Chaos in Tripoli opent mogelijkheden voor buitenlandse milities in Zuid-Libië

Hoe het machtsvacuüm in Libië de stabiliteit van de zuidelijke buurlanden bedreigt

United Nations Development Programme CC BY-NC-ND 2.0

 

T erwijl rivaliserende milities meer dan een maand lang de hoofdstad Tripoli in de greep van hun gevechten houden en alle aandacht, nationaal en internationaal, naar de twee machtsblokken in het land gaat, heeft Fezzan, de regio van het zuiden, met buitenlandse milities te maken die niet alleen Libië verder destabiliseren maar voor de hele regio een gevaar vormen.

Jihadistische organisaties zoals Boko Haram, Al-Qaida of IS, zijn niet de enige groepen die landen als Tsjaad, Soedan en Niger teisteren. Nu is er ook het gevaar van rebellengroepen uit die landen die vanuit Libië hun aanvallen organiseren.

Trainingskampen

Op 25 augustus vielen rebellen afkomstig uit Tsjaad posities van het leger in de mijnstad Kouri Bougoudi aan de grens met Libië aan. De rebellengroep genaamd Militaire Commando Raad voor de Redding van de Republiek (CCMSR) die 4500 strijders in zijn rangen heeft, werd in 2016 opgericht en zegt de Tsjadische president Idriss Déby te willen omverwerpen. Bij de aanval vielen er, volgens de rebellengroep, tientallen dodelijke slachtoffers aan de zijde van de militairen.

De rebellengroepen lijken hun militaire capaciteiten op te bouwen om terug te keren naar Soedan als de omstandigheden daar rijp voor zijn.

Op 15 september zijn het dit keer twee helikopters van het leger die rebellen in Kouri Bogoudi gebombardeerd hebben. Er vielen minstens twee doden.

Het probleem is niet nieuw. VN-experten hebben vorig jaar hierover gerapporteerd en de Libische minister van buitenlandse zaken in de regering van nationale eenheid heeft al eerder gewaarschuwd voor de aanwezigheid van Afrikaanse milities die trainingskampen in het zuiden van Libië hebben gebouwd en die autonoom handelen.

Het zijn dus niet alleen rebellen uit Tsjaad die voet aan de grond hebben gekregen in Libië, maar ook rebellen uit Soedan. Een confidentieel rapport van een panel VN-deskundigen -dat aan de Veiligheidsraad werd overgemaakt en dat AFP op 16 augustus kon inkijken- stelt dat de meeste rebellengroepen uit Darfoer de laatste maanden hun aanwezigheid in het zuiden van Libië hebben versterkt.

De rebellengroepen lijken hun militaire capaciteiten op te bouwen om terug te keren naar Soedan als de omstandigheden daar rijp voor zijn, zegt het rapport. Anderzijds blijft Soedan wapens naar de Darfoer-regio sturen, ondanks het door de Verenigde Naties ingestelde wapenembargo.

Pragmatisme

Op 2 juni ondertekende de Libische regering van nationale overeenkomst (GNA) een samenwerkingsakkoord met buurlanden Tsjaad, Soedan en Niger in de hoofdstad N’Djamena. Bedoeling is om samen te werken om de grenzen te bewaken en de grensoverschrijnende criminaliteit te bestrijden. En op 11 augustus kwam daar een samenwerkingsakkoord op het vlak van justitie bovenop.

Hoewel de drie landen niet dezelfde visie delen over Libië, beschouwen ze de internationaal erkende regering van Tripoli als de legitieme autoriteit van het land. De tegenstrijdige visies en zelfs de conflicten, vooral tussen Tsjaad en Soedan, zijn niet nieuw. Soedan steunde de rebellie tegen Moamar Khaddafi en de NAVO-interventie in 2011, maar Tsjaad was er tegen en vond dat het afzetten van de Libische leider de destabilisatie van de hele regio zou teweegbrengen.

Tussen die twee landen was er overigens al een langdurig conflict, ontstaan na het uitbreken van de Darfoercrisis in 2003. Elk land steunde op één of andere manier de rebellen van het andere land.

Ook in deze post-Khaddafi periode verschillen de twee landen van visie. Terwijl Tsjaad graag een sterke leider aan de macht in Libië wil zien komen, staat Soedan niet te springen om de hand aan Khalifa Haftar te reiken. Maar de twee landen hebben hun geschillen opzij geschoven en voor de pragmatische aanpak gekozen, schrijven Jérôme Tubiana en Claudio Gramizzi in het rapport Tubu Trouble: State and Statelessness in the Chad– Sudan–Libya Triangle, een co-publicatie van the Small Arms Survey’s, Human Security Baseline Assessment for Sudan and South Sudan en the Security Assessment in North Africa with Conflict Armament Research, dat in juni 2017 verschenen is.

De zuidelijke buurlanden sluiten deals met de regering in Tripoli, maar houden wel rekening met Khalifa Haftar. Op 6 augustus bezocht de sterke man van Benghazi Niger op uitnodiging van president Mahamadou Issoufou en in 2016 is Haftar verschillende keren in Tsjaad geweest.

bron: Carto Magazine n° 36 (2016)

 

Huurlingen, een oud fenomeen

De aanwezigheid van buitenlandse huurlingen en van rebellen uit andere landen in Libië is niet nieuw. Moamar Khaddafi, van wie bekend staat dat hij de rebellen van Darfoer steunde, zette zelf huurlingen in tijdens de opstand van 2011. Daar werd hij althans van beschuldigd door de rebellen zelf.

Jérôme Tubiana en Claudio Gramizzi schrijven in hun rapport dat de voormalige Libische leider huurlingen rekruteerde zowel uit bestaande rebellengroepen in Tsjaad en Soedan, als migranten uit andere sub-Saharaanse landen. Sinds zijn afzetting en de verdere fragmentatie van Libië, gebruiken de verschillende gewapende groepen in het zuiden van het land huurlingen.

Ondanks het feit dat de huurlingen bij deze milities zowel uit Tsjaad als uit Soedan afkomstig zijn, is het wel zo dat Soedanezen vooral in het Libische Nationale Leger van generaal Haftar te vinden zijn, terwijl de Tsjadische huurlingen vooral ingezet worden door de brigades van Misrata, de sterke stad in het noorden van het land, en die van Zintan.

Haftar trekt Soedanese strijders aan omdat de rangen van zijn leger heel wat oude aanhangers van Moamar Khaddafi tellen, en dat vergemakkelijkt de contacten met de rebellen uit Darfoer.

Wat de complexiteit van de situatie vergroot, zijn de grensoverschrijnende stammen die het zuiden van Libië bevolken waaronder sommigen, zoals de Teboe bijvoorbeeld, verspreid wonen over heel het gebied tussen Libië, Tsjaad, Soedan en Niger.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Weerslag op het terrein

De verdeeldheid in het noorden van Libië heeft haar effect duidelijk niet gemist op het zuiden van het land. Zo kwam het tot bloedige confrontaties tussen milities die bij Tripoli aanleunen en milities die de autoriteiten in Benghazi steunen, en dus tussen de Teboe en Awlad Seleiman, de twee sterke stammen in het zuiden van Libië.

In maart 2017 werd er in Rome een verzoening- en vredesakkoord tussen de twee clans ondertekend.

‘De lokale groepen in Fezzan onderhouden relaties tussen beide machtsblokken, zowel die van het westen van het land als die van het oosten’, zegt Ahmed Jabir, een inwoner en activist in Sebha, de belangrijkste stad in de regio van het zuiden. ‘Maar er is de laatste tijd een duidelijke shift naar meer steun voor Khalifa Haftar’, zegt hij.

‘De autoriteiten in het oosten tonen meer daadkracht. De enige luchthaven die in het zuiden werkt, is die van Tamanhent en die garandeert vluchten naar Benghazi. Maar er zijn geen vluchten naar Tripoli, ondanks het feit dat er vraag naar is. Het is de autoriteiten in de hoofdstad niet gelukt om een verbinding te openen’. Ook op het niveau van veiligheid staat Khalifa Haftar beter aangeschreven in het zuiden dan de regering in Tripoli. ‘Steeds meer mensen geloven in de capaciteit van het Libische Nationale leger om terug orde op zaken te stellen in het zuiden’, zegt Ahmed Jabir.

‘Het is moeilijk een onderscheid te maken tussen de Libische Teboe en de Teboe afkomstig zijn uit andere landen’

Wat de inwoners van het zuiden zorgen baart, is de veiligheidssituatie die er volgens Ahmed Jabir de laatste tijd enorm op achteruit gegaan is. ‘Naast de problemen die te maken hebben met de interne politieke en economische situatie waaronder de regelmatige en langdurige stroompanne bijvoorbeeld, heeft de regio van Fezzan te maken met de groeiende criminele activiteiten van milities uit Tsjaad en Soedan’, zegt hij.

‘Deze gewapende groepen doen aan smokkel: gas- en benzinesmokkel, maar ook mensensmokkel, drugs-en wapensmokkel. Ook voor ontvoeringen deinzen ze niet terug. ‘Iedereen kan ontvoerd worden. Het maakt niet uit of het een kind is of een bejaarde man of vrouw. Onlangs werden alle leden van een gezin ontvoerd. De milities vragen losgeld en dat kan gaan van tienduizend tot twee miljoen Libische Lira’, zegt Ahmed Jabir.

‘De zichtbaarheid van de buitenlandse gewapende groepen is de laatste tijd groter geworden, door onder andere het fenomeen van luxueuze woningen die in kleine dorpen worden gebouwd’, zegt de activist.

Voor Ahmed Jabir beperkt het probleem zich niet tot de gewapende groepen. ‘Er zijn de voorbije jaren heel veel mensen uit Tsjaad en Niger verhuisd om zich bij de eigen stam in Libië aan te sluiten’, zegt hij. En dat heeft een negatieve invloed op de verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

‘De Teboe waren een minderheid in het zuiden van Libië, maar door hun migratie uit de buurlanden zijn ze sterker en machtiger geworden. Het is moeilijk om een onderscheid te maken tussen de Libische Teboe en de Teboe afkomstig zijn uit andere landen ’.

Handel- en smokkelroutes

Handel- en smokkelroutes

Burgerschap

De Teboe zijn traditioneel een nomadisch volk. De Libische Teboe die zich na de onafhankelijkheid van Libië in de steden hebben gevestigd, hebben documenten gekregen en werden erkend als Libische burgers. Maar diegenen die in de Sahara in het zuiden van Libië bleven, hebben tot de dag van vandaag geen documenten. En dat heeft impact op hun dagelijkse leven en de toegang tot onderwijs en gezondheidszorg.

De kwestie van de stabilisatie, zowel van Libië als die van de buurlanden, kan niet alleen opgelost worden door het inzetten van militairen en ordetroepen aan de grens tussen Libië, Soedan, Tsjaad en Niger, zelfs als er steun komt uit het buitenland. De VS, Frankrijk, maar ook andere Europese landen zijn overigens militair aanwezig in verschillende landen van de Sahel-regio. En in april 2018 hebben  Soedan, Tsjaad, Niger en Libië een samenwerkingsakkoord met Italië afgesloten om de acties van hun strijdmachten tegen grensoverschrijdend “criminaliteit ” te coördineren.

Waarnemers zijn van mening dat de ontwikkeling van de regio en de erkenning van de rechten van de minderheden in al die landen de enige lange termijn oplossing is voor een regio die decennialang geteisterd wordt door rebellie.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur