We hebben meer jihadi's van liefde nodig

Bij het woord jihadi denkt de gemiddelde Vlaming aan in bomgordels gehulde, zwaar bebaarde zelfmoordterroristen. Maar dat is een compleet verkeerde invulling van het begrip jihadi. Dat kwamen enkele jonge moslims in de Antwerpse zaal de Roma vertellen tijdens de boekvoorstelling van Mohamed El Bachiri’s “Jihadi’s van liefde”, schrijft MO*columniste Ikrame Kastit.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Ikrame Kastit

17 mei 2017
MO*columnisten

Maandagavond, afspraak in de ‘snack Roma’ op de Turnhoutsebaan om nog wat zaken te regelen met vijf hongerige, jonge jihadi’s.

‘Zal er wel genoeg volk komen? Oh neen, straks is dat zwaar afgaan, als er niemand komt opdagen in zo’n grote zaal’ zegt een meisje uit de groep

‘Jamaar, gaat gij die frieten nog opeten of wat? Kom, geef die aan mij.’ Je weet wel, op een lege maag kan je zaken niet goed regelen dus eerst moeten die magen bomvol.

Deze mix van meisjes en jongens uit Brussel, Denderleeuw en Antwerpen, zwart en bruin, neemt straks plaats op het podium van De Roma voor een panelgesprek tijdens de boekvoorstelling van Mohamed El Bachiri’s “Jihad van Liefde”.

Tijd om die suikers en vetten om te zetten in decibels. Trots stappen ze het gebouw met een sociaal bewogen geschiedenis binnen. Vanavond is De Roma van hun. Allemaal jongeren met een migratieachtergrond. Tijd om mijn rol als gespreksleider op te nemen.

Ze zijn een beetje zenuwachtig, maar blij dat er straks niet over, maar mét hen gesproken wordt. De eerste keer in een panelgesprek en meteen voor een volle zaal. Sowieso massa’s respect daarvoor!

‘Na afschuwelijke gebeurtenissen moeten we juist stappen zetten naar elkaar’

De jongeren roepen op om elkaar niet in hokjes te steken, maar net open te staan en te blijven. ‘Na afschuwelijke gebeurtenissen moeten we juist stappen zetten naar elkaar’, zeggen ze. ‘Leer van elkaar vanuit verschillende religies en culturen, maar pin niemand erop vast. We zijn zelf alle vijf een combinatie van verschillende en elkaar soms tegensprekende manieren van leven. Maar wij zien mekaar gewoon graag’, klinkt het.

Deze simpele woorden recht uit hun hart doen mezelf even slikken en stilstaan bij mijn gedachten. Hoe volwassen ben ik soms wel niet geworden, bedenk ik me. Want mijn eerste reactie bij het horen van hun oproep is: “dat is naïef”. Ik prijs me gelukkig dat deze vijf jihadi’s mijn dwangmatige gedachte in vraag stellen.

Zij vertellen verder en vragen om nieuwe leiders, leiders met een migratieachtergrond, zwart en bruin. En meer vrouwelijke leiders. Leiders die verbinden, die oprecht zijn en transparant.

Wat zij nochtans niet beseffen, is dat zij zelf de leiders zijn waarop ze zitten te wachten. Dat zij mij net doen hopen op een positievere toekomst. Een beetje naïef, vol energie, lachend en analyserend, gaan zij de toekomst tegemoet.

Op zo’n momenten voel ik waarom ik zo graag in het jeugdwelzijnswerk sta. We zouden allemaal terug moeten kijken naar de wereld als een 16-jarige. Vanuit oprechte verontwaardiging over wat mis gaat dicht bij huis en over heel de wereld ondernemen ze actie door vluchtelingen te helpen of door geld in te zamelen voor hun jeugdwerking. Zij zijn de strijders van een ‘Jihad Van Liefde’.

Maar een Jihad Van Liefde betekent niet dat je niet bang mag zijn, integendeel.

Met een bang hartje getuigen de jongeren over de negatieve sfeer die ze voelen en het gebrek aan vertrouwen en respect tussen mensen op straat.

‘Na de aanslagen ging ik met mijn broer naar de moskee en onderweg zei een Vlaming tegen ons “wat gaat ge nu weer bombarderen”, ik was in shock.’

Het is ultra vermoeiend om je voortdurend te moeten bewijzen als geïntegreerde en goed Nederlands sprekende moslim en/of zwarte. Maakt niet uit of je hier geboren bent.

De negatieve houding tegenover moslims is toegenomen, menen ze en het is ultra vermoeiend om je voortdurend te moeten bewijzen als geïntegreerde en goed Nederlands sprekende moslim en/of zwarte. Maakt niet uit of je hier geboren bent.

Een andere jongere voegt daaraan toe: ‘Een veilige plek is voor mij geen plek waar politiecombi’s voortdurend patrouilleren.’

Dat klopt, voor mij is dat een plek waar jongeren op pleintjes vertoeven, waar ik kinderen hoor spelen, waar jongeren ongeacht hun afkomst of religie hechte vriendschappen kunnen vormen.’

En ik besluit met de gedachte dat dat een plek is waar wij vooral ook heel veel van hen kunnen leren. Laten we leren uit de spiegel die ze ons voorhouden en echt inzetten op jongeren en hun oproep. Laten we investeren in de kinderen en jongeren van vandaag die van over heel de wereld komen. Op zo’n manier dat zij de leiders van morgen kunnen worden. Samenleven kun je leren en zij bewijzen dat.

Graag wil ik Oumaima, David, Abou Bakr, Nafissa, Ilyas, Nour en Miguel bedanken voor hun getuigenis, om mij mee te nemen naar hun wereld en mij te doen geloven dat het anders kan nu en in de toekomst.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

Bert Laon

Alle respect voor Mohamed El Bachiri, en de waardige manier waarop hij omgaat met het verlies van zijn vrouw tijdens de aanslagen van 22 maart.

Maar ik voel mij erg ongemakkelijk bij die term “jihad van liefde”.

Mohamed El Bachiri pleit voor liefde.
Waarom zegt hij dan niet simpelweg: “Ik wil dat moslimpredikers liefde voor ongelovigen prediken in plaats van jihad.”
Waarom zegt hij dan niet simpelweg: “Ik verlang een islam zonder haat, ik wil een islam van liefde”.

Zo zou hij zijn wens kenbaar maken voor de hoognodige hervorming van de islam, zodat die kan evolueren naar een normale godsdienst, een islam zonder jihad en zonder sharia. Als moslim en slachtoffer van de uitwassen van zijn religie heeft hij bij uitstek recht van spreken.
Maar dat krijgt hij blijkbaar niet over zijn hart. Blijkbaar is volgens veel moslims de jihad onlosmakelijk verbonden met hun godsdienst.
Dus zijn er verbale of intellectuele kunstgrepen nodig om die jihad een andere betekenis te geven. En dat is jammer.

Wat te denken van uitspraken als “wij willen een kruistocht van verzoening”.
Of een uistspraak als “Wij zijn niet tegen haat, want haten is menselijk. Daarom pleiten we voor een “haat tegen intolerantie”, een “haat tegen discriminatie”.

Dat klinkt toch allemaal erg gekunsteld.
Zou iemand zo’n uitspraak aan zijn raam durven hangen?
Ik betwijfel het. Tienduizenden Vlamingen hingen wel een affiche aan hun raam “zonder haatstraat”. Simpel en onvoorwaardelijk. Geen haat in onze straat, van welke soort dan ook.

“Zou het niet fantastisch zijn om bij allochtone medeburgers spontaan de affiche Zonder Jihadstraat te zien verschijnen”, vroeg Bart De Wever zich reeds in 2006 af in een column in de Morgen.
Die vraag blijft tot op vandaag brandend actueel…

LEES OOK

© Geert Torremans
Terwijl in Congo een gigantische vluchtelingenstroom op gang is gekomen, ligt het aantal Congolese asielaanvragen en -erkenningen in België aan de lage kant.
© Brecht Goris
Ze maakte haar punt al toen ze het publiek sprak in het ontmoetingscentrum Le Space en daarna in het KVS in Brussel. Nu komt ze opnieuw op dezelfde feiten terug in een essay.

Meest recent van Ikrame Kastit

© Brecht Goris
Zwijg niet over machtsverschillen
Liefste lezers, zien jullie een systematiek in het monddood maken van mensen met een migratieachtergrond die ingaan tegen de gevestigde macht van witte elites?
Armoede en klimaatverandering samen aanpakken
Klimaatverandering is geen ver-van-mijn-bedshow en armoede ook niet. Beide zaken hebben lokaal en internationaal een concrete impact op uw en mijn leven.
© Brecht Goris
Warm weer, what to wear?
Wat draag ik naar het werk? Een banale vraag die een banaal antwoord verdient, zegt MO*columniste Ikrame Kastit. ‘Zou ik gaan voor iets rood of toch weer iets blauw.
© Brecht Goris
Strijdbare solidariteit met Rif maakt me niet minder Marokkaans
De aanhoudende protesten in de Rif tegen onrecht, corruptie  en armoede laten MO*columniste Ikrame Kastit niet onberoerd. Ze is solidair met de betogers.