Niemand in Vlaanderen heeft exacte cijfers over hoeveel bos er verdwijnt

De toestand van de Vlaamse bossen is problematisch. Bos is schaars en het bos dat we hebben, blijkt niet op een effectieve manier beschermd. Er wordt gestrooid met cijfers en bomen, maar de feiten blijven wazig.

  • © Wiepke Boogaerts Op de boswijzer staat deze rotonde ingekleurd als bosgebied (51,0142-3,7347 [Bos]) © Wiepke Boogaerts
  • © Wiepke Boogaerts De Antwerpse zoo: Bosgebied volgens de boswijzer (51,2158-4,4240 [Bos]) © Wiepke Boogaerts
  • © Wiepke Boogaerts Het industrieterrein in Gent is in de praktijk een bos, maar staat genoteerd als bedrijventerrein (51,0822-3,7082 [Bedrijventerrein]) © Wiepke Boogaerts
  • © Wiepke Boogaerts Dit beboste gebied in Wilrijk is officieel een bedrijventerrein (51,1559-4,3664 [Bedrijventerrein]) © Wiepke Boogaerts
  • © Wiepke Boogaerts Dit is volgens de boswijzer een verharde weg (51,4210-4,3931 [infrastructuur: verharde weg]) © Wiepke Boogaerts
  • © Wiepke Boogaerts Een verharde weg (?) aan de ring rond Brussel (50,8891-4,2981 [Infrastructuur: verharde weg [hoofdweg categorie 1]) © Wiepke Boogaerts
  • © Wiepke Boogaerts Als een terrein tussen twee opnames verhoogd werd, wordt dit door de software die de data moet verwerken aanzien als bosgebied (groeiende bomen) (51,0076-3,7350 [Bos]) © Wiepke Boogaerts
  • © Wiepke Boogaerts Een villa in Keerbergen staat volgens de boswijzer in bosgebied (51,0009-4,6492 [Bos]) © Wiepke Boogaerts

De Vlaamse Bos Index (het aandeel bos tegenover de totale oppervlakte van het Vlaams gewest) is één van de laagste van Europa. Het kabinet van de minister van Leefmilieu communiceert 13 procent, verschillende natuurorganisaties houden het cijfer 10,8 procent aan. Volgens het kadasterplan heeft Vlaanderen ongeveer 950.000 ha open ruimte, het grootste deel van deze open ruimte is landbouwgebied. Minder dan 20 procent van dit buitengebied is natuur, waaronder bos valt.

Tussen 1982[1] en 2014 verdween meer dan 130.000 ha buitengebied, dat komt overeen met ongeveer 7,5 voetbalvelden per dag. Nog steeds verdwijnt er dagelijks gemiddeld 6 ha buitengebied. Indien de trend zich voortzet, zal tegen 2050 de helft van Vlaanderen gebetonneerd zijn. De absolute cijfers wijzen uit dat vooral landbouwgrond moest plaatsmaken voor een andere invulling maar relatief gezien was het natuurgebied dat het zwaarst geleden heeft. In de drie decennia verdween er 17, 2 procent open natuur.

In de opmaak van de gewestplannen in 1967 werd een groot aandeel van bestaande bossen niet ingekleurd als natuurgebied, maar als bedrijfszone, woonzone, woonuitbreidingsgebied of agrarisch gebied. Deze bossen zijn de zogenaamde ruimtelijk bedreigde bossen (de vroegere zonevreemde bossen). Peter Renard, journalist en politicus, beschrijft in zijn boek uitvoerig zijn onderzoek naar de ruimtelijke ordening in België en besluit dat 23 van de 25 gewestplannen gefraudeerd geweest zijn[2]. Het orgelpunt van de fraude was het gewestplan Aalst-Ninove -Geraardsbergen- Zottegem dat verdween. Er wordt geschat dan we in Vlaanderen ongeveer 63.000 ha ruimtelijk bedreigd bos hebben.

Vlaanderen in Europa

Natura 2000 is de hoeksteen van het Europees beleid betreffende natuurbehoud. Omdat natuurgebieden en biotopen niet stoppen aan de landsgrenzen werd er op Europees niveau een netwerk in kaart gebracht van de meest waardevolle natuurgebieden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vormen de juridische pijlers van Natura 2000. Op grond van deze richtlijnen is een samenhangend Europees netwerk van beschermde gebieden aangeduid.

© Wiepke Boogaerts

Een verharde weg (?) aan de ring rond Brussel (50,8891-4,2981 Infrastructuur: verharde weg [hoofdweg categorie 1])

Vlaanderen is één van de meest verstedelijkte gebieden van Europa, toch behoort 13,3 procent van ons grondgebied tot het Natura 2000 netwerk. De richtlijnen zijn in principe opgesteld door de EU om te verzekeren dat deze waardevolle gebieden beschermd zouden zijn en dus niet zouden verdwijnen. In de praktijk zien we in Vlaanderen echter dat mits voldoende compensatie wel Natura 2000 gebied verkaveld kan worden.

Het stuk bos bijvoorbeeld dat de firma H. Essers wil kappen in Genk maakt deel uit van het Natura 2000 netwerk. In 2009 vroeg de firma H. Essers een vergunning aan om hun vestiging in Genk uit te breiden, waarvan 2,34 ha uitbreiding in natuurgebied en habitatrichtlijngebied zou plaatsvinden. Het lijkt er vandaag op dat de Vlaamse overheid en H. Essers in 2009 niet de procedure hebben gevolgd die de Europese richtlijnen oplegt voor Natura 2000 gebied.

H. Essers kreeg uitzonderlijke toestemming om de uitbreiding door te voeren in het kader van hoogdringende economische noodzaak. In het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) werd gesteld dat het om de laatste uitbreiding zou gaan en dat er ter compensatie van de significante impact op Natura 2000 gebied habitatverbeterende maatregelen genomen zouden worden in het resterende gebied. Een deel van de 2,34 ha uitbreidingsgebied zou ingericht worden als bufferzone tussen het bedrijf en het natuurgebied.

Na de realisatie van de uitbreiding in 2012, werd door H. Essers echter korte tijd later een nieuwe aanvraag tot uitbreiding ingediend, ditmaal voor 10 ha uitbreidingsgebied. De nieuwe uitbreidingen zouden net als de voorgaande ten koste van het Natura 2000 gebied zijn. Frappant detail is dat de nieuwe uitbreiding voorzien werd net op die locatie waar eigenlijk habitat verbeterende maatregelen hadden moeten toegepast zijn. Deze laatste zijn tot op heden nog niet gebeurd. Bovendien benadrukken alle bertokken partijen in het GRUP van 2009 dat de limieten van de ecologische draagkracht van het gebied met de toenmalige ingreep bereikt zijn.

De Europese Commissie wijst er, na een vraag over de kwestie van Europarlementariër Kathleen Van Brempt, op dat zij tot op heden niet op de hoogte is gesteld van dit dossier noch van de compenserende maatregelen. Europa stelde in december 2015 dat indien de dossiers in het nadeel van de natuur spelen, de Europese Commissie gekend moet worden bij de beoordeling van dit dossier en niet enkel de Vlaamse overheid. De Europese Commissie geeft slechts zeer uitzonderlijk en enkel als er geen enkel alternatief bestaat, toestemming om een Natura 2000 gebied te devalueren of volledig te laten verdwijnen.

Bovendien dreigt het ANB (Agentschap voor Natuur en Bos, overheidsinstelling), indien de kap van het Natura 2000 bos doorgaat, zijn FSC[3]- groepslabel kwijt te geraken. Het bos in Genk is immers FSC gelabeld en FSC betwijfelt sterk of de geplande procedure voldoet aan het voorgeschreven beheer.

Het niet zo absolute ontbossingsverbod

De Vlaamse wetgeving stelt dat er een absoluut ontbossingsverbod geldt, vastgelegd in het bosdecreet van 13 juni 1990. Er zijn echter uitzonderingen bijgevoegd in deze wet. De twee achterpoortjes in deze wet zijn de stedenbouwkundige vergunning en de ministeriële ontheffing.

De lokale overheden kunnen een stedenbouwkundige vergunning verlenen voor een ontbossing die noodzakelijk is, wat in oppervlakte overigens het grootste aandeel gekapt bos in Vlaanderen vormt. Deze regel geldt voor handelingen van algemeen belang, in woongebied en industriegebied in ruime zin of in functie van instandhoudings-doelstellingen van bepaalde soorten.

In alle andere gevallen (waarbij de zonebestemming moet veranderen) kan door de Vlaamse Regering een ontheffing van het verbod op ontbossing verleend worden op individueel en gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvrager. Na de ontheffing moet dan nog een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing aangevraagd worden. De ministeriële ontheffing wordt verleend door de Vlaamse minister van Leefmilieu op basis van een advies van het ANB.

Het voorbije decennium werd door middel van ministeriële ontheffing meer dan 1000 ha ontbossing vergund, naast bossen die gekapt konden worden middels enkel een stedenbouwkundige vergunning. De idee van een uitzonderingsmaatregel die slechts zeer sporadisch zou toegepast worden wordt op die manier eerder regel dan uitzondering. In 2011 werd maar liefst 92% van de aanvragen voor een ministeriële ontheffing goedgekeurd.

Het veelbesproken compensatiefonds

© Wiepke Boogaerts

Het industrieterrein in Gent is in de praktijk een bos, maar staat genoteerd als bedrijventerrein (51,0822-3,7082 [Bedrijventerrein])

Om er voor te zorgen dat de netto oppervlakte aan bos in Vlaanderen gelijk blijft en in het beste geval stijgt, werd in 2002 de compensatieregel ingevoerd. Op basis van de grootte en de ecologische waarde van het ontboste stuk, moet de ontbosser het bos compenseren, in natura of door middel van een storting in het boscompensatiefonds (de gn. bosbehoudsbijdrage). Het fonds wordt gebruikt om gronden te kopen om de compenserende bossen op aan te leggen.

De compensatie in natura is bij grote ontbossingen verplicht en anders facultatief. In theorie zou het plan moeten werken om ervoor te zorgen dat de bosoppervlakte in Vlaanderen minstens op niveau blijft. In de praktijk zien we echter dat de compensaties achter lopen op de ontbossingen (de compensatie moet binnen de twee jaar na ontbossing ingewilligd worden). In totaal was er in 2012 reeds meer dan 1300 ha achterstand. Grond in Vlaanderen is schaars en er zijn meerdere belangengroepen die de nog beschikbare gronden willen opkopen en benutten.

In alle andere Europese landen vallen natuurgebieden en bosgebieden onder hetzelfde beleid, België is het enige land waar apart naar bos wordt gekeken.

In alle andere Europese landen vallen natuurgebieden en bosgebieden onder hetzelfde beleid, België is het énige land waar apart naar bos wordt gekeken. De cijfers van het bosaandeel van andere landen zijn dus moeilijk vergelijkbaar met die van België, aangezien de andere natuurlijke biotopen meegerekend worden en in België niet. Dit is tevens een van de aspecten die het moeilijk maken om grond voor bos te vinden.

De zones die reeds aangeduid staan als groengebied moeten apart onderzocht worden en er wordt bekeken of het niet rendabeler is de zone om te vormen naar een ander biotoop dan bos, bijvoorbeeld heide.

De monetaire compensaties zijn, toen het fonds werd opgericht, berekend op basis van de grondprijs in die tijd. De gemiddelde boscompensatiebijdrage is in theorie 1,98 euro per vierkante meter en werd sinds de aanvang van het systeem nooit geïndexeerd. De huidige grondprijs ligt een heel stuk hoger dan toen het fonds werd opgericht, waardoor dit financiële compensatiemechanisme niet meer in staat zou om de oppervlakte compensatiebos aan te leggen die wettelijk gezien voorzien is.

Het kabinet van Joke Schauvliege weerlegt deze cijfers: de gemiddelde bijdrage zou op 2,79 euro per vierkante meter liggen, door de hoeveelheid bossen die hoger gecompenseerd moeten worden. De gemiddelde grondprijs van gronden die in Vlaanderen in aanmerking komen voor compensatie ligt in Vlaanderen tussen de 2 en 2,5 euro per vierkante meter.

Het kabinet van Joke Schauvliege weerlegt deze cijfers: de gemiddelde bijdrage zou op 2,79 euro per vierkante meter liggen.

Het voorbije jaar werd de gemiddelde bijdrage problematischer. Er werd gefocust op het project voor het aanleggen van stadsrandbossen en de gronden in de stad zijn duurder dan de gronden in buitengebied. De gemiddelde prijs per vierkante meter voor de aanleg van de stadsrandbossen lag tussen de 8 en de 9 euro. Het kabinet laat weten zich bewust te zijn van de problematiek en sleutelt hieraan.

Het geld dat in het fonds blijft zitten en niet geïnvesteerd wordt in bos is een problematiek die de voorbije maanden herhaaldelijk de media heeft gehaald. Het rekenfonds kondigde bovendien in 2015 aan dat ze het fonds zouden onderzoeken aangezien het zijn doel zou voorbijschieten.

© Wiepke Boogaerts

Dit beboste gebied in Wilrijk is officieel een bedrijventerrein (50°33’NB-22°07’OL Bedrijventerrein)

De compensatieberekeningen zijn tevens enkel gebaseerd op de kostprijs van grond en niet op de maatschappelijke kost en het ecologisch verlies die veroorzaakt worden door de kap. Het Ferarrisbos in Wilrijk (een zeer oud, waardevol bos in industriegebied), werd gecompenseerd met 6027 euro en in natura drie keer de gekapte oppervlakte. De jaarlijkse kostprijs van het verlies van ecosysteemdiensten (de maatschappelijke bijdrage die het bos levert) wordt door de natuurwaardeverkenner geraamd op minstens 30 000 euro.

De compensaties kunnen enkel plaatsvinden in gebied dat op het gewestplan ingekleurd staat als natuurgebied, agrarisch gebied of recreatiezone. Bossen die gekapt worden in industriezone zullen dus nooit gecompenseerd worden in een zone met diezelfde bestemming. Na bebossing wordt op het gewestplan de bestemming niet naar bos veranderd, agrarische zone blijft dus bijvoorbeeld na bebossing officieel agrarische zone.

Het compensatiebos moet minstens 25 jaar blijven staan. Indien de eigenaar het bos na deze 25 jaar wil kappen, valt het terug onder de compensatieregeling. Indien er dus bijvoorbeeld in industriezone een bos wordt gekapt dat honderd jaar oud is en dit wordt gecompenseerd in agrarische zone, kan het zijn dat dit bos na 25 jaar ook weer gekapt wordt. Op deze manier kan er niet verzekerd worden dat de ecologische waarde van de bossen in Vlaanderen op peil blijft. Na vijf jaar controleert ANB de staat van het bos en het beheer. 80 procent van de aangeplante bomen moeten deze 5 jaar overleefd hebben, nadien volgen geen controles meer.

Sommige bossen zijn zo oud of zo waardevol dat ze gewoonweg niet gecompenseerd kunnen worden.

Nog een heikel punt in de compensatieregeling is dat sommige bossen zo oud of zo waardevol zijn dat ze gewoonweg niet gecompenseerd kunnen worden. De compensaties worden berekend aan de hand van de compensatiefactor, die bij de minst waardevolle gebieden 1 is en bij de meest waardevolle (bijvoorbeeld Natura 2000) met factor 3. Dit betekent dat het aan te planten bos 3 maal zo groot moet zijn in oppervlakte als het gekapte bos was. Daarnaast moet er ook een monetaire bijdrage zijn.

Wetenschappelijk onderzoek heeft echter al uit gewezen dat de meest waardevolle bossen de facto oncompenseerbaar zijn. Het duurt eeuwen voor diezelfde natuurwaarde gerealiseerd zal zijn op een andere locatie.

Bert de Somviele van BOS+ maakt een mooie vergelijking in een opiniestuk: ‘Vergelijk het met een kathedraal, die breek je ook niet af met als argument dat je ter compensatie elders een nieuw gebouw zal neerpoten, zelfs al is dat 3 keer zo groot. De schaarse eeuwenoude bossen die Vlaanderen nog kent zijn voorbeelden van dergelijke kathedralen: ze zijn zeldzaam, kwetsbaar en onvervangbaar’.

In het boscompensatiefonds zat in 2015 een bedrag van 8 miljoen euro. De reden dat dit niet integraal is uitgegeven aan het aanplanten van bos zou zijn dat de Europese begrotingsregeling (ESR regelgeving) een impact heeft op het inzetten van de reserves uit het fonds. Althans, dat was het argument dat bevoegd minister Joke Schauvlieghe hierover gebruikte. Toen de populaire komiek Wouter Deprez Vlaams minister van begroting, Annemie Turtelboom, hierop aansprak, stelde deze heel duidelijk dat dit nooit was geagendeerd op de Vlaamse Regering, en dat dit ‘probleem’ simpelweg opgelost had kunnen worden’: de middelen zijn dus niet geblokkeerd.

De discussie schetst het zorgwekkend gebrek aan begeestering en daadkracht waarmee de bevoegde minister haar engagementen op vlak van bos nastreeft.

Bij de eerstvolgende begrotingscontrole wordt verwacht dat deze middelen dus opnieuw worden vrijgemaakt. Maar de discussie schetst wel het zorgwekkend gebrek aan begeestering en daadkracht waarmee de bevoegde minister haar engagementen op vlak van bos nastreeft.

Een recente maatregel rond de middelen uit het boscompensatiefonds is het gegeven dat een deel ervan tegenwoordig door een jaarlijkse projectoproep ook kan ingezet worden voor projecten van gemeentes, steden, particulieren en vzw’s.

De jaarlijkse projectoproep van de Vlaamse overheid om bebossingsprojecten in te dienen, krijgt momenteel echter relatief weinig respons. Wellicht kan een bijsturing van de technische voorwaarden om voorstellen in te dienen hier een aantal belangrijke obstakels wegwerken.

© Wiepke Boogaerts

Een villa in Keerbergen staat volgens de boswijzer in bosgebied (51,0009-4,6492 [Bos])

Bovendien kunnen vragen gesteld worden bij de aankooppolitiek door de Vlaamse overheid zelf en de behandeling van de lopende aankoopdossiers. Zo bestonden vroeger de zgn. bosuitbreidingsteams die hiervoor ingezet werden, maar deze teams zijn nu reeds jaren ontmanteld en de medewerkers hebben veelal andere taken toegewezen gekregen. In de eerste helft van 2015 kocht de Vlaamse overheid slechts 2 ha grond om te bebossen met geld uit het fonds.

Minister Schauvliege liet begin 2016 weten dat het geld dat in 2015 in het fonds terecht gekomen was, datzelfde jaar al integraal geïnvesteerd was in de aanplanting van nieuwe bossen. Er werd zelfs een deel van de reserves van de voorbije jaren opgebruikt. Er werd 2,75 miljoen euro in het fonds gestort, en er werden voor 3,2 miljoen euro subsidies aan projecten goedgekeurd voor bebossing. Er werd 93,8 ha bos aangeplant, verspreid over negentien projecten (in 2014 was dit slechts 396.000 euro voor 22,6 ha). Op zich goed nieuws dat de middelen in 2015 integraal zijn ingezet, maar de gerealiseerde oppervlakte illustreert meteen ook de inherente zwakte van het systeem: met 3,2 miljoen euro moet het boscompensatie-mechanisme in theorie ca. 162 hectare compensatiebos realiseren, bijna 70 hectare meer dus dan de 93,8 die men er nu mee heeft aangekocht…

Gejuich voor fictief bos: de nieuwe boswijzer

De boswijzer is een instrument waarmee het ANB het bosareaal in Vlaanderen in kaart brengt. De facto worden er digitale hoge resolutie luchtfoto’s gemaakt die geanalyseerd worden aan de hand van een aantal meetbare indicatoren. Op deze manier wordt in kaart gebracht hoeveel oppervlakte bos Vlaanderen telt. De nieuwste metingen zijn van 2013.

Op basis van de laatste metingen bracht een euforische minister van Leefmilieu ons het nieuws dat er op twee jaar tijd (de periode tussen de 2 boswijzer metingen) 8262 hectare bos was bijgekomen. De verbazing in de sector was groot, want daarmee kroonde Vlaanderen zich tot een wereldwijde podiumkandidaat op vlak van bosuitbreiding: met een dergelijke snelle bosuitbreiding zou onze regio de wereldwijde top-3 bekleden van regio’s waar het bosaandeel procentueel gezien het meest gestegen was.

© Wiepke Boogaerts

Als een terrein tussen twee luchtopnames verhoogd werd, wordt dit door de software die de data moet verwerken aanzien als bosgebied (groeiende bomen) (51,0142-3,7347 [Bos])

De cijfers blijken een communicatiefout. Zowel het INBO als het kabinet van Joke Schauvliege laten weten dat er in exacte cijfers niets gezegd kan worden over de evolutie van de bosoppervlakte. De meetmethode is bedoeld om grote tendensen in kaart te brengen en op lange termijn conclusies te kunnen trekken over de effectiviteit van het Vlaamse bosbeleid. De foutenmarge in het meetsysteem is groter dan de geobserveerde bosoppervlakte-aangroei. De facto zijn de gecommuniceerde cijfers dus de foutenmarge in de metingen.

De cijfers blijken een communicatiefout. Zowel het INBO als het kabinet van Joke Schauvliege laten weten dat er in exacte cijfers niets gezegd kan worden over de evolutie van de bosoppervlakte.

In 2011 werd besloten om de methodiek voor het meten van bos, te veranderen om de metingen accurater te maken. Er werd met de nieuwe methodiek een nulmeting gehouden in 2011, waarmee de nieuwe cijfers uit 2013 dus werden vergeleken.

De nieuwe methodiek werd echter nooit vergeleken met de voorgaande van de boskarteringen. In principe zou de nieuwe techniek toegepast moeten worden op de luchtfoto’s van 2000 om de evolutie van bos het voorbije decennium te kunnen evalueren.

Het nieuwe systeem staat nog niet op punt. Op Geopunt, waar de boswijzer geraadpleegd kan worden, is duidelijk zichtbaar dat er zones en bomen als bos ingekleurd staan die niet als bos beschouwd (kunnen) worden. Er zijn verschillende voorbeelden waarbij residentiële villawijken met groene straten bijdragen aan de theoretische cijfers, eveneens golfterreinen, rotondes, zones die gedurende de twee jaar tussen de metingen zijn opgehoogd (en dus door de computer worden gezien als gegroeide bomen), groene infrastructuur en de Zoo van Antwerpen. Dit betekent dat elke nieuwe groene villawijk die er bij komt in de boswijzer een bos kan zijn dat er bij komt…

© Wiepke Boogaerts

Als een terrein tussen twee opnames verhoogd werd, wordt dit door de software die de data moet verwerken aanzien als bosgebied (groeiende bomen) (51,0076-3,7350 [bos])

Men kan op basis van deze nieuwste (niet accurate) cijfers dus niet besluiten dat het bosareaal is gegroeid. De nieuwe meetmethode toont wel aan dat Vlaanderen met een zeer versnipperd bosareaal zit waardoor de relatieve waarde van onze bossen daalt. In 2013 beloofde de bevoegde minister van Leefmilieu Joke Schauvliege dat de meetmethodiek op punt gesteld zou worden tegen 2015 (de metingen gebeuren om de twee jaar in de zomer).

Er zijn echter nog geen cijfers vrijgegeven door de Vlaamse overheid terwijl minister Schauvliege tijdens een debat in het Vlaamse parlement in 2013 over de meetmethode beloofde dat de nieuwe cijfers in oktober 2015 beschikbaar zouden zijn. Ook over hoe er wordt omgegaan met de diverse kritieken op de technische aspecten van deze methodiek geeft de minister geen duidelijkheid. Het kabinet van Joke Schauvliege schat de publicatiedatum van de nieuwe boswijzer (die van 2015) ergens eind 2016. De opmaak van de kaart heeft vertraging opgelopen door de slechte kwaliteit van sommige luchtfoto’s, onvoldoende beschikbaar budget en andere technische mankementen.

De Vlaamse meetnormen voor bos voldoen niet aan de Europese richtlijnen die definiëren wat als bos beschouwd wordt. De Vlaamse richtlijnen stellen een minimumoppervlakte van een halve hectare en een groene vegetatie hoger dan 3 meter tegenover de Europese richtlijnen die een groene vegetatie hoger dan 5 meter voorzien.

KAART: Op de interactieve kaart van Geopunt kun je aan de hand van uw adres of coördinaten opzoeken welke plaatsen in uw buurt beschouwd worden als bos. De kaart toont de digitale boswijzer van 2013. Kopieer de cijfers in het onderschrift van een van de foto’s (bv de zoo van antwerpen: 51,2158-4,4240) en plak ze in het zoekvenster van de kaart, of voer bv het adres van je woonplaats in.

Het beloofde bos

20 jaar geleden beloofde de Vlaamse overheid 10.000 hectare bosuitbreiding. Vandaag is daarvan minder dan 30 procent gerealiseerd en van de 4.810 ha te realiseren stadsbossen uit de visiedocumenten van de Vlaamse overheid slechts 20 procent. Het takenpakket dat reeds enkele legislaturen wordt doorgegeven onder bevoegde ministers blijkt realistisch niet haalbaar. Politiek gezien is het echter niet evident om de belofte terug in te trekken, waardoor de 10.000 ha een niet realistisch doel is waar we ons collectief op blindstaren. Bovendien staat de reguliere bosuitbreiding onder druk door besparingen, waardoor al het geld voor bos uit het compensatiefonds komt en er dus vrijwel enkel gecompenseerd wordt.

Niemand in Vlaanderen heeft exacte cijfers over hoeveel bos er verdwijnt en bij komt.

Niemand in Vlaanderen heeft exacte cijfers over hoeveel bos er verdwijnt en bij komt. Doordat de bevoegdheden verdeeld zitten bij stadsbesturen en bij het ANB, waarbij er onderling geen communicatie plaatsvindt, is er geen zicht op het aantal vergunde ontbossingen in Vlaanderen, laat staan op de illegaal gekapte stukken bos.

Bovendien gaat men er niet automatisch van uit dat elke vergunning ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd, dus dat elke aanvraag ook een ontbossing zal zijn. Hetzelfde geldt voor het aanplanten van bos of de spontane bosgroei. Particulieren die bos aanplanten geven dit bijvoorbeeld nergens in, waardoor er geen zicht op is.

Het nieuwjaarsgeschenk voor onze Vlaamse bossen

Op 1 december 2015 bereikten de meerderheidspartijen in het Vlaams parlement een akkoord over de bescherming van de meest waardevolle ruimtelijk bedreigde bossen. De Vlaamse regering zal een kaart maken aan de hand waarvan onze zogenaamde toplaag (12.500 ha) tegen kap beschermd wordt. Uitzonderingen moeten na de bescherming goedgekeurd worden in het Vlaams parlement. Op deze manier wordt het een collegiale beslissing waardoor het krijgen van een vergunning moeilijker moet worden. Vanaf 15 december 2015 werd er een voorlopige kaart opgesteld waarna de opgenomen bossen onmiddellijk beschermd werden. De definitieve kaart zou klaar moeten zijn voor het zomerreces van de Vlaamse overheid (dat in juli valt), na een uitgebreid openbaar onderzoek.

[1] In 1982 werd voor het eerst het Vlaamse bosbestand in kaart gebracht
[2] RENARD (P.). Wat kan ik voor u doen? Ruimtelijke wanorde in België: een hypotheek op onze toekomst. Antwerpen, Icarus, 1995
[3] Forest Stewardship Council, een label dat gegeven wordt aan hout geëxploiteerd op een duurzame manier

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

MONZA

Voor Belgie kan ik mij niet uitspreken Wiepke, maar het zou kunnen dat uw analyse hier en daar ook wat rammelt. Die astronaut uit de West Vlaanders met zijn grote neus is met zijn spoetnik drie keer over Belgie gevlogen en hij zegt dat hij goed gekeken heeft maar hij kon het vanuit de ruimte niet zien omdat het zo klein was, Belgie. Maar in het artikel van Simon Rozendaal (Elsevier) “Er komen steeds meer bossen” (meervrijheid 2006) lees ik dat er volgens de FAO (Food and Agriculture Organization) drie miljoen vierkante kilometer meer bos zijn (wereldwijd) dan 50 jaar geleden! Naar verluidt weten ze dat perfect, ge weet wel die satelieten. Sorry Wiepke, maar toch heel mooi duurzaam artikel!

Diego Van De Keere

Die 3 miljoen vierkante kilometer, zitten daar ook de uitgestrekte Eucalyptus en palmolieplantages bij?… Want dat is volgens hen misschien ook ‘bos’?…

Bosdichters

Een tijdje gelden werd tesis over het Lappersfortbos voorgesteld in het Brugse Poëziebos. De tesis is on line op www.poeziebos.be

We zwaaiden tevens boswachter Koen uit en schreven een verwachtingsvolle brief aan onze vakminister Joke.

Vredesgroet van bosGezellen actief in de bos & natuur 

http://www.uitinwestvlaanderen.be/10235/het-hugo-clauspad-voor-poetische-wandelaars zie ook www.natuurenbos.be/lappersfortbos 

 

 

Diego Van De Keere

België / Vlaanderen is een regio waar elke vierkante meter door verschillende belanghebbenden wordt opgeëist.

De eerste en belangrijkste belanghebbende is de natuur.  Deze zou m.a.w. altijd een prioritaire rol moeten spelen –> bij aanleg van industriezones, bij aanleg van woonzones, langsheen wegen, in de landbouw.

Het probleem is dat we in een cultuur leven waarin we de natuur onvoldoende begrijpen om te weten hoe we er mee kunnen samenwerken ipv er mee te strijden.  

Enerzijds is er de romantische ’wilde natuur’, waar de mens zo weinig mogelijk mag aan raken, anderzijds is er de utilitaire ‘gebruiksnatuur’, een geheel van grondstoffen dat door de mens ontgonnen moet worden.  Deze beide ideologische strekkingen lijken voortdurend met elkaar in conflict te zijn, terwijl geen van beide realistisch is:

De ‘wilde natuur’, waaruit de mens wordt geweerd, is niet realistisch in een dichtbevolkte regio als Vlaanderen/België - niet in economische zin maar zeker ook niet in ecologische zin.  Wij zijn onderdeel van de natuur, en een juist begrip van de menselijke rol binnen de aardse ecosystemen leidt tot integratie, niet tot een opsplitsing in ’cultuur’ vs ‘natuur’.  

De ‘gebruiksnatuur’, waarbij natuurlijke ecosystemen ondergeschikt zijn aan productiemiddelen, is al evenmin realistisch.  De natuur vervult veel meer essentiële functies dan enkel een bron van grondstoffen.  Groen en natuur bevorderen het menselijk welzijn, zijn de bron van talloze uitvindingen (biomimicry), filteren de lucht, stabiliseren nutriënten- en waterkringlopen…  Bovendien zijn enkel sterke netwerken met veel onderlinge wisselwerkingen voldoende opgewassen tegen schokken van buitenaf.

Een cultuur waarin er geen rechtstreeks contact is met de natuur raakt haar belangrijkste historische culturele inspiratiebron kwijt, waardoor zij het gevaar loopt volkomen te ontaarden (wat eigenlijk gebeurd is… getuige de vervuilde en leeggeplunderde rivieren, zeeën, oceanen en de uitgeputte bodems wereldwijd).  Daarom is het belangrijk om bomen, bossen, struiken, … niet enkel te beschermen, maar ook te zoeken naar manieren waarop de natuur economisch waardevol kan zijn.  Denk aan eetbaar bedrijfsgroen, educatieve schooltuinen, agro-forestry, herstellende landbouw… allemaal voorbeelden waarin de mens in interactie gaat met de natuur op een niet-zuiver-extractieve manier, maar waarin hij evenmin een soort dromerige toeschouwer wordt.

Uiteraard zullen er tot slot altijd wel zones zijn waarin ontginning centraal staat, en andere zones waarin de wilde ongereptheid centraal staat.  Beide zijden van het spectrum hebben hun plaats, maar er bestaat een immense grijze zone waar nog immens veel mogelijk is.    

 

MONZA

Prachtige uiteenzetting Diego, die iedereen kan begrijpen en het is nog waar ook wat u daar allemaal vertelt. Maar Belgie wordt om heel andere redenen veel te klein zodat er minder en minder ruimte voor bossen overblijft! Onze aardbol was maar leefbaar voor 4 miljard mensen en nu zijn er vermoedelijk al dubbel zoveel? Medio jaren negentig waren er zowat 8 à 9 miljoen Belgen en hoe vlugger wij vergrijzen hoe vlugger ze er bij komen. Straks zijn wij met dertien miljoen op zo n’ klein brokje. Als het van mij afhangt Diego liever meer bossen of wat anders!  

She works wood ...

Geweldig geschreven. To the point. Ben helemaal op jouw golflengte.

Ben Celis

In Vlaanderen waren er een tiental jaren geleden officieel ongeveer 150 000 hectaren bos.Hiervan werden er in het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen slechts 50 000 hectaren officieel opgenomen. De rest werd eigenlijk vogelvrij verklaard en genoot aldus geen bescherming. Gezien de praktijken die bezig zijn gaan een groot gedeelte van deze bossen voor de bijl. Uit de plannen van Europa blijkt immers dat Vlaanderen moet omgevormd worden naar een “open landschap”. Zo werden er in Scherpenheuvel-Averbode, op het vroegere domein van de adellijke familie “de Merode” reeds honderden hectaren bos gekapt en de rest zal in de loop der jaren eveneens tegen de vlakte gaan. Per gekapte hectaren laat men een paar bomen staan zodat men de schijn van “bos” kan hooghouden. Dergelijke praktijken zijn trouwens in gans Vlaanderen bezig. De grootste boosdoeners van de kaalkap zijn niet enkel de industrie en de verkavelaars, maar ook vooral het Agentschap N&B en Natuurpunt. Wanneer stopt men die gasten eens???!!!

LEES OOK

Sebastiaan ter Burg (CC BY 2.0)
De stad Gent vroeg de gerenommeerde transitiedenker Michel Bauwens om ’s werelds eerste stedelijke “commons” transitieplan uit te tekenen.
Stefan Leijon (CC BY-ND 2.0)
De hoeveelheid plastic zwerfvuil die in rivieren, zeeën en oceanen terechtkomt, neemt gestaag toe, met verregaande gevolgen voor mens en dier.
© Reuters/Guadalupe Pardo
In Peru is opnieuw deining ontstaan over installaties van de Belgische mijnbouwonderneming Nyrstar.
© wim schrever
Ook op een zaterdag met goed weer blijven onze wegen gevuld met auto’s die heen en weer hossen. Terwijl het dan weekend heet en de meeste mensen niet hoeven te gaan werken.
Nooit meer tonen X

Ontdek

MO*nieuwsbrieven

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

Facebook/Twitter

Blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

MO*magazine

Abonneer je op ons unieke kwartaalmagazine voor slechts € 28.

Een abonnement nemen

MO*papers

Abonneer je op de gratis digitale achtergronddossiers (pdf) over actuele mondiale thema’s.