Congolezen riskeren tot anderhalf jaar detentie wegens asielaanvraag in België

Terwijl in Congo een gigantische vluchtelingenstroom op gang is gekomen, ligt het aantal Congolese asielaanvragen en -erkenningen in België aan de lage kant. De asielinstanties zien Kinshasa op dit moment als een veilige bestemming om naar uit te wijzen, maar de Congolezen zelf zijn daar nog niet zo zeker van.

© Geert Torremans

 

Op 13 juli verzamelde een handvol mensen zich voor de kantoren van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) aan de Koning Albert II-laan in Brussel. Een spandoek en de Congolese vlag hangen te wapperen aan de bomen op de middenberm. De manifestatie is een steunbetuiging voor een vrouw die al acht maanden in het gesloten centrum van Brugge zit en een protestactie tegen het Belgische uitwijzingsbeleid naar Congo.

Een van de demonstranten is Guy Masamuna Keko. Hij verblijft sinds 2010 in België en heeft een half jaar in het gesloten centrum van Brugge gezeten. In mei hebben ze hem weer vrijgelaten, maar zijn verblijf in het gesloten centrum en de uitwijzingspogingen zijn duidelijk nog niet verteerd.

Gebroken rib

‘Ik woonde al vier jaar wettelijk samen met mijn partner Dorine in Schaarbeek, toen in november vorig jaar de politie me thuis is komen ophalen om me naar het gesloten centrum van Brugge te brengen. Op 21 maart zijn ze me komen uitleggen dat er een vliegtuigticket geboekt was voor 24 maart’, vertelt Guy.

‘Ik woonde al vier jaar wettelijk samen met mijn partner Dorine in Schaarbeek, toen de politie me is komen ophalen om me naar het gesloten centrum van Brugge te brengen’

‘Toen ze me naar de luchthaven brachten, had ik nog steeds geen beslissing gezien over mijn laatste asielaanvraag.

Hoe kan je nu iemand uitwijzen wiens asielaanvraag nog in behandeling is? In het vliegtuig ben ik beginnen te roepen en gelukkig zijn er toen andere passagiers tussenbeide gekomen om de uitwijzing te verhinderen.’

Masamuna zegt dat hij zowel voor als na zijn uitwijzing op de luchthaven geslagen en vernederd is door de politie en heeft een klacht ingediend.

‘Na die uitwijzingspoging had ik enorm veel pijn. Ik vroeg in het gesloten centrum om een grondig medisch onderzoek, maar dat hebben ze geweigerd. Nadat ze me vrij hadden gelaten, ben ik dan maar zelf naar het ziekenhuis gegaan. Daar stelden ze vast dat ik een gebroken rib had.’

‘Guy is niet meer dezelfde man als voor zijn opsluiting. Hij heeft nu wel zijn verblijfspapieren gekregen, maar mentaal heeft dat halve jaar opsluiting en de angst om uitgewezen te worden hem gekraakt. Sinds zijn langdurige opsluiting gaat hij heel vaak de deur uit omdat hij niet meer binnen kan blijven zitten.

Wanneer ik in huis een tijdje in een andere kamer ben, wordt hij onrustig en klaagt hij dat ik hem alleen laat. Misschien moeten we toch eens een psycholoog opzoeken zodat hij kan praten over wat hij allemaal heeft meegemaakt’, bevestigt zijn partner Dorine, die al 22 jaar legaal in België woont.

Rekbare opsluitingstermijnen

Dat mensen in België zes maanden of langer worden vastgehouden in gesloten centra met het oog op een uitwijzing lijkt de laatste jaren geen uitzondering meer. Vluchtelingenwerk Vlaanderen bezoekt wekelijks de gesloten centra.

‘In principe mag de detentieduur de twee maanden niet overschrijden, maar afhankelijk van de specifieke situatie kan die termijn oplopen tot anderhalf jaar. De tellers worden immers op nul gezet bij elke nieuwe beslissing tot opsluiting.

‘We maken ons ook zorgen over het feit dat men overweegt om in de nabije toekomst opnieuw kinderen op te sluiten met het oog op repatriëring’

Wanneer iemand met irregulier verblijf bijvoorbeeld asiel aanvraagt vanuit detentie of een vlucht weigert, dan wordt de teller weer op nul gezet.’

Bij de Liga van de Mensenrechten maakt men zich ernstig zorgen over deze langdurige opsluitingstermijnen.

‘We merken de laatste jaren een tendens om mensen steeds langer vast te houden. Dat brengt erg schrijnende toestanden met zich mee en daarom gaan we daar in november een debat over organiseren. We maken ons ook zorgen over het feit dat men overweegt om in de nabije toekomst opnieuw kinderen op te sluiten met het oog op repatriëring’, verklaart Marike Lefevre. In 2011 werd België hier nog voor veroordeeld door het Europees Hof van de Rechten van de Mens.

Terug naar onbarmhartig Congo

Dorine maakt zich ernstig zorgen over het lot van teruggestuurde Congolezen. ‘Op 10 mei heeft Guy een positieve beslissing ontvangen over zijn asielaanvraag. Natuurlijk zijn we blij dat hij nu zijn papieren heeft, maar ik vind het moeilijk te verteren dat men iemand heeft proberen uit te wijzen van wie men achteraf moest toegeven dat hij werkelijk gevaar loopt bij terugkeer.’

‘Wij zijn uitgesproken tegenstanders van het regime-Kabila. Mensen die hier strijd leveren voor een democratisch Congo en kritiek leveren op het regime zijn bekend op de luchthaven van Kinshasa. Door onze getuigenissen, het verspreiden van video’s en het deelnemen aan manifestaties wordt het gevaarlijk om teruggestuurd te worden. Ze weten wie hen “beledigd” heeft in het buitenland en bij aankomst kunnen ze je doen verdwijnen.’

‘Op dit moment bevinden er zich erg veel actieve opposanten in de Belgische gesloten centra die gevaar lopen bij een uitwijzing.’

Nicha Mbuli deelt de bezorgdheid van Dorine. Mbuli is een Belgische met Congolese roots die als juriste werkt voor de Franstalige beweging tegen racisme, antisemitisme en xenofobie MRAX. Deze organisatie heeft ook een accreditatie om mensen in de gesloten centra te bezoeken.

‘Het is waanzin om nu Congolezen uit te wijzen. Congo is op dit moment een extreem instabiel land en de internationale gemeenschap weet dat. Ze weten ook dat als mensen teruggestuurd worden, er verdenkingen tegen hen zullen zijn. Ze lopen het risico aangehouden en ondervraagd te worden door de grenspolitie. Wanneer er een vermoeden is dat het opposanten zijn, dan worden ze overgebracht naar verborgen detentieplaatsen.

De Congolese autoriteiten willen namen horen en te weten komen wie zich in het buitenland verzet tegen het regime. Op dit moment bevinden er zich erg veel actieve opposanten in de Belgische gesloten centra die gevaar lopen bij een uitwijzing.’

Simon Blackley (CC BY-ND 2.0)

Protestactie aan gesloten centrum van Steenokkerzeel 127bis

Opgesloten bij vrijlating

Al in 2014 werd er in een rapport, opgesteld na een missie die medegefinancierd werd door het Europees Fonds voor de Vluchtelingen, melding gemaakt van slechte behandeling van uitgewezen Congolezen. Ook België liep daarbij in de kijker.

Een dertigtal Congolezen, teruggestuurd vanuit de militaire luchthaven van Melsbroek, zou na aankomst door de grenspolitie zijn overgedragen aan de Congolese inlichtingendiensten en werd nadien twee weken vastgehouden. In het rapport wordt melding gemaakt van verschillende ‘onofficiële detentiecentra’ waar (veronderstelde) opposanten van het regime opgesloten en ondervraagd worden. De detentiecentra vallen buiten alle controle van justitie en mensenrechtenorganisaties.

‘Omdat ze naar het buitenland vertrokken zijn, lopen ze ook het risico door de autoriteiten argwanend behandeld te worden bij hun terugkeer’

Tijdens de missie werden verschillende Congolese ngo’s ondervraagd die ter plaatse proberen bij aankomst de lotgevallen van de teruggestuurde Congolezen te volgen.

Volgens enkele ngo’s houdt de migratiepolitie op de luchthaven teruggstuurde Congolezen vast om hen te ondervragen, terwijl volgens CODHO (Committee of Observers for Human Rights) uitgewezen asielzoekers enkel vastgehouden worden in de hoop dat zij of hun familieleden voor vrijlating betalen.

‘Een groot probleem bij gedwongen terugkeer is dat er geen enkele organisatie is die systematisch volgt wat er met deze mensen gebeurt. Bij vrijwillige terugkeer kan bijvoorbeeld IOM (International Organisation for Migration) dat doen, maar bij gedwongen terugkeer is er niemand die volgt hoe de re-integratie verloopt’, aldus Vanessa Saenen van UNHCR-België.

Daarom pleit UNHCR ook voor grote voorzichtigheid bij het terugsturen van mensen naar zogenaamde veilige regio’s in het land van herkomst, zeker als ze niet uit die regio afkomstig zijn. ‘In die “veilige regio’s” kunnen ze alsnog het doelwit worden van vervolging omdat ze behoren tot een bepaalde etnische groep of religie of omdat ze een bepaalde seksuele geaardheid hebben.

De mensen die teruggestuurd worden hebben daar vaak ook helemaal geen netwerk of opvang en kunnen daardoor in de problemen komen. Omdat ze naar het buitenland vertrokken zijn, lopen ze ook het risico door de autoriteiten argwanend behandeld te worden bij hun terugkeer.’

Dalende asielcijfers

In de Belgische asielstatistieken zitten de Congolezen al jarenlang in de top tien. Sinds 2012 is er echter een opvallende daling merkbaar van het aantal ingediende aanvragen. Werden er in 2012 nog 1592 aanvragen genoteerd, dan waren dat er in 2016 nog maar 551.

Elk jaar vroegen minder Congolezen asiel aan in ons land. In de eerste helft van 2017 werden er maandelijks slechts 40 à 50 nieuwe aanvragen opgetekend, en dat terwijl er in Congo zelf een gigantische vluchtelingenstroom op gang is gekomen.

‘In de Congolese gemeenschap praten mensen onderling en raden nieuwkomers vaak af om asiel aan te vragen in België, de kans op erkenning is immers klein’

Het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN, UNHCR, stelde halverwege juli dat er alleen al in de Kasaï-regio 1,3 miljoen mensen op de vlucht zijn. Binnen de landsgrenzen zouden dat er in totaal 3,7 miljoen zijn.

Daarnaast zouden er meer dan een half miljoen Congolezen naar andere Afrikaanse landen gevlucht zijn en in de mondiale asielstatistieken zijn er slechts vier nationaliteiten -Irakezen, Iraniërs, Afghanen en Syriërs- die vaker asiel aanvragen.

Mbuli heeft zo haar eigen verklaring voor de dalende asielcijfers in België. ‘Er zijn best veel nieuwe Congolezen aangekomen de laatste tijd, maar een groot deel van hen zal je niet terugvinden in de statistieken. De mensen in de Congolese gemeenschap praten onderling en raden nieuwkomers vaak af om asiel aan te vragen in België. De kans op erkenning is klein en ze zien landgenoten opgepakt en uitgewezen worden. Daarom verkiezen veel nieuwkomers om zich niet bekend te maken bij de autoriteiten. Uit angst om uitgewezen te worden, kiezen ze voor een leven in de illegaliteit.’

© Geert Torremans

 

Relatieve veiligheid

‘Ik heb enkele beslissingen gelezen van het CGVS waarin men schrijft dat Kinshasa een veilige plek is om mensen naar uit te wijzen. Wel, ik denk dat ze de werkelijke gevaren onderschatten. Het klopt dat mensen die uit Kivu komen meer kans maken om asiel te krijgen. Niemand kan ontkennen dat daar massamoorden plaatsvinden.

‘In Kinshasa vindt geen genocide plaats, maar elke dag worden er opposanten van Kabila vermoord of aangehouden’

In Kinshasa vindt geen genocide plaats, maar elke dag worden er mensen vermoord en aangehouden omdat ze zich verzetten tegen het beleid van Kabila, of protesteren tegen het feit dat hij zich aan de macht vastklampt.

Bijna elke dag zijn er demonstraties die gewelddadig beëindigd worden. Men verhindert mensen om te gaan betogen en er worden aan de lopende band mensen gearresteerd van wie men “veronderstelt” dat het opposanten zijn.’

‘De onstabiele situatie in Congo zou het CGVS ertoe kunnen brengen om de Congolezen die hier zijn subsidiaire bescherming te geven. Een tijdelijk bescherming, die ingetrokken kan worden als er veranderingen komen in Congo. Maar dat doet men niet.’

Subsidiaire bescherming?

Uit de cijfers van het CGVS blijkt dat er in de eerste helft van dit jaar 352 beslissingen genomen werden in Congolese asieldossiers. Bijna drie van de vier Congolezen werd asiel geweigerd. Slechts twee personen werd subsidiaire bescherming geboden. Wanneer een asielzoeker geweigerd wordt, onderzoekt het CGVS automatisch of de persoon in kwestie voor dit statuut in aanmerking komt.

Het beschermt mensen die bij terugkeer het risico lopen slachtoffer te worden van willekeurig geweld bij een gewapend conflict. Ook wanneer mensen gevaar lopen op foltering of een onmenselijke behandeling hebben ze er recht op. Het statuut wordt jaarlijks opnieuw bekeken en al dan niet verlengd, naar gelang van de concrete situatie in het land van herkomst.

Commissaris-generaal Dirk Van den Bulck (CGVS) somt drie redenen op waarom zo weinig Congolezen in België subsidiaire bescherming krijgen.

‘Het CGVS zou Congolezen die hier zijn tijdelijk bescherming kunnen geven, tot er veranderingen komen in het land. Maar dat doet men niet.’

‘Ten eerste zijn er onder de Congolezen die in België asiel aanvragen relatief weinig personen afkomstig uit die regio’s in Congo waar de situatie uiterst problematisch is. De meeste mensen die bijvoorbeeld Oost-Congo ontvluchten, trekken naar de buurlanden. Daarnaast wordt, voordat we eventueel subsidiaire bescherming zouden verlenen, altijd eerst nagegaan of er een reëel vluchtalternatief is in Congo zelf.

Ten slotte onderzoeken we altijd in de eerste plaats of mensen recht hebben op een vluchtelingenstatus. Wie erkend wordt als vluchteling, zal logischerwijs niet terug te vinden zijn in de statistieken van subsidiaire bescherming.’

Van den Bulck erkent dat de situatie in heel Congo op dit moment erg explosief is, maar verdedigt het afleveren van bevelen om het grondgebied te verlaten naar Kinshasa. ‘Wij schatten altijd de actuele situatie in en houden ons niet bezig met een hypothetisch risico. Maar we volgen de situatie op de voet en afhankelijk van hoe de situatie evolueert, passen we ons beleid in de toekomst eventueel aan.’

De angst van de Congolezen om bij terugkeer in Kinshasa het slachtoffer te worden van een onredelijke aanhouding of mishandeling noemt Van den Bulck ‘ongefundeerd’.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

Meer uit het dossier Toekomst voor Congo?

© Karim Abraheem
‘Een ziekenhuis kan heel rijk lijken, maar heel arm zijn.’ Zo vat Augustin Ntambwe van Artsen Zonder Vakantie de dubieuze staat van veel Congolese hospitalen samen.
© Reuters
Een groep Antwerpse jongeren die zich engageert om tieners te begeleiden met hun huiswerk. De Ebbenhouten Schoen voor de beste voetballer met Afrikaanse roots.
© Ronald Giebel / deBuren
Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo was een van de gasten op de MO*talks van woensdag 13 september in het Vlaams-Nederlands Huis deBuren.
België en Congo hebben al meer dan 130 jaar een band met elkaar. In die periode werden de relaties door een hoop figuren bepaald, soms door verschillende personen uit dezelfde familie.