Het Gelijk van de Rwandese Generaals

Er lijken twee Rwanda's te bestaan: de heerlijke nieruwe wereld van generaal Paul Kagame en het inferno van generaal Kayumba. Onderzoeker Bert Ingelaere stelt, op basis van uitgebreid veldonderzoek in het binnenland: er is slechts één Rwanda. Dat land is wel het voorwerp van steeds mer politieke controverse.

  • RV RV

Wanneer je het MO.be interview met generaal Kayumba Nyamwasa en kolonel Patrick Karegeya leest, dan kan men zich afvragen of zij het hebben over hetzelfde Rwanda dat een bezoeker die voor de eerste maal neerstrijkt in het huidige Rwanda zal ervaren. Een eerste impressie bij aankomst toont Kigali als een mooie stad, met grasperkjes die dagelijks besproeid worden en ultramoderne verkeerslichten die wachttijden aftellen enzovoort. De stad lijkt te bruisen van economische activiteit. In hotels of overheidsdiensten zal je doorgaans een professionele service krijgen. Ook op een tocht door het binnenland (langs de hoofdwegen weliswaar, want het is op die wegen dat de toerist of expat meestal blijft) zal men een positieve dynamiek ontwaren.

“Positieve” tendens

Er is een enorme bedrijvigheid en toewijding van lokale autoriteiten en staatsambtenaren. Die dynamiek wordt ondersteund door internationale instellingen en donoren met de bedoeling om Rwanda en de Rwandezen “te herstellen” in de nasleep van de genocide en op langere termijn “te ontwikkelen”. Ook in rapporten en analyses gebaseerd op gesofistikeerd onderzoek kan men een “positieve” tendens in de Rwandese samenleving ontwaren. Kindersterfte wordt teruggedrongen, armoede daalt, toegang tot zuiver drinkwater stijgt, ... En die rapporten zijn vaak correct.

Er valt dus niet te ontkennen dat er ook en zelfs veel vooruitgang geboekt is en wordt. Anderzijds: soms zijn die rapporten onvolledig. Sommige onderzoeken worden nooit uitgevoerd of gepubliceerd want te “gevoelig” of “gevaarlijk” voor het regime. De “vooruitgang” in Rwanda is dus ook “impressionistisch” zoals de gewezen medestanders van Kagame aangeven in het MO.be-interview. Bovendien is er evenveel “gesofistikeerd” onderzoek, vaak met veel inspanningen uitgevoerd, waarin ook andere tendensen aangetoond worden.

Autoritaire verwezenlijkingen

Het leven van de “gewone” Rwandees is sinds de genocide ongetwijfeld verbeterd. En dan vooral op het vlak van basisvoorzieningen en dergelijke. En dat neemt niet weg dat er nog velen zijn die uit de boot vallen of niet kunnen volgen. Het regime in Kigali en Kagame zelf zullen uiteraard eerder de substantiële verwezenlijkingen beklemtonen. Terecht dus, want die zijn er. Kayumba en medestanders zullen eerder het autoritaire en ondemocratische karakter van het regime aanhalen en de klemtoon leggen op de “impressies”. Ook terecht dus.

Er worden dus voortdurend twee Rwanda’s geschetst, alsof er twee Rwanda’s zouden bestaan. Dat is niet zo. Deze twee “imaginaire” Rwanda’s zijn vervlochten in het “echte leven”. Zelf heb ik ongeveer dertig maanden lang en verspreid over de voorbije acht jaar in alle hoeken van het Rwandese binnenland onderzoek verricht. Ik kan verzekeren: er is maar één Rwanda. En de bovengeschetste tendensen bestaan allebei in dat ene Rwanda.

Tegenstanders van het regime doen veel moeite om één van de Rwanda’s aan de man of vrouw te brengen. Het regime doet nog meer moeite om het andere Rwanda te verkopen. Allebei hebben ze goede waar aan te bieden. Maar na aankoop van één van beide zou wel eens kunnen blijken dat het product niet volledig voldoet aan de verwachtingen. Logisch, want geen van beide verhalen strookt volledig met de realiteit.

Rwandees van lagere rang

Hoewel beide generaals, Kayumba en Kagame, deels gelijk hebben, zijn er twee dingen die men niet mag vergeten.  Ze hebben enkel deels gelijk en, vooral, het zijn generaals. Het feit dat enkel geluisterd wordt wanneer generaals spreken, is tekenend voor het Rwanda van vandaag. Karegeya suggereert dat diplomaten aanschuiven om op de koffie te komen in Zuid-Afrika. Het spreekt voor zich dat ze dat ook doen bij generaal-president Kagame in Rwanda. Ik sluit me dan ook aan bij de suggestie van Guy Poppe, ook verschenen op deze pagina’s, dat dit vooral schrijnend aantoont hoe weinig aandacht er is voor “de Rwandees van lagere rang” (in de niet-militaire betekenis van het woord).

Velen hebben in de voorbije jaren gepoogd om een valabel en legitiem alternatief te bieden voor het gevaar van een machtsmonopolie. Velen hebben ook gelijkaardige klachten op tafel gelegd. Even zovele zijn daarom niet meer in Rwanda of zelfs niet meer onder de levenden. En zij hadden geen bloed aan hun handen. Voor de levenden onder hen: bij de meesten is er geen ambassadeur of diplomaat over de vloer gekomen en dat zal ook niet gauw gebeuren.

Anderen van dezelfde rang en met gelijkaardige aspiraties hebben ondertussen begrepen dat het geen zin heeft om verder aan te dringen: “de ambassadeur” zal toch niet langskomen en zeker niet als de nood het hoogst is. De “internationale gemeenschap” – whatever it may be – had dus niet alleen een groot aandeel in de genocide. Ze heeft een even groot aandeel in de evolutie van het sociaal-politieke landschap van Rwanda na de genocide. Ambassadeurs en diplomaten drinken doorgaans enkel bepaalde koffievarianten, liefst degene waarvan in de waan van het moment gedacht wordt dat het de beste koffie is. Achteraf denken ze waarschijnlijk dat de wat bittere noot in de smaak van de koffie wel zal verdwijnen met het rijpingsproces. Garantie daarvoor heeft men echter niet.

Nieuwe oorlog

Dat brengt me bij een afsluitende bedenking: is er oorlog op komst nu beide generaals het gelijk aan hun kant willen; nu ze ten alle prijzen “hun Rwanda” willen verkopen? Men kan er niet omheen dat Kayumba en Karegeya daar op alluderen. Indien men vandaag door Kigali loopt dan kan men zich ook niet van de indruk ontdoen dat Kagame daarmee ook rekening houdt: massa’s soldaten patrouilleren al maanden in file indienne doorheen de hoofdstad en de provincie steden.

Ik denk dat Kayumba de bereidheid van het Rwandese volk (en ik spreek over “het volk”, niet “het leger”) om voor hem te vechten overschat. Hij moet maar eens in het noorden van Rwanda gaan vragen wat ze van hem denken. Het was hij die een groot aandeel had in de pacificatie van de regio tijdens de zogenaamde “oorlog van de indringers” die nog tot het jaar 2000 duurde.

Op een bepaald moment werd toen op alles wat bewoog geschoten, inclusief vrouwen en kinderen. De bedoeling was, en ik parafraseer zijn woorden, “om hen de wil om te vechten te ontnemen”. De afkeur om te vechten bij de generatie “van lagere rang” die de jaren ’90 meemaakte in Rwanda is tot op vandaag nog steeds aanwezig. Wat een volgende generatie denkt, is uiteraard een andere zaak. Vandaar opnieuw het belang om zeker nu het mengen van de koffie in de gaten te houden.

Ik treed daarom opnieuw Guy Poppe bij: Kayumba is, niet omwille van zijn eigen overschatting, maar gezien zijn bloedige voorgeschiedenis geen wissel op de toekomst. Dat neemt niet weg dat hij inderdaad tot op heden de grootste bedreiging vormt voor Kagame. En dat neemt ook niet weg dat hij en Kagame tot in het diepste binnenland van Rwanda gerespecteerd worden. En gerespecteerd worden is niet hetzelfde als geliefd zijn.

Spijtig genoeg onderstreept dat nogmaals het belang van een voortdurende militaire logica van respect en discipline voor gevestigd gezag opgedrongen aan de Rwandees “van lagere rang”. En dat is niet de fout van die Rwandees: hij of zij heeft nooit anders gekend. En er wordt tot op heden geen poging gedaan om dat te veranderen. Het lijkt me dus hoog tijd dat “de ambassadeur” nu eens echt op de koffie gaat bij de “Rwandees van lagere rang”. En daar de koffie drinkt zoals hij geschonken wordt.

Bert Ingelaere is onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Hij bereidt een proefschrift voor over de werking van de gacaca rechtbanken en de ervaring van “transitie” in ruraal Rwanda. Op 29 en 30 juni wordt aan de Universiteit Antwerpen de conferentie “Rwanda van onderuit” georganiseerd.

LEES OOK

Klaas Verplancke
Begin juli vieren de voormalige Belgische mandaatgebieden Rwanda en Burundi de vijftigste verjaardag van hun onafhankelijkheid.
Tijdens het Amahoro Rwanda Filmfestival dat afgelopen weekend plaatsvond in Espace Senghor in Etterbeek, ging de Belgisch/Rwandese film Le jour où dieu est parti en voyage in Brusselse avant-première.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.
X

Ontdek

MO*nieuwsbrieven

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

Facebook/Twitter

Blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

MO*magazine

Abonneer je op ons unieke kwartaalmagazine voor slechts € 20.

Een abonnement nemen

MO*papers

Abonneer je op de gratis digitale achtergronddossiers (pdf) over actuele mondiale thema’s.