Invasie uit Amerika

Wie dacht dat enkel de Amerikaanse vrije markt ideologie, popcultuur, Hollywoodfilms en terrorismebestrijding de wereld veroveren, moet zijn beeld dringend bijstellen: ook zijn flora is aan een opmars bezig.

Ivan Godfroid

12 augustus 2012

In 2008 werd de plant Parthenium hysterophorus voor het eerst opgemerkt in Oeganda. In enkele jaren tijd heeft ze gebruik gemaakt van het spoor- en wegennet om zich in zowat het hele land te verspreiden. Het verspreidingspatroon wijst duidelijk op een onvrijwillige invoer vanuit Kenia. Daar zou ze zijn binnengedrongen vanuit Ethiopië. De plant werd daar voor het eerst opgemerkt in de jaren tachtig, op het hoogtepunt van de voedselverdelingen in het hongerlijdende Ethiopië, in de onmiddellijke omgeving van voedseldistributiecentra waar Amerikaanse tarwe werd uitgedeeld.

Meegereisd met voedselhulp

Het vermoeden is dan ook erg groot dat zaden van de plant meegekomen zijn met de voedselhulp afkomstig uit het warme Zuiden van de VS, waar zijn natuurlijke habitat ligt, en zich meteen gretig hebben verspreid. Hoewel moeilijk bewijsbaar, is er geen reden om aan deze veronderstelling te twijfelen. Ook de aanvoerroute van voedselhulp vanuit de haven van Mombasa in Kenia naar de Rwandese vluchtelingenkampen in Zuid-West-Oeganda en de kampen van interne vluchtelingen in het Noorden, komt volledig overeen met het verspreidingsgebied van de plant.

In Australië is het onkruid al eerder binnengedrongen, en dat is duidelijk gedocumenteerd. In 1958 werd hoogwaardig graszaad ingevoerd uit Texas, dat na uitzaaiing besmet bleek met Partheniumzaad. De eerste jaren breidde de ongewenste indringer zich niet zo snel uit, maar dan volgde een explosie die meer dan 10% van Queensland onbruikbaar maakte, en veel schade aanrichtte aan landbouw en veeteelt.

Toxisch

De plant is op verschillende manieren schadelijk. Ze bevat een gifstof, parthenine, die maakt dat andere zaden in de buurt niet meer kunnen kiemen en andere planten afsterven, zodat alle andere plantensoorten worden verdrongen. Allelopatie heet dat in wetenschappelijke termen. Dat leidt tot verliezen van meer dan 40% in de landbouw, maar in de veeteelt vermindert de draagkracht van weiland voor vee tot 90%.

Liever dan te verhongeren gaan runderen en schapen dan toch van die plant eten. Maar dat loopt niet goed af: het vlees en de melk zijn niet te meer te genieten, en bij hoge concentraties sterven grazers de gifdood. Vooral schapen zijn er gevoelig aan.

Bij mens en dier treden ook contactallergieën op, vaak erg pijnlijke huidontstekingen, naast hooikoorts, asthma en neusontsteking. Dat maakt handmatig wieden natuurlijk erg problematisch. Ook de meeste herbiciden hebben weinig effect. In Ethiopië hebben boeren grote stukken land verlaten omdat ze niet opgewassen waren tegen de groene indringer.

Plantaardige bedreiging

In Oeganda is de toestand nog niet zo dramatisch, maar toch wel onrustwekkend te noemen. Het zijn de kleine gezinsboerderijen die het meest kwetsbaar zijn. Nu Parthenium het Queen Elizabeth National Park en de Masaï Mara in Kenia is binnengedrongen, is ook het grazend wild in zijn voortbestaan bedreigd. En dat is dan weer een streep door de rekening van de toeristische industrie.

Het Centre for Agricultural Bioscience International heeft Parthenium, dat in de VS bastard feverfew wordt genoemd, of ook nog congress weed, opgenomen in de lijst van de 8 grootste plantaardige bedreigingen op wereldschaal. En toch wordt er in Afrika relatief weinig tijd en middelen aan besteed, ook al buigt de landbouwfaculteit van de Makerere-Universiteit zich over het probleem.

In Indië en Australië, zelfs in Zuid-Afrika waar de plant intussen ook is aanbeland, zijn er nochtans al concluderende experimenten uitgevoerd op het vlak van biologische bestrijding met verschillende keversoorten. Maar die technieken dringen nog niet door tot een land als Oeganda, door een combinatie van een tekort aan middelen en een gebrek aan inzicht van de urgentie bij de beleidsmakers.

Bestrijding

Als je beseft dat één enkele plant, die twee meter hoog kan worden, 10.000 tot 25.000 zaden produceert, die bovendien verschillende jaren hun kiemkracht bewaren, dan wordt de omvang van de bedreiging nochtans wel erg reëel. Parthenium behoort tot de plantkundige familie van de Asteraceae, net zoals onze paardenbloem en distels. Ook hun zaadjes zijn gevederd en kunnen door de wind ver weg worden gevoerd. Bestrijding moet dan ook absoluut gebeuren vooraleer de zaden rijpen en de natuurlijke uitzaai begint. In Kenia werd in 2010 een wet gestemd op de verplichte verdelging van de soort, naar analogie met de distels in België.

In Oeganda werden met de hulp van de bevolking al uitroeiingscampagnes opgezet. Maar als men het jaar erop ging kijken, bleken er opnieuw kiemplantjes op dezelfde plaatsen te staan. Er zal dus krachtdadiger moeten worden opgetreden. Een massale sensibilisering van de bevolking is daarbij onontbeerlijk. De witte bloemhoofdjes passen goed in boeketten, en vele bloemisten laten zich dan ook verleiden om de plant in hun creaties op te nemen. Kruidendokters hebben ze toegevoegd aan hun assortiment. In de achtertuin van een kloostertuin werd zelfs een heel veld aangetroffen. De zusters versierden er hun erediensten mee, als symbool voor maagdelijkheid. De indringer weet handig gebruik te maken van zijn charmes.

Waterhyacint

Dat herinnert me eraan hoe ik in de tweede helft van de jaren tachtig, toen ik in Rwanda werkte, getuige was van de massale invasie van de waterhyacint in Oost-Afrika. Een Belg die een prachtig huis bewoonde aan de oever van het Ruhondomeer had van een reis in Congo drie plantjes meegebracht omdat hij de bloem van de waterhyacint zo mooi vond. Die zou beslist niet misstaan in zijn tuin. Dus paalde hij een klein hoekje af van het meer, waar de drie drijvende plantjes werden uitgezet en zich snel begonnen te vermeerderen zoals ze dat zo goed kunnen.

Tijdens een nachtelijke storm werden de paaltjes weggeblazen, en zijn de hyacinten, geholpen door wind en waterstromen, begonnen aan hun veroveringstocht, via de Mukungwa, de Nyabarongo, de Akagera naar het Victoriameer. Dertien jaar later, op het hoogtepunt van de invasie in 1998, waren 12.000 hectare van het oppervlak van het Victoria-meer, vooral langs de kustlijn, volledig ingepalmd.

Spreek mij daarom niet meer van het vlindereffect om de chaostheorie uit te leggen. Dat kan een mens zich moeilijk concreet voorstellen. Het waterhyacinteffect daarentegen is visueel veel indrukwekkender omdat je het ook op foto kan vastleggen.

Laat ons hopen dat onze wereldwijde ecologie nooit onherroepelijk ten prooi valt aan een bastard feverfew effect. Met de opwarming van het klimaat weet je maar nooit.

LEES OOK

De Iraanse regering erkent eindelijk dat er te veel hoogopgeleiden naar het Westen vertrekken, maar heeft geen overtuigende plannen om de braindrain te stoppen.
CC TUBS
De strijd in Syrië leidt tot polarisatie tussen bevolkingsgroepen in Turkije, doordat de regering-Erdogan zich vooral wil profileren als soennitische grootmacht.  
© Photo Jam
Puerto Rico gaat Griekenland achterna. De economie van het Caraïbische eiland zit op zijn tandvlees. De kredietbeoordelaars zijn zeer pessimistisch.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

Tom van Mourik (niet gecontroleerd)

Erg interessant dit verhaal, houdt me op de hoogte van de bestrijdingsacties en en verspreiding. Tom

Weedologist (niet gecontroleerd)

Twee vragen borrelen altijd spontaan in mij op bij dit soort berichten 1) wat houdt de populatie van de invasieve plant onder controle in het land van herkomst? 2) heeft de plant alleen negatieve eigenschappen of kan er toch iets goeds uit voortkomen? Uiteindelijk is het vermogen om snel te groeien een uitzonderlijk belangrijke eigenschap voor voedingsgewassen... Blijkbaar werkt de stof ook in op het zenuwstelsel en de luchtwegen, wat het vermoeden wekt dat medicinale toepassingen mogelijk zijn. Een steriele hybride van dit plantje zou overigens als natuurlijk herbicide gebruikt kunnen worden etc.

Ivan Godfroid

Op je eerste vraag kan ik niet antwoorden, ik ben er nooit geweest. Gelet op de aanwezigheid van onkruidzaden in de noodhulpgranen is die plant ook daar toch niet echt onder controle, anders zouden er geen besmettingen zijn. In de VS beschikken ze natuurlijk wel over mechanische bestrijdingsmiddelen die hier ontbreken (bermmaaiers bv.). Wat je tweede vraag betreft, gebruiken Oegandese medicijnmannen ze inderdaad nu al als geneeskrachtige plant zoals ik eerder schreef. Maar dat helpt de plant wel zich verder te verspreiden.De Latijnse naam van de plant verwijst trouwens naar haar geneeskrachtige eigenschappen. En in Azië loopt onderzoek naar het gebruik van de plant als bioherbicide (zie bv. http://www.pakbs.org/pjbot/PDFs/40%285%29/PJB40%285%291933.pdf) maar eenduidige conclusies heb ik er nog niet over gehoord. Er is ook nagegaan of de plant composteerbaar is als grondverbeteraar, en dat blijkt mee te vallen: het allelopatisch effect verdwijnt grotendeels door compostering. Maar of de indringer ooit zal uitgroeien tot een wonderplant, dat lijkt me toch een te hoge verwachting.