Sinds 27 september 2002 onderhandelt de Europese Unie ‘Economische Partnerschaps Akkoorden’ (EPA’s) met landen uit Afrika, de Cariben en de Stille Oceaan, de zogenaamde ACP-landen. Met die landen heeft de Europese Unie al tientallen jaren lang ontwikkelingsakkoorden lopen. EPA’s zijn uitgebreide en diepgaande regionale vrijhandelsakkoorden tussen de EU en zes deelregio’s van de ACP-groep.
De officiële bedoeling van deze akkoorden is de ACP-landen geleidelijk te integreren in de wereldhandel en op die manier bij te dragen tot hun duurzame ontwikkeling en tot armoedebestrijding. De EPA’s, zo wordt voortdurend herhaald, “moeten instrumenten voor ontwikkeling worden”.
Toch lokken de onderhandelingen over de EPA’s wereldwijd kritiek en protest uit. Wat is er aan de hand? De EU-commissie en andere voorstanders stellen dat vrijhandel de snelste weg naar ontwikkeling is en daarom precies zullen de EPA’s volgens hen ontwikkelingsinstrumenten zijn.
Maar voor veel ACP-landen en voor de tegenstanders van de EPA’s kan vrijhandel tussen landen met zo sterke verschillen in ontwikkelingsniveau alleen maar voor problemen zorgen. Vooraleer de handelsliberalisering van start kan gaan, moet er eerst gewerkt worden aan de institutionele capaciteit van de ACP-landen en moet hun economische infrastructuur en productiecapaciteit verbeteren. Pas dan kan er gedacht worden aan een geleidelijke liberalisering.
Wil je MO* elke maand in je brievenbus? Aarzel dan niet en neem een abonnement. Voor slechts 35 EUR krijg je een heel jaar lang MO* opgestuurd. Bovendien krijg je er ook nog eens gratis en voor niets een prachtig boek bij.