Albert Rudatsimburwa: ‘Rwanda staat vandaag veel dichter bij de hemel’

Het is opvallend hoe er telkens als er een “niet verteld” verhaal over een Afrikaans land of een ander afgelegen gebied wordt bekendgemaakt in de westerse media, stereotypes worden gehandhaafd, zelfs bij diegene die beweren hen te bestrijden. Natuurlijk ben ik me er volledig van bewust dat we in een gemakzuchtig tijdperk leven. Informatie moet gemakkelijk te verteren zijn en onze collectieve herinneringen hebben een erg korte levensduur. Om het voor een groot publiek toegankelijk te maken, wordt kwaliteit opgeofferd op het altaar van de primeurs, die absoluut koning zijn. De lijn tussen opinies en informatie is zonder meer vervaagd. Dat maakt het inderdaad moeilijk om interessante informatie te bewaren voor objectieve meningen.

  • CC / CFM Contact FM Albert Rudatsimburwa CC / CFM Contact FM

Rwanda is een schitterend voorbeeld. Er is zo veel informatie beschikbaar over het Oost-Afrikaanse land en veel daarvan is ook vervuild. Vervuiling in de zin dat het louter gaat om persoonlijke standpunten, vaak bevooroordeeld door politieke motivaties en meestal met een “onthullen van de waarheid”-toon zonder iets te bewijzen. Toch geldt dat niet altijd wanneer je dieper graaft en het afmeet tegen harde feiten.

Is het “niet vertelde verhaal van Rwanda” door de ogen van Kayumba en Karegeya één van deze vervuilde verhalen? Ja, absoluut. Het feit dat ze deel uitmaakten van een systeem dat ze nu beschuldigen als uitermate slecht, moet op zijn minst argwaan wekken. Het is een verhaal ontdaan van elk feitelijk bewijs, dat de mislukkingen van een systeem – waar ze zelf mee aan hebben gebouwd – aanklaagt. Een minimale kritische blik kan een licht werpen op de redelijkheid van hun beweringen.

Kayumba was geen stichtend lid van het Rwandees Patriottisch Front (RPF), waar hij pas in 1990 lid van werd. Hij was nooit naar Groot-Brittannië “gestuurd” voor een cursus in het Britse leger zodat hij niet akkoord moest gaan met president Kagame. Hij organiseerde de training zelf bij de start van de Congolese oorlog en de opstand in het noorden. Dat is publieke informatie. Het proces van Pasteur Bizimungu was publiek. Hij is nooit berecht geweest omdat hij contact had met de FDLR (Democratisch Leger voor de Bevrijding van Rwanda), dat toen trouwens nog niet bestond.

Karegeya kwam enkel toen de oorlog gedaan was in 1994 naar Rwanda als bevelhebber van het Oegandese leger. Wat weet die man over Habyarimana’s plan om “minder” Tutsi’s en gematigde Hutu’s te doden tijdens de genocide? Wat weet diezelfde man over president Kagame die het bevel zou hebben gegeven om Habyarimana’s vliegtuig neer te halen?

Het is het niet waard om de tijd van de lezers hier in beslag te nemen door hun verklaringen punt voor punt te analiseren. De essentie is duidelijk politiek gemotiveerd en ongefundeerd. Het zou interessanter zijn over te gaan tot de feiten die toegankelijk zijn voor iedereen.

Het zal niet mogelijk zijn om in dit opiniestuk “het hele verhaal” toe te lichten en daarom zijn een aantal hoogtepunten genoeg om uit te leggen hoe vervuild “niet vertelde verhalen” zijn.

Ter herinnering, de genocide is met eigen middelen door het RPF-leger beëindigd, onder het bewind van Kagame. Ondanks de omvang van de gruwel, werd het niet opnieuw ingezet in een andere periode van geweld. Zelfs al waren er individuele oorlogsmisdaden, het Rwandese Patriottisch Leger (RPA) zou meer erkenning moeten verdienen voor zijn ongelofelijke discipline en zelfbeheersing tijdens het heldhaftige optreden om de genocide te stoppen.

De Rwandese regering begreep duidelijk, nadat het land was gestabiliseerd en veiliggesteld, dat een land, dat zo verwond en verdeeld was, enkel te herstellen is door een mechanisme van duurzame ontwikkeling op gang te brengen dat de levensstandaard van de hele bevolking verbetert. Met minder armoede en meer voorspoed wordt het voor elk kwaadwillig individu moelijker om de ellende van vele burgers te vertalen in het geluk van enkelen.

De Rwandese minister van Economische Planning en Financiën maakte in februari de conclusies bekend van het onderzoek naar de huishoudelijke omstandigheden vorig jaar. De Verenigde Naties en Oxfam bevestigden die cijfers. Het rapport toonde een daling van de armoede aan van 57 naar 45 procent sinds 2006. Met andere woorden, over een periode van vijf jaar slaagden 200.000 Rwandese families (of ongeveer een miljoen van de elf miljoen burgers) uit de armoede te komen.

Tijdens diezelfde periode daalde het aandeel van Rwandezen in de categorie ‘extreme armoede’ van 37 naar 24 procent. Dat is een van de sterkste dalingen ooit waargenomen, sinds dergelijke cijfers worden bijgehouden. Wat ook opgemerkt moet worden is dat de armste burgers het meest baat hebben bij de armoededaling. Ongelijkheid, zoals gemeten volgens de Gini-coëfficiënt, daalde van 0,52 naar 0,49 procent in dezelfde periode. Kind- en moedersterftecijfers daalde respectievelijk met 41 en 35 procent sinds 2006.

Paul Collier, directeur van het Centrum voor de Studie van Afrikaanse Economieën aan de Oxford Universiteit, is zelfverzekerd over de cijfers. Als één van de redenen voor deze resultaten duidde hij op “het sterke ondersteuningsbeleid voor de armen op het platteland, zoals het programma van één koe per huishouden – dat gratis koeien uitdeelt aan arme gezinnen en bezittingen verdeelt – en de verbetering van gezondheidsprogramma’s.” De economie werd ook goed geleid, met een inflatie die laag gehouden werd, en de zakenwereld ging vooruit. Deze factoren hielpen bij de groei van de hoofdstad Kigali. Die ontwikkeling in de stad verspreidde zich naar de landelijke gebieden. De plattelandsgemeenten, het dichtst bij Kigali gelegen, kenden de grootste groei.

De ruggengraat van deze prestaties is een cultuur van uitvoering eerder dan klandizie aan de top van de ambtenarij. Doelstellingen zijn gesteld. Als ze falen, heeft dat gevolgen. Er is geen plaats voor goedkope populariteit of vriendjespolitiek.

Hoe past de zeer persoonlijke mening van individu’s in dat beeld van Rwanda? Individu’s wiens geloofwaardigheid niet in vraag wordt gesteld ondanks het feit dat ze voormalige medewerkers van het regime zijn en bandieten werden nadat ze schuldig werden bevonden voor misbruik omdat ze bepaalde functies hebben en denken dat ze alles mogen.

Neen, het past niet in dat beeld. Het is een karikatuur van de realiteit te geloven dat het Rwandese leger vandaag opereert op een vulkaan, klaar om uit te barsten onder invloed van een charismatische generaal, tegen het verkozen regime. Het is een karikatuur om te geloven dat in een land – gekend voor zijn anti-corruptiebeleid met nultolerantie en dat bovendien door Transparency International (een internationale organisatie die zich onder meer inzet voor de bestrijding van corruptie) beter gerangschikt staat dan Griekenland en Italië – president Kagame de “godfather” is van een maffia die in zuivere vampierstijl de Rwandese economie leegzuigt en generaals manipuleert om het leger in te tomen. 

Het is een karikatuur om de Rwandese landbouwsector als een janboel voor te stellen, terwijl de economische indicatoren een ongelooflijke groei – essentieel voor de armoededaling – tonen. Het is een karikatuur te geloven dat arme boeren zich geen nieuw soort koeien kunnen veroorloven en dat de hoeders van het hele land in handen zijn van slechts een minderheid, terwijl de regering een succesvol sociaal programma heeft dat één koe per familie verdeelt onder de armen.

Het is een andere karikatuur om aan te geven dat president Kagame bevel gaf om Habyarimana’s vliegtuig neer te halen, wanneer het rapport van de Franse rechters Trévidic en Poux – die de plaats van waar de projectielen werden afgevuurd bekendmaakte – de RPF effectief vrijspreekt van elke mogelijke betrokkenheid. Dezelfde ondervindingen zijn uitgebracht door een Belgisch parlementair rapport in 1994 en het Rwandese Mutsinzi-rapport.

Rwanda is vandaag ver van die karikatuur. Rwanda mag dan geen paradijs zijn, het staat er wel veel dichter bij dan twee decennia geleden toen de meeste “experts” beweerden dat het land gedoemd was te falen. Het land komt zeker dichter bij het paradijs sinds Kayumba en Karegeya vluchtten en ze dus niet meer in het land zelf de situatie kunnen verergeren.

LEES OOK

Wikimedia / Fanny Schertzer (CC BY-SA 3.0)
In juli 1994, toen het RPF op het punt stond om de oorlog tegen het regime van president Habyarimana te winnen en zo een einde maakte aan de Rwandese genocide, kwam een gigantische vluchtelingenstr
© Brecht Goris
Van 7 april tot begin juli herdenken Rwanda en de wereld de genocide die twintig jaar geleden het Midden-Afrikaanse land volledig uit elkaar rijtte.
IPS/Edwin Musoni
Twintig jaar na de genocide in Rwanda, waarbij bijna 800.000 mensen bij omkwamen, wil Rwanda die zwarte bladzijde in de geschiedenis omslaan. Maar sommige daders lopen nog steeds vrij rond.
Peter Jones
We spraken met Chrispin Mvano, expert en journalist die geregeld voor MO* heeft gepubliceerd en op 3 december een MO*-lezing geeft.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.