Nieuwe daklozen vinden een thuis

Wat zou er gebeuren als een deel van de 40.000 bijstandsgerechtigden in Amsterdam een dakloze in huis neemt? Die vraag lag aan de basis van het Nederlandse project “Onder de Pannen” dat, onder leiding van armoedebestrijdingsorganisatie De Regenboog Groep, daklozen op een “radicaal andere” manier aan een dak boven het hoofd helpt.

  • © Bob Bronshoff Olivier (I) en Cornelus (de namen in dit artikel zijn om privacyredenen gefingeerd) © Bob Bronshoff
  • © Bob Bronshoff Khadija en Amir © Bob Bronshoff
  • Kennisland (CC BY-SA 2.0) Ombudsman Arre Zuurmind: ‘De gemeente denkt in woningen, maar ik denk in wonen. En dat maakt een groot verschil, want woningen zijn er niet genoeg. Maar er is wel genoeg ruimte.’ Kennisland (CC BY-SA 2.0)

De dag voordat Arre Zuurmond beëdigd werd tot gemeentelijke ombudsman van Amsterdam vroeg hij, vermomd als zwerver, een slaapplaats aan. Alleen de directeur van de sociale dienst was op de hoogte, Zuurmond zou in geldproblemen verkeren door een echtscheiding met torenhoge schulden. Hij liet zijn kostuum en stropdas in de kast hangen en klopte in sobere kledij aan bij het daklozenloket van de gemeente.

Na een viertal intakegesprekken was zijn aanvraag rond: Hij had recht op een bedje. Maar er was een wachtlijst van acht maanden. De loketbediende adviseerde hem in tussentijd bij een vriend te logeren. Maar de pseudo-dakloze ombudsman kon niet terecht bij zijn goede vriend, want die was bijstandsgerechtigd en zou gekort worden op zijn uitkering.

Wat zou er gebeuren als een deel van de 40.000 bijstandsgerechtigden in Amsterdam een dakloze in huis neemt?

Zijn eerste missie als kersvers ombudsman was duidelijk: Zuurmond ging op zoek naar een duurzame oplossing voor het groot aantal nieuwe daklozen van Amsterdam. Begin oktober 2013 bracht hij een handvol directeuren van belanghebbende organisaties samen. De vraag die hij op tafel wierp: Wat zou er gebeuren als een deel van de 40.000 bijstandsgerechtigden in Amsterdam een dakloze in huis neemt? En ze daar ook een mooi centje voor in de plaats zou krijgen?

Binnen vijf minuten had de groep vijf regels bedacht die zich tegen de regeling verzetten: de Huurwet, de kostendelersnorm, het familierecht, de Belastingwet en de Participatiewet. Maar het experiment moest er komen. Het duurde ongeveer een jaar voordat juristen zogeheten workarounds hadden gevonden om de regelts te omzeilen.

Op 26 september 2014 werd het project gedoopt als ‘Onder de Pannen’ en kwam het onder leiding van armoedebestrijdingsorganisatie De Regenboog Groep. Volgens Zuurmond doet Onder de Pannen het radicaal anders: ‘Ik beschouw Onder de Pannen niet als een out of the box project. Ik zeg wel eens dat de box totaal verdwenen is. Onder de Pannen bevindt zich volledig buiten de gevestigde kaders. Het gaat uit van vertrouwen en zelforganiserend vermogen.’

Olivier en Cornelus

‘Kopje koffie?’, vraagt Olivier met een mok dampende koffie in zijn hand. ‘Meer kunnen we momenteel niet betalen.’ We hebben plaatsgenomen aan een krakkemikkige tafel in de woonkamer. Olivier (53) en Cornelus (67) kenden elkaar al voor ze gebruik maakten van Onder de Pannen, zoals het project is gaan heten.

‘Ik zag Olivier voor het eerst in de coffeeshop. Hij had vooral contact met zijn computertje.’ Cornelus zegt het met een guitige glimlach. ‘Maar we gingen al snel bij elkaar zitten.’

Olivier leefde toen op straat. Daarvoor runde hij één van de eerste internetcafés in Amsterdam-Oost, het was dé ontmoetingsplek voor al wat “young and geeky” was. Maar in 2000 sloeg het noodlot ongenadig hard toe: zijn vader overleed ten gevolge van een medicijnverslaving, na jaren in een zombie-modus te hebben verkeerd.

Het netwerk waarop hij kon terugvallen doofde geleidelijk aan uit.

Het overlijden van zijn vader deed Olivier in een zware depressie wegglijden. Zijn internetcafé werd opgedoekt, hij verloor zijn woning omwille van een te hoge hypotheek, het netwerk waarop hij kon terugvallen doofde geleidelijk aan uit en uiteindelijk belandde Olivier op straat.

Het boterde zo goed tussen de twee, dat Olivier al na een paar weken aan Cornelus vroeg of hij een extra kamer ter beschikking had. Cornelus zag het meteen zitten, want hij woonde alleen, was arbeidsongeschikt en kon wel wat gezelschap gebruiken. Op 18 december 2015 trok Olivier bij Cornelus in.

De sociale woning van Cornelus is klein. De huurprijs bedraagt 600 euro per maand. Er is één slaapkamer, een petieterig balkon, een basic keuken en een bescheiden huiskamer met een afgedankte stoel die dienst doet als bed van Olivier. De kamer staat vol met kunstwerken, een mix van schilder- en beeldhouwkunst.

Het tweetal woont nu drie weken samen. Olivier geeft toe dat het begin best moeilijk was: ‘’Jezus, zo’n troep’, dacht ik de eerste keer toen ik hier binnenkwam.’ Hij wijst: ‘de rommel die je daar nog ziet, was overal. In de keuken, op het balkon, hier in de huiskamer.’ Olivier wilde een schoon huis, maar zijn opruimwoede had nog een andere reden: ‘Ik wilde het vertrouwen van Cornelus winnen. Als je iemand in huis neemt, is dat erg belangrijk.’

Het is een bijwerking van de medicijnen die hij inneemt.

Olivier moest zich aanpassen aan het ritme van Cornelus: ‘Hij slaapt veel. Meestal meer dan zestien uur per dag. Het is een bijwerking van de medicijnen die hij inneemt. Cornelus was vroeger proefpersoon bij medicijnonderzoeken en de geneesmiddelen hebben hem danig in de war gebracht.’ Hij heeft de neiging om slecht voor zichzelf te zorgen, merkte Olivier, om weinig te eten en zich niet tijdig te wassen.

De twee lijken geen geheimen te hebben voor elkaar. Cornelus luistert aandachtig naar Olivier en gooit er af en toe een zinnetje tussen, maar blijft op de achtergrond. ‘Ik heb niet zoveel te vertellen. Ik ben ook veel vergeten door de medicatie.’

Olivier verandert prompt van onderwerp, in een poging het gesprek op te vrolijken: ‘Samen zijn is gezelliger dan alleen. We eten samen, we praten met elkaar en we zorgen voor elkaar. Cornelus is mijn vertrouwenspersoon, bij hem kom ik thuis.’ Cornelus zegt dat hij zich lang alleen heeft gevoeld in de stad: ‘Het is moeilijk om in Amsterdam een vriendschap op te bouwen. Ik voelde me gevangen in een kooi die Amsterdam heet, zonder mijn familie en zonder vrienden. Maar nu heb ik Olivier.’

Onder de pannen

Het Onder de Pannen-concept is simpel: een dakloze huurt gedurende één jaar een kamer bij een (on)bekende. De volledige huur van de kamer stort De Regenboog maandelijks op de bankrekening van de verhuurder. Dit wordt gedaan, omdat de voormalige dakloze vaak met een schuldenberg zit of op een uitkering wacht en daardoor de maandhuur nog niet kan betalen. De huurder moet wel tegen het einde van de verbintenis alles terugbetaald hebben aan De Regenboog.

Kennisland (CC BY-SA 2.0)

Ombudsman Arre Zuurmind: ‘De gemeente denkt in woningen, maar ik denk in wonen. En dat maakt een groot verschil, want woningen zijn er niet genoeg. Maar er is wel genoeg ruimte.’

Het eerste Onder de Pannen-contract kwam tot stand in maart 2015. In januari 2017 hebben 30 mensen een plek gevonden. De deelnemers mogen niet verslaafd zijn of patiënt in de psychiatrie, vaak zijn het mensen die net één tegenslag teveel moesten incasseren. Denk aan een kleine zelfstandig ondernemer die de eindjes nog maar moeilijk aan elkaar weet te knopen, aan gescheiden mensen met huizenhoge schulden of aan iemand die na de dood van een familielid in een depressie is beland en de rekeningen niet meer opende.

Ze moeten actief op zoek zijn naar een woonruimte, maatschappelijke hulp willen aanvaarden en een regiobinding met Amsterdam hebben.

Om toegelaten te worden moeten deze nieuwe daklozen perspectief hebben op verbetering van de financiële situatie. Ze moeten actief op zoek zijn naar een woonruimte, maatschappelijke hulp willen aanvaarden en een regiobinding met Amsterdam hebben.

Coördinator Ester Winkelhuis beoordeelt alle kandidaten persoonlijk. Als iemand niet aanspreekbaar is op zijn gedrag, chagrijnig uit de hoek komt of heel hard stinkt, dan kan Winkelhuis de dakloze niet laten doorgaan.

Als de huurder eenmaal gekozen is, wordt die gelinkt aan een verhuurder. Verhuurders melden zich meestal aan om zich minder eenzaam te voelen, om mensen in nood te helpen of om een centje bij te verdienen. De huur ligt tussen de 275 en 325 euro per maand en er moet nog 50 euro bijgedragen worden voor elektriciteit, gas en water.

Ook de verhuurder moet aan enkele voorwaarden voldoen: een leven dat goed op orde is, een sociale instelling, een sterke persoonlijkheid en minimaal een driekamerwoning. Is er een match tussen beide partijen, dan treedt een hele procedure in werking.

Eerst maakt het koppel kennis op neutraal terrein, in een café of in een van de gebouwen van De Regenboog. Daarna krijgen ze een paar dagen bedenktijd en volgt er een bezoek bij de verhuurder thuis. Belangrijk is dat beiden volmondig ‘ja’ zeggen. Verhuurder en huurder bepalen samen de huisregels en geven antwoorden op vragen als: Wie doucht wanneer? Is roken toegestaan? Wat met het televisiegebruik? Mogen vrienden langskomen?

De huurovereenkomst geldt voor twaalf maanden minus één dag, want bij een volledig jaar treedt de huurderbescherming in werking. Een verlenging is daarom niet mogelijk. Als de huurder na een jaar zijn leven nog niet helemaal op de rails heeft, kijkt De Regenboog of hij nog een jaar elders geplaatst kan worden. De huurder moet dan wel kunnen aantonen dat hij of zij er alles aan heeft gedaan om een nieuwe woning te vinden.

Khadija en Amir

Met gestrekte wijsvinger tekent Amir twee kleine cirkels op een stoel. ‘Dit is Khadija, en dat ben ik.’ Hij zoekt het midden tussen de cirkels en gaat verder: ‘De waarheid ligt ergens in het midden. Niemand heeft ooit 100% gelijk. Gelukkig zijn Khadija en ik twee mensen die naar het midden neigen en compromissen sluiten.’

Hij maakt deel uit van de grote groep mensen die wel wil werken, maar niet in aanmerking komt voor sociale huur.

Khadija (63) en Amir (37) werden in oktober 2015 aan elkaar gekoppeld via Onder de Pannen. Het klikte meteen tussen de twee. Amir nam al kort na de eerste ontmoeting zijn intrek in Khadija’s huis vlakbij het Oosterpark. Hij maakt deel uit van de grote groep mensen die wel wil werken, maar niet in aanmerking komt voor sociale huur, omdat hij niet lang genoeg ingeschreven staat, en onvoldoende verdient om iets te kopen. Daarom stond hij op straat.

Vandaag koken ze samen, op het menu staat kalfstajine op Marokkaanse wijze, een specialiteit van Amir. Amir reikt de schorten aan en geeft nauwkeurig instructies bij het snijden van de de groenten. ‘Toen ik alleen woonde, ging ik elke dag na mijn werk twee uur wandelen’, vertelt Khadija terwijl ze de zoete aardappel zorgvuldig in grote stukken snijdt. ‘Maar nu Amir er is, is wandelen helemaal aan de kant gezet. We koken elke middag samen en het eten smaakt gewoon beter met Amir.’

© Bob Bronshoff

Khadija, een goedlachse Marokkaanse, is medisch secretaresse en verdient goed haar brood. Voor die 350 euro extra per maand doet ze het niet. Wel vereenzaamde ze sinds haar kinderen het huis uit waren en snakte ze naar sociaal contact. Maar er was nog een reden om iemand in huis te nemen: Khadija voelde zich onveilig in haar buurt. Daarom koos ze bewust voor een man die haar kon beschermen: ‘Vroeger kon ik moeilijk diep slapen. Ik dacht heel de tijd dat straatjongens zouden inbreken. Maar sinds Amir er is, slaap ik als een blok (lacht).’

Als het hakken van de groenten voorbij is en de tajine enkele uren op het vuur moet staan pruttelen, begeven we ons naar het terras voor hun gebruikelijk ‘sigaret met koffie’-momentje. Amir haalt een roze briquet van wel 20 centimeter tevoorschijn met het opschrift I love you en steekt zijn sigaret aan.

De sfeer is uitgelaten: Khadija vertelt enkele ludieke anekdotes van haar en Amir. ‘Gisteren nog stuurde ik Amir om 1.00u ’s nachts een smsje: ‘Ik heb zin in een omelet’’, vertelt ze. ‘En Amir is zo vriendelijk om uit zijn bed te kruipen en een ei voor me te bakken. Maar toen de omelet klaar was, lag ik alweer te slapen en stond hij daar met zijn pan vol gebakken eieren.’ Khadija proest het uit. Amir rolt met zijn ogen, steekt zijn vinger op en zegt: ‘En dat is niet de eerste keer.’ Khadija valt bijna van haar stoel van het lachen.

‘Een jaar lijkt lang. Het geeft de mogelijkheid wat op adem te komen, maar in werkelijkheid is een jaar zo voorbij.’

Voor Amir is Khadija de tweede Onder de Pannen koppeling. Hij woonde eerst bij Lauranne, maar daar is het misgelopen. Amir had geld geleend van enkele louche types die hem achterna zijn gegaan. Hij wilde het geld gauw terug verdienen door te gokken in het casino. Maar in plaats van geld in het laatje te brengen, heeft hij het allemaal opgesoupeerd. Lauranne wilde niet meer met hem samenwonen. ‘Ik ben blij dat De Regenboog mij een tweede kans heeft gegeven.’

Khadija is sceptisch over de duur van het project: ‘Een jaar lijkt lang. Het geeft de mogelijkheid wat op adem te komen, maar in werkelijkheid is een jaar zo voorbij. Ik wil Amir niet meer laten gaan, ik ben zo gehecht aan hem dat ik hem al mis als hij aan het werk is.’

(Te)veel onbenutte woonruimte

‘14.000 Amsterdammers stellen via Air BnB hun woning ter beschikking, 14.000 eenheden! Dit maakt pijnlijk duidelijk dat ontiegelijk veel woonruimte onbenut blijft.’

Ombudsman Arre Zuurmond ziet Onder de Pannen als een nieuwe vorm van wonen die past bij de noden van deze tijd. ‘De gemeente denkt in woningen, maar ik denk in wonen. En dat maakt een groot verschil, want woningen zijn er niet genoeg. Maar er is wel genoeg ruimte.’

Hij begint een denkbeeldig lijstje af te vinken met de mogelijke oorzaken van al die leegstand: kinderen uit huis, een buitenlandse baan, een latrelatie, mantelzorg ver van huis, een echtscheiding of een overlijden.

Zuurmond, een man van midden vijftig met halflang grijs haar en een vastberaden blik, ziet er ontspannen uit. Aan nieuwe daklozen is er geen gebrek, vertelt hij, maar het vinden van verhuurders verloopt moeizamer. Hij gelooft dat een doolhof van regeltjes de mensen tegenhoudt: ‘Het bijzondere is dat verhuurders geen angst hebben voor de dakloze, maar wel voor de overheid. Ze hangen met zoveel touwtjes vast aan regelingen dat ze bijna niet kunnen bewegen. Ze zijn bang dat hun bijstand gekort wordt, of dat de huurtoeslag, soms jaren later, met terugwerkende kracht wordt teruggevorderd.’

De overheid is tegenwoordig zo op efficiency gefocust dat de mens uit beeld is verdwenen, vindt Zuurmond. Hij merkte dat ook toen hij als vermomd dakloze een uitkering wilde aanvragen. ‘Ambtenaren, directeuren en politici hadden moeite om onbevangen naar mij te luisteren. Kijken, luisteren en voelen wordt sterk beheerst door een systeem waarin alles moet renderen. Maar het is ‘renderen’ binnen het eigen hokje, er wordt niet gedacht in termen van maatschappelijke waarde.’

Oliver & Cornelus, vier maanden later

Bij Olivier & Cornelus staat er vanavond spaghetti met bolognesesaus op tafel. Ze wonen inmiddels vijf maanden samen. ‘We kunnen nu zelf koken, en zijn niet meer aangewezen op maaltijden van De Regenboog of Moeder Teresa’, zegt Olivier. De woonkamer is nog steeds bezaaid met hoopjes rommel, maar het oogt wel overzichtelijker.

De eerste weken verliep het stroef, geeft Olivier toe, maar langzaamaan werd het beter. Vooral doordat Cornelus alsmaar minder medicijnen slikte: ‘Aanvankelijk was Cornelus nog in de war. Maar ik spoorde hem aan af te bouwen. Met de begeleiding van een arts ging hij geleidelijk van een hele pil, naar een kwart, en nu is hij helderder. Onze gesprekken zijn veel beter.’ Cornelus knikt instemmend. ‘Mijn geheugen laat me nog steeds weleens in de steek. Maar ik ben al iets alerter.’

Stappen die tot voor kort ondenkbaar waren.

Voor Olivier bij Cornelus woonde kon hij al zes maanden zijn zorgverzekering van 80 euro per maand niet meer betalen, maar nu hij een legaal adres heeft, krijgt hij een bijstandsuitkering van 975 euro en heeft hij zijn betalingsachterstand langzaam maar zeker weggewerkt. Hij zet stappen die tot voor kort ondenkbaar waren: ‘Ik kan me nu beter wassen en kleden en heb bijvoorbeeld nu ook genoeg geld voor een smartphone.’ Dagelijks zoekt hij nu daarmee op het internet naar vacatures.

© Bob Bronshoff

Ook met Cornelus gaat het financieel beter. Tot voor kort had hij alleen 70 euro leefgeld per week, maar nu draagt ook Olivier bij in de kosten van levensonderhoud. Hij maakt zich druk om de verrechtsing van de Europese politiek. Wilders, Le Pen, Sarkozy, Trump… ze komen allemaal aan bod. ‘Ik zie de solidariteit niet meteen toenemen’, zegt hij aangedaan.

Maatschappelijke weerstand

In twee jaar tijd heeft Onder de Pannen slechts 30 koppelingen opgebracht. Hiervan vonden vier huurders zelf een woonst voordat het contract afliep. Bij één koppel klikte het niet en heeft de huurder een alternatief gevonden. Er zijn twee koppels die bij elkaar blijven wonen onder de regeling, waaronder Cornelus en Olivier.

Winkelhuis geeft toe dat de verleiding soms groot was om de stekker eruit te trekken. De maatschappelijke weerstand blijft groot en de inspanningen die de werknemers van De Regenboog dagelijks doen ook. Meteen een verklaring voor de afwezigheid van soortgelijke projecten in Nederland.

Maar een grote stimulans is dat de gemeente wakker is geschud en dat het project verder kan reiken dan eerst gehoopt: ‘Belangrijker dan het aantal koppelingen is de hulp van de gemeente.’ Zo is de gemeente van plan om mensen met een bijstandsuitkering een vrijblijvende, informerende brief te sturen over het feit dat ze ongeveer 150 euro per maand over kunnen houden als ze iemand in huis nemen.

Het slechte imago van daklozen is een belangrijke handicap bij het vinden van mensen die iemand in huis willen nemen.

Het slechte imago van daklozen is een belangrijke handicap bij het vinden van mensen die iemand in huis willen nemen. ‘Mensen denken dan vooral aan een vervuilde zwerver die zijn miserie zelf heeft gezocht’, weet Winkelhuis. Ook bij collega’s ontmoet ze regelmatig scepsis. ‘Het is zoals een dove bij een blinde zetten, zeggen ze dan. Maar ik zie het totaal anders. Een dove en een blinde zijn toch niet kwetsbaar op hetzelfde vlak?’

Ze verheft haar stem: ‘Mensen zijn niet kwetsbaar over heel de lijn, ze zijn kwetsbaar op bepaalde gebieden. Je kan bijvoorbeeld gedeeltelijk kwetsbaar zijn doordat je geen dak boven je hoofd hebt, of door je psychische toestand. Maar iemand als volledig kwetsbaar bestempelen gaat voor mij een brug te ver.’

Ze neemt de koppels Cornelus/Olivier en Khadija/Amir als voorbeeld. ‘Khadija is minder kwetsbaar dan Cornelus en Amir is minder kwetsbaar dan Olivier. Maar het is verraderlijk, want Amir ziet er misschien deftig uit, maar hij kan niet goed met geld omgaan. Hij is altijd leuk gekleed, maar dat kost geld en dat heeft Amir niet. Olivier kan zijn geld veel beter beheren. Hij had nog geen uitkering toen hij bij Onder de Pannen begon, maar sinds hij die heeft, betaalt hij netjes de huur en is zijn achterstand bijgewerkt. Amir heeft wel nog een flinke huurschuld bij De Regenboog.’

De Amsterdamse SP-wethouder Arjan Vliegenthart ziet Onder de Pannen als een doorbraakproject, omdat de gemeente een nieuwe meer participatieve houding inneemt: ‘Ik zie niet zozeer een verandering in het beleid van de gemeente, maar wel een verandering in het luistergedrag. Er wordt echt geluisterd naar alternatieven.’

De wethouder is ondanks de kleinschaligheid nog steeds optimistisch. ‘Moeilijke problemen kunnen wel degelijk opgelost worden als je maar eventjes over het hekje van je eigen beleidsdomein weet te stappen.’

Khadija en Amir, vier maanden later

Khadija en Amir ploffen in de leren zetel en leunen relaxed achterover. Op het bijzettafeltje staat een kom popcorn, een pakje gevulde koeken van Albert Heijn en een kan water met rode bessen en limoen. Alle ingrediënten voor een geslaagde filmavond. Amir vertelt dat hij en Khadija besloten hebben het appartement na Onder de Pannen samen te huren: ‘Een jaar is te kort, het klikt gewoon heel goed met Khadija. En ik wil ook niet weer aan een andere persoon voorgesteld worden.’

Terwijl Khadija een houten kast met dvd’s opent om de geschikte film eruit te halen, zegt ze: ‘We hebben ook meningsverschillen hoor. De kleine dingen, die ergeren soms. Ik vind het bijvoorbeeld niet leuk als Amir niet mee naar televisie kijkt.’ Amir heeft het gevoel Khadija al jaren te kennen, omdat hij haar van weerwoord durft voorzien: ‘Ik ga dan tegen haar in en zeg: “Ik heb nu geen zin om tv te kijken.” En dat toont dat ik me erg op mijn gemak voel.’

‘Aha, die film zocht ik’, zegt Khadija enthousiast. Ze kiest voor haar favoriet: To sir, with love (1967) van James Clavell. De thematiek van de film past in het rijtje van Blackboard Jungle (1955), Dead Poets Society (1989) en Dangerous Minds (1995): het gaat over een stelletje onhandelbare leerlingen die een inspirerende leraar dan toch tot bedaren weet te brengen. Dit keer geen babe als Michelle Pfeiffer of een innemende Robin Williams, maar een zwarte man gespeeld door Sidney Poitier. Zijn personage, Mark Thackeray, weet alle sixties-kapsels op het einde van de film uit hun schulp te halen en leert hen dat multiculturaliteit een pluspunt is.

Als Khadija de dvd uit de recorder haalt om hem terug in zijn hoes te steken, zegt ze even grappend als trots: ‘Bij Amir is het ook zo gegaan. Hij was eerst wat teruggetrokken, en ik heb hem uit zijn holletje gehaald.’

Dit artikel verscheen eerder bij De Groene Amsterdammer

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

LEES OOK

Bron: Vimeo (Punkmedia)
De Nederlandse schrijver en politicus Jan Terlouw mag dan 85 jaar oud zijn, zijn visie op politiek en samenleving is nog steeds glashelder.
© Shutterstock
Op de arbeidsmarkt krijgen steeds meer werknemers een zelfstandigenstatuut. Of ze zweven ergens tussen en zitten met ondefinieerbare arbeidsrelaties. Zo werken ze vaak aan dumpingtarieven.