Het bezoek van Reynders in Oost-Congo geanalyseerd

Chrispin Mvano, geboren en getogen in Noord-Kivu, brengt al enkele weken voor MO* verslag uit over de rebellie van de M23 die het geweld in de regio eens te meer deed oplaaien. Mvano stond op de eerste rij toen de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Didier Reynders, zijn thuisstad Goma aandeed. Hij kadert diens uitspraken in de plaatselijke context en plaatst ze tegenover de standpunten van de lokale civiele samenleving.

  • Chrispin Mvano Minister Reynders en Julien Paluku, de gouverneur van Noord-Kivu. Chrispin Mvano
  • Peter Jones MO*correspondent Chrispin Mvano. Peter Jones

24 augustus. De Belgische minister Didier Reynders wordt rond 14 uur in de haven van Goma door de bevolking opgewacht. De stad Goma grenst aan Rwanda maar Reynders komt met de boot vanuit de Congolese stad Bukavu dat andere kant van het Kivumeer ligt. Als Reynders uiteindelijk met een uur vertraging aanmeert, zijn de meesten al naar huis gegaan. Wel nog van de partij zijn Julien Paluku, de gouverneur van Noord-Kivu, vertegenwoordigers van verschillende politieke partijen, een delegatie van de VN-vredesmacht, en de pers. In een stoet van wagens begeleiden ze de minister naar het ambtsgebouw van Paluku. Ik was mee met een ploeg van de VRT met wie ik een zone bezocht had die door de M23 bezet is.

Didier Reynders en Julien Paluku hebben een kort onderhoud. Maar na amper een kwartier verschijnt de minister al voor zijn persconferentie. Een dertigtal journalisten wacht hem op. Flitsende camera's wanneer hij plaatsneemt met de gouverneur aan zijn zijde in de tuin van de gouverneurswoning. Achter hen wapperen twee vlaggen: de Belgische vlag en de vlag van de Democratische Republiek Congo. Reynders doet een aantal opmerkelijke uitspraken.

De vergissingen uit het verleden

“België en de internationale gemeenschap, veroordelen ten strengste elke rebellie, elke vorm van strijd tegen de Congolese overheid en elke bedreiging van de eenheid van de Congolese staat. Daarmee viseren we uitdrukkelijk de M23 en andere gewapende groeperingen. In het verleden zijn verkeerde maatregelen genomen: met de integratie van opstandelingen in het leger is de opstand deel gaan uitmaken van het leger, discipline werd uit het leger gebannen. De internationale gemeenschap zal niet nogmaals dezelfde fout maken. Ze zal de rebellen geen steun meer verlenen bij hun eis (tot heropname in het leger, cm) die eigenlijk neerkomt op de bestendiging van de non-discipline en de gewelddadigheid in het leger.”

Voor de bevolking van Noord-Kivu is de integratie van een Rwandees leger (de CNDP onder de leiding van Laurent Nkunda en later van de gezochte oorlogsmisdadiger Bosco Ntaganda, cm) in het Congolese leger inderdaad een nachtmerrie geweest. Het was immers de integratie van een leger dat hen jarenlang had geterroriseerd. Bovendien werden ze op de hoogste posten benoemd en bleven ze gestationeerd in dezelfde regio, waar ze jaren terreur zaaiden en de rijkdom van de regio met geweld opeisten.

Nu ze zich buiten het leger gesteld hebben met hun rebellie, M23 genaamd, is het voor de bevolking onbespreekbaar dat ze opnieuw in het leger zouden worden opgenomen om de cyclus van terreur en diefstal verder te kunnen zetten onder het welwillend oog van de internationale gemeenschap.

Noch de Congolese bevolking, noch de Rwandese bevolking wil oorlog

Reynders is blij dat er nog heel wat positieve contacten zijn tussen Congolezen en Rwandezen:

“Ik verwelkom het feit dat de bevolking van Noord-Kivu blijft samenwerken met de bevolking van Rwanda. Zo komen er Rwandese studenten in de DRCongo studeren en ook de talrijke handelsverhoudingen lopen ondanks de oorlogssituatie vlot.”

Inderdaad, het is niet de bevolking van Rwanda of Congo die in oorlog zijn. Al vele jaren, meer bepaald sinds de genocide in Rwanda van 1994, worden Rwandese vluchtelingen vervolgd en uitgemoord op Congolese bodem door Rwandese gewapende groepen of groepen die door Rwanda worden gesteund en gestuurd. Zonder overleg met die Rwandese vluchtelingen en het leger dat hen beschermt, de FDLR, is er geen oplossing voor de conflicten in de regio.

De Congolese bevolking weigert de uitroeiing van de Rwandese vluchtelingen als oplossing te overwegen. Nochtans is dit het scenario dat momenteel in werking getreden is. Hierbij worden in de eerste plaats vrouwen, ouderen en kinderen geviseerd. Ik bedoel letterlijk dat men de FDLR van de Rwandese burgervluchtelingen probeert weg te maneuvreren om daarna de vluchtelingen aan te vallen. De Congolese bevolking heeft geleden onder de gruwelen van de FDLR en onder de gruwelen van het Rwandese leger en zijn lokale acolieten. Toch delen we de mening niet dat deze Rwandese vluchtelingen moeten uitgeroeid worden.

Een “neutraal” internationaal leger: er is niet zoiets als een “neutraal” land in de regio van de Grote Meren

De minister verklaarde eveneens dat de buurlanden van Congo onder druk gezet moeten worden, dat alle drukkingsmiddelen moeten uitgeput worden om “elke inmening van welke omvang ook” in het Congolees beleid te verijdelen.

“Bovendien moet ook Rwanda, al dan niet verwikkeld in dit conflict, zich actief inzetten voor een oplossing van de crisis in de regio. We steunen de inspanningen die hiertoe geleverd zijn in het kader van de Internationale Conferentie van de Regio van de Grote Meren met de steun van de VN-vredesmacht.”

Onze buurlanden verenigd in de Internationale Conferentie van de Regio van de Grote Meren willen een “neutraal” leger in Oost-Congo stationeren. Ook Rwanda en Oeganda, dus de twee landen die de M23 en andere gewapende groepen steunen, willen manschappen en wapens leveren aan dit “neutraal” leger. Het spreekt vanzelf dat de bevolking resoluut tegen dergelijk leger gekant is.

Een Rwandees leger, de M23, en andere groepen die de steun van Rwanda genieten en voornamelijk geleid worden door Rwandees sprekende Tutsi, terroriseren immers momenteel de regio: ze moorden, plunderen en verkrachten zowel de Rwandese vluchtelingen als de Congolese bevolking. De M23 wijzen de FDLR, het enige leger dat de Rwandese vluchtelingen beschermt, met de vinger. De FDLR zou aan de basis liggen van alle problemen in de regio. Indien dit zo is, zal de oplossing in overleg met hen gevonden moeten worden. Sinds het begin van dit conflict is een “neutraal” leger, de VN-vredesmacht, hier niet in geslaagd.

Een regionale samenwerking voor de ontginning van de Congolese grondstoffen als basis voor de vrede

Reynders liet zich ook kort uit over de Congolese grondstoffen:

“Bovendien is Congo een juweel met haar rijkdom aan grondstoffen. Deze moeten met respect voor het milieu uitgebaat worden en in het kader van een internationale samenwerking, een stap naar regionale vrede.”

Congo is een rijk land. De plundering van onze grondstoffen verklaart voor een groot deel het economisch succes van Rwanda. Inderdaad, een grote stap richting vrede zou gezet zijn als onze buurlanden, Rwanda en Oeganda, beseffen dat ze ook van onze rijkdom kunnen genieten zonder terreur te zaaien. Congo beschikt immers over onvoldoende logistieke middelen om haar grondstoffen te exploiteren. Minister Reynders wijst op een mogelijke samenwerking tussen buurlanden zoals de gezamenlijke ontginning van de immense bel methaangas onder het Kivu-meer dat tussen Rwanda en Congo ligt.

Indien de buurlanden opteren voor een exploitatie van onze grondstoffen op basis van overleg en niet op basis van wapengeweld, is de basis voor een duurzame vrede gelegd.

Zonder een oplossing voor de Rwandese vluchtelingen komt er geen duurzame vrede

De bron van de geweldcyclus in Congo is de genocide in Rwanda in 1994. Tijdens en onmiddellijk na de genocide ontvluchtten twee miljoen Rwandezen hun land naar de buurlanden, vooral Congo. In Congo werden ze in verschillende kampen ondergebracht: in Kibumba, Kahindo, Katale, Biruma, Kashusha en Mugunga.

In 1996 worden deze kampen door Rwanda gebombardeerd en totaal vernietigd. Dit gebeurt met de goedkeuring van de internationale gemeenschap, die er bovendien voor kiest om deze vluchtelingen geen hulp te bieden. Nochtans is het een verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap om vluchtelingen bij te staan.

De vluchtelingen in de kampen waren Hutu en Batwa en in veel mindere mate ook Tutsi. Ik was toen achttien. Ik hielp deze mensen te begraven. In massagraven. Er kwam geen einde aan. Ik spreek van “Rwandese vluchtelingen” en niet van “genocidaires” omdat de overgrote meerderheid van de slachtoffers van deze bombardementen vrouwen, ouderen en kinderen waren. Diegene die konden ontkomen, zowel vluchtelingen als soldaten, verspreidden zich in de wouden om aan de dodelijke aanvallen te ontkomen. Tot vandaag wordt er onophoudelijk jacht op hen gemaakt. De gewapende groepen die jacht op hen maakten en de Congolese bevolking terroriseerden, en dit vandaag nog altijd doen, droegen in die lange tragische periode van meer dan 15 jaar verschillende namen (AFDL, RCD, CNDP, M23). Het zijn echter steeds groepen die gehoorzamen aan het Rwandese leger.

Het antwoord van de civiele samenleving: onderhandelen met alle partijen, wapens brengen geen duurzame vrede

De civiele samenleving van Noord-Kivu engageert zich in onderhandelingen met alle strijdende partijen. Voor hen ontstaat een duurzame vrede via onderhandelingen en een versterking van de instellingen en dus niet door oorlogsvoering. Zo onderhandelt ze ook met de FDLR. In de FDLR, het leger dat de Rwandese vluchtelingen beschermt, bevinden zich personen die ervan verdacht worden verantwoordelijkheid te dragen voor de genocide in Rwanda van 1994. Ze worden gezocht door het Internationaal Strafhof. Momenteel wordt er onderhandeld met de FDLR over de noodzaak deze personen aan het internationale gerecht uit te leveren.

Vooreerst betekent hun aanwezigheid in de rangen van de FDLR een struikelblok voor de vluchtelingen om aan de onderhandelingstafel uitgenodigd te worden. Die gijzeling van burgers door hen die door het Internationaal Strafhof gezocht worden, is eveneens het excuus van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen (het VN-agentschap voor de vluchtelingen) om deze burgers het vluchtelingenstatuut te ontzeggen. Onder het internationaal recht hebben vluchtelingen recht op dit statuut en bescherming door de internationale gemeenschap. Momenteel accepteren sommigen onder hen om naar Rwanda terug te keren, de enige uitweg om aan de slachtingen te ontsnappen en de enige mogelijkheid die het Hoog Commissariaat hen biedt.

De woordvoerder van de FDLR in Noord-Kivu, Laforge Fils Bazeye, heeft verklaard dat ze bereid zijn om mee te werken aan dit vredesproces. Er zal nog veel werk verzet moeten worden om de internationale diplomatie, het Hoog Commissariaat en de internationale justitie ervan te overtuigen deze vluchtelingen te beschermen en hen in een vredesproces te laten stappen.

Het conflict in Oost-Congo is geen ethnisch conflict. De M23: de leiding hoofdzakelijk Tutsi, de troepen voor 80% Hutu

De M23 heeft de namen en functies in haar ietwat mythische regering gepubliceerd. Bijna alle posten zijn door Tutsi ingenomen. Er zijn ook enkele posten aan Hutu toegekend. Zowel de Tutsi als de Hutu spreken Rwandees. Daarnaast zijn er drie ‘ministers’ die niet Rwandofoon zijn : één uit de Nyanga-gemeenschap en twee uit de Nande-gemeenschap. Soms verklaren ze zich Congolees, soms Rwandees. De nationaliteitsvraag ligt in Congo om allerhande redenen niet eenvoudig.

De meerderheid van de troepen van de M23 zijn evenwel Hutu. Er zijn ook Tutsi en mensen uit andere Congolese etnieën, voornamelijk Nande en Bashi. In de zones die de M23 controleert, worden burgers, zowel Tutsi als Hutu, gedwongen gerekruteerd. Dit wordt bevestigd door de bevolking van Kibumba tot Kiwanja: mannen die weigeren moeten vluchten of ze worden gedood. Bovendien rooft de M23 de oogst en eisen ze daarbovenop nog belastingen.

M23-soldaten vertelden me dat ze vroeger als Rwandees vluchteling in Congo gestimuleerd werden om naar Rwanda terug te keren. Daar werden ze vervolgens gedwongen opgenomen in de M23 om dus nu in Congo terug te vechten tegen hun vroegere lotgenoten.

Op restaurant in de “Petite Bruxelles”

Na de persconferentie trekken we allen in stoet naar het hoofdkwartier van de VN-vredesmacht in Goma en vervolgens naar de receptiezaal van restaurant “Petite Bruxelles” in het centrum van Goma. Het is al avond dan. Allerlei delegaties van de civiele samenleving en vertegenwoordigers van ngo's bewegen er zich heen en weer in afwachting van hun onderhoud met de minister. De katholieke kerk, de sociale bewegingen, verenigingen zoals het Live and Peace Institute uit Bukavu maar ook Emmanuel De Merode, de directeur van het Virungapark en vele anderen. Het is een komen en gaan van delegaties. Niet de muziek maar het gezoem van de mensen zorgt voor de sfeer in de receptiezaal.

Iets na 21 uur krijg ik een onderhoud met minister Reynders. De VRT-ploeg, die ik enkele dagen had begeleid, introduceert mij. Ik grijp de kans om aan de minister het standpunt van de civiele samenleving toe te lichten dat een oplossing voor de Rwandese vluchtelingen een voorwaarde is voor een oplossing van alle conflicten. De civiele samenleving gaat in dialoog met deze vluchtelingen en probeert op regionaal niveau met alle partijen overleg te plegen met als doel eveneens gerechtigheid tot stand te brengen voor alle partijen: geen gerechtigheid door overwinnaars opgelegd aan verliezers terwijl beide kampen schuldig zijn aan oorlogsmisdaden. Ook de interne problemen van Congo, waaronder het gebrek aan goed bestuur, moeten aangepakt worden, maar een oplossing voor de Rwandese vluchtelingen is een voorwaarde om tot goed bestuur te komen.

Tijdens dit onderhoud dat ongeveer een half uur duurt, word ik opgebeld door Laforge Fils Bazeye, de woordvoerder van de FDLR. Hij bevestigt me dat ze in het vredesproces willen stappen met de uitlevering van mensen die verdacht worden voor de genocide in Rwanda. Hij benadrukt nogmaals dat ze pas aan dit vredesproces kunnen deelnemen als hun burgers beschermd worden.

LEES OOK

Geen idee of dit ooit een finale zou kunnen worden van een WK in een verre toekomst. Maar over de relaties tussen beide landen is wél nieuws te melden.
Niet alleen op het Europese continent maar ook diep in het Afrikaanse binnenland woedde tijdens de Eerste Wereldoorlog een hevige strijd.
(c) Kris Berwouts
Vrijdagavond 6 juni werden minstens 33 ongewapende Congolese burgers vermoord in en rond het dorp Mutarule, in de Ruzizi-vlakte, 9 kilometer van Sange, tussen Bukavu en Uvira.
©CC Julien Harneis CC BY-SA 2.0
Conflictmineralen zijn een belangrijke oorzaak van uitbuiting en een bron van inkomsten van rebellenbewegingen in de Democratische Republiek Congo.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

john (niet gecontroleerd)

excellent artikel:één van de weinige personen die echt schrijft wat er gebeurt met de rwandese vluchtelingen die moeten leven als bijna "untermenschen" in oa het oosten van de congo, het is een ware schande dat het HCR en oa westerse landen niks doen om hun statuut te legaliseren en kagame en co hun arm te twisten om te moeten onderhandelen en iedereen terug naar huis te laten komen. Maar dan pas zou de bom ontploffen want hoeveel eigendommen van die vluchtelingen zijn niet gestolen door de clique van de fpr?? daar onderandere zit het grote probleem.