Inkomen en inbraken

In de twee jaren die ik in Oost-Congo doorbracht ben ik nooit bedreigd of beroofd geweest. In Kampala ben ik amper iets meer dan een maand, en vannacht was het al voor de tweede keer prijs.

Ivan Godfroid

28 juli 2012

Ik droomde dat ik wakker werd en op mijn GSM naar het uur keek. Tien over tien. Zo laat word ik nooit wakker. De vogels van Kampala en het felle licht van de ochtendzon zorgen er normaal voor dat je veel vroeger wakker wordt. Ook op een zaterdagochtend als je je bioklok hebt uitgeschakeld in het vooruitzicht van een luie dag. Zo wist ik dus zeker dat ik droomde.

Ik wek mezelf, kijk nu echt op mijn klok: twintig over zeven. Ja, dit moet het echte leven zijn.

Ik sta op, verlaat mijn slaapkamer, en op weg naar de badkamer zie ik de keukendeur wijd openstaan. “Wel verrek”, is mijn eerste gedachte, “hebben die onderhoudsjongens nu al het lef om op zaterdagochtend vroeg mijn achterdeur open te maken om te beginnen kuisen?”. Maar dan zie ik mijn lege computertas in de deuropening liggen, en dringt tot me door dat ik nachtelijk bezoek moet hebben gehad. Ik draai me met een ruk om naar de sofa waar ik gisteravond mijn rugzak had neergezet: verdwenen.

Plotseling bewust van mijn naaktheid schiet ik in mijn kleren, en stap naar het huis van de landlady. Ze begroet me vrolijk. De vraag die op mijn lippen brandt, of zij ook dieven over de vloer heeft gehad, is door haar goed humeur al beantwoord nog voor ze gesteld is.

Ze schrikt hevig als ze mijn verhaal hoort en roept meteen al haar inwonend werkvolk bijeen: vier potige jongemannen, wellicht familie, die voor de tuin, het onderhoud, de gasten zorgen van dit familiale hotel “Maria’s Place”.

“Dit is me nu nog nooit overkomen”, stamelt ze, ik ben al 15 jaar weduwe, en ontvang al even zolang blanke gasten (nooit Afrikanen meneer, nee nooit!), en dit is de allereerste keer dat er wordt ingebroken.

Ze belt meteen de politie op. Nog eer ik iets kan zeggen heeft één van de knapen alles wat hij in de tuin vindt bijeengeraapt: twee werkteksten die ik had uitgeprint als weekendlectuur, mijn agenda en een notaboek die uit de gestolen rugzak moeten zijn gevallen. Ook een kromgeplooide vork, een stuk afgewrongen siersmeedwerk, een lange houten stok met verbrijzelde top. De werktuigen van de misdaad.

“Maar kerel toch!”, roep ik te laat uit. “Op de plaats van een misdaad mag je niets aanraken.” Als ervaringsdeskundige heb ik dat goed geleerd. Maar intussen weet ik ook wel dat er met de resultaten van het politie-onderzoek ook helemaal niets gebeurt. Een gevoel van moedeloosheid overvalt me.

De politie-inspecteur is snel ter plaatse. Ik herken hem aan het gat in zijn bovenkaakgebit. Hij mist een grote voortand en spreekt daardoor wat slissend. Hij geeft meteen een demonstratie hoe je een ijzeren deur met dubbele grendel toch van buiten uit kan open krijgen, als je er binnenin geen hangslot opzet. Hij vermaant Maria streng dat ze die hangsloten niet heeft voorzien. Haar gestamel dat ze in 15 jaar nooit… aanhoort hij zelfs niet.

“Eerst hebben ze door het raam je rugzak naar buiten gelicht met deze stok”, besluit hij zijn inspectie. De inhoud daarvan moet hen hebben ontgoocheld, want ongetwijfeld hebben ze u al een tijd in het oog en weten ze perfect wat ze hier kunnen vinden. Daarom hebben ze toch nog de deur opengemaakt om uw computertas te zoeken. Trouwens, heb ik u niet eerder gezien bij dat kantoor van VECO, waar die nachtwaker werd gewurgd?”.

Deze wederzijdse herkenning had ik veel liever niet moeten meemaken.
Ik maak de balans op. Mijn Nikon D5000 met 15-105mm lens, mijn nieuwe zakverrekijker, mijn externe harde schijf met alle back-up bestanden van de voorbije twee jaar en mijn digipas voor internettoegang tot mijn bankrekening. Mijn lap top lag naast me op het nachtkastje, en hij of zij hebben niet het lef gehad mijn slaapkamer binnen te dringen. Voor hetzelfde geld hadden ze me gewurgd.

De politieman roept me terzijde, neemt een summier verhoor af, schrijft dan mijn naam, adres, leeftijd en telefoonnummer op een blad papier, gevolgd door dit verslag:

I am of the above particulars and address just to state that on 27th day of July 2012 at about 2030 h I slept in my house at Maria’s Place. Then on 28-07-2012 about 0730 h I found the kitchen was opened and my computer bag was in door way. So I realized something should have happened. I rushed to the chair and found my Camera nicon, Binoculars digital card system which were in the bag plus my documents which I got being thrown in the compound outside I checked around the window was opened some breaking implements was found around the compound

I called the landlady who came in to see what happened and the police but my property was taken or stolen which I stil need them. They are very Expensive that’s all.

Statement read to me it’s true and correct. Sign x

Recorded by (en dan volgt zijn hanepoot).

Ik begin met correcties aan te brengen in de waan dat ik er nog iets leesbaars kan van maken, maar geef het al gauw op. Terwijl ik doe alsof ik een SMS verstuur neem ik een foto van mijn verklaring met de ingebouwde camera van mijn GSM-toestel.

Maandag brengt een collega me de zoomlens mee die mijn zoon Boris voor mij heeft gekocht om de overweldigende vogelpracht van Kampala digitaal vast te leggen. Het lijkt wel of het lot erg cynisch is geworden, de timing kon niet beter voor maximale schade aan mijn moraal.

“Wat doe je eigenlijk voor werk bij die VECO-dinges?”, vraagt de politieman me nog. Niet gemotiveerd tot een lange professionele uitleg na het lezen van zijn verslag zucht ik: “ontwikkelingswerk…”. “O ja?”, roept hij gemaakt blij verrast uit, laat dat nu net zijn waar mijn zoon is in afgestudeerd. Heb je geen werk voor hem?”.

Het zou me uitermate verwonderen moest hij zich iets kunnen voorstellen bij het begrip “ontwikkelingswerk”. Maar zijn antwoord is veelbetekenend. De kloof tussen arm en rijk wordt in Kampala met de dag erger, en ook steeds meer zichtbaar in het straatbeeld. “De Gini-coëfficiënt wordt elk jaar nog groter”, zo verwoordde de Belgische attaché voor ontwikkelingssamenwerking Ludo Rochette het toen ik hem de inbraak met moord op ons kantoor meldde. De stad barst uit zijn voegen van jonge mensen met of zonder diploma die niet het minste vooruitzicht op werk hebben en daarom tot alles in staat zijn om aan een inkomen te geraken. Nachtwaker, straatventer, parkingwachter, inbreker, ontwikkelingswerk, … als het maar geld opbrengt.

LEES OOK

(c) Reuters
De sanctiepolitiek die de Europese Unie doorvoert tegen Rusland, zal weinig zoden aan de dijk brengen, zegt politicoloog David Criekemans.
© landmatrix.org
Om minder kwetsbaar te worden voor voedseltekorten, investeren Arabische landen steeds vaker landbouwgrond elders in de wereld.
© Len Buggenhout
De zomerperiode trekt veel toeristen naar Brussel. Een klein deel daarvan doet aan couchsurfen: overnachten op de zetel van een onbekende.

Meest recent van Ivan Godfroid

Geen idee of dit ooit een finale zou kunnen worden van een WK in een verre toekomst. Maar over de relaties tussen beide landen is wél nieuws te melden.
Ik ken geen enkel ander land waar men zich zo verkneukelt in administratieve regels en procedures, maar als je beseft hoeveel geld ze opleveren, op en onder tafel, begrijp je wel waarom.
Hoe ongemeen prachtig het Kivumeer er ook uitziet, het blijft een killermeer. Maar dat ligt meer aan de mensen dan aan het meer.
Soms overkomen je dingen die je in geen enkel mogelijk scenario ooit zelf zou hebben kunnen bedenken.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.