Nieuw NGO-beleid in Oeganda

Op vrijdag 27 juli heeft de NGO Board in aanwezigheid van de Eerste Minister het nieuwe NGO-beleid publiek voorgesteld. Veel NGOs waren er niet aanwezig. Het leek teveel op oude wijn in nieuwe zakken.

Ivan Godfroid

2 augustus 2012

Het heeft eigenlijk nooit geboterd tussen het middenveld en de overheid in Oeganda.  In de beginjaren van het Museveni-regime waren vele NGOs nog buitenlandse noodhulporganisaties, actief tot in het diepe binnenland. Die moesten in de gaten worden gehouden. Ook Oegandese groepen die hun autonomie tegenover de staat wilden afficheren op een moment dat de Nationale Verzetsbeweging na 5 jaar guerrillastrijd streefde naar totale dominantie van de bevolking waren van meet af aan verdacht. De eerste wetgeving voor NGOS, de NGO Registration Act van 1989, drie jaar na de machtsovername, was dan ook in de eerste plaats bedoeld voor toezicht en controle, in het belang van de nationale veiligheid. Daarom dat de bevoegde dienst werd ondergebracht in het Ministerie van Binnenlandse Zaken, gekoppeld aan de veiligheidsdiensten.

Dubbele aansprakelijkheid

De explosieve groei van het eigen nationale middenveld (van enkele honderden toen, tot meer dan tienduizend nu) noopte de overheid tot een amendering van de NGO Registration Act in 2001. Op de neerlegging van het wetsontwerp volgde een spontaan protest van de NGOs, want de intentie van de overheid om controle nog te versterken gaf buitensporig veel macht aan de minister van binnenlandse zaken. De nieuw opgelegde voorwaarden voor de oprichting, registratie en werking van de NGOs was in flagrante contradictie met wat toelaatbaar en aanvaardbaar is in een grondwettelijke democratie. Vooral de beslissing om de erkenning slechts voor  een tijdelijke duur toe te kennen, en zo de NGOs te dwingen hun aanvraag regelmatig te vernieuwen zorgt niet alleen voor red tape, maar maakt ook lange termijn planning moeilijk als steeds opnieuw de vrees bestaat niet meer te zullen worden erkend. En dan is er ook die agressieve bepaling van dubbele aansprakelijkheid:   als een organisatie een overtreding begaat zal elke directeur of medewerker van die organisatie wiens daad of vergetelheid aanleiding gaf tot de overtreding ook hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. Het verwondert niet dat dit als een dreigement wordt aangevoeld.

Door het getouwtrek, en nadat de NGOs zelf een alternatieve NGO-wet hadden neergelegd, duurde het tot 2006 eer de wet uiteindelijk door het parlement werd goedgekeurd, evenwel zonder rekening te houden met de NGO-voorstellen. Een dringend verzoek aan de president om de wet niet af te kondigen haalde evenmin iets uit. Zes weken later tekende hij de wet met een grimlach.

Eigen schuld, dikke bult

Dat hadden de NGOs echter ook voor een stuk aan zichzelf te wijten. Een NGO, die blijkbaar een sekte was, had in het jaar 2000 een duizendtal mensen weten te overtuigen tot zelfverbranding om sneller in de hemel te geraken. In 2002 heeft de NGO COWE dorpelingen hun spaargeld afhandig gemaakt, en werd voor hun misdaad gederegistreerd. In 2005 bleken 15 NGOs betrokken te zijn bij een nationaal corruptieschandaal met het Global Fund voor HIV/AIDS, TB en malaria, waardoor Oeganda geschrapt werd uit de lijst van begunstigden van het Global Fund. Maar dat gaat maar om enkele nestbevuilers tussen de meer dan 10.000 NGOs die Oeganda vandaag rijk is, en verantwoordt niet dergelijke harde wetgeving.

Een nieuw beleid, een nieuw begin?

Met de hulp van een programma van de EU voor capaciteitsopbouw van het maatschappelijk middenveld begonnen de diensten van de Eerste Minister in 2007 aan een participatief proces om een nationaal NGO-beleid voor Oeganda uit te werken. Hoewel het in wezen al in 2010 was afgewerkt, werd het pas vorige vrijdag 27 juli 2012 voorgesteld op een persconferentie.

De NGOs zeggen dat het lijkt of de beleidstekst door twee verschillende personen met twee verschillende logica’s werd geschreven. Het eerste deel getuigt van een toekomstvisie op de NGO-wereld, is verankerd in de waarden en principes van de grondwet en internationale verdragen, verbindt de regering ertoe de autonomie van NGOs te respecteren, en de nodige middelen te voorzien voor een goede werking van de NGO-board. Het tweede deel, met de uitvoeringsmechanismen, ademt weer net als vroeger dezelfde sfeer van wantrouwen voor NGOs uit en maakt impliciete ontransparante interpretaties mogelijk. Zo wordt gesteld dat NGOs de acties van de regering moeten versterken. Dat geeft meteen een stok in de hand voor wie van oordeel is dat een of andere NGO de visie van de regering niet deelt.

Big Brother blijft toekijken

Ook wordt een hele toezichtsinfrastructuur opgericht op niveau van de districten en sub-counties, waarin nog steeds de veiligheidsagenten zetelen, en waar één NGO-vertegenwoordiger mag aan deelnemen. Als je weet dat Museveni het aantal districten heeft opgesplitst van 38 in 1991 naar 111 nu en 136 tegen 2015, dan lijkt dit wel een overkill met een erg fijnmazig en wellicht onbetaalbaar netwerk van NGO Monitoring Committees.

Intussen blijft de NGO-wet van 2006 met bijhorende uitvoeringsbesluiten van 2009 wel van kracht. Bovenop de eerder genoemde bepalingen storen de NGOs zich aan het ontbreken van beleidsbeïnvloedend werk bij de beschrijving van de definitie van een NGO. De focus is volledig op dienstverlening. De formulering is met een opgestoken vingertje geschreven in plaats van in een geest van partnership, complementariteit en synergie. NGOs zijn niet vertegenwoordigd in de nationale NGO-Board, zodat dit overkomt als een instrument dat tegen hen is gericht. Beroepsmogelijkheden tegen beslissingen van die NGO-Board zijn er niet, behalve dan bij de Minister van binnenlandse zaken, die natuurlijk niet onpartijdig is.

De uitvoeringsbesluiten gaan tot in het ongerijmde: een organisatie mag geen direct contact met de bevolking in haar werkgebied hebben, tenzij ze schriftelijk zeven dagen op voorhand die notitie te kennen geeft aan de lokale raden en de Resident District Commissioners. En de NGO-Board krijgt ongebreidelde macht om NGOs te ontbinden of te deregistreren: “de Board kan een NGO opheffen als ze reden heeft te geloven dat binnen de 12 maanden na registratie geen activiteiten werden opgezet, als de bevolking of de leden worden opgelicht door de NGO, als de bepalingen van de erkenning en/of van de wet niet worden gerespecteerd, of voor enige andere reden die de Board nodig acht voor de vrijwaring van het publiek belang”.

Verzet

Toch hebben de NGOs van het nieuwe beleid een synthesebrochuurtje op glanspapier opgemaakt, met het logo van de Oegandese Staat erop, een ondertekend voorwoord van de Minister van Binnenlandse zaken, en geen enkele kritische noot, enkel een objectieve synthese.

“Ach ja”, zegt een verantwoordelijke van het NGO-Forum me schouderophalend als ik hem daarover interpelleer, “we moeten toch ook af en toe eens onze goede wil tonen. Maar tegelijk geven we ook een memorandum uit met onze argumenten waarom we vinden dat de NGO-wet wél moet worden herzien. Maar de overheid blijft er zich tegen verzetten.

Ik vroeg me eerlijk gezegd al eerder af waarom 26 jaar na zijn machtsovername Museveni nog steeds vasthoudt aan de guerrilla-benaming “National Resistance Movement” (Nationale Verzetsbeweging) voor zijn politieke partij. Vandaag kreeg ik het antwoord.

LEES OOK

CC Photo Unit
Het gebrek aan degelijke gezondheidszorg, voedsel en proper water heeft al een hoge tol geëist in het Syrische conflict, dat nu meer dan drie jaar aan de gang is.
Communautaire zorgverlening bij aidspatiënten in Malawi © Giulio Donini
Deze week verplaatst het epicentrum van de huidige, nooit eerder geziene pandemie zich naar Melbourne (Australië), waar de Internationale Aidsconferentie plaatsvindt.
CC Brian Scott
Het bekende Kruger National Park in Zuid-Afrika overweegt om een een deel van de neushoorns in het park elders onder te brengen.
© Mujahed Moflh
Zaterdagnacht bestookte het Israëlische leger Shejaia, een wijk in het oosten van Gaza-stad. Ook zondag ging de aanval volop door.

Meest recent van Ivan Godfroid

Geen idee of dit ooit een finale zou kunnen worden van een WK in een verre toekomst. Maar over de relaties tussen beide landen is wél nieuws te melden.
Ik ken geen enkel ander land waar men zich zo verkneukelt in administratieve regels en procedures, maar als je beseft hoeveel geld ze opleveren, op en onder tafel, begrijp je wel waarom.
Hoe ongemeen prachtig het Kivumeer er ook uitziet, het blijft een killermeer. Maar dat ligt meer aan de mensen dan aan het meer.
Soms overkomen je dingen die je in geen enkel mogelijk scenario ooit zelf zou hebben kunnen bedenken.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.