Dossier: 

Belastingparadijzen en de hypocrisie van het Westen

De aan het licht gebrachte Panama Papers zijn, net zoals dat gaat met andere schandalen, verteerd na slechts enkele dagen. We raken zo gewoon aan schandalen, dat het niet te vatten is en dat de reactie van het grote publiek meestal neerkomt op ‘iedereen is corrupt en de politiek draait om corruptie’.

  • Het is voldoende om geen commerciële activiteit te hebben op Panama of in een ander fiscaal paradijs om uit de greep van de lokale fiscus te blijven.

Dit speelt uiteraard in de kaart van de rechterzijde, van xenofobe partijen die hun kiezers zien toenemen bij elke verkiezing. Van Donald Trump in de Verenigde Staten tot Nigel Farage in Groot-Brittanië, die prompt het ontslag vroeg van de Britse premier David Cameron, die zelf in het klantenbestand zit van het juridisch kantoor Mossack Fonseca in Panama. Dat kantoor heeft meer dan 14.000 klanten geholpen om 214.488 bedrijven te creëren in 21 belastingparadijzen.

In sommige gevallen, zoals IJsland waar de premier ten val werd gebracht, brengt de publieke verontwaardiging een concreet gevolg met zich mee. Meestal was de reactie echter gelijkaardig aan de houding van Cameron: ontken alle inbreuken en wacht tot de storm is gaan liggen.

Dezelfde landen die zich publiekelijk uitspreken tegen belastingparadijzen, doen zeer weinig om deze tegen te gaan

De Panama Papers kregen uiteraard een zeer prominente plaats in de media, waar het onderwerp gedurende vele dagen (helaas nooit meer dan vijf) leefde. De media doen te weinig inspanningen om verder dan de Panama Papers te kijken en de juiste staat van fiscale paradijzen te verslaan. Hadden zij dit wel gedaan, dan was er een zeer ongemakkelijke waarheid naar voor gekomen: dezelfde landen die zich publiekelijk uitspreken tegen zulke paradijzen, doen zeer weinig om deze tegen te gaan.

Bijvoorbeeld: volgens de Panama Papers blijkt dat meer dan de helft van de spookbedrijven die Mossack Fonseca had gecreëerd, geregistreerd waren op de Britse Maagdeneilanden. De werkwijze is daar dezelfde als in Panama: een bedrijf betaalt een registratievergoeding en nadien een jaarlijkse vergoeding van minder dan 500 dollar. Volgens de wet moet het bedrijf alleen belastingen betalen op de activiteiten die gerealiseerd werden in dat land. Het is voldoende om geen commerciële activiteit te hebben op Panama of in een ander fiscaal paradijs om uit de greep van de lokale fiscus te blijven.

Het is een feit dat de Maagdeneilanden net als de Bahamas, Bermudas en de Turks- en Caicoseilanden Brits territorium zijn, en net daarom kan Londen deze territoria verplichten om de internationale wetgeving op het gebied van transparantie en verantwoordingsplicht na te leven. De Panama Papers gaan net over “één-bedrijf op één-plaats”, zegt de economist Gabriel Zucman, auteur van “Belastingparadijzen”. Daarom kan het niet representatief zijn voor wat er wereldwijd gebeurt.

Het totale aantal geregistreerde bedrijven dat belastingen ontduikt is niet echt bekend. Zucman schat dat de belastingparadijzen momenteel een verbijsterende 7,6 biljoen dollar achterhouden, oftewel 8% van het financiële vermogen van de wereld. Hij wijst er bovendien op dat de Verenigde Staten een belangrijk fiscaal paradijs zijn, net na Zwitserland en Hong Kong, volgens de Financial Secrecy Index die gepubliceerd wordt door het Tax Justice Network in Washington.

NY Photography (CC by-sa 3.0)

De werkwijze op de Britse Maagdeneilanden is dezelfde als in Panama

Hier volgt een goed voorbeeld van dubbele standaarden: nadat bekend raakte dat Zwitserse banken Amerikaans kapitaal achterhielden (waarvoor het Amerikaanse ministerie van Financiën ze zwaar beboette), keurde de VS in 2010 de Foreign Account Tax Compliance Act goed, wat alle financiële bedrijven wereldwijd verplicht om details door te sturen over Amerikanen met offshore rekeningen. De VS hebben echter geweigerd om akkoorden af te sluiten met andere landen om financiële informatie uit te wisselen.

Edward Kleinbar en Heather A. Lowe van Global Financial Integrity zeggen dat Amerikaanse banken worden overspoeld met geld afkomstig van buitenlandse investeerders. Kleibard, die de stafchef was van het paritair comité in het Amerikaans congres over belastingen, zei: ‘De VS vraagt aan de rest van de wereld om te vertellen of een Amerikaan een rekening heeft bij een buitenlandse instelling, maar de VS delen buitenlandse investeerders in Amerikaanse banken aan hun thuisland niet mee.’

In de realiteit gaat de geheimhouding van Amerikaanse banken nog een stuk verder. Verschillende staten in Amerika gebruiken hun constitutionele voorrechten om hun banken te beschermen tegen de centrale overheid. Heather A. Lowe, juridisch adviseur en directeur van overheidszaken bij Global Financial Integrity, Washington, waarschuwde dat dit probleem zich niet alleen stelt in de meest beruchte staten, maar in gelijk welke Amerikaanse staat. ‘Eender waar in de Verenigde Staten kan je anonieme bedrijven oprichten: de reden waarom mensen Delaware, Nevada en Wyoming kennen is omdat deze staten zichzelf internationaal op de kaart zetten.’

Hillary Clinton en Donald Trump beschikken over bedrijven die geregistreerd zijn in 1209 North Orange. Beide hebben geweigerd om uit te leggen waarom.

Bijvoorbeeld, de Staatssecretaris van Delaware heeft in zijn jaarlijkse rapporten benadrukt dat de marketinginitiatieven ‘de staat hebben geholpen om duizenden juridische experts in talloze landen wereldwijd aan te sporen het Delaware-verhaal te verspreiden.’ En Nevada blufte met een gelijkaardige advertentie op de website van de staat: ‘Waarom zich in Nevada vestigen? Minimale vereisten tot rapportering en onthulling. Aandeelhouders zijn geen openbare registers.’

De wettelijkheid van taksen als een concept mag dan open staan voor persoonlijke interpretatie, wat er toe doet aan het gebruikmaken van het zogenaamde Delaware-lek door Hillary Clinton is haar constante pleidooi voor de noodzaak om bedrijven en elitaire individuen eerlijk te laten bijdragen. Met andere woorden, Clintons gebruik van North Orange Street komt neer op ‘Doe zoals ik zeg, niet zoals ik doe.’ En, zoals The Guardian vermeldt, ‘beide koplopers voor het presidentschap - Hillary Clinton en Donald Trump - beschikken over bedrijven die geregistreerd zijn in 1209 North Orange. Beide hebben geweigerd om uit te leggen waarom.’

John Cassara, een voormalig topambtenaar van de Amerikaanse schatkist, verklaarde in The New York Times van 8 april waar de vele aangiften vandaan komen. Hij sprak over de frustratie van fiscale inspecteurs wanneer ze proberen onderzoeken ‘wie of wat achter een bedrijf schuilt: je stelt jezelf bloot. Het maakt niet uit of het de FBI is, op federaal, staats- of lokaal niveau. Zelf het Departement van Justitie slaagt er niet in om de informatie vast te krijgen. Je kan niks doen.’ Cassara moest een onderzoek in Nevada staken toen ze net een bedrijf hadden gevonden dat meer dan 3700 verdachte overschrijvingen, met een totaalwaarde van meer dan 381 dollar, had ontvangen.

Men kan geen regels voor globaal bestuur definiëren wanneer belangrijke welgestelde landen dubbele standaarden hanteren.

Het is duidelijk dat men geen regels voor globaal bestuur kan definiëren wanneer belangrijke welgestelde landen dubbele standaarden hanteren en er niet eens in slagen hun eigen huishouden te beheren. Maar het gebrek aan globaal bestuur komt nog meer aan het licht wanneer we merken dat de onderhandelingen omtrent globale taksen gevoerd worden door een selecte groep van 34 leden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Andere landen spelen niet mee. De Groep van 77 en China, dewelke 134 leden telt, heeft herhaaldelijk gevraagd om de VN een grotere rol te laten spelen in de samenwerking rond mondiale belastingen, tot dusver zonder succes.

Het is een feit dat er in de lijst van rekeninghouders in Panama een grote aanwezigheid is van prominenten uit de Arabische landen, China, Nigeria, Brazilië enzovoort. Maar er is een cultureel probleem waarvoor geen oplossing bestaat. De fiscale autoriteiten van de OESO landen gaan ervan uit dat het beter is om voor delicate aangelegenheden de ontwikkelingslanden uit te sluiten. Dit omdat er aan de onderhandelingstafel een situatie zou kunnen ontstaan waarin zijzelf in de minderheid zijn. Dat zou natuurlijk zoveel betekenen als toegeven dat globaal bestuur enkel effectief kan zijn met een democratisch systeem van raadpleging en besluitvorming.

Hoe lang dit kan blijven duren zonder aan de fundamenten van de democratie te tornen, is moeilijk te voorspellen.

Dit is niet de enige heersende teneur in een steeds verder verbrokkelende wereld. Daarom mag men gerust veel meer schandalen verwachten, met gedurende een aantal dagen de schijnwerpers gericht op eventuele namen, gevolgd door een volledige terugval, tot het volgende schandaal tevoorschijn komt.

Hoe lang dit kan blijven duren zonder aan de fundamenten van de democratie te tornen, is moeilijk te voorspellen. Sommige verdedigers van het huidige systeem beweren al dat de schandalen bewijzen dat de democratie springlevend is. Maar wanneer de burger zijn vertrouwen blijft verliezen in de politieke en economische elite, wordt het moeilijk te verklaren hoe schandalen de democratie kunnen helpen in stand houden.

Roberto Savio is oprichter en oud-voorzitter van persagentschap Inter Press Service (IPS) en uitgever van “Other News”. Vertaling door Luis Muñoz en Elke Van Dermijnsbrugge.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

Hans becu

De titel is weer veelzeggend tendentieus. De hypocrisie van het westen. De verantwoordelijkheid van de andere actoren wordt afgezwakt. De Oeso vindt dat “omwille van culturele redenen ontwikkelingslanden voor delicate aangelegenheden uit te sluiten” Que ? Zo kan ik het ook : 2 maten 2 gewichten, de zoveelste etappe in het systematisch eenzijdig culpabiliseren van “het westen”. Al maar goed dat er in de Uno Veiligheidsraad veto recht bestaat. Zoniet dreigt er een meerderheid van derde landen te ontstaan die het ‘westen systematisch verplicht om ook op politiek vlak heiliger te zijn dan de paus, maar intussen zelf rustig alle regels aan hun laars te lappen. Ook hier proef ik weer datzelfde mechanisme van zelfbeschuldiging en selectieve verontwaardiging t.a.v. “Het Westen”. Het leidt tot zelfvernietiging. Alsof “het Westen” geen legitieme belangen heeft. En verder is het onnozel en naief. Als morgen de Britten hun kroonkolonies aan banden leggen, zijn er nog foefel-kandidaten genoeg. Het zou mij bv. geen fluit verwonderen dat wie goede contacten heeft met Turkije of met een aantal Arabische landen aldaar probleemloos pakken zwart/of misdaadgeld probleemloos parkeert. Via de migratie is dat geen enkel probleem. Of laat de OESO en de fiscale overheden eens de miljardenstroom in cash geld richting ontwikkelingslanden onderzoeken die via bedrijven als Western Union zonder controle van oorsprong Europa uitgesluisd worden. We leven niet in een perfecte wereld, maar de “one world” is nog een verre fictie. Het hypocriete westen heeft intussen ondanks alles veel hogere morele en politieke en sociale  standaarden dan de rest van de wereld, waar grootschalige corruptie, uitbuiting en onderdrukking en systematische schendingen van mensenrechten schering en inslag zijn. Er is een linkerzijde en een pers die deze substantiële gradatieverschillen systematisch negeert, en met hun eenzijdige gemoraliseer de legitieme belangen van honderden miljoenen Westerlingen schaadt. Eigen volk laatst dus, en ik vraag mij af waar die wereldverbeteraars het recht daartoe vandaan halen.

Meer uit het dossier #PanamaPapers

Public domain (CC0)
Het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) is bekroond met een Pulitzerprijs voor de PanamaPapers.
© Belfius
Onderzoeksjournalisten Kristof Clerix (Knack/ex-MO*) en Lars Bové (De Tijd) winnen de Prijs voor de Democratie 2016 omwille van hun journalistieke bijdrage aan de PanamaPapers.
Global Alliance for Tax Justice / Flickr - (CC BY-NC 2.0)
9 juni is Tax Justice Day, een oproep voor een eerlijker belastingsysteem.
Nico2panama (CC by-sa 3.0)
Minstens 117 Belgische advocaten, boekhouders en financieel adviseurs stonden in contact met Mossack Fonseca om bedrijven op te richten in belastingparadijzen.