Théophile Moyengar, CILONG

Geen vooruitgang in Afrika zonder een sterke staat en een stevig georganiseerd middenveld. Maar wat weten we eigenlijk over de civiele organisaties in Afrika? MO* sprak de voorbije dagen met acht leiders van het Afrikaanse middenveld over de uitdagingen waar hun land mee te maken heeft, hoe zij de toekomst zien en welke rol Europa daarin kan spelen.

Wat is de belangrijkste uitdaging voor Tsjaad?

Théophile Moyengar (CILONG): Het grootste probleem is de voedselzekerheid. Het is een Sahelland, het klimaat is dus erg droog. Zeventig procent van de bevolking leeft van de landbouw, wat betekent dat het Tsjaad gevoelig is voor klimaatsverandering. Daarnaast zijn ook onderwijs en veiligheid belangrijke aandachtspunten.

Wat zal de toekomst brengen voor Tsjaad?

Ik ben optimistisch. De oorlog die het land het voorbije decennium teisterde is intussen verleden tijd, onlangs is er ook olie ontdekt. De inkomsten uit de export hiervan bieden toekomstperspectieven. We moeten echter voor ogen houden dat deze bron niet eindeloos is, en de opbrengst ervan geïnvesteerd moet worden in andere sectoren van de economie. Enkel op die manier is een ontwikkeling op lange termijn mogelijk voor Tsjaad.

Welke rol kan Europa spelen?

Tsjaad is, zoals de andere voormalige Europese kolonies, lid van de ACS-landengroep, de EU is een belangrijke partner voor ons. Op economisch vlak moeten we samen streven naar een export van Tsjadische producten naar de Europese markt, daarnaast heeft Europa ook een belangrijke rol voor het onderwijs in Tsjaad.

Met het label ‘ACS’ (Afrika, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan) duidt de Europese Unie een diverse groep landen aan die  een gemeenschappelijk verleden hebben als Europese kolonie. Vanaf het tijdperk van hun onafhankelijkheid tot vandaag sloot eerst de EEG en later de EU een aantal verdragen met deze groep, die de basislijnen vormen van de Europese ontwikkelingshulp aan deze landen. Ze verlenen de betrokken landen een aantal voordelen die partnerlanden in Zuid-Amerika of Azië niet hebben. Die akkoorden kwamen onder druk door de afspraken binnen de Wereldhandelsorganisatie die dergelijke discriminatie niet toestaan.
 
Het meest recente akkoord is dat van Cotonou. Dat verschilt van de voorgaande Lomé-akkoorden door de nadruk die gelegd wordt op het belang van het maatschappelijk middenveld voor de ontwikkeling van een land. Meer specifiek richt men zich op organisaties met politieke en maatschappelijke doelen die niet tot de overheid of de privé-sector behoren, zoals vrouwenrechtenorganisaties, milieuverenigingen, boerenbewegingen of ook vakbonden. Het verdrag van Cotonou werd getekend in 2000 en loopt nog tot 2020. Ondertussen zijn we al over de helft van deze termijn en is er nog geen nieuw samenwerkingsverdrag in de maak. Om daarover overleg te plegen, inviteerden de grote Europese Noord-Zuidbewegingen zoals 11.11.11 hun partners uit Afrika.
 
MO* maakte van de gelegenheid gebruik om bij middenveldleiders van verschillende Afrikaanse landen te polsen naar hun menig over de uitdagingen waar hun land mee te maken heeft, hoe zij de toekomst zien en welke rol Europa daarin kan spelen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur