Congo, de dag na Kabila

Tom De Herdt twijfelt er niet aan dat het slecht afloopt met het regime van Kabila. ‘De belangrijkste vraag gaat over wat ons de dag nadien te doen staat. Daarbij kan een vergelijking tussen de nadagen van Kabila en die van Mobutu leerrijk zijn.’

  • John Paul Morgan (CC BY-NC-SA 2.0) John Paul Morgan (CC BY-NC-SA 2.0)

Tom De Herdt

MO*academy
Voorzitter IOB, UAntwerpen
19 juni 2017

Als alles dat goed is goed eindigt, hoe zit het dan met wat slecht afloopt? Want dat zàl het, het Kabila-regime. Er zijn nog maar twee vragen: de vraag die ons de volgende weken –eerder dan maanden- zal bezighouden is hoe dit precies zal dit eindigen: Hoe precies zal de Kabila-clan terug in de coulissen verdwijnen, waar ze tenslotte vandaan kwam, bijna 20 jaar geleden? Maar de belangrijkste vraag gaat over wat ons de dag nadien te doen staat. Daarbij kan een vergelijking tussen de nadagen van Kabila en die van Mobutu leerrijk zijn.

2017 1997

De vergelijking tussen het Kabila-regime en het Mobutu-regime wordt nogal eens gemaakt, en nogal eens ontkend, uiteraard in de eerste plaats door Kabila zélf. De stijgende inflatie sinds eind vorig jaar zet elke déjà vu- ervaring nog eens kracht bij, want sinds de aankomst van Laurent Kabila in Kinshasa, op de kop 20 jaar geleden, was de Congolese munt stabiel gebleven. Een galopperende inflatie van meer dan 50% op jaarbasis is een koorts-thermometer, het betekent dat de overheid simpelweg geld bijdrukt om het gat in de begroting te dichten (en/of dat professionnele valsmunters aan het werk zijn. Ook dàt is déjà vu).

Maar het is ook een cortizone-injectie: de geldontwaarding creëert ook weer minder inkomsten voor de overheid zélf, waardoor die nog meer geld zou moeten bijdrukken, enzoverder. Laten we echter wel wezen: Het budget van de Congolese staat is op die 20 jaar ook meer dan vertienvoudigd. Een overheidsbudget van 5 miljard voor een land van ergens tussen 77 en 94 miljoen inwoners is nog altijd erg klein, zelfs in vergelijking met de buurlanden, maar het geeft wel aan hoe erg de toestand was in de laatste jaren van het Mobutu-regime.

Ondertussen heeft de Congolese economie ook leren leven zonder noemenswaardige industrie

Ondertussen heeft de Congolese economie ook leren leven zonder noemenswaardige industrie, ze heeft zich ingebed in een internationale context waarin China een rijzende ster werd en de mijnbouw een nieuw leven inblies. Maar ook: Terwijl het Mobutu-regime het de laatste jaren moest stellen zonder enige donor-aanwezigheid werd het publieke budget van de Kabila’s voor tweederde tot de helft gefinancierd met donorgeld. Toegegeven, meestal houden de donoren hun boekhouding zélf, slechts een fractie daarvan passeert langs de staatskas. Maar het scheelt wel: de parapublieke sector is nu veel aanweziger dan 20 jaar geleden.

Donordilemma’s

Maar precies dàt is nu de vraag: hoe constructief was die aanwezigheid eigenlijk? Hoe medeplichtig is de internationale gemeenschap precies aan het in stand houden van wat nu elke dag meer een illusie van ontwikkeling blijkt? We hebben de congolese staat opgehangen aan touwtjes van condities, hulpgelden en vredesmissies. Hebben we de leidende klasse in Kinshasa gedurende die twintig Kabila-jaren niet vooral “naar boven” leren kijken, naar nieuwe middelen voor nieuwe projecten, naar nieuwe externe opportuniteiten, en daarmee eigenlijk de democratische plicht ondergraven om “naar beneden” te kijken, naar de effecten van je beleid op je landgenoten en potentiële kiezers?

We weten ondertussen ook wel dat het na de terugtrekking van de internationale hulp aan het Mobutu-regime nog zeven lange en helse jaren geduurd heeft vooraleer “zich een nieuwe generatie aandiende” (zo werden de Kabila-boys destijds aangekondigd in onze media, wellicht een uitspraak die meer met wens dan werkelijkheid te maken had). Dus, neen, zo simpel is het niet: Periodieke onthouding is ook in dit geval niet echt een goed idee.

Het helpt ook niet echt dat internationale actoren meestal slechts voor een korte periode “op congo” worden gezet. Alsof de contextinformatie er zo voor het oprapen ligt.

Maar het helpt zeker niet dat de “donorgemeenschap” een heterogeen allegaartje is dat meestal ook ontwikkelingsbeleid definieert onder interne druk. Value for money is het nieuwe toverwoord waarmee ontwikkelingsexperts onder druk worden gezet om vooral in te zetten op afgebakende activiteiten waarvan het ontwikkelingseffect makkelijk te meten is. Dat is niet echt een stimulans voor gemeenschappelijke actie of voor lange-termijn-werk in de luwte.

Het helpt ook niet echt dat internationale actoren meestal slechts voor een korte periode “op congo” worden gezet. Alsof de contextinformatie er zo voor het oprapen ligt en de mogelijke oplossingen voor de ontwikkelingsknoop er zo evident zijn dat je er meteen aan de slag kan. Niet zelden brengen deze nieuwlichters innovatieve ideeën aan die een decennium eerder ook al eens de status van innovatief idee hadden, maar die na enkele jaren puffen, trekken en falen werden afgevoerd naar een of andere onderste lade. Leren uit je fouten: het zou iedereen moeten kunnen overkomen maar het staat helemaal haaks op de waarde-voor-je-geld-logica van de ontwikkelingsbusiness.

Aan de andere kant van de donor dialogue is die ervaring er uiteraard wel, maar wellicht niet in de gewenste zin. De congolese experts en ambtenaren van twintig jaar geleden zijn vooral gebleven, en weten ook veel meer hoe om te gaan met donors dan omgekeerd. In de donor dialogue mag de expat het hoge woord voeren, de targets zetten en het budget leveren. De donordans wordt echter geleid door de counterpart. Die weet ondertussen perfect hoe de Nieuwe Noden te formuleren, donoren te verplichten hun eigen discours serieus te nemen en nieuwe hulpmodaliteiten aan te boren.

Le Ministère du Plan, de la Réconstruction et de la Révolution de la Modernité

Echt waar, dat is de volledige naam van het ministerie van plan. Het resultaat van de donordans is dat de heropbouw van Congo een moderniseringsproject is geworden waar de Europese of de Amerikaanse sky de limit aangeeft: een project dat het bestaande gewoon terzijde schuift en congo helemaal van nul zou willen heropbouwen.

Een project ook dat helemaal aan de top wil beginnen, het geloof in trickle down is nergens méér onwankelbaar.

Een project ook dat helemaal aan de top wil beginnen, het geloof in trickle down is nergens méér onwankelbaar. Dat Congo een probleem heeft met wegeninfrastructuur is al jaren bekend. Maar waarom precies moest de allereerste nieuwe weg die aangelegd werd de “Avenue du 30 Juin” zijn, de hoofdader van het centrum van de hoofdstad Kinshasa?

Plus que cela change, plus que cela reste la même chose evenwel. De Congolese staat is groter geworden, en blinkender, maar niet noodzakelijk veel transparanter. Twintig jaar geleden telde het land ongeveer 200.000 leraars in lagere en middelbare scholen, maar slechts een derde daarvan werd ook effectief geregistreerd (en een beetje betaald) door de overheid. Ondertussen is het aantal leraars verdriedubbeld, maar is nog slechts de helft geregistreerd. Van die laatste categorie heeft ongeveer een vierde de pensioenleeftijd bereikt. En de grootste groei van de betaalde banen in het onderwijs vond plaats in… Kinshasa, veruit reeds de meest bevoorrechte onderwijsprovincie.

Niets doen is dus geen optie, maar niets serieus doen evenmin. Op die richel staan we.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

LEES OOK

© Wiepke Boogaerts
Het lijkt wel alsof de organisatie van een megalomaan sportevenement het verplicht overgangsritueel is voor elke opkomende economie.
© Wiepke Boogaerts
Uit peilingen blijkt dat de meeste mensen een te negatief beeld hebben van de armoede in de wereld. Dat zou de zin om er iets aan te doen verminderen. Jan Van de Poel draait de redenering om.
© Wiepke Boogaerts
Op enkele dagen na 50 jaar geleden kreeg het begrip “onderontwikkeling” een geheel eigen betekenis: in september 1966 publiceerde de “Monthly Review”,  een spreekbuis v
© Wiepke Boogaerts
Na de internationale top over de strijd tegen corruptie vorige week in Londen, vraagt Jan Van de Poel zich af of onze fixatie op “kleine” corruptie wel terecht is.

Meest recent van Tom De Herdt

Public domain (CC0)
Op zoek naar een leefbare globalisering
Globalisering heeft volgens de Amerikaanse socioloog Sennett goeddeels de vorm aangenomen van een markt, bepaald door de wetten van vraag en aanbod, en gedreven door puur eigenbelang, zegt Tom De H
CC UNAMID (CC BY-NC-ND 2.0)
Besparen op ontwikkelingssamenwerking: onverantwoord en onliberaal
België gaf gevoelig minder uit aan ontwikkelingssamenwerking dan zijn buurlanden in 2015, en sindsdien is dat alleen maar verder achteruit gegaan.
© Brecht Goris
Decentralisatie leidt niet altijd tot beter bestuur
Met decentralisatie kan je het beleid “dichter naar de burger brengen” om de publieke dienstverlening te verbeteren.
Het Belgische Afrikabeleid: oude wijn in nieuwe zakken?
Vorige maand zag de nieuwe Belgische Strategienota Centraal Afrika het licht.
Nooit meer tonen X

Ontdek

MO*nieuwsbrieven

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

Facebook/Twitter

Blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

MO*magazine

Abonneer je op ons unieke kwartaalmagazine voor slechts € 28.

Een abonnement nemen

MO*papers

Abonneer je op de gratis digitale achtergronddossiers (pdf) over actuele mondiale thema’s.