De mythe van humanitaire principes doorbroken

In een recent verschenen rapport van Artsen zonder Grenzen (AzG) ‘Humanitarian negotiations revealed, The MSF experience’ wordt belicht hoe AzG opereert in conflictgebieden. De zelfstudie staat bordenvol inhoudelijke beschrijvingen van complexe situaties, operaties en afwegingen, die duidelijk maken hoe weinig rechtlijnig humanitaire hulp is. Terwijl hulporganisaties al jarenlang in hun retoriek de humanitaire basisprincipes van onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid benadrukken, vertelt deze zelfstudie een heel ander verhaal.

AzG doet een boekje open. Iedereen die op het gebied van internationale samenwerking werkzaam is zou dit boekje moeten lezen om zicht te krijgen hoe de situaties daadwerkelijk zijn. 

Humanistische basisprincipes aan strijd onderhevig 

De president van de Franse sectie van AzG, Mari-Pierre Allie, ontneemt de illusie van humanitaire ‘onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid’ direct. Als AzG onderhandelt, is het eerder regel dan uitzondering dat tenminste één van de genoemde principes in het geding komt. Hoewel veel mensen denken dat een organisatie als AzG vooral technische afwegingen maakt (‘Wat is er nodig om hulp te kunnen bieden?’), hebben de afwegingen in werkelijkheid eerder een politieke en ethische aard (‘Kunnen wij onder de geboden condities hulp bieden, of zijn randvoorwaarden en normen zo beperkt dat we beter kunnen gaan?’). Terecht stelt haar collega David Rieff, onafhankelijk journalist, in het epiloog dat er nooit zoiets bestaan heeft als onpartijdige, onafhankelijke en neutrale hulp. Humanitaire principes in humanitaire hulp zijn meer mythe dan realiteit.

De politieke en ethische afwegingen leiden regelmatig tot kleine en grote discussies binnen AzG. Immers wil AzG met haar hulp niet medeplichtig zijn aan het in stand houden van een onmenselijke situatie of het versterken van een ‘fout’ regime. Maar ze wil ook geen mensen in de steek laten. AzG ontleent haar bestaansrecht aan het bieden van hulp in noodsituaties door de buitenwereld te informeren over wat er speelt, hulp in te schakelen als dat nodig is en kritiek te geven als er foute beslissingen worden genomen. Die kritische houding is essentieel, omdat die voorkomt dat AzG, in Bernard Kochners (één van de medeoprichters van AzG) woorden, “bureaucraten van ellende en technocraten van barmhartigheid” zouden worden.

Belangen onder de loep

Het vernieuwende van deze zelfstudie is dat AzG de deur wagenwijd openzet. AzG deelt interne informatie met de buitenwereld zodat er een kritische discussie kan plaatsvinden met het publiek over de afwegingen die AzG maakt. Aan deze moedige stap moeten de nodige interne discussies zijn voorafgegaan, want risico’s zijn er te over: wat als AzG in de media wordt afgemaakt, donoren weglopen, de samenwerkingspartners wegblijven, subsidieverstrekkers de deur dichtgooien? Het betreft openheid over het hele werkveld: van de onderhandelingen, de vorm en reikwijdte van hulp en de verdeling van goederen tot het afwegingen van prioriteiten en het bekend maken van de ervaringen in het veld aan het grote publiek via de media. Om goede feedback te kunnen geven is openheid, inzage en kritiek noodzakelijk. AzG toont lef en toont zich een leider in het debat over humanitaire hulp.

Dat is een moedige keuze, omdat AzG haar plek in het politieke speelveld elke keer opnieuw moet bevechten. AzG heeft geen vaste ‘vrienden’ waarop zij kan rekenen, want alle omringen de partijen, van overheden tot lokale rebellen, en van andere ngo’s tot buitenlandse politici, hebben zo hun eigen agenda’s. Overheden zijn AzG regelmatig liever kwijt dan rijk, omdat de buitenwereld lucht krijgt van de noodsituaties. AzG stelt deze aan de kaak en wijst overheden op hun verantwoordelijkheden, en dat wordt niet altijd in dankbaarheid afgenomen. Vanzelfsprekend is het laatste waar een overheid in een complexe situatie op zit te wachten gezichtverlies. Politiek aanzien, zowel lokaal als internationaal, kan dan belangrijker zijn dan de directe nood om de eigen bevolking te helpen en beschermen.

En ook lokale legers en rebellengroepen hebben hun eigen agenda. Zij houden AzG graag ‘te vriend’ om hun legitimiteit te vergroten. De media worden handig ingezet om de buitenwereld over hun ‘zaak´ te informeren en als dat op een effectieve manier gebeurt, winnen zij veel invloed. Het doel van rebellen is niet per sé hulp voor de bevolking, maar veel eerder de eigen gewonden oplappen en de legers versterken, klaar voor een nieuw gevecht! Hun praktijken staan regelmatig lijnrecht tegenover de doeleinden van AzG. 

Tot slot lijkt het alsof de internationale gemeenschap enkel op afstand toe kijkt, maar er gebeurt meer. Buitenlandse overheden gebruiken humanitaire hulp om leiders of systemen te versterken of verzwakken. Internationale loyaliteit duurt zolang het voordeel oplevert. Hulporganisaties worden graag ingezet om nationale doeleinden te helpen implementeren. Kijk naar Afghanistan, waar de Verenigde Staten, de Europese Commissie en de Wereldbank met een miljoenenprogramma voor gezondheidzorg hun politieke inzet wilden legitimeren. Volgens AzG weigerde twintig internationale en achthonderd Afghaanse hulporganisaties om een leidinggevende rol in deze Provicial Reconstruction Teams (PRT) te nemen, omdat zij het niet eens waren met de inhoud van het programma. Want daarin werd de militaire invloed in burgerzaken versterkt. Maar voor de ‘implementatiegelden’ waren ze wel te porren…

Compromissen sluiten, concessies doen

In conflictsituaties gaat net als in de meeste andere situaties; ieder voor het eigen belang. Het is daarom niet gemakkelijk om daadwerkelijk humanitaire hulp te bieden voor hulporganisaties zoals AzG. Als álles onderhandelbaar is –de veiligheid van personeel, de toegang tot mensen of een gebied, de aanwezigheid van buitenlanders, het recht op informatie, het recht om je uit te spreken – gaat het vooral om de kunst om het spel goed spelen.

In het ‘spel’ gebruikt AzG drie basishoudingen voor de onderhandelingen: vertrek (onttrekking aan de situatie), zich uitspreken (de confrontatie aangaan, onderhandelen met het doel om tot overeenstemming te komen) en loyaliteit (samenwerking op basis van het idee dat samenwerking op lange termijn de goede kant op ontwikkelt). AzG zet al deze strategieën in, afhankelijk van de situatie en de mogelijkheden daarbinnen. Feit isdat ook een AzG – net als de andere betrokkenen – strategisch te werk gaat.

In de media is het rapport breed uitgemeten omdat het een duidelijk ander geluid laat horen. Een opluchting tussen de vele gelikte plaatjes en verhalen van hulporganisaties die meer verbloemen dan ophelderen. Ook AzG heeft deze minder lovenswaardig kant. Tussen de regels door lees je regelmatig hoe er gezocht wordt om nieuwe werkterreinen te winnen. En ook doet AzG regelmatig een situaties ernstiger voor dan nodig was. Eigenbelang is niemand vreemd.

De bal ligt nu bij het publiek om wakker te worden en vooral te blijven. Ga niet af op de schone schijn van louter effectieve hulp, die hulporganisaties zelf graag geven. Soms is de situatie minder ernstig dan gepresenteerd. En bijna altijd is de situatie ter plaatste veel complexer dan wordt voorgedaan. De manier waarop hulp in de media wordt gepresenteerd is op ieder detail afgewogen om de juiste reacties en gevolgen te bewerkstelligen. Weet dat hulporganisaties zich in een politieke speelveld bevinden.

Waar ligt de grens? 

De vraag die uit de zelfstudie doorklinkt is of AzG teveel concessies heeft gedaan in de humanitaire principes van onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid. Arjen Herekamp, directeur AzG Nederland, geeft een duidelijk ‘nee’. Herekamp vindt “dat je moet accepteren dat de enige manier om in de meest verschrikkelijke plekken van de wereld hulp te kunnen bieden vaak tot gevolg heeft dat je concessies moet doen aan een aantal van je principes”. 

Aan de zwaar teleurgestelde reacties op sites als die van GeenStijl blijkt dat een aantal mensen daar heel anders over denken. “Foute milities. Overbodige hulp. Deelname aan de strijd tegen terrorisme. Verkeerde beeldvorming bewerkstelligen om donoren te vinden.” Terecht noemt GeenStijl dit grove fouten, maar ten onrechte wordt de conclusie getrokken dat AzG “dus ook corrupt en niet te vertrouwen” is. Het is nogal naïef om te denken dat zo’n buitenlandse hulpmacht voor iedereen als een ‘reddende engel’ komt, en vervolgens weer stilletjes vertrekt.

Om de positie van hulporganisaties te versterken zouden er algemene richtlijnen voor humanitaire hulp ontwikkeld kunnen worden. Linda Polman, bekend door haar kritische houding naar ontwikkelingsorganisaties, denkt dat dit werkt. Met internationale afspraken kunnen hulporganisaties gezamenlijk één lijn trekken tegen overheden en rebellenlegers over de concessies die al dan niet mogen worden gedaan: “Welke internationale organisatie dit proces op zich zou moeten nemen weet ik niet, maar ik ben er zeker van dat ontwikkelingsorganisaties daar allang onderzoek naar hebben gedaan en ook al suggesties hebben voor een gecoördineerde aanpak.”

AzG gelooft niet in deze oplossing, omdat het niet mogelijk is om algemene stelregels op te stellen. Thea Hilhorst, hoogleraar Humanitaire hulpverlening en wederopbouw, geeft AzG hierin gelijk. Concessies doen in humanitaire interventies zijn zelden ja-of-nee-keuzes: “Als je heel veel mensenlevens kunt redden in ruil voor samenwerking met een dictatoriaal regime, vind ik dat je moet samenwerken. Maar als de balans naar het negatieve doorslaat moet je dat weer niet doen. Het zijn hele subtiele keuzes en zwaarwegende dilemma's. Het streven is om levens te redden, maar niet ten koste van alles. Er zijn omslagpunten, waarna je je moet terugtrekken. Je kunt geen algemene stelregel hierover geven.”

Het opstellen van algemene richtlijnen voor humanitaire hulp zal erg moeilijk gaan. Immers gebruiken overheden, ngo’s rebellenlegers, media en anderen constant allemaal eigen tactieken om hun belangen veilig te stellen, waardoor de onderlinge verhoudingen in situaties snel veranderen. Maar de eerste stap vooruit in het versterken van de positie van hulporganisaties zijn met dit rapport gemaakt. Het rapport zorgt er voor dat de mythe van humanitaire neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de hulp voor eens en altijd doorbroken wordt. Het is aan ‘het publiek’ om de mooie plaatjes en mediabeelden van ontwikkelingsorganisaties door te prikken. En in een enkele situatie, ook die van AzG.

Meer uit het dossier Ontwikkeling 3.0

World Bank/Arne Hoel
In 2012 stelde BTC voor het eerst sinds 2004 een daling van het uitvoeringsniveau van de bilaterale ontwikkelingssamenwerking vast .
Gie Goris
De steun aan microkredieten vormt vandaag een sterke institutionele en politieke rem voor duurzame sociale en economische ontwikkeling.
Gie Goris
De Europese Commissie gaat meer aan ontwikkeling doen met minder middelen.
De 49 Minst Ontwikkelde Landen hebben behoefte aan snelle en volgehouden economische groei om uit hun diepe armoede te geraken, maar de groeicijfers halen de doelstellingen niet.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.