Dossier: 

Hoe veilig is Kaboel?

Maggie De Block heeft een mooie kans om te zwijgen gemist, om de Franse ex-president Chirac te parafraseren. Maar laten we er toch voor zorgen dat de verontwaardiging over de faux pas van De Block niet groter wordt dan de woede om haar eigenlijke vergissing: Parwais Sangari naar Kaboel sturen.

  • Brecht Goris De auteur in gesprek met Afghaanse boeren over hun toekomstverwachtingen (2011) Brecht Goris

Gie Goris

MO*hoofdredacteur
10 juli 2012

De toogwijsheid van staatssecretaris Maggie De Block over de veiligheidssituatie in Kaboel heeft een karrevracht spotprenten en verontwaardigde reacties opgeleverd op internet en andere fora waar politiek en maatschappij besproken worden. De onveiligheid van Kaboel vergelijken met Brussel (of Vilvoorde? Of Merchtem?) is dan ook onverstandig. Of om het correcter te formuleren: dat was lomp (mijn tekstverwerker levert me zeven synoniemen voor dat oud-Vlaamse woord, die opgeteld weergeven wat het emotionele gewicht was van de staatssecretarislijke reactie).

Maar weten al die verontwaardigde en spottende burgers eigenlijk meer van de veiligheidssituatie in Kaboel dan de staatssecretaris? Wellicht niet. Van VTM zullen ze het in elk geval niet vernomen hebben, want die zender heeft al enkele jaren geleden beslist dat de Centraal-Aziatische oorlogsnatie van hun wereldkaart geveegd moest worden, wellicht wegens te ver van het bed van de Gemiddelde Vlaming en te ongemakkelijk voor de Gemiddelde Adverteerder. Maar ook op VRT is Kaboel en de hele Afghaanse oorlog alleen en dan nog zo-nu-en-danweggelegd voor de meerwaardezoeker.

Terug naar Start

De vraag die Maggie De Block moest beantwoorden, was of Kaboel wel veilig genoeg was om er een jonge stagiair-lasser zonder familie of sociaal verband naartoe te sturen. De reden voor die uitzetting was niet dat hij geen gevaar zou lopen –de staatssecretaris leek op een louter menselijk moment ook wel te beseffen dat Kaboel erger was dan Bruxelles-la-Plage- maar omdat de mazen van ons asielopvangnet intussen zo wijd opengerokken zijn, dat Parwais er domweg doorheen viel. Een relevant document dat niet tijdig toegekomen was, kon niet meer gelden als een element in het dossier. En dus moest de jongeman terug naar Start. Gespeeld, en verloren. Zo klinkt de boodschap van de Belgische overheid.

En dus is de vraag: is Kaboel een veilige plek? Want naar onveilige plekken mag de Belgische overheid niemand sturen, zelfs niet als ze Belkacem heten, laat staan een goed geschoren jongen met reeënogen. Dat strookt immers niet met onze humanitaire beginselen. Er is geen kort en eenvoudig antwoord mogelijk op die simpele vraag. Dat had De Block overigens ook nog kunnen zeggen, als ze dan toch de vraag wou ontwijken. Er wonen tussen drie en vier miljoen mensen in Kaboel. Die leven niet allemaal in voortdurend levensgevaar. Sterker: die mensen gaan naar de markt, werken zich krom voor een overlevingsloon, discussiëren over politiek, proberen voordeel te halen uit de gigantische buitenlandse aanwezigheid, roken hasj, huwelijken hun dochters uit, gaan naar school, kortom: zij proberen hun precaire levens zo menselijk mogelijk te leven. Maar wie daaruit de conclusie trekt dat Kaboel veilig is, is te kwader trouw.

Twee maten, twee gewichten

Op zaterdag 5 mei was ik in Kaboel samen met enkele mediacollega’s en de ministers Reynders en De Crem en hun entourage. De voormiddag van die zaterdag gingen de ministers op bezoek bij president Karzai. Ik mocht niet mee op de thee, omdat er onvoldoende gepantserde voertuigen waren om het vervoer vanuit de zwaarbewaakte militaire basis op de luchthaven naar het presidentieel paleis te verzorgen. En er was geen sprake van om een extra persoon op de achterbank te duwen, veiligheid is veiligheid, daar wordt niet mee gespot.

Misschien had de staatssecretaris ook eens aan de Belgische ambassadeur kunnen vragen waar hij gaat shoppen, of in welk park hij zijn avondwandeling gaat maken. Dan had ze ongetwijfeld een van de permanent in de ambassade gestationeerde speciale beveiligingsmilitairen aan de lijn gekregen, met een lang verhaal over procedures, verboden zones, verplichte begeleiding door meerdere militairen, enzovoort.

In Brussel kan nog luchtig of in het beste geval genuanceerd gedaan worden over veiligheid in Kaboel, in de Afghaanse hoofdstad zelf doen de Belgen daar allesbehalve lichtzinnig over. Ten minste, als het gaat over expats of bezoekers met een volwaardig Belgisch paspoort. Een mens kan maar hopen dat het verschil tussen de veiligheidsafwegingen voor een simpele Belgische journalist en bijna-Belgische lasser niet ingegeven zijn door het feit dat onze overheid een Afghaans mensenleven minder (het beveiligen) waard zou vinden dan een Belgisch.

In Brussel kan nog luchtig of in het beste geval genuanceerd gedaan worden over veiligheid in Kaboel, in de Afghaanse hoofdstad zelf doen de Belgen daar allesbehalve lichtzinnig over. Ten minste, als het gaat over expats of bezoekers met een volwaardig Belgisch paspoort.

Voor de goede orde: het is perfect mogelijk om aan de luchthaven van Kaboel een taxi te nemen naar het centrumvan de stad. Dat heb ik de voorbije jaren al vaak genoeg gedaan om het met zekerheid te weten. Maar als de Belgische overheid verantwoordelijk is, is er geen sprake van dergelijk informeel gedrag. Dan moet het onder begeleiding van mannen met walkietalkies en oortjes in hun oren, en in geblindeerde en gepanserde terreinwagens. De onveiligheid die ik ken in Kaboel is minder immens dan de overheden van de Navo-lidstaten zichzelf aanpraten. Het minste wat je echter moet vaststellen, is dat de discrepantie onaanvaardbaar groot is.

Aan de ene kant belet men mensen een normaal contact te onderhouden met de bevolking die ze verondersteld worden te dienen, aan de andere kant voorkomt men de bescherming van jonge Afghanen met het argument dat er voor hen geen veiligheidsprobleem is in Kaboel. Beide argumenten zouden theoretisch nog waar kunnen zijn: in een land waar buitenlandse militairen ervaren worden als buitenlandse bezetters en waar een krachtige opstand woedt, is voorzichtigheid geboden voor iedereen die gezien kan worden als vertegenwoordiger van die bezettende macht. Dat geldt niet meteen voor elke Afghaan of terugkerende asielzoekers, al is het niet echt onmogelijk dat er bij de meest extremistische opstandelingen mensen zijn die vinden dat een jongen die vier jaar uit de hand van de bezetter gegeten heeft, ook geklasseerd moet worden als een kafir of een collaborateur, en dus een legitiem doelwit is van hun geheiligd geweld.

Het reëel bestaande geweld

Maar de theoretische veiligheidsopdeling tussen westerling en Afghaan houdt geen rekening met de aanslagen en het oorlogsgeweld dat ook binnen en in de rand van de stad plaatsvindt. Aanslagen op luxe hotels, op Isaf kantoren, op buitenlandse ambassades, op het presidentieel paleis, op buitenlandse ambassades: de lijst van veiligheidsincidenten in de Afghaanse hoofdstad is lang, en wordt niet gerustellender over de jaren. Vandaag (10 juli, Parwais is nauwelijks geland) lees ik dat er een dode en veertien gewonden vielen bij een gewelddadig treffen met de politie in Kaboel. Dat zou de notie “veilige omgeving” toch tussen dikke aanhalingstekens moeten plaatsen, te dik om door het juridisch-humanitaire web van onze wetgeving te geraken.

Bovendien moet misschien toch ook eens gezegd worden dat België actief betrokken is bij de oorlog in Afghanistan. Volgens het officiële discours voeren we die oorlog om de veiligheid te waarborgen, maar in de realiteit is de oorlog mee verantwoordelijk voor de dagelijkse onveiligheid in het land. Voor een slecht geïnformeerd publiek in België kan de grens tussen een oorlogsvoerend ministerie van Defensie en een in principe humanitair staatssecretariaat voor Asiel en Migratie getrokken worden, voor Afghanen die zowel met de ene als de andere realiteit geconfronteerd worden, is er maar één België. En dat België bombardeert het land, leidt het nieuwe leger op, stuurt hulpeloze Afghanen terug naar Kaboel, …

Maar, het is waar, we kunnen in Vlaanderen echt niet alle vier miljoen Kaboeli’s opvangen –gesteld dat ze dat al zouden willen. Een algemene onveiligheid is een reële, maar secundaire overweging om iemand bescherming, laat staan een statuur van vluchteling te verlenen. Maar Parwais had een concrete en persoonlijke reden om te vluchten en zich te verzetten tegen de gedwongen uitzetting. Ik heb zijn dossier niet gelezen, hem niet ondervraagd. Ik kan dus niet zomaar oordelen over het verdict van de bevoegde diensten.

Zelfs indien die hun werk grondig en te goeder trouw gedaan hebben, zou ik nog pleiten voor een humanitaire uitzondering. Maar de uitspraken van de staatssecretaris stellen die goede trouw in vraag.

Mevrouw De Block doet er werkelijk alles aan om te bewijzen dat beslissingen over asiel en bescherming in België genomen worden op basis van binnenlandse overwegingen, niet op basis van degelijk en onafhankelijk onderzoek. Alleen op die manier kan je de onbehouwen communicatie van De Block rationeel verklaren: ze schat de electorale toestand in haar kieskring wellicht correcter in dan de veiligheidstoestand in Kaboel. Dat is onvergeeflijk voor iemand die beleidsverantwoordelijkheid opneemt voor een departement dat jaarlijks over duizenden mensenlevens moet beslissen.

Meer uit het dossier Kinderpardon

In de media lezen wij de verhalen van jongeren zonder papieren en jonge vreemdelingen die wettig in België verblijven én schoollopen en die naar hun land van herkomst worden teruggestuurd.
Koen Broos
De situatie van kinderen op de vlucht vormt voor het Kinderrechtencommissariaat een grote bekommernis.
KMS/AMOS (Kerkwerk Multicultureel Samenleven) vraagt een aanpak van het probleem van Niet-Begeleide Minderjarige Buitenlanders die 18 worden die uitgaat van hun rechten en niet van een onbazrmharti
Vluchtelingenwerk vraagt de regularisatie van het verblijf van voormalige niet-begeleide minderjarigen die hier lokaal verankerd zijn.

Meest recent van Gie Goris

CC / John Trif
Op woensdag 17 september kunnen meer dan een half miljoen geregistreerde kiezers een parlement aanwijzen in Fiji, een eilandenstaat in de zuidelijke Stille Oceaan.
CC /Chatham House
Anders Fogh Rasmussen gaf maandagmiddag zijn Brusselse afscheidsrede na vijf jaar aan het hoofd van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo).
CC / The Torch
Eerste waarschuwing: De wonderbaarlijke reis van de fakir die vastzat in een Ikea-kast is geen roman over India, maar over Europa.
CC / Fabio Gaglini
De toespraak van de Amerikaanse president Obama over de Islamitische Staat in Syrië en de Levant brak weinig potten en bleef op een aantal punten erg vaag.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

chris debruyne (niet gecontroleerd)

een heldere kijk, doet nadenken.

Saskia (niet gecontroleerd)

Bedankt Gie!

Brigit (niet gecontroleerd)

Van A tot Z is er geen menselijkheid te vinden in heel het beleid rond de 'asielprocedure'. Als medewerkster van het Rode Kruis België heb ik 100-den asielzoekers begeleid in hun procedure. Mensonwaardige situaties over interviews bij het CGVS werden verteld, dure advocaten (die hun graantje meepikken, ook al weten ze dat het vluchtverhaal zal afgewezen worden als de enge gronden van de Conventie van Genève niet bewezen kunnen worden). Daarbij komt ook nog het kinderlijke huisreglement waaraan elke asielzoeker zich dient te houden.. Schending van elke regel (vb binnen zijn voor 24.00 uur, enkel 7 nachten per maand mag je later of niet opdagen maar dan moet dat op voorhand geweten zijn.. Is één regeltje uit een paginalang reglement dat ze direct bij aankomst moeten ondertekenen. Stel je maar voor hoeveel tijd en vertaling dit kost om nog maar te zwijgen over de verspilde energie om zo'n autoritair document meteen bij aankomst in een uithoek van België te bespreken met mensen die pas toekomen onder god weet welke omstandigheden. Om nog maar te zwijgen over de blik in de ogen van de kinderen. Je weet dat ze hopen dat hun asielaanvraag wordt erkend maar na jaren wachten en leven in zo'n centrum zie je de hoop verdwijnen.. Een enkeling passeert het ontvankelijkheids onderzoek en wordt toegewezen aan een OCMW. Welke problemen dit verder met zich meebrengt, ga ik nu niet verder uitschrijven maar je kan zelf het plaatje gedeeltelijk verder invullen. Kortom, ik schaam me bij onze gastvrijheid.

Dieter Verhofstadt (niet gecontroleerd)

Grootschaligheid en complexiteit zijn een recept voor fouten. Als die fouten ingrijpen op de persoonlijke integriteit, raakt ons dat. De uitvergroting van één zo'n geval raakt ons allemaal diep. Het zou unfair zijn een minister van persoonlijke harteloosheid te verdenken, wanneer zij een grootschalige politiek moet voeren over complexe dossiers. Grootschaligheid vereist een reductie tot kwantificeerbare en verifieerbare criteria. Die zijn nooit helemaal relevant voor het individuele geval. Aldus sluipen er gangsters door de mazen van het net, dat tegelijkertijd oprechte vluchtelingen tegenhoudt. De taak van een politicus is om de false positives en false negatives van de filter zo miniem mogelijk te (laten) maken. De kritiek op een minister moet dus gaan over het relatieve aantal vergissingen, niet over de precieze aard van één vergissing. De kritiek van Brigit bijvoorbeeld is veel relevanter voor het vermeende failliet van ons asielbeleid: als werkelijk àlle wachtende asielzoekers een tergend trage en onmenselijke procedure moeten ondergaan, is dat voer voor discussie en verbetering. Men moet zich echter realizeren dat de lengte van een onderzoek recht evenredig is met de precisie. Agressieve verkorting van de procedure zal het aantal vergissingen doen toenemen, die dan weer paginagroot kunnen worden betreurd. Wat tenslotte De Block haar beweegredenen betreft: zij is inderdaad verkozen door de mensen in haar kieskring. Die hebben voornamelijk egoïstische belangen en soms humanitaire. Het zou naïef zijn om van haar te verwachten dat zij de belangen van vluchtelingen in de wereld stelt boven het belang dat de Belgische bevolking erin stelt en de pijn die het volk zichzelf wil doen om de noden van Afghanen te lenigen. Haar altruïsme zou immers maar één termijn duren. De politicus heeft de plicht een evenwicht te zoeken tussen het belang van een budgettair evenwicht, continuïteit in de lokale samenleving, onze oprechte bekommernis om het leed in de wereld en de morele plicht daaraan te verhelpen.