'We zijn allemaal wild, in onze seksualiteit, onze sensualiteit en onze taal'
Interview met Jay Griffiths
Jay Griffiths
Copyright: Alma De Walsche en Koen Vansteenland
27 februari 2010 (MO) - Jay Griffiths is een opmerkelijke vrouw. Haar leven is een zoektocht naar bevrijding van zovele dwangbuizen waar onze westerse cultuur ons induwt. Een zoektocht naar onze relatie met de aarde, naar eenvoud en diversiteit. Haar boek “Wild. An elemental journey” wordt door sommigen wel eens vergeleken met het werk van David Thoreau of met de filosofie van de Romantiek.
Griffiths werk is zo bijzonder dat het de aandacht trok van de Koning Boudewijn Stichting, die de Britse schrijfster naar Brussel haalde voor een lezing in het kader van een serie rond Millennials, de generatie die geboren werd in het laatste kwart van de 20ste eeuw.
MO* had het voorrecht om haar vooraf te interviewen in het aangewezen kader van de Kruidtuin. De wilde buitenlucht werd vermengd met het geluid van politiehelikopters en -sirenes, en de regen maakte het gesprek er niet warmer op. Maar wie terug wil naar de natuur, moet er iets voor over hebben.
Waarom hebt u Wild: An elemental Journey geschreven?
Ik wou een boek over de wildernis schrijven. Niet over de nationale parken waar Amerikanen en Europeanen naartoe trekken om de natuur te ervaren. Ik wilde gaan vragen aan de lokale bevolking hoe zij hun relatie met het land beleven en hoe belangrijk de omringende natuur voor hen is. Welke dingen zij waardevol vinden. Ik wou gaan als boodschapper en zie het ook als een deel van mijn taak – zeker met dit boek- om in gesprek te treden met mijn eigen cultuur door te luisteren naar de andere culturen.
U bezocht vooral regio’s van inheemse volkeren.
Inderdaad, ik verbleef bij sjamanen in het Peruaanse Amazonegebied, bij jagers van de Inuit op de Noordpool en bij Aboriginals in Australië. Ik ben ook naar de vrijheidsvechters in West-Papua geweest. Ik ben al meer dan vijftien jaar zeer geïnteresseerd in inheemse volkeren, in hun ideeën en denkwijzen.
In hun geschiedenis, wat ze allemaal hebben doorstaan. Ze zijn zeer slecht behandeld geweest in de periode van het kolonialisme, maar ook door de ontginningsbedrijven vandaag. Hun filosofie heeft me altijd geïnteresseerd, de manier waarop zij over dingen praten.
Wat is u daarbij het meest opgevallen?
Het probleem dat ik “intellectuele apartheid” noem. Het Westen heeft zijn denkwijze, en die kan goed en mooi zijn, bijvoorbeeld de westerse geneeskunde of kunst. Maar het is niet de enige manier van denken. Onze kijk is verengd tot een intellectuele monocultuur.
Ik ben zeer geboeid door het schrijven over andere culturen als echte culturen, als volwaardige gemeenschappen. Neem nu de ontbossing in de Amazone. Het gaat hier niet enkel over een conflict van landrechten. Het gaat ook om een mentale aanslag, een aanslag op de menselijke geest. Als je de bomen omhakt, roei je ook talen uit, en filosofieën, geneeskunde, een volledige manier van denken.
Wat is wildernis voor u?
Ik steun initiatieven voor natuurbehoud, zeker wanneer die bedoeld zijn om land aan de inheemse volkeren toe te wijzen. Omdat eeuwenlange ervaringen bijvoorbeeld in het Amazonegebied uitgewezen heeft dat de praktijk van de inheemsen de beste manier is om aan conservatie te doen.
Waar ik absoluut tegen ben, is dat de natuur op zich moet beschermd worden en dat mensen daarvoor ontruimd moeten worden. In Afrika zijn er verschrikkelijke dingen gebeurd door mensen te onteigenen om speelplaatsen voor toeristen te creëren.
Denkt u niet dat wij, westerlingen, te vervreemd zijn om ons nog thuis te voelen in de wildernis?
Neen! Volgens mij zijn wij allemaal “wild”. We zijn dier voor we mens zijn. Onze eerste waarheid is dat we een deel zijn van de natuur. We zijn nooit verwijderd van de natuur. Samenlevingen die geprobeerd hebben zich te ontrekken aan de natuur voelen daarvan de gevolgen. De sociale en psychologische problemen waaraan de dominante culturen lijden, zoals eenzaamheid, depressies en stress zijn in zekere zin het gevolg van de poging om ons te onttrekken aan de natuur.
Kunnen we nog opnieuw in contact komen met de wildernis?
Ik zou niet zeggen “opnieuw”, want dat impliceert een concept van de tijd die in een rechte lijn verloopt, met het verleden achter ons. Zo zie ik dat niet. Op bepaalde manieren ben ik meer beïnvloed door de opvatting van de Aboriginals, dat geschiedenis in de aarde zit, onder onze voeten.
Bovendien zou ik zeggen dat, op individueel vlak, het verleden in onszelf zit. Het ligt niet achter ons, het is een volledig andere vorm. Ik zou zeker niet willen praten over inheemse volkeren alsof ze een deel van het verleden zijn. Ze hebben een geschiedenis, zoals alle culturen, maar ze hebben ook een zeer complexe, hedendaagse, ervaring.
Hoe ervaart u onze samenleving?
Het is de cultuur waar ik mee opgevoed ben, mijn cultuur. Maar ik denk dat deze cultuur zeer veel kan leren van inheemse culturen, zeker gezien de crisissen van dit moment. We worstelen met de milieucrisis, maar er is ook de economische crisis, er is een crisis van het kind zijn, en een crisis in onze relatie met de natuur.
De Inuit ervaren al jarenlang de gevolgen van de klimaatverandering. Routes van vast ijs voor de migratie van dieren zijn niet meer betrouwbaar. Ervaren jagers zakken door ijs dat in de winter normaal gezien bevroren is. Omdat de Inuit een mondelinge cultuur hebben, kunnen ze het verleden van generaties oproepen en het vergelijken met het heden.
Klimaatverandering is een zeer complexe zaak omdat het onder andere politiek, rechtssystemen, psychologie en wetenschap bevat. De manier waarop de dominante cultuur de problemen benadert, is meestal zeer gespecialiseerd en die specialisatie levert ook haar vruchten af.
Voor kwesties zoals klimaatverandering is het echter nuttig om het groter geheel te zien. De beste manier om over zo’n omvattende problematiek als klimaat te denken is om verschillende thema’s te combineren. Inheemse volkeren zijn vertrouwd met zo’n meer holitische benadering.
Worden ze voldoende gehoord in de klimaatbesprekingen?
Absoluut niet. Een van de dingen waar ik zeer veel belang aan hecht, is het besef dat we deze wereld delen met vele verschillende culturen. In de praktijk gedraagt de wereld zich echter alsof er alleen de dominante cultuur is. Het is zeer belangrijk dat in de klimaatonderhandelingen, maar ook in de media, de inheemse volkeren gehoord worden. Deels omwille van een eerlijke vertegenwoordiging van de culturen, maar ook omdat de dominante cultuur veel kan leren van hen.
Sommigen vinden zo’n kijk naïef.
Die houding is racistisch volgens mij. Men weigerde op bepaalde politieke toppen te spreken met Evo Morales, de inheemse president van Bolivia, omdat hij volgens sommigen niet de juiste kledij droeg. Hij droeg een poncho in plaats van een maatpak. Dat is een uiterst kinderlijke en naïeve manier van denken. Het is eerder ontluisterend voor de enorme kleingeestigheid van de dominante cultuur.
Milieuproblemen zijn de jongste jaren op de voorgrond gekomen. Wat vindt u van de manier waarop de politiek ecologische problemen aanpakt?
Heel slecht. De basis van het rechtssysteem van de dominante cultuur is het respect voor eigendom. De grote meerderheid van de inheemse volkeren hebben wetten die gebaseerd zijn op respect voor de natuur. Dat moeten wij leren.
Er zijn hoopvolle stappen ondernomen om inheemse wetten te combineren met internationale om de idee van plantenrechten in het hart van het politieke proces te zetten. Dat is uitermate belangrijk en de wortels zijn er al.
Voor internationale advocaten is het nog altijd bijna een nieuwigheid om te spreken over de rechten van bomen, over een rechtssysteem waar natuur een verantwoordelijkheid is in plaats van iets wat je kan bezitten. Voor inheemse volkeren is dit geen nieuwigheid, al generaties lang kennen zij een diep en zorgvuldig rechtssysteem.
Wat stelt u voor om ons monocultureel denken te doorbreken?
Kunst is een zeer goede manier. Alles wat komt met een soort van verrassingsgevoel is belangrijk. Maar onze persoonlijke ervaringen zijn een eerste stap. We zijn allemaal wild, in onze seksualiteit, sensualiteit en talen. We hebben een natuurlijke verbondenheid met de natuur, zij staat niet los van ons.
U hebt een grote bewondering voor de Zapatisten in Mexico. (nvdr: de rebellengroep in Chiapas van voornamelijk Maya-indianen die in opstand kwamen in 1994)
De weigering van die inheemse volkeren om slachtoffer te zijn is zeer belangrijk. Ook de weigering om de dominante cultuur als de enige te aanzien. De wereld waarin we leven, die er zo stabiel en onbreekbaar uitziet, is zeer nieuw en zeer merkwaardig. Voor het grootste deel van de geschiedenis hebben mensen geleefd op een manier die verstandiger, wijzer en mooier was.
Is dat geen al te romatische manier van kijken?
Ik wil niet beweren dat alle inheemse gemeenschappen perfect zijn. Maar anderzijds: wat betekent het om romantisch te spreken over iets? Het betekent dat je poëtisch en revolutionair bent. Kijk naar de Zapatisten, naar subcomandante Marcos. Het woord romantisch is gestolen geweest en wordt nu gebruikt als belediging, wat nooit zou mogen gebeuren. Het is een manier om te zeggen dat de wereld bestaat uit dromen en emoties, dat we eerst het onmogelijke moeten dromen.
Welke zijn uw dromen voor de wereld?
Op mijn wenslijstje staat een certificatiesysteem voor alle natuurlijke grondstoffen. Die certificaten moeten aantonen dat voor de ontginning van die grondstoffen toestemming is gegeven door de inheemse volkeren. Dat ze volledig geïnformeerd werden over het project, dat de ontginningen met hun goedkeuring gebeurde en dat ze vergoed werden voor de ontginning. Zo’n certificatie zou door een hogere instantie opgelegd moeten worden, want zelfregulatie door bedrijven is larie.
Wanneer je zo’n systeem zou hebben, kan je grenspunten gebruiken om de illegale verkoop van grondstoffen te voorkomen. Het is niet moeilijk om dat te doen, maar het gaat natuurlijk in tegen de belangen van de bedrijven. Er bestaan al organisaties zoals Interpol die bijvoorbeeld illegale kunsthandel tegen gaan. Wanneer het echter gaat over grondstoffen in het blijkbaar acceptabel om te stelen en mensenrechten met de voeten te treden.
Ik zou graag hebben dat de grote bazen van de bedrijven persoonlijk verantwoordelijk gesteld kunnen worden door de wetten van hun eigen land. Niet door de lakse wetgeving in bijvoorbeeld West-Papua, waar de mensenrechten echt aan de laars gelapt worden. Op mijn lijstje staat verder ook nog dat het verboden zou moet worden om de stammen die in vrijwillige isolatie leven, te contacteren.
Wanneer men geforceerd contact maakt met hen kan dat contact dodelijk zijn voor die groep. We weten dat al generaties, dat kan leiden tot moord en genocide. Een kleine groep kan altijd weggeveegd worden door de ziektes die buitenstanders meedragen en dat is een mensenrechtenschending. Het zou verboden moeten worden in de internationale wetgeving.
Ziet u bepaalde groeperingen die u hoop geven?
Er zijn tal van actiegroepen die heel goed werk doen, zoals Via Campesina. Wat ze echter absoluut missen is een sterke, machtige stem die hen vertegenwoordigt.
En de politiek?
Die draait vooral rond wreedheid, met het streven naar winst dat de voorrang heeft op de menselijkheid. De politiek mankeert drie zaken: menselijkheid, geweten en naastenliefde.
Zijn er bepaalde mensen die u inspireren?
Het is altijd moeilijk om op zo’n vragen te antwoorden want er zijn er veel. Van schrijvers zoals John Berger tot spirituele figuren als de Dalai Lama of Vandana Shiva.
Binnenkort komt er nieuw boek uit van u over Frida Kahlo. Waarom zij?
Zoals veel vrouwen identificeer ik me heel sterk met haar. Ze is een grote artieste, maar ze slaagt er ook in om over alles te spreken. Schrijven over haar in een vorm van fictie is voor mij een manier om poëzie te ontdekken.
Categorieën: Milieu - Bevolking - Wereld
Auteur: Alma De Walsche en Koen Vansteenland.








