Dat is de centrale stelling van de CRG in hun recent rapport ‘Trading Conflict for Development’ (pdf). Een embargo zou een ramp betekenen voor de naar schatting één miljoen mensen die leven van de grondstoffenhandel.
Mijnwerkers
Naast industriële mijnbouw graven er in barslechte omstandigheden ongeveer 100.000 artisanale mijnwerkers of ‘creuseurs’ in de Congolese bodem. Via opkopers vinden hun ertsen de weg naar de internationale markt. Gewapende groepen heffen ‘belastingen’ op ieder stadium van deze handel.
De toekomst ziet er echter weinig rooskleurig uit voor de creuseurs. Steeds meer mijnbouwbedrijven keren terug naar Congo, wat maakt dat er voor de creuseurs minder plek is, met de nodige sociale onrust tot gevolg.
Meer formelere handel
Een mogelijke oplossing voor de situatie in Oost-Congo ligt volgens de CRG in het uitbouwen van een meer formelere handel in grondstoffen, tegelijk met het creëren van economische alternatieven voor hen die nu van artisanale mijnbouw afhankelijk zijn. Op die manier zouden de inkomsten voor de Democratische Republiek Congo stijgen, wat de mogelijkheid beidt om de zwakke en corrupte staatsinstellingen te versterken.
Vooral het Congolese leger moet zijn rol spelen. Nu is het leger, dat slecht of helemaal niet betaald wordt, een belangrijke destabiliserende factor. De verleiding om mee te profiteren van de situatie is immers te groot.
Mogelijkheid tot ontwikkeling
“Beleid moet gebaseerd zijn op de realiteit ter plaatse”, zegt Prof. Koen Vlassenroot van de CRG. “De mijnbouw in Oost-Congo moet gezien worden als een mogelijkheid tot ontwikkeling eerder dan een oorzaak van het conflict. Enkel op die manier kan men uit de crisis geraken.”
Ook de buurlanden moeten meewillen. Veel ertsen verlaten Congo langs deze weg, wat maakt dat hun medewerking aan een meer formelere ertsenhandel essentieel is.








0 reacties
Nieuwe reactie inzenden