Immanente onrechtvaardigheid.

Steven Vromman

18 oktober 2010
Opinie

Immanente onrechtvaardigheid.

Immanente onrechtvaardigheid.
Immanente onrechtvaardigheid.

België scoort hoge toppen bij de nieuwe berekening van de ecologische voetafdruk. We stijgen met stip naar de vierde plaats op de wereldranglijst en laten daarmee de Verenigde Staten achter ons. Per inwoner gebruiken we nu 8 hectaren bioproductieve grond om in al onze behoeftes te voorzien. Mijn hele Low Impact kruistocht heeft zo te zien nog niet veel opgeleverd.

Daarmee gebruiken we 4,4 keer meer dan wat ons toekomt, tenminste  als we het logisch vinden dat iedereen recht heeft op eenzelfde aandeel van de beschikbare middelen. De gevolgen van deze hebzucht laten zich alsnog vooral voelen in het Zuiden. De toenemende droogtes, aan het weer gerelateerde natuurrampen  en misoogsten komen zijn vooral voelbaar bij de mensen met de kleinste ecologische voetafdruk. Misschien zouden we dit een  ‘soort van eminente onrechtvaardigheid’ kunnen noemen.
Ondertussen stijgt ons land in nog andere internationale ranglijsten. Met name die van de armoede. Al 15 % van de bevolking leeft op of onder de armoede grens , in Brussel gaat het ondertussen over bijna één derde van de bevolking. En wat doet een onmachtige minister Van Deurzen; hij gaat een nachtje slapen in een opvanginitiatief en vol begrip luisteren naar de ‘verhalen van de mensen’. Ondertussen worden allerlei plannen gesmeed om te gaan knippen in uitkeringen, mensen nog flexibeler te laten werken en blijkt er geen geld te zijn voor het onderwijs.
Voor zover ik de recentste berichten kan volgen is een regering in eigen land  verder af dan ooit. De verduidelijker was misschien wel duidelijk, maar we zijn terug bij af. Benieuwd wat de koning nu uit zijn hoed zal toveren.  Moeten we stilaan niet overwegen om het bestuur van dit land aan de Verenigde Naties door te geven?
Het enige lichtpuntje de voorbije week lijkt wel de redding van 33 mijnwerkers in Chili. De redding is deze kerels en hun families uiteraard van harte gegund. Al zullen er in dezelfde 69 dagen dat de kompels onder de grond zaten naar schatting 500 anonieme mijnwerkers zijn omgekomen in de steenkoolmijnen van China. Op de keper beschouwd zouden een deel van deze doden ook bij onze ‘sociale’ voetafdruk moeten worden opgeteld. Een derde van de energievraag van China heeft te maken met onze onstilbare honger naar goedkoop textiel, speelgoed en elektronica.
Het strafste bericht  van de voorbije week  stond echter in de Tijd. Een interview met Santiago Niño Becerra, een prof economie in Barcelona. De man heeft al enkele jaren terug de grote economische crisis van 2008 voorspeld, maar hij gaat nog een stapje verder. Volgens hem zitten we voor minstens tien jaar in een zware crisis en gaat die meteen het einde van het kapitalisme inluiden.
Vooraleer we allemaal in groot gejuich de straat op rennen, is het goed zijn toekomstbeeld nog even te bekijken. Samengevat zegt hij dat het kapitalisme de individuele behoeften kon invullen zolang er genoeg hulpbronnen waren. Nu duidelijk is geworden dat de bronnen uitgeput raken, zullen we in een fase komen waarin het er harder aan toe zal gaan. Als een dokter nu twee kandidaten krijgt voor een hartoperatie  (een dertigjarige of een zestigjarige) dan krijgen ze allebei hun operatie.  In de toekomst zal dit onmogelijk zijn en zal enkel de dertigjarige nog geholpen worden.  Niet meer het individu zal centraal staan, maar wel de rationele verdeling van schaarse middelen.
Becerra voorspelt een sociaal bloedbad omdat het groeimodel finaal op zijn grenzen botst. Het is op een eindige wereld onmogelijk om blijvend groeipercentages van 5 of 3 of zelfs maar 2% aan te houden. Aangezien ons hele model op die groei is gebaseerd zal het stilvallen ervan  meteen het einde van een systeem met zich meebrengen. Over wat na het kapitalisme zal komen  heeft hij een enkele ideeën. Hij spreekt over een keiharde overlevingsstrijd waarbij enkel zij die iets kunnen bijdragen voor de groep een overlevingskans maken. Het enige lichtpuntje is dat in zo’n scenario onze voetafdruk ongetwijfeld terug kleiner zal worden.
Tegen beter weten in blijf ik hopen dat we toch nog een aantal verstandige keuzes maken om de afdaling  naar een meer rechtvaardige, lokale en energie-onafhankelijke samenleving  in te zetten. Liever samen allemaal een beetje minder, dan elk voor zich over straat rollend voor de laatste kruimels.