De kater na Kopenhagen
Het is te makkelijk om te zeggen dat het aan China lag, of aan de VS, of aan Denemarken.
Copyright: Stephen Leahy/IPS
28 december 2009 (MO) - De MO* cover van december titelde: Copenhagen: Probably the biggest missed opportunity to save the planet. Het is dat ook geworden. Of niet?
Kopenhagen was een beklemmende ervaring, een historisch falen van de wereldpolitiek. Geen juridisch bindend akkoord. Geen duidelijke doelstelling voor emissiereducties tegen 2020, zelfs niet tegen 2050. En een vage afspraak over financiering aan de ontwikkelingslanden. Wat er uit de bus is gekomen, is ver beneden de laagste verwachtingen. Een olifant die een muis heeft gebaard.
Wiens schuld?
Het is te makkelijk om te zeggen dat het aan China lag, of aan de VS, of aan Denemarken.
Het Deense voorzitterschap heeft steken laten vallen. Ondanks het vele vergaderen in de loop van 2009 onder de coördinatie van de Deense Hedegaard, waren de fundamentele kwesties onopgelost gebleven, waardoor de vooruitzichten bij de start al erg somber waren. Het was zeker in die context al te gek om vijfenveertigduizend deelnemers te accrediteren terwijl het congrescentrum ruimte bood aan vijftienduizend. Het werd een chaotisch en onwerkbaar kluwen.
Wat de VS betreft, velen hadden verwacht dat Obama een hoger bod zou doen over de inspanningen van zijn land. Obama benadrukte nogmaals de ernst van het klimaatprobleem. ‘Een bedreiging voor onze veiligheid en onze economie’, zo stelde hij. Maar hij kon niets beloven waarvoor hij thuis geen draagvlak had. Nochtans besefte hij de impasse waarin men was beland: ‘Terwijl de realiteit van de klimaatopwarming niet in twijfel wordt getrokken, denk ik dat hier op de top onze capaciteit tot gezamenlijke actie wel in twijfel kan getrokken worden, en zelfs op het spel staat.’
China deed moeilijk tot op het einde. De Chinese emissies groeien spectaculair maar het land erkent te weinig zijn impact. Het lag ook dwars bij de eis om verificatie van de inspanningen toe te laten, omdat het dit beschouwt als inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Ook India wil blijven groeien. Sommige Indiërs eisen zelfs “ het recht op om te vervuilen.” India telt miljoenen armen, en het land heeft nauwelijks een historische verantwoordelijkheid in dit probleem.
De G77 + China boycotten zowel in de voorafgaande vergadering in Barcelona als in Kopenhagen een dag lang de onderhandelingen. Sommigen zeggen “zo is kostbare tijd verloren gegaan”. Afrika dreef de druk inderdaad op. Samen met Tuvalu, Vanuatu, de Malediven en enkele andere kleine eilandstaten vallen in die regio ook de grootste slachtoffers.
De wereld zoals hij is
Al vóór Kopenhagen vroegen kritische stemmen zich af of het sop de kool nog wel waard is en of dit proces niet te veel geld en middelen en CO2 kost. Het antwoord van de EU en de VN klonk steevast: “Het komt er op aan alle landen in de machine te krijgen, een gezamenlijke taal te leren spreken en een gemeenschappelijk instrumentarium te ontwikkelen.”
Kopenhagen was hiervoor een testcase. Iedereen is door de machine gegaan, de 193 landen. Van Japan tot Soedan, en van Zweden tot Zimbabwe. En daarop is de machine vastgelopen. Want ieder kwam met zijn historische erfenis en beladenheid, zijn betrachtingen en ambities, zijn verzuchtingen om eindelijk aan bod te komen. De wereld zoals hij vandaag is.
En in Kopenhagen is duidelijk geworden dat die multipolair is geworden. Dat de VS niet alles meer naar hun hand zetten, en ook Europa niet. Afrika, Azië en Latijns-Amerika willen hun deel van de koek. De Kopenhagen -verklaring is in essentie het werk van China, India, Brazilië, Zuid-Afrika en de VS. Een ongeziene coalitie.
De landen van het Zuiden hebben geleerd de internationale arena te bespelen en willen voortaan mee de gang van de geschiedenis bepalen. Dat is bemoedigend, maar dan komen ook historische erfenissen en een onverteerd verleden om de hoek kijken en wordt alles erg complex. Het is echter beangstigend te zien hoe die historische erfenis de slagkracht verlamt om tot gezamenlijke actie te komen ten aanzien van de gigantische uitdagingen die er op ons afkomen door de klimaatcrisis. De berg die we opmoeten om tot gezamenlijk handelen te komen is duizelingwekkend hoog. Alleen met ambitieus leiderschap kan die tocht aangevat worden.
Wat intussen haast vergeten wordt, is dat niemand het probleem nog in twijfel trekt, en dat iedereen inspraak wil in de organisatie van de economie van morgen.
Kopenhagen was in al zijn falen een uiting van die nieuwe realiteit en dat nieuw bewustzijn.
De vlucht vooruit
Het licht in Kopenhagen kwam vooral van de civiele samenleving. De tienduizenden wereldwijd die zich in de voorafgaande maanden en weken deze top hadden aangetrokken. De sociale bewegingen, ngo’s en milieuorganisaties die de druk op de ketel hielden en de politici vroegen om te handelen in plaats van eindeloos te praten.
Hoop kwam er ook van ICLEI, het wereldwijde netwerk van steden en gemeenten voor een duurzame toekomst, die tegen 2020 de emissies van de steden willen inperken met 30 tot 40 procent, met of zonder een Kopenhagen-akkoord. De burgemeesters van megasteden als Mexico stad, Seattle of Delhi ontvouwden hun concrete projecten voor een groene en leefbare stad.
Het VN-proces in het kader van de klimaatconventie is niet zonder belang. De premier van Ethiopië, Meles Zenawi, verwoordde het zo: “De klimaatonderhandelingen gaan over veel meer dan over de manier om de globale opwarming aan te pakken. Het is een testcase voor hoe de mensheid in staat zal zijn om de groeiende uitdagingen van de 21ste eeuw het hoofd te bieden. Hoe wij erin slagen globale publieke goederen zoals het milieu te beheren zonder een wereldregering te hebben, zal een bepalend thema zijn van de eeuw gezien de globalisering de wereld omvormt tot een enkele economische ruimte. Als we via inzicht, dialoog en compromissen erin slagen de dreiging van de klimaatwijziging af te houden, mogen we redelijker wijs ook aannemen dat we soortgelijke uitdagingen kunnen aangaan via gezamenlijke inspanningen. Als we er niet in slagen de klimaatwijziging op te nemen, zullen we het bewijs geleverd hebben dat globale economische vooruitgang gebaseerd is op een fundamenteel disfunctioneel politiek systeem. Vroeg of laat moet dan ook de economische constructie die we daarop opbouwen, instorten. Het is daarom niet overdreven te stellen dat de toekomst van onze soort, de toekomst van de menselijke beschaving zoals we die tot nog toe gekend hebben, op het spel staat.” Niet meer of niet minder dan dat. In Kopenhagen is het vooralsnog niet gelukt.
‘Change the politics, not the climate’ riepen de actievoerders.
Voor 2010 wensen we voor onze politici ambitieus leiderschap, en een visionair beleid om de planeet en de komende generaties een toekomst te gunnen.
Categorieën: Milieu
Auteur: Alma De Walsche.











