Dossier: 

Saskia Sassen: ‘Openbare ruimte wordt geprivatiseerde zone voor de superrijken’

Twee gesprekken met Saskia Sassen over haar boek “Uitstoting” overtuigden ons ervan dieper te graven naar de werkelijkheid van privatisering van openbare ruimte in grootsteden, en hoe dat de leefbaarheid en duurzaamheid van steden beïnvloedt. Dit interview focust helemaal op de vraag: van wie is de stad in de eenentwintigste eeuw?

  • © Brecht Goris In 2014-2015 bedroegen de uitgaven voor grootschalige aankopen in de honderd meest betrokken steden meer dan een biljoen dollar. © Brecht Goris
  • Public domain (CC0) Steden zoals New York en San Francisco zijn intussen te duur geworden voor de eigen stedelijke ambtenaren, politie, brandweerlui, verpleegsters en onderwijzers om te wonen. Public domain (CC0)
  • © Brecht Goris Het is belangrijk om te zien dat de trend om grote brokken vastgoed op te kopen als investering samenloopt met het toenemende aantal huisuitzettingen bij huishoudens met een laag of bescheiden inkomen. © Brecht Goris

Gie Goris

MO*redactie
Hoofdredacteur, Azië, religie & conflict
10 september 2016

Saskia Sassen doceert sociologie aan Columbia University, New York. Ze is van Nederlandse origine, maar werkt al vele jaren als academicus in de Verenigde Staten. Ze werd vooral bekend met haar onderzoek naar “globale steden” (Tokio, New York en Londen) als ruggengraat van de wereldeconomie.

In haar jongste boek, Uitstoting. Brutaliteit & complexiteit in de wereldeconomie, staat niet de stad centraal, maar de nieuwe en desastreuze uitsluitingsmechanismen in de wereld. In steden bekijkt ze vooral de huisuitzettingen: mensen die sinds de crisis van 2008 hun hypotheek niet langer kunnen afbetalen aan de banken, die de eigendom daarom overnemen en de bewoners eruitzetten. In de periode 2005 tot 2010 kwamen er in de Verenigde Staten op die manier 9,3 miljoen gezinnen op straat te staan, maar ook in Spanje en in Hongarije neemt deze uitstoting epidemische vormen aan.

Tegenover de inbeslagnames en uitzettingen die de lagere middenklasse treffen, ziet Sassen dat ook de superrijken een nieuw verhaal schrijven in de global cities. Voor hen zijn er duidelijk geen beperkingen of grenzen meer. De grote vastgoedoperaties zijn helemaal losgemaakt van stad en natie en worden beklonken in een gemondialiseerde realiteit. Sassen geeft cijfers: 100 procent van de villa’s in Monaco werd de voorbije jaren verkocht aan buitenlanders, maar wat opvallender is: dat geldt ook voor Parijs (95 procent) en Londen (85 procent).

De kopers komen meestal uit Rusland, de ex-Sovjetrepublieken van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Duitsland, India, de Verenigde Arabische Emiraten… En, de luxueuze villa’s, herenhuizen of lofts dienen niet per se om in te wonen. De stad wordt een speculatieobject voor het grootkapitaal, als het ware.

‘In 2014-2015 bedroegen de uitgaven voor grootschalige aankopen in de honderd meest betrokken steden meer dan een biljoen dollar.’

De speculatie in de grote steden verontrust u. Waarom?

Saskia Sassen: De grote aankoop van stedelijke gebouwen en stadsgrond nam echt een hoge vlucht na de crisis in 2008 en is de voorbije jaren nog aangescherpt. Van medio 2013 tot medio 2014 liepen de uitgaven voor dit soort grootschalige aankopen in de honderd meest betrokken steden op tot 600 miljard dollar. In het jaar 2014-2015 bedroeg dat aankoopbedrag al meer dan een biljoen dollar. En dan houden we alleen rekening met écht grote aankopen, in New York bijvoorbeeld tellen we enkel de transacties die meer dan 5 miljoen dollar waard zijn.

Ook de grote sommen die uitgegeven worden aan de aankoop van stedelijk land voor vastgoedontwikkeling werden niet opgenomen. Niet omdat die onbelangrijk zijn, maar om te tonen dat stedelijke eigendom zelfs zonder die megaprojecten over enorme bedragen gaat.

Een van die grote vastgoedprojecten die me interesseren, is het Atlantic Yards project in New York. De buitenlandse firma’s die de site opkochten – Chinese, maar ook andere – gooien alles wat er was tegen de grond en bouwen er exclusieve woontoren voor de superrijken, en noemen dat nu Pacific Parc – een naamswijziging die niet zonder betekenis is.

De vraag is wat dit alles betekent voor onze steden. Het feit dat de eigendom van zo’n complex overgaat in buitenlandse handen is vanuit het perspectief van stad en stedelijkheid in principe secundair. Belangrijker is wat er gebouwd wordt, en dat blijk vaak exclusieve hoogbouw te zijn. De corporate towers die in de steden verschijnen hebben vaak een letterlijk grote voetafdruk, waardoor ze het organisch gegroeide web van staten en steegjes, pleinen en kleine gebouwen vernietigen en dus de facto een deel stedelijke ruimte privatiseren.

U zegt dat het eigenaarschap voor de stedelijkheid van ondergeschikt belang is?

‘Volgens mij ligt de essentie van de stad niet zozeer in haar densiteit, maar in haar complexiteit en haar onaffe karakter.’

Saskia Sassen: Stedelijkheid wordt meestal in de eerste plaats gedefinieerd op basis van de dichtheid van de bebouwde oppervlakte, maar volgens mij ligt de essentie van de stad niet zozeer in haar densiteit, maar in haar complexiteit en haar onaffe karakter.

Dankzij de combinatie van die factoren zijn steden door de geschiedenis heen en verspreid over de wereld erin geslaagd machtigere, maar ook volledig geformaliseerde systemen, van multinationale bedrijven tot nationale overheden, te overleven.

Londen, Beijing, Caïro, New York, Johannesburg en Bangkok hebben heel verschillende heersers en bedrijven zien komen, en weer zien gaan. De bedrijven die New York of Londen honderd of tweehonderd jaar geleden domineerden zijn allemaal verdwenen, maar de stad en haar wijken bestaan nog steeds. Zij hebben zich aangepast aan nieuwe politieke systemen en aan de diversiteit van hun huidige bewoners.

Op welke manier bedreigt de huidige speculatie- of investeringsgolf het onaffe van de stad?

Saskia Sassen: Het kantelmoment is wanneer het stedelijk weefsel van een stad in een belangrijke wijk geprivatiseerd raakt – bijvoorbeeld door de komst van een paar van die megagebouwen. Een megastad kan een paar van die gebouwen aan, maar een district als Manhattan is vandaag in wezen herschapen in een jungle van hoogbouw, waarvan een goed deel permanent donkere ramen heeft, omdat het niet in gebruik is. Dat is destructief voor de stad.

Op zijn minst een deel van deze speculatieve investeringen in stedelijk vastgoed resulteert in de ontstedelijking van de stad, omdat ze stedelijk weefsel elimineren. Het gaat dan niet eens om de fysieke eliminatie van straten en pleinen, maar vooral om het verwijderen van het gemengde gebruik van die stedelijke ruimten.

Openbare ruimte wordt getransformeerd in geprivatiseerde zones waartoe alleen de superrijken nog toegang hebben. Dat is een wezenlijke amputatie van een van de belangrijkste historische functies van de stad, die altijd de plaats was waar mensen zonder macht toch geschiedenis en cultuur konden maken, wat hun machteloosheid een essentiële complexiteit en extra dimensie verleende. Het is deze productie van betekenis die de steden hun kosmopolitische karakter gegeven heeft, en die nu verloren dreigt te gaan als de trend van grootschalige aankoop van vastgoed ongeremd verder kan gaan.

© Brecht Goris

Het is belangrijk om te zien dat de trend om grote brokken vastgoed op te kopen als investering samenloopt met het toenemende aantal huisuitzettingen bij huishoudens met een laag of bescheiden inkomen.

De belangstelling van grote bedrijven in stedelijk onroerend goed lijkt me zo oud als de stad zelf, of ten minste zo oud als het kapitalisme.

Saskia Sassen: Het klopt dat de praktijk van opkopen, herontwikkelen of speculeren al oud is. In het boek The Global City (1991) had ik ook al een hoofdstuk over buitenlandse aankopen, met name in Londen. De kopers waren toen vooral Japanners en Nederlanders.

Het verschil is dat deze aankopen een duidelijk en productief doel hadden: bedrijven zochten locaties om zich in Londen te vestigen op een moment dat de Britse hoofdstad zich ontwikkelde tot de financiële draaischijf van Europa en de thuishaven van grote investeerders. Vandaag gaat het niet meer om het huisvesten van kantoren en werknemers, maar om de investering zelf. Veel van die dure gebouwen staan leeg of worden ver beneden hun potentieel gebruikt. Je vraagt je af wat de volgende stap zal zijn.

Het is overigens belangrijk om te zien dat de trend om grote brokken vastgoed op te kopen als investering samenloopt met het toenemende aantal huisuitzettingen bij huishoudens met een laag of bescheiden inkomen. Die trend is het zichtbaarst in de Verenigde Staten, maar doet zich ook voor in Duitsland en in Hongarije. Dat leidt tot een overvloed aan leegstand en beschikbaar land in de steden.

Zijn die twee trends oorzakelijk met elkaar verbonden of bestaan ze veeleer toevallig gelijktijdig?

Saskia Sassen: Elke trend heeft zijn eigen logica en ontstaansreden. De uitzettingen ontstaan door de creatie van waardepapieren voor investeerders, die hoogwaardige schulden samenvoegen met de woningmarkt, zodat ze er betrouwbaar uitzien. De speculatie op stedelijke grond ontstaat door de behoefte van geaccumuleerd kapitaal om dat kapitaal in een veilige belegging te parkeren en er verder winst mee te maken. Dat belet uiteraard niet dat ze feitelijk verweven raken en elkaar versterken.

Het is duidelijk dat leegstand van veeleer laag-sociale wijken kansen schept voor bedrijven die luxueuze flat- of kantoortorens willen bouwen.

Het is duidelijk dat leegstand van veeleer laag-sociale wijken kansen schept voor bedrijven die luxueuze flat- of kantoortorens willen bouwen. Het resultaat is het ontstaan van een heel nieuwe en afgesloten, elitaire woningmarkt. De bodemprijzen die hierin gehanteerd worden bevinden zich meestal in de miljoenen voor een exclusieve flat of dito kantoorruimte, maar die prijzen zijn niet gebaseerd op een omgeving, ze worden bepaald vanuit de behoefte om de aankoop als investering te kunnen zien. Daarom beperkt het fenomeen zich voorlopig ook tot enkele centrale steden in de wereld (zie tabel, nvdr.).

Met de huidige schaal van die aankopen stevenen we af op een systemische wijziging van het patroon van grondeigendom in de steden, waardoor ook de historische betekenis van stad en stedelijkheid onder druk komt te staan. De consequenties voor gelijkwaardigheid, democratie en burgerrechten kunnen groot zijn.

Zou je deze trend ook kunnen omschrijven als de recentste verschijningsvorm van gentrificatie, het fenomeen dat verarmde wijken door enkele investeringen hip worden en nog veel meer renovatie-investeringen aantrekken, wat uiteindelijk resulteert in de verdringing van de oorspronkelijke bewoners door de rijke bovenklasse? Nu de rijkste 1 procent gemondialiseerd is, lijkt het niet abnormaal dat ook dit gentrificatiefenomeen voor hen grensoverschrijdend werkt?

Saskia Sassen: Wat we zien gebeuren is ook gentrificatie, maar er zit naar mijn gevoel een nog fundamentelere logica onder. Dit is niet zomaar het opkopen van wat stedelijk vastgoed, het is stedelijke ruimte gebruiken om massale hoeveelheden kapitaal in op te slaan, omdat vastgoed beschouwd wordt als de veiligste belegging in een tijd waarin alle andere financiële instrumenten problematisch geworden zijn.

Er zijn toenemende zorgen over de wettigheid van bepaalde financiële technieken, maar er zijn ook gewoon winstproblemen omdat er te veel speculatie heeft plaatsgevonden. Op zo’n moment wordt investeren in gebouwen de veilige uitweg voor kapitaal. Het feit dat het kapitaal vandaag zo extreem geconcentreerd is, verklaart wellicht waarom die investeringen de vorm krijgen van extreem dure en luxueuze hoogbouw, waarvoor er eigenlijk meer investeerders dan kopers of bewoners zijn.

Als de privatisering van stedelijke ruimte zo omvangrijk en bedreigend is als u omschrijft, waarom grijpt het beleid dan niet in?

Saskia Sassen: Je hebt tegelijk te weinig beleid in de zin van regulering, waardoor de trend zich kan ontwikkelen, én een actieve betrokkenheid van het beleid bij investeringen die gezien worden als potentieel fiscaal voordelig voor de stad.

Steden zoals New York en San Francisco zijn intussen te duur geworden voor de eigen stedelijke ambtenaren, politie, brandweerlui, verpleegsters en onderwijzers om te wonen.

Het gebrek aan reactie bij het beleid heeft zeker ook te maken met het feit dat men het fundamenteel nieuwe karakter van de huidige aankoopgolf niet ziet. Het lijkt gewoon in het verlengde te liggen van wat men ook in het verleden wel kende.

Het Londense stadsbestuur keurde nog niet zo lang geleden een nieuwe woonwet goed die privé-investeerders extra rechten verleent

In Londen, dat een van de belangrijkste bestemmingen is geweest van dergelijke investeringen, heb je intussen wel een soort opstand tegen de komst van nieuwe megagebouwen of speculatieve aankopen. Maar het stadsbestuur keurde nog niet zo lang geleden een nieuwe woonwet goed die privé-investeerders extra rechten verleent om bijvoorbeeld ook projecten over te nemen die bedoeld waren als betaalbare woningen voor gezinnen met een laag inkomen. Dat leidde tot een enorm debat en de geslagen wonden zijn zeker niet geheeld.

Steden zoals New York en San Francisco zijn intussen te duur geworden voor de eigen stedelijke ambtenaren, politie, brandweerlui, verpleegsters en onderwijzers om te wonen. Er zijn al stadsbesturen die een extra woontoeslag geven aan essentieel personeel dat binnen de stad móet wonen, zodat ze de huur kunnen betalen.

En dan heb je nog de nieuwbouwwijken die verschijnen op plaatsen waar sloppen weggevaagd werden, zoals in Mumbai en Caracas. Dat is een brutale vorm van verdrijving die niet eens te maken heeft met de superrijken, maar met de strijd om grond tussen de gewone, betere middenklasse en de onderklasse die geen papieren, geen bezitsbewijzen en vooral geen politieke invloed heeft.

In steden als Lagos, Kinshasa en Luanda zijn er ook nog utopische stadsprojecten die, zelfs als er niemand direct voor moet verhuizen, toch een negatieve invloed op de onderklasse hebben, omdat ze openbare én privémiddelen opslorpen, die dus niet meer naar sociale woningbouw kunnen gaan.

Benjamin Barber stelt in zijn boek Als burgemeesters zouden regeren dat burgemeesters veel dichter bij de bevolking staan dan hun nationale collega-politici en dus bijna vanzelf oplossingen zoeken die alle inwoners ten goede komen. De trends die u beschrijft lijken dat tegen te spreken?

Saskia Sassen: Toch niet. Toen in 2012 nationale regeringen samenkwamen in Rio de Janeiro voor de Rio+20 Aardetop, kwamen ze vast te zitten in misplaatst nationalisme en waardoor iedereen het recht op blijvende of stijgende uitstoot bepleitte. De Top van Burgemeesters die tegelijk plaatsvond was wel een succes, omdat het gevoel van gedeelde urgentie en verantwoordelijkheid belangrijker was dan schijnbaar tegengestelde belangen.

Stadsbesturen krijgen én nemen ook steeds meer verantwoordelijkheden op zich: in verband met klimaatverandering, ongelijkheid, stadsgeweld… De opkomst van de asymmetrische oorlogsvoering – het terrorisme – versterkt die trend alleen maar. Het belang van grote en dure legers, die uiteraard nationaal georganiseerd en gefinancierd worden, neemt spectaculair af, terwijl het organiseren van burgerlijke veiligheid in de steden veel belangrijker wordt.

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!Het is niet dat stadsbesturen of burgemeesters willen concurreren met nationale overheden of presidenten, maar ze worden door de feiten gedwongen om hun bevoegdheidsterreinen uit te breiden. Daarin ligt het zaad van een stedelijke geopolitiek, die ik zich eerder zie ontwikkelen in informele netwerken dan in formele machtsstructuren.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

Meer uit het dossier Van wie is de stad?

CC Daniel Müller (CC BY-NC 2.0)
MO* sprak met Kumaresh Misra, een van de organisatoren van de  internationale Habitatconferentie over duurzame steden die op 17 oktober is begonnen in de Ecuadoraanse hoofdstad Quito
CC World Water Week (CC BY 2.0)
Maandag 17 oktober begint in Quito, Ecuador, de Habitat-conferentie over duurzame steden.
© Eric De Mildt
Er kwam uiteindelijk geen bod van het burgerinitiatief ‘We kopen samen den Oudaan’ op de iconische toren in Antwerpen.
Chris Ford (CC BY-NC 2.0)
Steden groeien sneller dan de wereldbevolking.

Meest recent van Gie Goris

CC Gie Goris (BY NC 2.0)
Zuid-Soedanese vluchtelingen getuigen: ‘Om ons leven te redden, moeten we alles achterlaten’
Gie Goris was begin deze week Zuid-Soedan en is nu in Oeganda, waar hij donderdag de vluchtelingenkampen aan de grens met Zuid-Soedan bezocht.
CC Gie Goris (BY NC 2.0)
Kaste, koning en koe: hoe hindoenationalisme de idee van een seculier India verdringt
Nationalisme is zowat overal ter wereld aan de winnende hand, ook in India.
UNHCR / Allesandro Penso
Crisis in Zuid-Soedan: 1 op 4 op de vlucht, 1 op 2 hongerig
Zuid-Soedan is de jongste natie van Afrika maar het is ook de snelst groeiende humanitaire crisis van het continent.
UNHCR / Salvator Nadadazerutse
VN-Vluchtelingenorganisatie telt 65,6 miljoen vluchtelingen
Jaar na jaar neemt het aantal mensen toe dat gedwongen wordt huis en haard te verlaten. Elke minuut vertrekken ergens ter wereld twintig mensen onvrijwillig uit hun woonplaats.
Nooit meer tonen X

Ontdek

MO*nieuwsbrieven

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

Facebook/Twitter

Blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

MO*magazine

Abonneer je op ons unieke kwartaalmagazine voor slechts € 28.

Een abonnement nemen

MO*papers

Abonneer je op de gratis digitale achtergronddossiers (pdf) over actuele mondiale thema’s.