Moyo brengt doodlopend verhaal
Bogdan Vanden Berghe, algemeen secretaris van 11.11.11
Copyright: MO*
3 september 2009 (OPINIE) - Bel vandaag nog naar Afrika, is de boodschap van Dambisa Moyo, en vertel dat alle hulp binnen vijf jaar eindigt. Op die manier zullen we Afrika dwingen om uit de armoede te kruipen. In het boek ‘Doodlopende Hulp' brengt Moyo een provocerende boodschap die een breed gehoor krijgt.
De verzuchting van Moyo is bekend. We geven al decennialang zoveel, dat denken we althans, en toch is de armoede nog altijd niet uitgeroeid. Hoe kan dat? Het is vooral vernieuwend om die vraag van een jonge, Afrikaanse vrouw te horen in plaats van de vertrouwde oude blanke mannen.
Het is een welkome stem in een broodnodig debat: hoe willen we dat ontwikkelingssamenwerking evolueert? De ontwikkelingssector is vragende partij voor zo'n debat, omdat we merken dat hulp alleen maar zinnig is als onderdeel van een breed pakket aan politieke en financiële hervormingen. Geld geven alleen kan niet de balans doen doorslaan. Het kan wel bepaalde trends verscherpen of temperen.
Ongenuanceerd betoog
Helaas is de bijdrage van Moyo niet zo verrijkend als verhoopt. Het minste wat je van haar betoog kan zeggen, is dat het ongenuanceerd is. Moyo gooit alle Afrikaanse landen op een hoopje. Ze erkent dat er geografische, historische, etnische en institutionele factoren zijn, ze meent echter dat wie daar nu nog altijd over zeurt een kniesoor is. Maar het feit dat ze in plaats daarvan hulp als enige oorzaak van de armoedeproblematiek aanwijst is niet alleen ongenuanceerd, maar fundamenteel onjuist.
Haar redenering is te simpel. Alle Afrikaanse landen hebben twee dingen gemeen: ze zijn arm en ze ontvangen ontwikkelingshulp. Conclusie: dan moet de hulp wel de oorzaak van de armoede zijn. Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop. Het is alsof je de intensive care wil afschaffen omdat er meer patiënten sterven dan op de afdeling gynaecologie.
Voor de duidelijkheid: Moyo heeft het vooral financiële hulp van overheden aan andere overheden. Ze praat niet over ngo's als de onze die noodhulp of structurele hulp verlenen. Wel zijn wij een kritische voorstander van officiële overheidshulp.
Enkel economische groei
Of ontwikkelingshulp een succesverhaal is, hangt voor een groot deel af van de doelstellingen die je eraan vastknoopt. Moyo ziet ontwikkeling vooral in termen van economische groeicijfers. Het verband tussen hulp en economische groei is niet eenvoudig aan te tonen.
Maar ontwikkeling is voor ons veel meer dan economische groei alleen. Ontwikkeling betekent het voldoen aan basisbehoeften, het bieden van een sociaal vangnet, het opbouwen van een solide staat en nog veel meer. Helaas zorgt economische groei niet automatisch voor die zaken. Wie zich blind staart op groeicijfers, gaat voorbij aan de andere merites van ontwikkelingshulp.
Die merites zijn er.
- Hulp heeft ervoor gezorgd dat de pokken zijn uitgeroeid.
- Hulp heeft ervoor gezorgd dat er de afgelopen decennia steeds meer kinderen naar school zijn gegaan.
- Hulp heeft ervoor gezorgd dat de levensverwachting van velen de voorbije jaren sterk is toegenomen.
- Hulp is vooral gebruikt om de extreemste uitwassen van armoede te bestrijden, met succes.
Dat leidt niet direct tot betere groeicijfers, dat verbetert wel de levens van miljoenen mensen. Is dat zo nutteloos?
Kopje koffie
Er is dus veel bereikt, zeker in verhouding tot de ‘enorme bedragen' die we hebben gegeven. Volgens Moyo gaat het om een biljoen dollar sinds de jaren zestig, volgens anderen om minder dan de helft daarvan, zo'n 500 miljard. Dat is veel, maar nu ook niet zo genereus: de VS alleen spendeerde dit jaar minstens 700 miljard dollar om haar banken te redden. Zelfs als Moyo gelijk heeft, ontving elke Afrikaan hooguit een kopje koffie in de maand, of veertien dollar per jaar. Een schijntje in verhouding tot de uitdagingen waar we voorstaan.
Moyo gaat echter verder dan te zeggen dat hulp niet helpt, ze beweert dat hulp ook nog gevaarlijk is. Hulp zorgt ervoor dat de Afrikaanse leiders lui, afhankelijk en corrupt zijn. We moeten niet kinderachtig doen: er is corruptie in Afrika, en dat maakt de zaken er niet gemakkelijker op. Maar landen die veel hulp ontvangen, zijn niet corrupter dan landen met een hoog inkomensniveau die weinig hulp ontvangen. Azië, waar Moyo zo naar opkijkt, is niet minder corrupt dan Afrika. Roemenië is corrupter dan Ghana.
Dat het verband tussen corruptie en hulp niet zo eenzijdig is, is logisch. Een corrupte leider die uit de staatskas wil graaien, kijkt niet eerst of het geld afkomstig is van hulpgoederen, natuurlijke rijkdommen of staatsobligaties. Dat Moyo vermoedt dat het aangaan van dure leningen het verschil zal maken, is ronduit naïef.
Microkredieten
Moyo zelf hecht vooral belang aan het tweede deel van haar boek. Dat stelt alternatieven voor ontwikkelingssamenwerking voor. Deels zijn dat interessante pistes, zoals het inzetten op microkredieten. Microkredieten zijn ontstaan met dank aan ngo's. Leden van 11.11.11 zoals Alterfin bieden microkredieten in ontwikkelingslanden aan. Microkredieten zijn één van de vele moderne vormen van ontwikkelingssamenwerking.
Bij andere oplossingen hebben we meer twijfels, zoals het op grote schaal aangaan van leningen. Wij denken dat het hoe dan ook niet goed is om ontwikkelingslanden met een schuldenberg op te zadelen. We hebben juist campagne gevoerd voor schuldenvermindering, met succes. Bovendien is de markt voor obligaties, zeker uit landen die gelden als riskant voor investeerders, wel stilgevallen met de crisis.
Moyo kijkt vooral naar de financiële wereld voor oplossingen. Als ontwikkelingslanden maar toegang krijgen tot markten in kapitaal, dan komt het wel goed. Dat is kortzichting. Wij geloven niet dat de financiële wereld voor basisgezondheidszorg zal zorgen, voor onderwijs voor de armsten en voor de aanpak van de klimaatcrisis. Het weinig menselijke gezicht van de financiële wereld hebben we het afgelopen jaar maar al te goed gezien.
Machtsverhoudingen aanpakken
Om structureel iets aan armoede te doen, moeten de politieke machtsverhoudingen veranderen. De civiele maatschappij moet versterkt worden, democratiseringsprocessen moeten op gang komen en stukje bij beetje kunnen landen hun eigen markt versterken, voordat ze zich op de harde wereldmarkt begeven. Mensen in het zuiden versterken die dit teweeg kunnen brengen en politici overtuigen om zich hier achter te zetten, is een belangrijke, zoniet de belangrijkste nieuwe taak van ontwikkelingshulp.
Geen van de oplossingen van Moyo biedt een volwaardig alternatief voor ontwikkelingshulp. Vooral de provocerende titel en de spectaculaire oproep om de hulp stop te zetten trekken de aandacht. Helaas weet Moyo haar beweringen niet voldoende kracht bij te zetten met solide argumenten. Dat is heel jammer, want het is hard nodig dat dit debat gevoerd wordt. In die zin is ‘Doodlopende Hulp' een gemiste kans.
Deze recensie is gebaseerd op ‘Dead Aid', het Engelstalig origineel van ‘Doodlopende hulp'. ‘Doodlopende hulp' van Dambisa Moyo wordt uitgegeven door Uitgeverij Contact en ligt vanaf deze week in de winkel.
Op vrijdag 18 september komt Dambisa Moyo naar Gent voor een MO*lezing over dit onderwerp. Bekijk het volledige programma van de avond en schrijf u in via jan.buelinckx(at)mo.be.
Categorieën: Ontwikkeling
Auteur: Bogdan Vanden Berghe, algemeen secretaris van 11.11.11.
Reageer op Facebook
Reactie(s) op MO.be
Reactie van Nico Oldenhof op 07/09/2009 
Nu, ik heb Moyo niet gelezen, ik moet het hebben over wat ze over haar schrijven. Dus ik zal haar dan ook niet verdedigen.
Maar ik meen ik bovenstaand artikel geen echte weerleggingen van Moyo te vinden.
“Moyo gooit alle Afrikaanse landen op een hoopje.”
Voor die zienswijze van haar is iets te vinden aangezien dat de ethnische geografische en andere verschillende niet lopen via de landsgrenzen van die verschillende landen. Die landsgrenzen zijn nog grotendeels het gevolg van de koloniale indeling. Ik zou als Afrikaan,die zich verzet tegen de koloniale produktieverhoudingen die het imperialisme in stand houd, mijn antiimperialistische strijd niet beperken als een “nationale” strijd binnen die kunstmatige grenzen.
“Alle Afrikaanse landen hebben twee dingen gemeen: ze zijn arm en ze ontvangen ontwikkelingshulp. Conclusie: dan moet de hulp wel de oorzaak van de armoede zijn.” Dit zou dan een te simplistische redenering zijn.
Wel alle Afrikaanse landen hebben gemeen dat ze kreunen onder de koloniale produktieverhouding die het imperialisme hen oplegd. Zij kunnen pas, en best GEZAMELIJK en AANEENGESLOTEN, en hierbij de uit de koloniale tijd afkomstige kunstmatige grenzen doorbrekend, de macht van het imperialisme breken, alle grondstofbronnen en produktie bedrijven en installaties ONTEIGENEN, er Afrikaanse overheidsbedrijven van maken onder controle van een “overheid” die tot stand zal komen als resultaat van de antiimperialistische strijd van zo’n Pan-Afrikaanse antiimperialistische eenheidsstrijdbeweging. Aaneengesloten kunnen ze ook correcte ruilverhoudingen afdwingen met de imperialistische centra: bv technologie of hoogwaardige geneeskundige apparatuur, en/of medikamenten tegenover de voor het imperialisme zo noodzakelijke grondstoffen.
“Wie zich blind staart op groeicijfers, gaat voorbij aan de andere merites van ontwikkelingshulp.
Die merites zijn er. Hulp heeft ervoor gezorgd dat de pokken zijn uitgeroeid. Hulp heeft ervoor gezorgd dat er de afgelopen decennia steeds meer kinderen naar school zijn gegaan. Hulp heeft ervoor gezorgd dat de levensverwachting van velen de voorbije jaren sterk is toegenomen. Hulp is vooral gebruikt om de extreemste uitwassen van armoede te bestrijden, met succes. Dat leidt niet direct tot betere groeicijfers, dat verbetert wel de levens van miljoenen mensen. Is dat zo nutteloos?”
Al die merites staan nu weer op de tocht door de inwerking van de actuele doorbraak van de crisis waarin het imperialisme reeds decennia in feite al gewikkeld zit: “de overcapaciteitscrisis”. Er is dus “te veel” hoogwaardige hoogtechnologische produkiecapaciteit voor het produceren van goederen die (zouden) kunnen dienen om te voldoen aan de levensbehoeftes van degenen die in staat zijn om die TE KOPEN. Nu zijn wel meer dan genoeg behoeftes maar niet genoeg koopkracht……..
Maar in feite is die productiecapaciteit NOG TE KLEIN om de goederen te produceren NIET naargelang de koopkracht (van wellicht minder dan 1 miljard mensen) maar om te produceren voor DE BEHOEFTES van 5 miljard mensen.
Door het monopoliekarakter en de speculatie, die kenmerken vormen van het imperialisme gaan dan nog, ondanks de crisis, de prijzen nog OMHOOG.
Hierdoor VERGROOT de armoede, de honger, gebrek aan verzorging van zelfs elementaire ziekten weer, die door ontwikkelingswerk zo “met succes bestreden werd”.
“Om structureel iets aan armoede te doen, moeten de politieke machtsverhoudingen veranderen. De civiele maatschappij moet versterkt worden, democratiseringsprocessen moeten op gang komen en stukje bij beetje kunnen landen hun eigen markt versterken, voordat ze zich op de harde wereldmarkt begeven.” Het “echte” ontwikkelingswerk zou hieraan struktureel iets bijdragen.
Sorry maar dat vind IK nu een simplistische, of eerder nogal VAGE redenering.
Reactie van Jan Meulepas op 11/09/2009
De meest succesvolle ontwikkelingsorganisatie voor en van Derde-Wereld-gebieden is het kolonialisme geweest, in de periode na de tweede wereldoorlog, door de globale aanpak van ontwikkeling op alle domeinen. Dat is een historisch gegeven.
Het loont de moeite die aanpak eens opnieuw, zonder vooroordelen, te onderzoeken en het goede ervan opnieuw toe te passen.. bij gebrek aan beters.
Ons Westers 'demo'-cratisch model is slechts gedeeltelijk kopieerbaar in niet-Westerse landen.
Materiële hulp kan en mag alleen verstrekt worden op concrete vraag, (liefst) van de basisgemeenschappen, via hun eigen kanalen (dorpen, regio's, volkeren); financiële hulp alleen onder opschortende voorwaarde van volledige controle over de besteding ervan.
Beide moeten in de eerste plaats gericht zijn op infrastructuur (wegen), eigen landbouw, geneeskunde en onderwijs. In die volgorde.
Daarmee - daarna - kan men beginnen met 'westers' waarden en normen, zoals de 'Rechten van de Mens' - en het Kind - uit te leggen en te doen aanvaarden.
Niet omgekeerd, niet eerder.
Reactie van De Stalen Generaal op 10/10/2009
Heel erg bedankt Bogdan Vanden Berghe, voor je inhoudelijk goede en houtsnijdende reactie op Moyo. Ze is inderdaad iemand die door provocatie de aandacht trekt, en waarschijnlijk daar erg rijk van zal worden, over de rug van haar arme continentgenoten. Wat ze goed (en heel cynisch) begrepen heeft is dat het Westers schuldgevoel moet afgekocht worden, maar niet door het Westen veel te laten geven, maar juist door het Westen MINDER geld te laten, door te suggereren dat het altijd al verkeerd is geweest, veel geld te geven.
Nogal hilarisch is de aanval van Nico Oldenhof op jouw stuk, waarin hij klaagt dat "geen echte weerleggingen van Moyo te vinden" in staan, en DAT helemaal niet te beargumenteren. Of heel slecht te beargumenteren.
Ten eerste, als hij jouw wweerleggingen niet kan vinden, dan ligt dat aan hem.
Ten tweede, zijn punten slaan echt nergens op. Maar hij begint al met "Nu, ik heb Moyo niet gelezen" en vanaf dat punt gaat het verder bergafwaarts ....
Jouw argument “Moyo gooit alle Afrikaanse landen op een hoopje.” vindt hij blijkbaar slecht. Raar. Ik weet zeker dat er zelfs tussen Nederland en Vlaanderen eclatant grote cultuur-, bestuurs- en sociale verschillen te vinden zijn die ervoor zouden zorgen dat ontwikkelingshulp een heel verschillend effect zou hebben.
Hij vindt blijkbaar geen simplistische redenering zijn dat hulp wel de oorzaak van de armoede zijn. Vervolgens onsteekt in onsamenhangend gebral tegen het kapitalisme, waarmee hij de zaak eerder schaadt dan helpt.
De andere merites van ontwikkelingshulp staan volgens hem op de tocht door de financiele crisis, maar hoe dat dan de schuld vd ontwikkelingshulp is, blijft duister.
en Jan Meulepas ....
tssss. elke suggestie dat Afrikanen of wie dan ook tegen de inspraak, gelijkheid en bescherming is die democratie biedt, omddat ze "er niet klaar voor zijn", is op zn best erg dom en op z'n slechts een racist.
ELK politiek systeem heeft de steun van de meerderheid vd bevolking nodig, tenzij de technologische overmacht van de heersers te groot is.
In feite suggereert hij dat Afrikanen zo slaafs zijn dat ze alleen zullen functioneren onder een feodaal-achtig systeem.
Als Afrikanen of Indonesiers zeggen we willen jullie democratie niet bedoelen ze niet de inspraak, de gelijke rechten, de bescherming van minderheden, maar de uitwassen van kapitalisme en consumentisme: verlies van familie, veel sex en geweld op TV en in de media en overdadig drugs gebruik.
Maar ja, mensen als Jan Meulepas moeten toch ergens hun fake-superioriteits gevoel vandaan halen .........









