Voor wie zijn hoge voedselprijzen nu een probleem?

“Zowel hoge als lage voedselprijzen kennen winnaars en verliezers”, stelt professor Johan Swinnen in een artikel dat ondermeer in het vakblad Science verscheen. Ontwikkelingsorganisaties zijn volgens hem niet consequent. Bij lage prijzen bepleiten ze het lot van de boeren, bij hoge prijzen bepleiten ze het lot van de arme stadsbevolking die geen eten meer kan kopen. Waar staat Vredeseilanden in deze discussie? Enkele kanttekeningen.

De indruk die bij het lezen van de studie van professor Swinnen ontstaat, is dat we voor een binaire keuze staan. Ofwel lage voedselprijzen zodat mensen in de steden zich goedkoop kunnen voeden, maar waardoor de inkomens van de landbouwers dalen. Ofwel hoge voedselprijzen en hoger inkomens voor landbouwers, maar dus ook hogere voedselprijzen voor de stedelingen, met alle sociale onrust van dien.

Die keuze is vals.

Ten eerste gaat zo’n redenering voorbij aan het feit dat de prijs van een voedselproduct slechts voor een fractie bepaald wordt door de prijs die een landbouwer krijgt. De rest van de prijsvorming zit elders in de keten: bij de verwerking en de distributie. Over de omvang van die marges zijn veel minder analyses beschikbaar, maar er zijn wel indicaties dat de marges daar toegenomen zijn.

Ten tweede is het niet zo dat boeren automatisch profiteren van hogere voedselprijzen. De meerderheid van de boeren in ontwikkelingslanden doen aan overlevingslandbouw. Ze kunnen hun familie voeden, maar produceren niet voldoende surplus om op de markt te verkopen. Wat je niet produceert, kan je dan ook niet verkopen aan een hogere prijs. Boerenfamilies zijn dus nettoconsumenten en lijden mee onder de prijsstijgingen.

Verwaarloosde landbouw

Daarmee raken we de grondoorzaak aan: de staat van de landbouw in ontwikkelingslanden. Vandaag maken we het resultaat mee van tientallen jaren verwaarlozing en een naïef geloof dat goedkoop importvoedsel de teloorgang van de eigen landbouw kan opvangen. Zo ontstond een neerwaartse spiraal, die we in januari 2011 al beschreven in De Tijd:

"Men verwaarloost de eigen landbouw en het platteland. Mensen trekken er weg, richting steden. Daar is ook amper werk, maar de mensen moeten er wel eten. Eten dat van het platteland zou moeten komen, maar daar ligt de landbouw lam of rest er enkel nog exportgerichte landbouw. Dan maar voedsel importeren en/of beroep doen op voedselhulp. Zo goedkoop mogelijk, want anders mort het volk. De lokale landbouw kan niet concurreren met de import en glijdt nog verder weg, waardoor nog meer mensen het platteland verlaten richting steden."

Zolang de wereldmarkt goedkoop voedsel kan leveren is er niks aan de hand. Maar dat bleef niet duren. Zo liep het in 2008 een eerste keer stevig mis.

Daar ligt het echte verhaal. Je bent niet beschermd tegen de capriolen van een volatiele wereldmarkt als je geen eigen landbouw hebt en dus volledig op die wereldmarkt bent aangewezen.

Kostendekkende prijzen

Kiezen tussen hoge prijzen of lage prijzen? Daar gaat het niet over. Er is maar één weg die perspectief biedt: bouwen aan een solide landbouwsector. Dat kan je alleen maar bereiken door over langere termijn stabiele, kostendekkende prijzen te bewerkstelligen. Zo wordt investeren aangemoedigd en is een overgang van overlevingslandbouw naar een productieve familiale landbouw mogelijk, die op haar beurt de ontwikkeling van andere sectoren aanvuurt.

Al de rest moet in functie van een stabiele, regionale voedselmarkt staan. Moet een regio tijdelijk haar markt kunnen afschermen? Ja. Het zij zo. Moet de overheid extra investeren in plattelandsinfrastructuur? Zeker, het zij zo. Is er extra steun voor boeren nodig? Het zij zo. En zijn artificieel lage voedselprijzen dan niet langer mogelijk? Het zij zo. De verstandigste manier om mensen te helpen die te arm zijn om voedsel te kopen, is een sociaal vangnet opzetten (uitkeringen, voedselbonnen,...). Niet je eigen landbouwsector plat knijpen.

Alle partijen die een belang hebben in de voedselproductie, varen wel bij stabiele, kostendekkende prijzen. Daarom dragen boerenorganisaties, bedrijven uit de verwerkende sector en de distributie samen met overheden en consumenten de verantwoordelijkheid om het landbouw- en voedselsysteem fatsoenlijk te laten functioneren. 

In zijn besluit stelt Swinnen: “We need a more nuanced debate on how global developments and policies affect food security. All changes cause winners and losers, also among the poor. If the objective is to assist those who are hurt by price changes, this is no excuse for simplistic messages.” Volmondig akkoord. Kan de communicatie van ngo’s beter over dit onderwerp? Ongetwijfeld. Maar in de heersende mediacontext nuance stoppen in een boodschap van 15 seconden, is even uitdagend als de Noordzee ontzilten.

Jelle Goossens en Chris Claes zijn respectievelijk communicatiemedewerker en expert duurzame landbouwketens bij Vredeseilanden.

LEES OOK

CC BY-NC-ND 2.0 Scott Butner
De landbouw zal tegen 2023 meer opbrengen. Ook de grondstoffenprijzen zullen stabiliseren. Maar of ook het armste deel van de wereldbevolking daar mee de vruchten van plukt, is nog onzeker.
Waar kennis van pesticiden schaars is, zijn chemische middelen ongezond en zelfs gevaarlijk.
Wikipedia/Achmad Rabin Taim (CC BY-SA 2.0)
Landbouw op zogeheten geroofd land kan 100 miljoen mensen extra voeden, zegt een nieuwe studie.
Flickr/ Bob Jagendorf (CC BY-NC 2.0)
Goedkoper voedsel zal de honger in de wereld niet doen afnemen, zegt Andrew MacMillan, ex-topambtenaar van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO).

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

jan vanhumbeeck (niet gecontroleerd)

De bovenstaande grafiek in 1980 laten beginnen zou al een mooie nuance zijn. Je zou dan kunnen zien dat de voedselprijzen vandaag niet hoger zijn dan in 1980. Mocht u uw woning vandaag kunnen huren of kopen aan de prijs van 1980, niemand zou dit duur noemen. Om boeren in de derde wereld een eerlijk loon te geven, moeten de graanprijzen vervijfvoudigen.