Salafisten, secularisten en het volk

Tunesië worstelt in het tijdperk na Ben Ali met een identiteitscrisis, die vaak de economische crisis overschaduwt. De beloften die rijke landen deden naar aanleiding van de Jasmijnrevolutie zijn niet alleen ontoereikend, ze werden vooral (nog) niet nagekomen. En het volk tast nog dieper in zijn portemonnee.

  • CC Amine Ghrabi CC Amine Ghrabi

Samira Bendadi

30 mei 2012

Een spandoek in de Avenue de France roept de mensen op om op vrijdag, zaterdag en zondag geen vlees te kopen als protest tegen de hoge vleesprijs. ‘Maar nu is paprika even duur als vlees’, zegt het kamermeisje in mijn hotel. De dame wil haar naam niet geven maar staat erop me te spreken nu ze weet dat ik journaliste ben. Haar twee collega’s bevestigen haar verhaal. ‘Ze weet veel over politiek’, zegt een van hen. ‘En ze kan u alles vertellen over hoe het er hier toe gaat’. ‘Elke ochtend maken ze de muren schoon’, gaat het kamermeisje door. ‘En elke keer worden er opnieuw leuzen op de muur geschreven. Het leven is duur geworden en de stad onveilig.’ ‘We durven onze oorbellen en armbanden niet meer te dragen uit angst dat ze van ons lijf gerukt worden’, zeggen de twee collega’s. En ze tonen hun oorlellen en handen. ‘Ik begrijp dat’, zucht het kamermeisje. ‘Er is geen werk en de mensen hebben honger.’

Feestdag in mineur

Het is 20 maart, Tunesië viert zijn nationale feestdag, de eerste sinds het uitbreken van de Jasmijnrevolutie en de vlucht van president Zine El Abidine Ben Ali. De Boulevard Bourghiba kolkt van de mensen en spandoeken. Oppositiepartijen en allerhande organisaties van het middenveld grijpen die dag aan om duidelijk en krachtig hun standpunt te laten horen. Ze willen vooral dat hun stem die van de islamitische partijen en bewegingen overstijgt. Het is niet alleen hun bedoeling Annahda, de islamitische partij die de verkiezingen van 23 oktober won en de meeste zetels in de overgangsregering in de wacht sleepte, onder druk te zetten, ze willen ook de salafisten, een conservatievere strekking binnen de politieke islam die de laatste maanden bijzonder actief en zichtbaar is geworden, duidelijk maken dat ze zich niet laten doen en dat ze de democratie zullen verdedigen. ‘Neen tegen de religieuze staat’ en ‘Ja tegen de civiele staat’ staat te lezen op vele spandoeken en borden.

In feite gaat het over de scheiding tussen kerk en staat en het al dan niet opnemen van de term sharia in de nieuwe grondwet. In die politieke strijd staat de vrouw tegen wil en dank centraal. Letterlijk. Op de Boulevard Bourghiba hebben zich spontaan groepen gevormd rond twee of drie debatterende personen. Vaak is het een vrouw die het woord voert of die verwikkeld is in een discussie over religie en politiek. Wat meestal neerkomt op een discussie over de vrouw en meer bepaald over haar kleren.

Maar deze nationale feestdag wordt in mineur gevierd. ‘De straten zijn niet zo mooi versierd als ten tijde van Ben Ali’, zegt het kamermeisje. ‘Vroeger was dat anders. De boulevards werden dagen op voorhand gepoetst en versierd en overal wapperde onze vlag. Het was een echt feest.’ Dat dat nu niet meer het geval is, vindt ze jammer. ‘Tja,’ zegt ze, ‘onze onafhankelijkheid is niet belangrijk voor de mensen die nu aan de macht zijn. Het zijn niet de mensen van Annahda die voor onze bevrijding gestreden hebben.’

Hun strijd ligt ergens anders, beweert de oppositie althans. Zoals Khawla, een activiste bij oppositiepartij PDP (Parti démocrate progressiste), die in april 2012 fusioneerde met de pas opgerichte Parti Républicain. Zij komt samen met een paar partijgenoten betogen. Volgens haar is het geen toeval: ‘Men wil alle verwezenlijkingen van Bourghiba, de eerste president na de onafhankelijkheid en de ontwerper van het moderne Tunesië, uit het collectieve geheugen wissen’, zegt ze. Maar dat zal niet gebeuren. Khawla en haar collega’s zijn niet alleen kritisch tegenover Annahda, ze hebben geen enkel vertrouwen in de partij. ‘Je mag niet vergeten dat minstens een deel van de aanhangers van Annahda heel conservatief is, zelfs conservatiever dan de leiders. En dat is een enorme druk op de top van de partij.’ ‘Dat verklaart waarom deze meerderheidspartij, die nochtans beloofd had zich aan de democratische regels te houden, warm en koud blaast als het over zulke gevoelige kwesties gaat’, zegt Chihab, ook een activist binnen PDP.

Sharia

Het getouwtrek omtrent het ‘religieuze’ en het ‘civiele’ karakter van de staat, wat in feite een conflict is over de plaats van de islam in de politiek, barstte in alle hevigheid los na de verkiezingen van 23 oktober en de oprichting van de Grondwetgevende Vergadering, die belast is met het schrijven van een nieuwe grondwet voor Tunesië. De salafisten mogen dan niet erg georganiseerd zijn – de salafistische partij Ettahrir diende geen aanvraag in om erkend te worden als politieke partij – duidelijk zijn ze wel. Ze willen een islamitische staat en eisen dat de sharia de enige bron voor de wetgeving wordt. De seculiere oppositie en het middenveld willen van hun kant een moderne staat waarin de religie op de achtergrond blijft. Ze zijn tegen de opname van de term sharia in de grondwet. ‘Want dat zou voor veel problemen zorgen’, zegt Néji Baccouche, decaan van de rechtsfaculteit van Sfax en vicevoorzitter van de commissie belast met de bestrijding van de corruptie. ‘Want wie beslist wat de sharia precies is? En als de parlementsleden een wet willen goedkeuren of aanpassen, moeten ze dan de goedkeuring hebben van een instantie die over het respect voor de sharia waakt? Dat zou erg nefast zijn voor het land’, besluit de jurist.

Wat de polarisatie over dit onderwerp vooral in de hand heeft gewerkt, is de aarzelende houding van Annahda en coalitiepartners Congrès pour la République (CPR) van president en mensenrechtenactivist Moncif Marzouki en de centrumlinkse partij Ettakatol van parlementsvoorzitter Mostafa Ben Jaafar.

Het debat tussen salafisten en seculieren is een vals debat en leidt de aandacht af van de echte problemen.
Maanden heeft het geduurd voor de parlementsvoorzitter meldde aan Europese journalisten dat er binnen de coalitie een consensus was om artikel 1 van de grondwet van 1956 te handhaven. Wat Gannouchi, de voorzitter van Annahda, in een persconferentie op 26 maart bevestigde. Artikel 1 zegt dat Tunesië een vrije en onafhankelijke staat is met de islam als godsdienst, het Arabisch als taal en de republiek als politiek regime.

Ook het vastleggen van een precieze datum voor de verkiezingen bleek een probleem. Voor Khawla en haar collega’s is dat het bewijs dat de coalitie langer wil regeren dan aanvankelijk gepland was en dat Annahda tijd probeert te winnen om overal haar mannetjes te plaatsen en zo de administratie in te palmen.

Economische transitie

Of het een manier is om de controle te verwerven over de administratie of om langer aan de macht te blijven, zoals politieke tegenstanders beweren, of veeleer onkunde en gebrek aan ervaring, zoals waarnemers denken, de overgangsregering blinkt uit in aarzelingen en besluiteloosheid. Bijna alle initiatieven die naar aanleiding van de Jasmijnrevolutie werden genomen, liggen nu plat. De commissie die de fraudedossiers onderzoekt, kwam niet meer samen nadat ze haar eerste rapport afgegeven had. ‘We hebben gedurende één jaar vrijwilligerswerk verricht en bereidden onze opvolging voor. Toch werd niets gedaan om die opvolging te garanderen’, zegt Néji Baccouche. ‘Blijkbaar is men bang voor wat dit allemaal met zich zou kunnen brengen’, zegt de jurist. ‘Alles oprakelen en onderzoeken kan voor oncomfortabele situaties zorgen.’

De verkiezingen zouden plaatsvinden in maart of april van volgend jaar, maar er worden nog geen voorbereidingen getroffen om ze in goede banen te leiden. Dat is allemaal niet goed voor de economie. En daar draait het om, vindt Mohamed Haddar, docent economische wetenschappen en voorzitter van ASECT, de vereniging van Tunesische ondernemers. ‘Er is geen democratische transitie zonder economische transitie’, zegt hij. ‘Het debat tussen salafisten en seculieren is een vals debat en leidt de aandacht af van de echte problemen.’ De echte problemen zijn de torenhoge werkloosheid en het feit dat de economie achteruit blijft boeren.

Dat dit prioritair is, is de publieke opinie niet ontgaan. Een deel van de betogers op de nationale feestdag kwam speciaal om er aandacht voor te vragen. Een grote groep jonge mensen scandeerde leuzen tegen de islamisten en de secularisten en vroeg aandacht voor de werklozen. Want deze revolutie is noch islamistisch noch secularistisch. Het is de revolutie van de armen, staat te lezen op de muur in de Avenue de France.

‘Alle sociale en economische indicatoren zijn achteruitgegaan. Eind 2010 waren er vijfhonderdduizend werklozen, van wie 57.000 hooggeschoold. In 2011 kwamen er honderdduizend bij, het aantal hooggeschoolde werklozen bedraagt nu 120.000. De groei bedroeg in 2011 1,8 procent, voor de revolutie was dat 5 procent. De marge voor de nationale bank om iets te doen is bijzonder klein geworden’, zegt Mohamed Haddar.

‘De oplossing is vooral politiek’, zegt de econoom. ‘Er is nood aan een politiek project. Men moet het vertrouwen herwinnen om investeerders aan te trekken. Er moet een dialoog komen op alle niveaus. Want de belangrijkste vraag die men moet stellen, is: waar willen we naartoe? De voorbereidingen voor de verkiezingen moeten nu van start gaan. De politieke klasse moet ons zeggen hoe de Tunesiërs zullen leven de komende dertig en veertig jaar. Goede intenties zijn niet voldoende. Helaas ontbreekt het ons aan een besturende politieke klasse en aan een charismatische leider.’

Dat de economische situatie primeert, vindt de woordvoerder van president Marzouki ook. Zowel hij als parlementsvoorzitter Mostafa Ben Jaafar wijzen op het feit dat de rijke landen hun beloofde hulp (nog) niet geconcretiseerd hebben. En die hulp vindt Mohamed Haddar ontoereikend. ‘Qatar zegde een lening toe van 500 miljoen dollar, niet meer en niet minder’, zegt hij. De Europese Unie van haar kant verdubbelde haar hulp aan Tunesië in 2011, van 80 naar 160 miljoen euro. En de verhoging blijft behouden voor de periode 2012-2013. Het betreft hulp aan organisaties van het middenveld, assistentie bij de organisatie van verkiezingen, hulp aan een aantal achtergestelde wijken en het opzetten van een systeem van microkredieten. ‘Dat zijn slechts kruimels’, vindt Mohamed Haddar.

‘De leningen converteren, dat kan Europa doen. En dat kan Tunesië enorm helpen’, zegt de econoom. ‘In plaats van het terug te betalen, kan men dat geld gebruiken voor de ontwikkeling van achtergestelde regio’s, en het kost de Unie niets. Maar tot nu toe heeft alleen Duitsland dit gedaan’, zegt Haddar.

En het geld van de familie van Ben Ali in het buitenland? ‘Dat geld recupereren is enorm moeilijk vanwege wetgeving in de betrokken landen. Er moet internationaal een oplossing voor worden gezocht en niet alleen voor Tunesië’, zegt de woordvoerder van president Marzouki.

Het kamermeisje fluistert. ‘Weet je, de revolutie is alleen goed voor de politici en de intellectuelen. Wij, de werkende klasse, hadden het vrij goed onder Ben Ali. Nu zijn de posten die vrijkwamen door de val van het regime opgevuld door mensen die jaren lang in het buitenland of in de gevangenis zaten. Ze kennen het land niet. Hoe wil je dat ze ons besturen?’

LEES OOK

Het gewapende conflict in Syrië kost niet alleen vele mensenlevens, maar legt ook zware economische druk op de hele regio. Dat zeiden de VN woensdag op een grote donorconferentie in Koeweit.
Amine Boussoffara
Politieke en sociale spanningen tekenen Tunesië sinds de moord op de linkse oppositieleider van het Front Populaire, Mohamed Brahmi afgelopen donderdag 25 juli.
Willemjan Vandenplas
Het is allesbehalve rozengeur en maneschijn in het Tunesië van na de revolutie: torenhoge werkloosheid, ingeperkte vrijheid van meningsuiting, ...
Tunesische families vrezen avondlijke telefoontjes of geklop op hun deur.

Meest recent van Samira Bendadi

MO*/Samira Bendadi
In Egypte zijn de militairen opnieuw aan de macht. In Tunesië werden dit jaar twee leiders van de oppositie doodgeschoten en vechten gewapende groepjes een guerrilla uit met de ordediensten.
Bart Lasuy
De Cultuurprijs Stad Gent gaat dit jaar naar Osama Abdulrasol. De erkenning versterkt voor de componist en producer uit het Iraakse Babylon nog meer het thuisgevoel dat Gent hem altijd al gaf.
Superdiversiteit is noch een goede, noch een slechte zaak. Superdiversiteit is een feit en het is de verantwoordelijkheid van iedereen om er een succes van te maken.
Uit de landen van de Arabische Lente bereikt ons weinig nieuws dat een mens positief kan stemmen. In Syrië lijkt de tunnel van geweld geen einde te hebben.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

Jorein Versteege (niet gecontroleerd)

De revolutie in Tunesie was burgerlijk van aard. Het wordt nu tijd om over te stappen naar een socialistische revolutie. Daarvoor moet echter een arbeiders partij opgericht worden. Een partij van de werkende klasse. Zo'n arbeiders partij bezit Tunesie helaas niet. De enigste revolutionair linkse partij in het land is de Tunesische Arbeiders Communistische Partij. Een stalinistische partij, die de burgerlijke democratie steunt. De stalinisten zullen niet pleiten voor een radendemocratie, dat past niet in hun ideaal van ''de partij bepaald alles''. Nee, van hun hoeven de arbeiders weinig te verwachten. Daarom is een nieuwe revolutionaire arbeiders partij nodig. Zo'n partij kan met het juist programma, de steun van de massa's krijgen en een nieuwe revolutie leiden. Daarvoor is echter wel kennis nodig over wat socialisme inhoudt. Socialisme is geen sociaal democratie en ook geen Arabischsocialisme. Sociaal democratie en Arabischsocialisme zijn sociaal kapitalistische opvattingen. De sociaal democratie heeft toch weinig kans van slagen, aangezien de RCD van Ben Ali jaren lid was van de pseudo ''Socialistische'' Internationale.