Ook hoogste gletsjers ter wereld smelten weg
UXBRIDGE, 8 mei 2009 (IPS) - De klimaatverandering spaart ook de ijsvlakten in de Himalaya en de Hindoekoesj niet meer, de hoogste gebergten op aarde. Binnen twintig tot dertig jaar kunnen die machtige voorraden van sneeuw en ijs verdwenen zijn, zeggen wetenschappers. Meer dan een miljard mensen zouden daardoor watergebrek gaan lijden.
De klimaatverandering spaart ook de ijsvlakten in de Himalaya en de Hindoekoesj niet meer, de hoogste gebergten op aarde. Binnen twintig tot dertig jaar kunnen die machtige voorraden van sneeuw en ijs verdwenen zijn, zeggen wetenschappers. Meer dan een miljard mensen zouden daardoor watergebrek gaan lijden.
“De gletsjers in de regio krimpen super snel”, zegt de Amerikaanse astronoom en fysicus Charles Kennel van het Sustainability Solutions Institute in San Diego.
Hij nam samen met experts uit Nepal, India, China en Singapore deel aan een workshop over het probleem in San Diego die eerder deze week werd afgerond. Ook de Sierra Nevada in Californië raakt stilaan zijn ijskappen kwijt.
Dambreuken en droogte
Volgens Kennel worden bijna alle 20.000 gletsjers in de Himalaya en de Hindoekoesj – een gebergte met toppen hoger dan 7000 meter dat zich uitstrekt over Pakistan en Afghanistan – kleiner. De Internationale Commissie over Sneeuw en IJs in Kathmandu zegt zelfs dat de gletsjers nergens ter wereld zo snel verdwijnen. Ook de sneeuwval neemt bijna overal in de regio af.
Het smeltwater van sommige ijsvlakten heeft enorme meren gevormd achter natuurlijke puindammen. Vroeg of later moeten die het begeven, met catastrofale gevolgen voor het leven in de valleien. Volgens het Wereldnatuurfonds staan er van de 2000 gletsjermeren in Nepal ongeveer 20 op barsten. Dergelijke dambreuken hebben de voorbije twintig jaar al voor grote overstromingen gezorgd in Nepal en Tibet.
Nog veel groter zijn de gevolgen verder stroomafwaarts. De Himalaya en de Hindokoesj zijn samen met de aangrenzende Tibetaanse Hoogvlakte de watertorens van Azië. Smeltwater voedt alle grote rivieren in de regio: de Gele en de Blauwe rivier, de Mekong, de Salween, de Indus, de Ganges en de Brahmaputra.
Drie oorzaken
De grote dooi is aan drie samenlopende omstandigheden te wijten, legt Kennel uit. Net als op de Noordpool stijgen de temperaturen in het Aziatische hooggebergte veel sneller dan op andere plaatsen. De voorbije dertig jaar is het er al gemiddeld een graad Celsius warmer geworden, en Chinese klimaatwetenschappers denken dat daar tegen 2050 nog eens 2 tot 2,6 graden bovenop komen.
Ten tweede zit er veel roet in de lucht. Die donkere deeltjes absorberen hitte van de zon en maken de sneeuw grijs, waardoor die minder zonlicht weerkaatst. Omdat de sneeuwdeken sneller verdwijnt, kan de grond daaronder ook meer warmte opnemen.
De derde en meest onrustwekkende factor is dat de Aziatische moesson minder sterk en grilliger wordt. Daardoor valt er in de bergen minder sneeuw.
“We weten wat er aan het gebeuren is, de uitdaging is nu daarop te reageren”, zegt Kennel. Dat de workshop over dat probleem in San Diego plaatsvond, is geen toeval. Wetenschappers gaan ervan uit dat er in de Sierra Nevada, het waterreservoir van Californië, tegen het einde van deze eeuw bijna geen ijs of sneeuw meer zal over zijn. Deze lente ligt er in de bergen maar 60 procent van de normale hoeveelheid sneeuw. Dat wil zeggen dat Californië het water deze zomer moet rantsoeneren, met grote gevolgen voor de landbouw.
Californië bouwt nu onder meer nieuwe opvangbekkens om meer water vast te houden. De zeventien landen die getroffen worden door de dooi in de Himalaya of de Hindoekoesj, moeten hetzelfde doen, oordeelt Kennel. Ze zullen ook moeten leren de watervoorraden die er zijn, duurzaam te gebruiken. De investeringen in onderzoek en aanpassingsmaatregelen die zich opdringen, zullen waarschijnlijk alleen met buitenlandse hulp kunnen worden gefinancierd.
Categorieën: Milieu - Azië en Stille Zuidzee
Auteur: Stephen Leahy.
Reageer op Facebook
Reactie(s) op MO.be
Reactie van Nick Meynen op 08/05/2009
Tien jaar geleden berekende men dat het 80 jaar zou duren voor de meeste gletsjers van de Himalaya weg zouden zijn. Vijf jaar geleden sprak men over 2050. Nu heeft men het over 2035. Na twee jaar in Nepal verspreid over 5 jaar zag ik met eigen ogen hoe water steeds schaarser wordt in het droge seizoen, maar ook wat de gevolgen zijn als een gletsjermeer uitbarst en de moessoen iets grilliger wordt. Een aantal verslagen uit de frontlinie van deze klimaatoorlog die in Nepal al volop gaande is lees je op www.nickmeynen.be
Reactie van jean-paul desimpelaere op 21/05/2009 
De uitgestrekte hoogvlakte ten noorden van de Himalaya, het “Chinese Tibet-Qinghai Plateau” – dat qua oppervlakte bijna vijf maal die van Frankrijk bedraagt, – is in hoofdzaak een droog gebied, waarvan minstens de helft met woestijnvorming te kampen krijgt. Daar zitten de gletsjers eigenlijk voor niets tussen. Gemiddeld is de jaarneerslag in Tibet 380 mm/jaar (minder dan de helft van bij ons) en slechts 100mm in de provincie Qinghai. De grote stromen (de Gele en de Blauwe rivier, de Mekong en de Salween) krijgen het overgrote deel van hun waterdebiet in de lagere gebieden in het oosten, op de afdalende rand van de hoogvlakte, in de provincies Sichuan en Yunnan. Daar kan de jaarneerslag tot 5000mm oplopen. Zo ook de Indus, die in het woestijnachtige West-Tibet afdaalt van een gletsjer, is er slechts een klein beekje, bij manier van spreken, zijn werkelijk debiet ontvangt hij op de zuidflank van de Himalaya, op de grens van Pakistan en India. De Gele Rivier heeft zijn bron in het even droge noorden van het plateau. Gemiddeld staat de Gele Rivier drie maanden per jaar “stil” sinds een paar decennia. De Yarlung is de voornaamste rivier die Tibet van west naar oost doorkruist en daar toch iets majestueuzer is dan onze Schelde. Maar toch, om de grootse Brahmaputra te worden moet hij veel rivieren van de zuidflank van de Himalaya slikken, in India of komende van Bhutan en Sikkim. Kortom, veel water is er niet in Tibet en nog minder in Qinghai. Maar het is evident dat er veel water opgeslagen ligt in de gletsjers, die inderdaad fel inkrimpen en gedurende jaren voor overlast kunnen zorgen.
Echter, bijna 2/3e van het hoogplateau is bedreigd door woestijnvorming, vooral in West-tibet en in de provincie Qinghai. De gemiddelde temperatuur van een decennium is al vier maal na elkaar met 0,3°C gestegen (38 meetstations in Tibet zelf). In Qinghai en in het dorre West-Tibet vermindert de neerslag, in Centraal-Tibet verhoogt die licht (10 mm per jaar, gemiddeld over drie decennia) en in (het nu al vochtige) Oost-Tibet zelfs behoorlijk meer. Om maar te tonen dat er op het hoogplateau scherpe regionale verschillen zijn, die zelfs vergroten door de klimaatopwarming. Maar ook de menselijke activiteit heeft de laatste dertig jaar de woestijnvorming in de hand gewerkt: het aantal personen en het aantal koeien, yaks, schapen en geiten is elk ongeveer verdriedubbeld. Het gras is evenredig verminderd. De lokale overheden proberen nu de veestapel af te bouwen via subsidies en opleiding voor de boeren: gratis serres voor groenteteelt en technici voor scholing. Vooral in de provincie Qinghai zijn en groot aantal “graas”-oppervlakten nu beschermde “gras”-oppervlakten geworden.
China wil zijn drinkwaterprobleem oplossen door meer spaarbekkens aan te leggen. Er lopen projecten voor opvang van regenwater en – meer revolutionair – voor recyclage van gebruikt water, zoals afvalwater zuiveren en kanaliseren voor de irrigatie van velden of, sterker, er opnieuw puur drinkwater van maken. Een anekdote: China commercialiseert voor het ogenblik gletsjerwater uit Tibet, echt waar: het merk “5100”, in flessen, een snobartikel dat Evian doet watertanden. Maar de Chinese overheid beseft goed en wel dat de gletsjers niet in hun “macht” liggen en hebben als drinkwateralternatief voor hun enorme bevolking gemikt op “andere watertorens”, zoals gemeld: spaarbekkens, opvangbekkens en recyclage.









