Sandeep Das: 'Angst voor elkaar vervangen door het plezier van het samenspelen'

De Indiase tablaspeler Sandeep Das startte enkele jaren geleden met het HumEnsemble. Dit collectief verenigt vooraanstaande muzikanten van over de hele wereld en wil het begrip tussen volkeren verbeteren door middel van muziekonderricht. Vrijdagavond 29 november speelt hij samen met de Fanfakids, een groep jonge percussionisten uit Molenbeek.

  • © Pam Murray Sandeep Das © Pam Murray

Een bonte groep jonge trommelaars schaart zich in een buurtcentrum in Molenbeek enthousiast rond Sandep Das, de wereldberoemde Indiase tablaspeler. Bij het begin van de workshop raken de kinderen verlegen zijn voeten aan. Een teken van eerbied in India, dat hem zichtbaar plezier doet. Das leert hen een paar Indiase ritmes, die ze enthousiast en deskundig overnemen door te roepen en te klappen. Daarna worden de rollen omgekeerd en tonen de kinderen trots aan Sandeep wat ze in hun mars hebben. Oorverdovend spelen de kinderen op de grote voorgebonden trommels, soms met wat tape op de zijkanten, maar dat deert hier niemand. Sandeep Das stuurt hen af en toe wat bij, maar het is vooral fijn om zien hoeveel speelplezier beide partijen hebben zodra er ritmes in de lucht hangen. MO* sprak met Sandeep Das naar aanleiding van zijn optreden in Bozar met het Hum Ensemble.

Hoe is het Hum Ensemble begonnen?

Sandeep Das: Bijna vijftien jaar geleden speelde ik samen met Yo-Yo Ma, de beroemde cellospeler. Hij nodigde muzikanten uit verschillende landen uit om samen te spelen. Mijn idee voor het Hum Ensemble was om een zaadje van die boom te nemen en het te planten in India, misschien zou het daar ook wel kunnen groeien. Daarnaast wilde ik muzikanten uitnodigen en hen in contact brengen met een jongere generatie, misschien zullen zij dan over tien jaar dit project voortzetten op precies dezelfde manier als waarop ik door Yo-Yo Ma geïnspireerd werd.

Toen ik net begon te spelen, rond 1990, speelde ik voor kinderen met een beperking en het leek of ik een teken kreeg van god. Ik realiseerde me dat dit een goed idee was en ik er iets mee moest doen, dus ging ik op zoek naar scholen en kinderen die ik kon helpen.

Zo belandde ik op een school voor blinden. Ik praatte met de directie, vroeg hen of ze wisten wie er muzikaal talent had, zodat ik hen kon helpen om muziek te leren maken. Zo ontmoette ik drie kinderen, twee meisjes en een jongetje. De meisjes zijn ongeveer twaalf en vijftien jaar oud, het jongetje is acht jaar. Hij is supergetalenteerd, hij is zoals Lionel Messi, als ik hem nog zeven jaar kan trainen, wordt hij de eerste blinde tabla superster. Dus zorgde ik ervoor dat die kinderen een Lanxessbeurs kregen met muzieklessen, misschien kon ik hen dan op het podium brengen. Ondertussen hebben ze hun eerste concert gegeven en kregen ze een beurs, ik wilde hen niet op straat zetten na een kort programma maar wou dat ze echt iets zouden leren van professionele muzikanten, dat was het begin van Hum.

Een ander doel van Hum is een ziekteverzekering te verkrijgen voor bejaarde kunstenaars. In India krijgen ze een prijs en veel waardering voor wat ze bereikt hebben, maar vaak blijven ze straatarm achter. Bismillah Khan, een shehnaispeler, dat is een Indiaas blaasinstrument, kwam jaren geleden op tv en onthulde toen dat hij zijn medicijnen niet kon betalen, er ontstond meteen opschudding en veel mensen waren verontwaardigd. Ik hoop dat het ons lukt om iemand aan boord te krijgen die elk jaar voor enkelen van hen een verzekering kan betalen, zodat al hun medische kosten door de ziekenhuizen betaald worden. Totnogtoe is het nog niet gelukt om ziekenhuizen of verzekeringsmaatschappijen mee aan boord te krijgen. Desnoods betalen mijn vrienden en ik het zelf al is het voor elke kunstenaar een jaar lang.

Het is niet vanzelfsprekend dat muzikanten sociale projecten mee opzetten of op internationale podia brengen. Waarom doet u dat wel?

Sandeep Das: Toen ik nog met het Silk Road project bezig was, las ik ‘Autobiografie van een yogi’, dat zette me aan het denken over mijn bijdrage voor de maatschappij. Ik kwam tot de conclusie dat ik niet echt iets deed, dus zette ik het plan op voor het HumEnsemble en berekende hoeveel geld ik nodig zou hebben. Mijn vrouw lachte met me toen de cijfers op papier stonden. Het was inderdaad heel moeilijk om het geld bijeen te krijgen, ik heb er om moeten bedelen, maar zoals alles in het leven, geldt ook hier, als je erin gelooft, dan lukt het je.

Iedereen die ervoor kiest om kunstenaar te zijn is een beetje gek om dit soort levensstijl te willen. Er is dus een flinke dosis koppigheid voor nodig, al probeerde iedereen mij te stoppen, nog wil ik het doorzetten. Het geloof in het project gaf me de kracht. Ik deelde het idee met mijn vrienden en de meesten zeiden dat ik gek was, maar konden geen nee zeggen.

Op de een of andere manier slaagden we erin om het eerste evenement op touw te zetten met vier muzikanten, een van Spanje, een van China en twee van Amerika, en ik ging op zoek naar jong Indiaas talent. Toen ik zelf jong was, kende ik alleen de Indische klassieke muziek.

Ik speelde in de grote muziekhallen maar wist niets van westerse klassieke muziek. Met die verzamelde groep gaven we twee concerten, de respons was ongelofelijk, toen de Chinese man zong, kreeg hij een staande ovatie. Daaruit begreep ik dat het Humensemble over de grenzen kan gaan en doorheen elke muur. De relatie tussen India en China is niet goed, maar het kon het publiek niet schelen dat hun twee landen overhoop lagen, zo ongelofelijk goed was zijn muziek. Dat is de kracht van een dialoog en het gaf mij de moed om echt een kantoor op te zetten. We werken louter met vrijwilligers, er is niet genoeg geld om echt mensen in dienst te nemen.

Nam u met het Humensemble een artistiek risico?

Sandeep Das: Ik denk dat de wereld draait door mensen die bereid zijn om risico’s te nemen. Als niemand ooit een risico nam, zouden we nog steeds jagen in de jungle en rauw vlees eten. Volgens mij is het een deel van de menselijke natuur om risico’s te nemen. Praktisch gezien is het een slechte keuze om liever muzikant te willen zijn in plaats van manager maar het draagt bij aan mijn levensgeluk, ik haal er veel meer genoegdoening uit. Als ik voor jou wil spelen, dan doe ik dat, als de president vraagt of ik voor hem wil spelen en ik heb er geen zin in, dan kan ik dat weigeren. Dat kunnen niet zoveel mensen zeggen.

Ik nam het risico omwille van die drie kinderen die ik kan helpen. Telkens ik iemand om geld moet gaan vragen, beloof ik mezelf achteraf dat ik dat nooit meer zal doen, maar telkens ik die kinderen zie, ben ik bereid om terug te gaan. Het risico is het absoluut waard want het lot van de kinderen hangt af van de steun die we kunnen krijgen.

De beurs die we nu geven, is waarschijnlijk de enige beurs in mijn land voor blinden. Maar zelfs al is het niet de eerste, misschien zijn er zelfs wel vijf, dat is nog niet veel in een land met miljarden inwoners, onder wie velen steenrijk zijn.

Zijn er plannen om het project te vergoten?

Sandeep Das: Het oorspronkelijke idee was om elke jaar nieuwe kinderen op te nemen in het programma, die telkens voor vijf jaar een beurs zouden krijgen. Momenteel ben ik daar niet meer zeker van, ik wil de kinderen kwalitatief onderwijs geven. Nu weet ik van wie ze les krijgen, maar hoe groter het project zou worden hoe minder kwaliteitscontrole er mogelijk is. In januari beslissen we daar verder over.

We werken voortdurend samen met andere mensen en het repertoire hangt van de deelnemers af. In januari plan ik om met een plastisch kunstenaar uit Armenië te werken, met een storyteller uit Londen en een van India, ze zullen tegelijkertijd hetzelfde verhaal vertellen en de muzikanten zullen speciaal voor de verhalen en de kunstenaar muziek componeren. Het programma groeit doordat we steeds nieuwe dingen toevoegen. Ik wil niet dat het programma groter en groter wordt en ik op een dag besef dat het buiten mijn controle ligt. Het behoud van de kwaliteit is erg belangrijk, zowel van het lesprogramma als van wat op het podium brengen. Ik wil dat er mensen komen kijken omdat we goede kwaliteit brengen.

Hoe wil u concreet bijdragen met dit project?

Sandeep Das: Ik hoop ten eerste dat we de beurzen niet alleen zouden kunnen geven aan domeinen binnen de muziek. Dat kunnen beurzen zijn voor tapijt weven, voor pottenbakkerskunst, voor poëzie,… Ik hoop dat deze mensen over vijftien jaar opgroeien tot goede kunstenaars, misschien zullen ze dan ook zelf iets terugdoen voor de gemeenschap. Muzikaal hoop ik dat deze kinderen die nu in contact komen met muzikanten van over de hele wereld, zelf een conversatie over de hele wereld beginnen.

Zo is het bij mij gegaan. Toen ik jong was, wist ik niets van de andere kant van de wereld, andere landen lieten me koud. Als er nu in Azerbeidzjan iets gebeurt, raakt me dat want ik heb er vrienden. Ik informeer mijn eigen land ook over de westerse wereld, niet iedereen gaat er naar McDonald’s, niet iedereen draagt kleding zoals op MTV of luistert naar die muziek.

Spelen met anderen heeft mij beïnvloedt, het heeft mijn familie beïnvloedt via mij, mijn vrienden, …. Het is een waterrimpel-effect. Wanneer we optreden krijgen de toeschouwers er iets van mee, we vervangen de angst voor elkaar door samen plezier te hebben op het podium. Ik denk dat dat de sterkste boodschap is die we kunnen uitdragen. De jonge muzikanten zijn gek op de internationale muzikanten, misschien spelen ze over een paar jaar wel samen met hun zoon of dochter, dat betekent veel voor me.

Kijkt u uit naar de samenwerking met de Fanfakids?

Sandeep Das: Ik kijk er naar uit, ik heb ze alleen nog maar online gezien en hen muziek beluisterd. Het eerste idee was om alleen een workshop te doen en daar samen met hen te spelen. Maar kan je je voorstellen wat dat voor kinderen betekent om ook samen op te treden? Dus zal ik dat doen.

Bent u bekend met de traditie waarin ze spelen?

Sandeep Das: Het gaat over een dialoog starten en over de verrassing die het samenspelen zal teweeg brengen. Eigenlijk doet de stijl er niet toe, het gaat over het samenspelen en over samen plezier te hebben.

Wat kunnen verschillende culturen van elkaar leren?

Sandeep Das: Het belangrijkste dat ik leerde, is dat alles waarvan je denkt dat het van jou is, niet van jou is. Als jij over iets denkt dat het typisch Belgisch is, muziek of eten of iets dergelijks, als je reist ontdek je dat dat niet zo is. Dan kom je dingen tegen aan de andere kant van de wereld die je leerde van je moeder. Ik ben ervan overtuigd dat culturen elkaar altijd doorkruist hebben. Toen ik samenspeelde met een Iraniër, ontdekten we toevallig dat onze talen veel overeenkomsten hebben. Toen ik met een Chinese muzikant begon te werken, kende ik geen woord Chinees en hij kende geen woord Engels, maar toen hij begon te spelen, herkende ik de melodie omdat we die in India ook kennen. Door de wereld rond te reizen wordt duidelijk dat niets echt van ons is.

Hoe klein het ook is wat ik met Hum doe, het is tegelijkertijd ook echt groots. Met elk nieuw concert, spelen er andere muzikanten mee. Het is zoals met de rivier, ze is hetzelfde, maar toch elke seconde anders. Dat is een diepe filosofie maar ik denk dat het dat is wat een muzikantenbestaan is. Elk optreden is anders, het publiek verandert, mijn gemoed, … Wie ben ik om grote veranderingen teweeg te brengen in een zo groot en complex land als India?

Misschien zien mensen het niet eens, maar ik veroorzaak wel een rimpeling in het water. Ik heb er geen idee van hoe ver het zal reiken, maar het is zeker de bedoeling om het verder te zetten. Het zal van twee dingen afhangen, het budget en ik wil niet inboeten op de huidige kwaliteit van het project. Ik wil dat de kinderen een goede opleiding krijgen, dat ze geen middelmatige studenten worden maar echte topmuzikanten waar het land echt trots op is.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

LEES OOK

© Charlotte Teunis
Tijdens de zomer gaan we elke week langs bij iemand die België even achter zich laat.
CC Gie Goris (BY NC 2.0)
Nationalisme is zowat overal ter wereld aan de winnende hand, ook in India.
Met Hotel Salvation brengt regisseur Shubhashish Bhutiani een grappige en warme film over familiebanden die je volledig onderdompelt in de Indiase sfeer en cultuur.
CC Gie Goris (BY NC 2.0)
De kleur oranje verwijst voor ons, met de teloorgang van het Nederlandse elftal, alleen nog naar sinterklaasfruit en gevangenenoveralls. Dat is in India anders.
Nooit meer tonen X

Ontdek

MO*nieuwsbrieven

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

Facebook/Twitter

Blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

MO*magazine

Abonneer je op ons unieke kwartaalmagazine voor slechts € 28.

Een abonnement nemen

MO*papers

Abonneer je op de gratis digitale achtergronddossiers (pdf) over actuele mondiale thema’s.