stollingen van een moment dat ik geleefd heb. Het zijn broodkruimels waarlangs ik, als Klein Duimpje, mijn weg naar mezelf terug kan vinden. De boeken die ik altijd om mij heen wil hebben, zijn ook boeken van spoorzoekers. Ze zijn, net als ik, op zoek naar de inhoud van de mystieke zin die je op alle plaatsen in de wereld terugvindt: ‘In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.’

En omdat het zoekers zijn, hebben al deze schrijvers eigen wegen om naar de kern te gaan. Als ik de teksten van deze mensen lees, dan voel ik de extase, het vuur van het zoeken dat in hen brandt. Die warmte herken ik. Soms lees ik dan zo’n zin waarvan ik denk: dat had ik ook kunnen schrijven, dat is wat ik ook gezien heb. Er is iets dat ik deel met die andere zoekers. De aanwezigheid van die boeken werkt voor mij ongelooflijk inspirerend en troostend.’

Boeken die voor u belangrijk zijn, drukken dus iets uit van die allereerste zin: ‘In het begin was het Woord’. Betekent dat ook dat u op de allereerste plaats grijpt naar literatuur waarin spiritualiteit een belangrijke rol speelt?

‘Het ligt eraan hoe spiritualiteit wordt gedefinieerd. Voor mij is spiritualiteit betovering. De betovering die ik al voelde als kind bij het lezen van een sprookjesboek, bij het luisteren naar een verhaal of naar de stem van mijn grootouders of van mijn moeder. Elke cultuur en elke tijd heeft zijn eigen etiket gegeven aan het zoeken naar die betovering.

‘Als het woord een huis is, dan is de betovering de bewoner’

Als ik me afvraag welke woorden ik zou gebruiken, dan vind ik geen taal om haar te omschrijven. Soms lukt het om er een metafoor voor te vinden: adem, wind, geluid. Laat ik het zo zeggen: als het woord een huis is, dan is de betovering de bewoner. Ik wist al heel vroeg dat woorden huizen waren, dat woorden de buitenkanten waren van iets anders.

Als kind al was ik vreselijk benieuwd naar die binnenkant, daar probeerde ik naar te kijken. Ik lette dus verdomd goed op de lichaamstaal van de verteller, ik luisterde goed naar de toon waarop iets gezegd of verteld werd. In sprookjesboeken keek ik naar de prentjes en in de dikke boeken zonder illustraties ging ik toch op zoek naar wat er in zat, ik ging ruiken aan dat boek. De betovering gaat uit van de geest van het woord. Die verborgen inhoud van de woorden en van het verhaal betovert mij nog steeds.’

Spiritualiteit heeft niet meteen met geloof te maken?

‘Sinds de Verlichting leven we allemaal met de overtuiging dat we zelf moeten kunnen beslissen. We willen autonome wezens zijn. Er is zelfs een Chinees spreekwoord dat zegt: ‘Waarom haat je me, ik heb je toch niets gegeven?’ Misschien is God daarom onzichtbaar.

‘Ik wantrouw mensen met hun vrije wil een beetje, al ben ik vreselijk blij dat we die gekregen hebben.’

Stel je voor dat wij mensen, met onze vrije wil, God -de Schepper- zouden moeten verdragen in ons midden. Zelfs kinderen moeten zich losmaken van hun ouders voor ze vrij kunnen zijn. Met God in ons midden zou dat onmogelijk zijn. Voor mij staat het woord God voor het onverstoorbare, het onaantastbare. God is de veilige ruimte. Ik wantrouw namelijk mensen met hun vrije wil een beetje, al ben ik vreselijk blij dat we die gekregen hebben.

Daarom ben ik gelukkig met het gegeven dat mensen ook iets Onaantastbaars gedacht hebben en dat we tot die ‘ruimte’ toegang hebben.’

Is er iemand die dat bijzonder goed verwoordt, volgens u?

‘Kijk, hier: de ‘Selected Poems’ van Langston Hughes. In het Amerika van de jaren twintig heeft hij vanuit een totaal verdrukte situatie toch de onaantastbaarheid en de onverstoorbaarheid, de mystiek en de spiritualiteit van het leven aangevoeld. Hij wist dat de verhalen die over zwarte mensen werden verteld leugens en verzinsels waren. De waardigheid van hemzelf, dat wist hij, stond buiten kijf.

‘Omdat onze mond wijd lacht, zien ze niet de schreeuw die we hebben van binnen. Omdat onze voeten wild dansen, zien ze niet de verlamming die wij voelen.’ (Langston Hughes)

Hij heeft het geweld, dat tegen hem en tegen zijn volk gepleegd werd, op een poëtische manier gedocumenteerd. Hij heeft het ons getoond. Ik citeerde een van zijn gedichten al toen ik twintig was: ‘Omdat onze mond wijd lacht, zien ze niet de schreeuw die we hebben van binnen. Omdat onze voeten wild dansen, zien ze niet de verlamming die wij voelen.’

Toch schrijft Hughes geen klaagliteratuur. Hij creëert een feestelijke taal vanuit de diepe ellende. Hetzelfde zie je bij iemand als Toni Morrison. Wat deze schrijvers doen is niet het omzetten van kwetsbaarheid in onkwetsbaarheid. Hun literatuur neigt eerder naar waardigheid, al is dat ook zo’n beladen begrip. Want hoe kan je waardig zijn als je wordt vertrapt?’

Plots diept ze Levinas op uit haar boekenkist.

‘Kijk, deze man is ook ontzettend belangrijk voor mij: Emmanuel Levinas. Uit ‘De tijd en de ander’ neem ik dit citaat als het motto van mijn volgende boek: ‘Wat wordt voorgesteld als het falen van de communicatie en de liefde, vormt precies het positieve van de relatie. Die afwezigheid van de ander is precies zijn aanwezigheid als ander.’

Het is een pleidooi tegen de idee dat geliefden dezelfde smaak moeten hebben. In elkaar opgaan maakt de creativiteit van de liefde kapot. Dat haalt de spanning eruit, dat haalt de aantrekkingskracht en de erotiek eruit. Nogmaals Levinas: ‘De liefde is geen mogelijkheid. Ze is niet te danken aan ons initiatief. Zij is redeloos. Zij overspoelt ons, doet ons pijn en toch blijft het ik daarin behouden.’

‘We bewonen onze partners als een huis dat we kopen en verbouwen naar onze eigen smaak. Dat is tragisch.’

Levinas moet je lezen en herlezen. Omdat hij telkens anders tot je spreekt. Wat me zo aantrekt in de benadering van Levinas is de stelling dat je de ander nooit aan jou gelijk moet maken. Net op het moment dat je voelt dat je partner niet samenvalt met jou, toont hij een stukje van zijn eigen zijn. Daarin is die partner kwetsbaar. Toch ontstaan juist daarrond alle conflicten.

Als een partner zich echt blootgeeft, botst hij op de ander. We bewonen onze partners als een huis dat we kopen en verbouwen naar onze eigen smaak. Dat is tragisch. Iemand laten zoals hij of zij is, dat is liefde. Conflicten zijn wrijvingen tussen mensen die zich aan elkaar geven, maar ze hoeven niet destructief te zijn.’

Wrijven is een woord dat in Vlaanderen soms gebruikt wordt om strelen te benoemen.

‘Maar jullie gebruiken nog meer van zulke mooie woorden. Om te zeggen dat je van iemand houdt, zeggen jullie: ‘Ik zie je graag’. Dat is de meest waarachtige, de mooiste manier om in het Nederlands uit te drukken wat ik versta onder liefde. Ik zie je graag. ‘Ik hou van je’ heeft ‘houden’ en ‘vasthouden’ in zich. Maar ik zie je graag, dat bevat de uitnodiging: laat je zien, kom maar, toon je.

Daarover schrijft Levinas toch ook. Hij is een vorser en onderzoekers leggen geen waarheden vast, ze zijn op zoek. En ik kan hun woorden en verhalen gebruiken als zoeklicht voor mijn eigen zoektocht, als ik dreig te verdwalen.’

Is er een liefdesroman die uw voorkeur wegdraagt?

‘Laten we even geen roman nemen, maar poëzie. Ik heb de gedichten gelezen van Myriam Van hee. Mijn God, welk gedicht je ook neemt, dat is helder als water en herkenbaar. Dat raakt me en dat raakt me onmiddellijk diep. Haar gedichten zijn als in eiken vaten gerijpte wijn in kristallen glazen. De gedichten gaan ook over pijn en over eenzaamheid, maar het gaat vooral over verbinding.

‘Als ik zo dicht bij jou ben / wil ik altijd nog dichter / zo samen als de woorden / wind en water staan / in een gedicht over de zee // Dat komt omdat het: groeit of wegebt / wat wij zijn of voelen / wat overblijft zijn / beelden en gedichten / waarin water wind en zee.’

‘Ik ben ook stapelgek op Hugo Claus. Als je die man zijn liefdesgedichten hoort lezen, dan wil je bemind worden. Onmiddellijk.’

Dé kunst is -en Myriam Van hee slaagt daar zeer goed in- om de juiste woorden te kiezen, de juiste maat te vinden. Ervoor zorgen dat zowel de woorden zelf als de geest van de woorden goed gekozen en afgewogen zijn. Het wegen van de woorden, dat is het zoeken van de schrijver. Ik ben ook stapelgek op Hugo Claus. Als je die man zijn liefdesgedichten hoort lezen, dan wil je bemind worden. Onmiddellijk.

Andere dichters neem ik in stilte tot mij. Zij hebben schijnbaar iets hermetisch. Maar het ligt nooit aan het kunstwerk als het mij niet direct raakt, het ligt altijd aan mij. Het ligt aan mijn beperkingen, aan mijn referenties, aan mijn ervaringen. Maar daarom ben ik dan ook zo dankbaar als ik werk vind van mensen als Myriam Van hee of Hugo Claus dat mij wél raakt.

Een boek als ‘Al die mooie paarden’ van Cormac McCarthy doet dat ook. Mijn hemel, wat die schrijver doet, dat is pas écht schrijven. Die ontroering kan ik soms ook hebben bij het horen van een popsong. Dan hoor je zo’n liedje en dan wil je bemind worden of dan weet je dat je eenzaam bent.’

En daarvan kan u dan genieten?

‘Ja, natuurlijk toch. Dan ga je naakt, dan word je geraakt, dan gaat alles bloeden in je. Dan wordt je bloed vers. Alle afvalstoffen verdwijnen. Hetzelfde kan opgeroepen worden door een goede maaltijd, door een goed boek of een mooi lied. Alles wat we doen -het bed opmaken ‘s morgens of voor de spiegel staan om onszelf mooi te maken- alles is kunst met grote K.

‘Wat is mooier dan iemand die slaapt? Wat is prachtiger dan korenvelden? Wat is mooier dan de appels aan een boom?’

Wat is mooier dan iemand die slaapt? Wat is prachtiger dan korenvelden? Wat is mooier dan de appels aan een boom? Het doet mij altijd zeer om een appel open te snijden. Ik moet het doen, maar het ontneemt de appel zijn schoonheid. Dat is ook de tragiek van ons leven: alles is eindig.

Maar ik weet dat volgend jaar de appelbomen weer helemaal in de bloei staan. Eigenlijk is het zoals bij de liefde: liefdesrelaties zijn eindigend, maar de liefde is eeuwig. De geest van de appel is eeuwig. Zover ik kan denken, geldt dat principe ook voor de mens. Ik ben eindig, jij bent eindig, maar de mensheid is dat niet. In zekere zin zijn boeken de bewaarplaatsen van die menselijke oneindigheid. De stilte van het geschreven woord en de verhalen: dat is ons erfgoed.’

Verschilt dat erfgoed voor Nederland en Suriname?

‘Ik ben iemand die houdt van diversiteit en ik zie dus ook wel de verschillen tussen de Nederlandse schrijvers onderling. Maar, als ik even ongenuanceerd mag zijn, er is wel een constante: de Nederlandse literatuur is naar binnen gekeerd, een huiskamerliteratuur. Een literatuur die de betovering ontwijkt en verklaart.’

Die het licht aansteekt om de duisternis te verdrijven?

‘Het kunstlicht. Precies wat u daar zegt. Die het licht aansteekt om de duisternis te verdrijven. En dan bovendien ook denkt dat daarmee alles zichtbaar wordt. Je ziet een kop, een stoel, een tafel, een mens. Dat zou dan alles moeten zijn. Wat feitelijk helemaal niet waar is.

‘Je ziet een kop, een stoel, een tafel, een mens. Dat zou dan alles moeten zijn. Wat feitelijk helemaal niet waar is.’

De Nederlandse literatuur is ook soms een calvinistische schuldliteratuur. De centrale vraag is: wie heeft mij dit leven aangedaan? Daartegenover staat de Caraïbische literatuur die een literatuur is van de markt, van het plein, van de feesten, van het café, van de plek waar vrouwen samenkomen om zich te wassen, van de keuken waar mensen roddelen, kletsen en koken.

Het is een literatuur die de lichten dooft, van de betovering verhaalt en naar buiten gericht is. Zelf probeer ik die elementen op een speelse manier te combineren in mijn werk.’

‘Het is mooi dat u dat thema van licht en donker aansnijdt. Want de Verlichting heeft het verschil tussen licht en duister omgevormd tot een tegenstelling met een politiek, etnisch, raciaal en intellectueel karakter. Voor mij hebben licht en duisternis allebei de zon als bron, ze zijn gelijkwaardig.

Ik noem bruine of zwarte mensen licht-gekleurde mensen. Ze zijn gekleurd door het licht. Het is niet het volk dat in de duisternis wandelt, het is juist het volk dat door het licht is gekleurd en dat door de duisternis wordt geborgen. Zwarte mensen dragen het licht in zich. De mensen wiens huid niet zo gepigmenteerd is, die worden pas echt zichtbaar in de duisternis.

‘De Verlichtingsgedachte heeft het licht gelijkgesteld aan verstand en helderheid en dat laatste waren dan weer begrippen die het Westen voor zichzelf opeiste’

Het zijn verschillende, maar gelijkwaardige toestanden en ik wil daar ook geen politieke of andere betekenissen aan koppelen. Maar de Verlichtingsgedachte heeft het licht gelijkgesteld aan verstand en helderheid en dat laatste waren dan weer begrippen die het Westen voor zichzelf opeiste. En dus werd het Westen verheven tot het licht, tot het ultieme ideaal en al de rest werd teruggebracht tot duisternis.

De tegenstelling is kunstmatig en wij, in de tropen, weten: in de duisternis wordt het licht geboren en in het daglicht ontstaat de duisternis. Ik wil de betekenis van woorden als licht en duister telkens weer afpellen. Ik ben een bouwvakker. Elk woord is een baksteen. Ik weeg het, ik kijk ernaar, ik pas en meet en pas als een zin mij bevalt, schrijf ik hem in.

Er is de inspiratie, er is de passie. Maar ik berijd de passie en ik heb de teugels stevig in handen. Want ik weet dat taal gevaarlijk kan zijn. Taal kan gebruikt worden om leugens te verkondigen. Je kan geweld produceren met woorden. Maar ze kan ook zuiverend werken. Net zoals je er enorme liefde mee kan verspreiden, zoals een moeder die haar kind troost.’

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

Drs.Ir. Ph.D Ga...

 

De lamentabele onwaarheden van UvA hoogleraar: Michiel Van Kempen

Met de bekroning van de schrijfster Astrid Roemer is uiteindelijk enige aandacht losgebarsten voor de Surinaamse literatuur, die eerder in de door de zogeheten Surinamist, Michiel van Kempen gecreëerde luwe atmosfeer nooit heeft willen gedijen. Deze UVA-hoogleraar in de Surinaamse kunstjes houdt zich bezig met het op een pueriele wijze kladden van zijn privé, door de Staat gesubsidieerde weblog Caraibisch Uitzicht, met het redigeren van bloemlezingen en literaire tijdschriften waarin de teksten overkoken van de semantische-, syntactische- ,stijl- , grammaticale -en stijlfouten etc. Verder heeft Van Kempen een gruwelijke hekel aan lui die t.a.v. diens vermeende kennis over de Surinaamse literatuur hun best doen om boven hem te torenen. Hij doet in zulke gevallen ook aangifte bij de politie alsof de politie er voor alles is. Van Kempen heeft van oudsher zeer graag aandacht en belangstelling van mij gewild maar doordat ik geen acht sloeg op de pueriele malle fratsen van deze gedrochtelijke persoonlijkheid, deed hij aangifte bij de politie waar de NRC en Het Parool rond 15 mei 2015 een artikeltje aan wijdden. Deze in zijn geestelijke groei belemmerde Brabander is al sinds 2006 bezig mij te beschimpen via Wikipedia en Google.nl alsof hij zich zijn hoogleraarschap ten spijt dodelijk verveelt. Van Kempen ervaart het zelf kennelijk niet als laster wanneer hij op zijn door de staat gesubsidieerde weblog Caraibisch Uitzicht karikaturale teksten over mij schrijft met de nadruk op gepleegde plagiaat en het pronken met nooit behaalde academische titels.

Ik op mijn beurt  verwijt Van Kempen  er terecht van dat hij als hoogleraar nooit kaas heeft gegeten van vakken als onderzoeksmethoden ( kwalitatief/kwantitatief) waardoor hij ook niet over het geestelijke vermogen beschikt  om naar allebei de door hem geuite beschuldigingen een onderzoek te doen. In feite spreekt Van Kempen zich tegen omdat hij eerder over mij schreef dat ik na aankomst in Nederland verschillende studies aanvatte en opeens zou dit door mijzelf bedacht en verzonnen zijn.  

Gerechtelijke procedure 

Het is juist dat ik rond 2010 een rechtszaak tegen Michiel van Kempen had aangespannen maar zelf wegens griep in persoon niet aanwezig kon zijn op de zitting. Hierdoor heb ik de ter zitting aangebrachte beweringen door Van Kempen ook niet kunnen weerleggen dan wel logenstraffen . Mijn advocaat had zich helaas niet goed voorbereid omdat hij er terecht op rekende dat ik zelf met tegenbewijzen zou komen. Het hoger beroep leverde eveneens niets op omdat ik aanwijzingen had dat mijn advocaat met Van Kempen collaboreerde en had tegen de advocaat een klacht ingediend bij de orde van advocaten. 

Academische pretenties

Sindsdien loopt Van kempen overal als een schooljochie te kladden dat ik op de rechtszaak verscheen en mij tot twee keer toe zou hebben vergist in de titel van mijn proefschrift . Het feit dat Van Kempen zich kan verlagen tot zulk een lamentabele leugen siert hem als hoogleraar helemaal niet. In een interview aan het Surinaamse blad Parbode verklaarde Van Kempen dat ik volgens hem nooit een proefschrift zou hebben geschreven ondanks het feit dat hij in het bezit was van een verklaring  van de universiteit te Wageningen waarin een lovend oordeel werd gegeven over de kwaliteit van mijn proefschrift en dito van de universiteit te Leuven. Bij de diplomabank van DUO te Groningen kan men zien dat ik aan de universiteit te Wageningen ben afgestudeerd terwijl ik ook nog een academische graad heb in sociologie. Overigens: aan de universiteit te Twente ( vakgroep toegepaste communicatiewetenschappen) had ik in januari 2011 de eerste hand gelegd aan mijn tweede dissertatie over de vrijheid van meningsuiting. Van Kempen kwam dit te weten en gebruikte zijn hoogleraarschap om promotor Menno De Jong te benaderen met het verzoek mij niet te begeleiden omdat ik niet over enige academische vooropleiding zou beschikken. Hiervoor had Het Parool op aandringen van Van Kempen er zelf ook gewag van gemaakt zonder een voorafgaand onderzoek. Van Kempen verzwijgt tegenover de buitenwereld dat hijzelf aan zijn zestien promovendi gekomen is middels telefonische werving.  Niemand hoefde hem op te zoeken middels een promotievoorstel dat later op merites zou moeten worden beoordeeld.

plagiaat

Wat het plagiaatverhaal betreft waarbij  Van Kempen denkt er gaarne garen mee te kunnen spinnen, het volgende: plagiaat is het letterlijk overnemen van de tekstinhoud uit iemands werk zonder bronvermelding. Ik had in mijn essay over de Surinaamse literatuur enkele regels geciteerd uit een pamflet van Jeroen Brouwers en uit een recensie van de Curaçaoënaar Wim Rutgers . Doordat ik na publicatie van het werk in 1986 tot de ontdekking kwam dat de voetnoten er waren weggelaten, heb ik de uitgeverij middels een gerechtelijke procedure proberen te dwingen alle exemplaren uit de boekhandel te halen en eventueel tot herdruk over te gaan. Helaas vroeg de desbetreffende uitgeverij faillissement aan en kreeg ik via mijn advocaat veertig gratis exemplaren toegestuurd als doekje voor het bloeden. Hier heb ik nog juridische correspondenties over!

Van Kempen laat overal en op alle punten zien zich bij voorkeur te laten leiden door willekeur en door zijn rudimentaire ingevingen en vermoedens. Hij meent zijn hoogleraarschap steeds te kunnen aanwenden om overal iets over mij te kunnen kladden. Hij heeft Nederlands gestudeerd maar heeft er kennelijk juist de meeste moeite mee. Voor een polemiek met mij is hij altijd doodsbenauwd geweest. Alles wat hij schrijft en beweert is een neerlandicus en een hoogleraar onwaardig. Iemand die een blik werpt op Google en Wikipedia ziet reeds in eerste oogopslag een karikaturale tekst over mij waarvan de inhoud een spiegelreflex is van wat Van Kempen van mij vindt en graag wil hebben dat die visie gedragen wordt door de hele mensheid.  

        
          

 

 

LEES OOK

Chinese opschriften op een etalageruit, Hebreeuwse namen op een uithangbord, Turkse bakkers die ook groenten verkopen of een Marokkaanse snackbar met kapsalon, dit zijn stukjes identiteit van de ei
Metropolico.org (CC BY-SA 2.0)
Een tijdje geleden verscheen een fantastisch filmpje dat het taalgebruik van Donald Trump analyseerde.
Terwijl iedereen vreest dat Trump Europees rechts een duw in de rug zal geven, is het Europees Nieuw Rechts dat de ideologische basis legde voor Trump.

Meest recent van Gie Goris

CC Gie Goris (BY NC 2.0)
Pankaj Mishra: ‘Frustratie en politiek verzet ontstaan als mensen het gevoel krijgen dat er méér in hun leven zit’
Van waar komt al die plotse woede, die opstandigheid van kiezers in het Westen?
U.S. Forces Afghanistan
#MOAB: zo ziet de verkrachting van de aarde eruit
​President Trump besliste niet zozeer om IS in Afghanistan een lesje te leren, maar wel ‘to grab  Mother Earth by her pussy’.
CC Gie Goris (BY NC 2.0)
Pankaj Mishra: Woede is het puin van niet waargemaakte beloften
De Indiase succesauteur Pankaj Mishra onderzoekt de wereldwijde opstoot van populisme en geweld en hij is dan ook bijzonder goed geplaatst om te antwoorden op de vraag hoe belangrijk rechten e
CC Gie Goris (BY NC 2.0)
Hup, oranje, hup!
De kleur oranje verwijst voor ons, met de teloorgang van het Nederlandse elftal, alleen nog naar sinterklaasfruit en gevangenenoveralls. Dat is in India anders.
Nooit meer tonen X

Ontdek

MO*nieuwsbrieven

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

Facebook/Twitter

Blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

MO*magazine

Abonneer je op ons unieke kwartaalmagazine voor slechts € 28.

Een abonnement nemen

MO*papers

Abonneer je op de gratis digitale achtergronddossiers (pdf) over actuele mondiale thema’s.