Weinig feestvreugde op eerste verjaardag Zuid-Soedan

Precies een jaar geleden vierden de Zuid-Soedanezen hun onafhankelijkheid. De stopzetting van de olie-export en de aanhoudende conflicten met het noorden doen het enthousiasme verstommen. MO* sprak met de waarnemende ambassadeur van Zuid-Soedan om een balans op te maken van hun eerste onafhankelijkheidsjaar.

  • CC Oxfam International In het Jamam vluchtelingenkamp staan vrouwen en kinderen in de rij om water te halen. CC Oxfam International
  • CC UN Photo Geneva Nickson Peter Deng (rechts), waarnemend ambassadeur van Zuid-Soedan in Brussel. CC UN Photo Geneva

Stéphanie Borgers

9 juli 2012

Een droom werd werkelijkheid toen Zuid-Soedan vorig jaar zijn onafhankelijkheid afkondigde. De harde realiteit confronteerde het land echter met een humanitaire crisis die zonder hulp van buitenaf niet meteen van de baan zal raken. De relaties met Soedan lopen nog steeds niet van een leien dakje. Bloedige conflicten in de grensgebieden zijn nog dagelijkse kost en de olie, de belangrijkste bron van inkomsten, geraakt sinds januari niet meer geëxporteerd.

Een minimale vooruitgang op het vlak van onderwijs en infrastructuur is daarentegen hoopgevend. We confronteerden Nickson Deng Peter, de Zuid-Soedanese waarnemende ambassadeur, met een aantal vragen over de ontwikkeling van zijn land.

Welke impact heeft de crisis in Soedan op de ontwikkeling in Zuid-Soedan?

Nickson Deng Peter: Wanneer je buurland in crisis zit, heeft dat uiteraard een voelbaar effect op je eigen land. Veel mensen vluchten weg en vooral het opvangland draagt daar de gevolgen van.

Soedan en Zuid-Soedan delen een grens van 2000 km. Er zijn drie grensgebieden die we delen met Soedan: Abyei, Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl. Deze gebieden verkeren in een staat van oorlog. Ze zijn het doelwit voor dagelijkse bombardementen door Soedan. Logischerwijs trekken de bewoners weg op zoek naar vrede en rust. Zo zijn er elke dag 6000 mensen die verhuizen naar ons land. Deze mensen hebben natuurlijk opvang, bescherming en gezondheidszorg nodig.

Tegelijkertijd blijft Soedan deze mensen bombarderen, zelfs tot in Zuid-Soedan. En als er onveiligheid heerst, is ontwikkeling ver weg. Maar we kunnen die mensen natuurlijk de weg naar ons land niet versperren. We zijn zelf ooit gevlucht naar landen zoals Kenia, Oeganda of Tanzania. Toen hebben we ook gebruik gemaakt van de faciliteiten van het land in kwestie. Nu is het onze beurt om de vluchtelingen te helpen.

Verwacht u nog veel mensen die terugkeren naar Zuid-Soedan?

Nickson Deng Peter: Sinds de onafhankelijkheid vorig jaar verwachten we dat onze mensen terug naar huis zouden komen. We hebben daar nood aan, Zuid-Soedan is een groot land met een kleine bevolkingsdichtheid. Het zijn de inwoners die onze ontwikkeling moeten stimuleren.

Alleen hoopten we dat ook de Zuid-Soedanezen in de VS, Engeland en Australië zouden terugkeren met hun kennis en hun ervaring. Dat is nog te weinig het geval. Velen houden waarschijnlijk rekening met de toekomst van hun familie. Er zijn nog niet genoeg scholen, infrastructuur bestaat amper en ook in de gezondheidssector is er nog veel werk. Een ander probleem zijn de woningen. Ons land lag helemaal in puin, dus we moesten bij nul beginnen om alles herop te bouwen.

Kunnen we de vredesonderhandelingen tussen Soedan en Zuid-Soedan in Addis Abeba vertrouwen?

Nickson Deng Peter: Dat valt nog te zien. Over het algemeen vertrouwen we Soedan niet. In de afgelopen vijftig jaar heeft het noorden zich nooit aan zijn beloftes gehouden. En de regering van president al-Bashir zal daar niet veel aan veranderen.

Heel misschien kan de internationale gemeenschap het verschil maken deze keer. Khartoem heeft immers enkel deelgenomen aan de vredesonderhandeling omdat de VN Veiligheidsraad dat wilde. Als de VN blijven druk zetten op Khartoem om hun beloftes na te komen, kan dat het onderhandelingsproces deze keer misschien ten goede komen. Bovendien bevindt Soedan zich in een moeilijkere situatie dan tijdens vorige onderhandelingen. Het land zit in crisis, en vooraleer het zich daarop kan concentreren, moet het eerst de problemen met ons aanpakken.

Wat doet de internationale gemeenschap om Zuid-Soedan te ondersteunen?

Nickson Deng Peter: De internationale gemeenschap heeft al veel gedaan voor ons. Toch hebben we meer nodig dan louter morele steun. Financiële middelen zijn noodzakelijk want ontwikkeling kost nu eenmaal geld. Maar in de eerste plaats willen we dat de internationale gemeenschap druk zet op Khartoem om ons met rust te laten. Zuid-Soedan is een nieuw land met veel problemen. Onze regering heeft momenteel gewoon de middelen nog niet om de veiligheid te controleren.

Speelt de EU een rol hierin?

Nickson Deng Peter: Al sinds het prille begin heeft de EU een belangrijke rol gespeeld. Ook tijdens de vredesonderhandelingen was de EU een sterke partner van Zuid-Soedan. Maar ook op het vlak van ontwikkeling krijgen we hulp. Ze financiert bijvoorbeeld de beveiliging van onze nationale luchthaven in Juba. Net omdat veiligheid onze prioriteit is, appreciëren we enorm dat de EU net op dat domein een handje toesteekt.

Als er onveiligheid heerst, is ontwikkeling ver weg.
Wanneer zullen jullie opnieuw kunnen rekenen op inkomsten uit de oliesector?

Nickson Deng Peter: De olieproductie ligt ondertussen al zeven maanden stil. Het noorden saboteert onze olie-export door de vervoerskosten hoog te houden. Khartoem vraagt 37 dollar per olievat om de olie te vervoeren van Zuid-Soedan naar de haven van Soedan. We gaan daar natuurlijk niet mee akkoord. Internationaal ligt die prijs rond 1,5 dollar en in veel landen is dat zelfs lager dan 0,57 dollar. Daarom zijn er geen olie-inkomsten momenteel. We steunen op de belastinginkomsten, en hoofdzakelijk op de donaties van de Wereldbank, de EU, en andere solidaire landen zoals de VS en Noorwegen.

Hoe wil Zuid-Soedan in de toekomst minder afhankelijk worden van de financiële hulp van de internationale gemeenschap?

Nickson Deng Peter: We zijn begonnen met de bouw van raffinaderijen om onze olie zelf te exporteren. Momenteel bouwen we een pijplijn naar de haven van Lamu in het noorden van Kenia. Over twee jaar zou dat klaar moeten zijn. Bovendien hebben we een akkoord met Kenia en Ethiopië om die haven te delen. Verder focussen we ons op de landbouw- en mineraalsector om de staatskas bij te vullen.

Hoe groot is het corruptieprobleem in Zuid-Soedan?

Nickson Deng Peter: Het corruptieprobleem kunnen we niet ontkennen. Corruptie is immers overal, in Kenia, Oeganda, maar ook in Europa. De belangrijkste vraag is: wat kun je er tegen doen? Een oplossing vinden voor dit probleem is onze grootste uitdaging.

In Zuid-Soedan hanteren we ‘Nultolerantie voor corruptie’. We hebben al een anti-corruptiecommissie opgericht en we vervaardigen wetten om corruptie te bestraffen. Onlangs heeft onze president Salva Kiir enkele volksvertegenwoordigers verwijderd uit het parlement omdat er bewijzen waren van corruptie. Ze worden nu verplicht om het geld dat ze gestolen hebben, terug te geven aan de overheid. Zo hebben we dit jaar alleen al 60 miljoen dollar opgehaald.

Wat is de belangrijkste verwezenlijking van het land tijdens zijn eerste levensjaar?

Nickson Deng Peter: Het klinkt misschien vreemd, maar we vinden het heel belangrijk dat we er dit jaar in geslaagd zijn om de veiligheid grotendeels te verzekeren. We beweren niet dat alle Zuid-Soedanezen in veiligheid verkeren, maar voor het grootste deel van het land is dit wel het geval.

Vervolgens zijn we heel trots op de nieuwe autosnelweg tussen Juba en de grens met Kenia. Ook het onderwijs is aan de beterhand. Voor de onafhankelijkheid liepen slecht een duizendtal kinderen school, nu zijn dat er meer dan twee miljoen. Een belangrijke verwezenlijking is de verbeterde vrouwenrechten. Eén vierde van het parlement moeten vrouwen zijn. Dat is ook het geval voor justitie.

Zijn de Zuid-Soedanezen een verenigd volk?

Nickson Deng Peter: Vorig jaar stemde 99 procent van de bevolking voor de onafhankelijkheid. Eenheid ligt dus aan de basis van ons land. Dat neemt niet weg dat er vaak spanningen zijn tussen de volkeren. Die ontstaan bijvoorbeeld wanneer het vee van de ene stam gaat grazen op de landbouwgrond van de andere stam. Dat leidt vaak tot gewelddadige taferelen.

Behalve dit probleem zijn de Zuid-Soedanezen meer verenigd dan ooit, en staat iedereen achter de overheid. Vroeger waren we veel meer verdeeld door de overheid in Khartoem. We hopen dat deze harmonie in de toekomst alleen maar sterker wordt.

Wat klopt er van de geruchten dat Zuid-Soedan de rebellen in het noorden zou steunen en bewapenen?

Nickson Deng Peter: Zoals u net zegt, het zijn geruchten. En geruchten zijn meestal niet gebaseerd op de waarheid. Sinds de onafhankelijkheid maakt Zuid-Soedan deel uit van de internationale gemeenschap. We hebben het charter van de VN getekend en dat betekent dus dat we respecteren wat daarin staat.

Om in vrede te kunnen leven met je buurlanden, is het belangrijk om je niet te bemoeien met conflicten op hun territorium. De oorlog in het noorden, is een probleem van Soedan. Wij steunen de rebellen in het noorden niet omdat we geen oorlog willen aanmoedigen. Dat kan alleen maar nefast zijn voor ons, alleen al om het feit dat we dan meer vluchtelingen moeten opvangen.

Ons probleem hier in het zuiden is ook niet opgelost geraakt door oorlog, maar wel door samen te zitten aan de onderhandelingstafel om tot een vredevolle oplossing te komen. Maar Soedan is helaas niet van dezelfde mening.

Meer uit het dossier Zuid-Soedan onafhankelijk

Een jaar na de onafhankelijkheidsverklaring zit Zuid-Soedan in een diepe crisis. Die overschaduwt de feestvreugde die er vandaag had moeten zijn.
Dag op dag een jaar na het begin van de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan hebben de vrouwen amper het gevoel dat er iets veranderd is voor hen.
CC DFID
Aan de vooravond van de eerste verjaardag van de opsplitsing van Soedan in Soedan en Zuid-Soedan op 9 juli 2011 lijkt er weinig reden tot feestvreugde aan beide kanten van de grens.
De Soedanese hoofdstad Khartoem was de afgelopen week dagelijks het toneel van protesten tegen strikte bezuinigingsmaatregelen van de overheid.

Meest recent van Stéphanie Borgers

De zilverontginning in de Cerro Rico ('Rijke Berg') maakte van Potosi ooit de rijkste stad van Latijns-Amerika. Veel roem schiet daar vandaag niet van over.
REUTERS/Mario Anzuoni
René Perez Joglar, alias Residente, is zanger/rapper en boegbeeld van Calle 13, de meest succesvolle Latijns-Amerikaanse muziekgroep van het laatste decennium.
CC Nicolás Carrasco Silva
De zanger van de Porto Ricaanse groep Calle 13 wordt door de jonge Latijns-Amerikanen op handen gedragen.
CC Stéphanie Borgers
Luther Castillo Harry uit Honduras behoort tot de Garifuna, een zwarte minderheidsgroep die doorheen de geschiedenis enkel onderdrukking en discriminatie heeft gekend.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.
X

Ontdek

MO*nieuwsbrieven

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

Facebook/Twitter

Blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

MO*magazine

Abonneer je op ons unieke kwartaalmagazine voor slechts € 20.

Een abonnement nemen

MO*papers

Abonneer je op de gratis digitale achtergronddossiers (pdf) over actuele mondiale thema’s.