Waarom president Keïta Mali niet op de weg naar een betere toekomst kon zetten

Mali na de staatsgreep: een gedesillusioneerd land op zoek naar een redder

© REUTERS/Rey Byhre

Een vrouw op een manifestatie (11/8) tegen Ibrahim Keïta, op dat moment nog president van Mali. ‘Het hoeft niet te verbazen dat de wantoestanden leidden tot grote woede bij wie leeft met honger en angst.’

Hoe moet het na de staatsgreep van augustus verder met Mali? De economische gemeenschap van West-Afrikaanse staten vraagt de militairen om de macht over te dragen aan een overgangsregering tegen 15 september. Maar het is niet omdat president Keïta afgezet werd, dat een heerlijk nieuwe toekomst verzekerd is, vindt Malinees auter en journalist Intagrist el Ansari.

Intagrist el Ansari is onafhankelijk journalist, auteur en producent. Hij schrijft voornamelijk over de Sahellanden en over de Touareg in het noorden van Mali. El Ansari is zelf geboren in Mali en verblijft sinds 2012 in buurland Mauritanië.

De groep muitende soldaten die in de nacht van 18 op 19 augustus de macht greep in Mali, erft een verscheurd land. En hun “buit” is allesbehalve benijdenswaardig.

De Touareg-opstand en staatsgreep van 2012 brachten aan het licht dat de Malinese staat niet meer dan een illusie meer is. En het land werd nog dieper in de afgrond gestort in het tijdperk van president Ibrahim Boubacar Keïta (vaak kortweg IBK genoemd), president van 2013 tot die bewuste nacht van 18 op 19 augustus dit jaar. IBK werd afgezet door een gewapende groep, verenigd in de Nationale Raad voor de Redding van het Volk (CNSP).

Mali is een land dat op de rand van de afgrond staat. Dat is helaas te danken aan de politieke elite, over alle partijlijnen heen, die sinds de eerste staatsgreep in 1968 enkel geïnteresseerd was en is in het grijpen van de macht. Macht omwille van de macht, en om buitensporige corruptie mogelijk te maken.

De zoon van de president op een jacht, op feestjes, in de handen van jongedames: het was een klap in het gezicht van de gewone Malinees.

Veel Malinese ambtenaren hebben zich de afgelopen jaren laten kennen door hun vulgaire en afschuwelijke uitspattingen, onder meer financieel, die grenzen aan vernedering en zelfs onmenselijkheid. En dat in een land waar het overgrote deel van de bevolking onder de armoedegrens leeft en afhankelijk is van internationale hulp.

Begin juli verschenen er filmpjes op sociale media van voormalig Malinees parlementslid Karim Keïta, zoon van IBK, waarin hij gemasseerd werd door jongedames terwijl de champagne rijkelijk vloeide, op een jacht op open zee vertoefde of zich op andere gelijkaardige feestjes in weelderige villa’s bevond. Deze schaamteloze vertoning had de wrange smaak van bedrog.

Net zoals die keer toen generaal Moussa Diawara, hoofd van de Malinese inlichtingendienst en een vertrouweling van de ex-president, zijn verjaardag vierde met de nodige glitter en glamour, wat miljoenen CFA-franken kostte. Deze onthullingen vormen meer dan waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg van de schandelijke verkwistingen in Mali en zijn een klap in het gezicht van de gemiddelde Malinees.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat dit tot grote woede leidde bij wie elke dag leeft met honger en angst. Dat, en het onvermogen om het land terug herop te bouwen, leidde tot het versneld ineenstorten van het regime-Keïta dat sinds 2013 aan de macht was. In Bamako stak bij de staatsgreep niemand een vinger uit om IBK en zijn clan te beschermen, zelfs zijn meest vertrouwde bewakers niet.

Exit Keïta

Keïta was een zanger-militant van het bambara-malinké-nationalisme en bouwde zijn reputatie op zijn welbespraaktheid. In het begin van zijn politieke carrière raakte hij bekend door, telkens wanneer de gelegenheid zich voordeed, te claimen dat ‘bourgeois zijn’ een doel op zich en een prestigieuze eer is. Men vroeg zich af of deze drang om op te scheppen betekende dat IBK als rijke bourgeois geen nood zou hebben aan middelen van de staat, eens hij aan de macht kwam.

De verklaringen van Keïta verloren al hun geloofwaardigheid toen hij aan het hoofd van de staat kwam te staan. Vele schandalen en financiële verduisteringen volgden elkaar op: onder andere de controversiële aankoop van een presidentieel vliegtuig, ontransparante wapencontracten en het dossier van de befaamde poemahelikopters, die na aankoop onbruikbaar bleken.

Het leidde ertoe dat Keïta en zijn onverzadigbare bestuurssysteem werden weggezet als de leiders van een kleptocratie, die niets anders willen dan de burgers bestelen. Duizenden Malinezen gingen sinds juni 2017 de straat op om aan de alarmbel te trekken en hun ongenoegen te uiten over de incompetente leiders.

Op 18 augustus kwam het pas afgezette staatshoofd tevoorschijn uit zijn privéwoning, waar hij zich verschanst had, omringd door Malinese soldaten. Een beeld vereeuwigd door de smartphones van Bamako: de langgezochte dief die werd aangehouden, volledig ontwapend en zichtbaar verbluft, volkomen uitgeput om dat hij zijn laatste vrije uren gebruikt had om van schuilplaats naar schuilplaats te vluchten. Zijn arrestatie was een special forces-operatie waardig.

Realiseerde IBK zich op dat moment wat er was gebeurd? Over het Malinese leger kan je veel zeggen: het is meer berucht vanwege de moorden op kwetsbare burgers (vooral in het noorden van het land sinds 1963 en meer recent ook in het centrum) dan voor heroïsche wapenfeiten. Maar die dag vermeed het de ultieme vernedering van deze man, die zich plots gedegradeerd zag tot een kwetsbare burger, net als alle andere. Een burger wiens obsessieve hang naar artificiële luxe en verkwisting de troon niet meer kon redden.

Het tafereel stond in schril contrast met dat op 19 september 2013, de dag dat Keïta ingehuldigd werd. Hij was toen een oude veteraan die al meer dan twintig jaar actief was in de Malinese politiek. Die dag, in het Stade du 26-Mars in hoofdstad Bamako, vertoonde hij nog veel pracht en praal. Een twintigtal Afrikaanse en andere staatshoofden waren aanwezig, die een voor een het podium beklommen om de man die het land had hersteld lof toe te zwaaien, voor bijna 50.000 mensen.

Een ‘eremissie’, zo werd de triomfantelijke ceremonie genoemd, met Keïta’s fameuze slogan ‘Le Mali d’abord’, ‘Mali eerst’. Die slogan bleef overigens dode letter en werd door de Malinezen spottend veranderd in ‘Ma famille d’abord’, ‘mijn familie eerst’. De voormalige Franse president François Hollande was aanwezig op de ceremonie en verklaarde: ‘Mali heeft zijn toekomst in handen genomen. Het heeft zijn president gekozen, een goede en een grote leider.’ Woorden die nu zeer hol klinken.

Deze atmosfeer van algemene zelfgenoegzaamheid op het altaar van het populisme illustreert de achteruitgang van de politiek en van het publieke leven in Mali. Ze onthult het onevenwicht tussen de eer die politici in theorie nastreven en de manier waarop ze dit in de praktijk omzetten. Iedereen wil in hoog aanzien staan, maar dan wel zonder een goed beheer van publieke goederen na te streven.

Een facet van het politieke falen is dat andere landen hun ogen sluiten voor de onregelmatigheden in Mali.

De herinnering aan beroemde politici zoals Nelson Mandela en Thomas Sankara toont hoe sommige huidige leiders, in Afrika én elders, falen in hun publieke taak.

Gevolgen van politieke beslissingen worden slechts op korte termijn berekend, maar op lange termijn blijft niemand gespaard van de mondiale gevolgen van slechte politieke beslissingen. Een facet van het politieke falen in Mali is ook dat andere landen hun ogen sluiten voor de onregelmatigheden in dit land, die soms zeer ernstig en ondemocratisch zijn, en waar die landen vaak zelf aan bijdroegen.

Dorst naar goed bestuur

De verkiezingsoverwinning van Ibrahim Boubacar Keïta werd beschreven als ‘grandioos’ en ‘triomfantelijk’. Maar er zijn genoeg redenen om dat te relativeren. De Malinezen kozen te goeder trouw voor Keïta, na decennia van slecht bestuur, corruptie en wanbeheer. Die dan nog eens bekroond werden door de politieke crisis van 2012, een onmiddellijk gevolg was van de internationale oorlog in Libië in 2011.

Burgers die dat alles meegemaakt hebben, willen op korte termijn enkel dat er een einde komt aan hun lijden. Om dat te bereiken, zijn ze bereid om de eerste de beste charlatan te geloven, op voorwaarde dat hij een discours gebruikt dat bij de actuele situatie past. Een oud Touareg-spreekwoord is: ‘Wat je ook zegt tegen iemand die dorst heeft, hij zal altijd antwoorden met de vraag naar water.’

Is het mandaat van Keïta op zich al niet discutabel? Vooral zijn herverkiezing in 2018 is zeer betwistbaar. Het rationele denken is relatief, omdat de Malinezen zich in de eerste plaats laten leiden door de blijvende droom van zelfvoorziening, net als eender welk ander volk ter wereld. Ondanks alle intenties van IBK bij het begin van zijn mandaat, goed of slecht, heeft hij daar niet voor kunnen zorgen.

‘Mali is momenteel in drie microstaten verdeeld: het bewapende noorden, het verscheurde centrum en het zuiden, dat mort om de nouveaux riches.’

Het enthousiasme (oprecht of berekend) van François Hollande in 2013 ten spijt, kunnen we vaststellen dat IBK’s missie niet enkel mislukt is, maar dat hij de Malinese problemen net verergerd heeft.

Mali is momenteel in feite in drie microstaten verdeeld: het noorden, overgelaten aan de “wet van de sterkst bewapende”, het centrum, dat verscheurd wordt onder het mom van religie, en het zuiden, waar de ontevredenheid van de bevolking toeneemt doordat een kleine minderheid er een buitensporige levensstijl op nahoudt, de nouveaux riches waardig, gelovend in de eeuwige macht van het geld. De messen zijn geslepen en kunnen op elk moment getrokken worden.

Hoe kan je een samenleving opbouwen als zij die het goede voorbeeld moeten geven zich alle rechten toe-eigenen, zonder blijk te geven van enig gezond verstand? Het regime dat in augustus viel met de staatsgreep was de finale strofe van een bitterzoet lied dat al minstens vijftig jaar het tempo van het politieke leven in Mali bepaalt.

Als iemand uit het noorden van het land zoiets beweert, zou hij er tot een paar jaar geleden systematisch beschuldigd van worden een “rebel” te zijn. Zelfs als hij nooit een gerichte opstand zou hebben geëist (die het overgrote deel van de tijd plaatsvinden met de roep om de sociale orde te herstellen). Vandaag durft eender wie je tegenkomt in Bamako of in het diepe binnenland van Mali je beschrijven wat de redenen zijn voor het verval van de staat.

Nieuw gerecht met oude ingrediënten

De canari, een typisch Malinese aardewerken vaas, zit symbolisch volgepropt met verduisterde publieke middelen. IBK werd in de laatste jaren van zijn presidentschap voorgesteld als een ‘oude man met geheugenverlies’, die in zijn ivoren toren woonde zonder noemenswaardige rol in het dagelijks bestuur van de staat. Hij stond onder controle, zo zegt men in Bamako, van een kleine groep aanhangers.

Daaronder zijn zoon en parlementslid Karim Keïta, hoofd van de Malinese inlichtingendienst Moussa Diawara en Moussa Timbiné, de parlementsvoorzitter en vertrouweling van de familie Keïta. Het groepje bestuurde het land naar eigen goeddunken en hield de voormalige president in zijn bubbel, afgesneden van de realiteit.

Het einde van dit systeem van stelen en vriendjespolitiek betekent niet automatisch de grote verschuiving in Mali. In het beste geval krijgen de Malinezen met de ineenstorting van het IBK-tijdperk nu echt de ruimte om te bepalen welke richting zij uit willen gaan met het land. Maar dat klinkt op dit moment nog als verre toekomstmuziek. Politiek opportunisme zweeft nog steeds gevaarlijk boven de Koulouba, de heuvel waarop het presidentieel paleis gelegen is.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Er zullen veel kandidaten voor de macht zijn, verstoken van goede bedoelingen en vatbaar voor de verleiding om de mogelijkheid om een nieuw Mali herop te bouwen in de weg te staan. Er zijn veel twijfels.

De leiders die aangetrokken worden tot volksprotesten en die meestal surfen op het lijden van de gewone burgers, zijn geen onbekenden. De prominenten van de zogenaamde oppositiepartijen in Mali, verenigd in de ‘Mouvement du 5 juni 2020’ hebben al minstens dertig jaar een rol gespeeld in verschillende vorige regeringen, waaronder sommigen ook in de regering van IBK. Hun cv is niet schoon. Sommigen hebben een aangebrande reputatie, anderen staan erom bekend olie op het vuur te gooien. Ze verergeren de etnische spanningen in het noorden en zijn allesbehalve wat Mali op dit moment nodig heeft.

Kan er iets nieuws gemaakt worden met oude ingrediënten? Het is noodzakelijk om waakzaam en wakker te blijven. Heeft het Malinese volk een andere keuze dan de beroemde formule van Michel Foucault, ‘toezicht en straf’, toe te passen op de huidige realiteit?

Onderwijs en andere hervormingen

Militaire coupplegers, oppositieleden en religieuze leiders spraken op 21 augustus 2020 op het plein van de onafhankelijkheid in Bamako een uitzinnige menigte toe, die daar de val van het voormalig regime kwam vieren. Maar, de woorden van de ambtenaren en van de toekomstige overgangsregering zullen we pas kunnen afmeten aan hun daden na een decennium van politieke daden. Enkel dan zullen we kunnen beoordelen of de problemen die het land teisteren goed zijn geanalyseerd, begrepen en vooral oprecht en consistent zijn aangepakt.

Het zijn altijd zij die aan de macht zijn die hun kinderen naar het buitenland kunnen sturen om te studeren.

De uitdagingen zijn groot, talrijk en allemaal even cruciaal. Bijvoorbeeld: hoe kunnen we uitleggen dat in een land zoals Mali het onderwijs al drie decennia grotendeels plat ligt? Dat, meer dan eender wat, verhindert de opmars van Mali en de vernieuwing van de intellectuele elites, nochtans onontbeerlijk voor de vooruitgang van een staat.

Het zijn altijd zij die aan de macht zijn die hun kinderen naar het buitenland kunnen sturen om te studeren. Als die eenmaal terug in Mali zijn, nemen ze de plaats van hun ouders aan de top in. Deze cyclus van uitsluiting gaat al zeer ver terug in de tijd. Je moet niet veel kennis van zaken hebben om de gevolgen van het falende onderwijs op de huidige Malinese malaise te begrijpen.

De gedurfde institutionele hervormingen waar iedereen om vraagt, zouden ook directe betrokkenheid van de gemeenschap mogelijk maken. Het is een essentiële voorwaarde voor de (her)oprichting van een multiculturele en multi-etnische staat. Dit is de enige uitweg om Mali uit zijn as te doen herrijzen. Het is ook de enige mogelijkheid om elk van de verschillende gemeenschappen het gevoel te geven dat ze deel uitmaken van een staat die die naam waardig is.

Oplossing voor het noorden van Mali

Sinds de vredesakkoorden van de jaren 1990 zijn de regeringsverantwoordelijken en de gewapende milities uit het noorden zichzelf ervoor berucht dat ze verstoppertje spelen. Daarvoor betaalt Mali nu een hoge prijs. Moeten we er nog aan te herinneren dat een vredesakkoord zonder gerechtigheid nooit een effectieve en duurzame vrede tot stand zal brengen?

De verantwoordelijken, schuldig aan ernstige misdaden (gerichte moorden, groepsverkrachtingen en misbruiken) moeten geïdentificeerd worden en voor het gerecht worden gebracht. Dat is tot nu toe niet gebeurd.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Neem bijvoorbeeld de talrijke Malinese officieren en andere amtsdragers die moorden pleegden op etnische basis, vooral gericht tegen de Arabische Touaregbevolking uit het noorden. Aan het einde van de crisis van 1991 zagen we hoe zij gepromoveerd werden tot gouverneurs, ministers of ambassadeurs, in plaats van berecht te worden voor hun misdaden.

Deze politieke boodschap leidde ertoe dat een overgrote meerderheid van mensen in deze gemeenschappen de volgende opstand, in 2012, steunde. Net zoals het akkoord van 2015, na het Algiers-proces, grote delen van de Touareg uitsloot, groepen die een belangrijke politieke en sociale rol speelden in de geschiedenis. Dat geeft ook dit keer weinig hoop voor een een echte en effectieve oplossing.

‘De simpele waarheid is dat de strijd tegen terrorisme in deze regio eerst en vooral politiek moet zijn, in plaats van enkel militair.’

Het probleem van Noord-Mali willen oplossen met enkel die partijen die ervoor gekozen hebben om hun stem te laten horen door middel van wapens, in een slag in het water. Het staat ook gelijk aan het negeren van deze regio en haar gemeenschappen. Wie de grootste invloed en macht heeft, wordt het vaakst gehoord, maar is niet altijd diegene die het economische zwaartepunt of de feitelijke en militaire macht in handen heeft.

Het is dus geen goed idee om te blijven nadenken over het vredesproces in zijn huidige vorm, met zijn unilaterale verdragen tussen de regering en bepaalde gewapende groeperingen. Dat zou gelijkstaan aan een tweede boodschap aan de bevolkingsgroepen in het noorden: een boodschap die nu de vrede belemmert en die waarschijnlijk zou leiden tot het definitieve verlies van het zou noorden. Dat zou de doodsteek betekenen voor het land.

Strijd tegen jihadisme

Op het vlak van veiligheid zijn twee gebeurtenissen uitgedraaid op een nachtmerrie voor Mali: de Algerijnse burgeroorlog in het begin van de jaren 2000 en vooral de oorlog in Libië van 2011. Uit het puin daarvan kwamen gewapende salafisten tevoorschijn. Bij de strijd tegen het terrorisme zijn verschillende legers betrokken: van de Verenigde Naties, operatie Barkhane van het Franse leger, G5 Sahel en het Malinese leger.

Die legermacht, geschat op ongeveer 30.000 manschappen, slaagt er niet in om enkele honderden jihadistische groeperingen uit te roeien. Die wanverhouding in strijdkrachten is onontkenbaar een misdrijf. De simpele waarheid is dat de strijd tegen terrorisme in deze regio eerst en vooral politiek moet zijn, in plaats van enkel militair.

Zou het niet opportuun zijn om het succesvolle voorbeeld van de “spirituele dialoog” te volgen in de strijd tegen terrorisme?

Sommige leiders van deze groepen — die beweren salafistisch te zijn — komen uit het buiteland komen, maar de overgrote meerderheid van hun troepen is Malinees. Zou het niet opportuun zijn om bij deze laatste groep het succesvolle voorbeeld van de “spirituele dialoog” te volgen in de strijd tegen terrorisme? Dat soort dialoog heeft in Mauritanië keer op keer de plaag van het terrorisme uitgeroeid.

Naast nauwkeurige en gecoördineerde militaire acties moeten oelama’s, imams, religieuze en intellectuele leiders van de Peul en Arabische Touaregs het voortouw nemen in verzoening tussen bovengenoemde strijdkrachten. Om leden van deze strijdgroepen de mogelijkheid te geven om berouw te tonen en terug volwaardig deel uit te maken van de samenleving.

Koloniale politiek en cliëntelisme

Mali heeft zijn menselijke en sociale potentieel vaak genegeerd. We kunnen geen gemeenschappen uitsluiten, zeker niet wanneer zij de erfgenamen zijn van een traditionele macht, in het Noorden van de Sahel en Sahara, hoe symbolisch ook, die ouder is dan Mali zelf.

Maar de Malinese staat is sinds zijn onafhankelijkheid een meester geweest in het voortzetten van de koloniale politiek uit de 19de en 20ste eeuw. Lees: het politiek en sociaal breken van de prominente samenwerkingsverbanden over stammen heen, die in de voorhoede van het antikoloniale verzet stonden. Als Mali wil voortbestaan, heeft het niets te winnen bij een dergelijke benadering.

Opstanden, burgeroorlogen, georganiseerde misdaad, terrorisme en de Peul-kwestie in 2015 hebben Mali aanzienlijk ondermijnd. Deze fenomenen komen bovenop het gebrek aan ontwikkeling, stigmatisering en vooral de uitsluiting van grote delen van traditionele gemeenschappen wanneer het op de verdeling van de macht aankomt.

Deze uitsluiting brengt alle oorzaken van de Malinese crisis samen. Ze speelt bovendien ook drugsbendes en georganiseerde misdaadbendes in de kaart: hun leden treden naar voren als betrouwbare politieke gesprekpartners, ook al hebben ze niet altijd recht op die sociale positie, met de centrale macht in Bamako. Het cliëntelisme van deze clans dwong het land volledig op de knieën en draaide de politieke rollen om.

Het duidelijkste teken hiervan is de afwezigheid, te midden van duizend-en-één spelers, van een gesprekspartner die in staat is op het terrein vertrouwen op te wekken. Er is een overvloed aan leiders, maar een opvallende afwezigheid van een geloofwaardige beleidsmaker met een duidelijke visie.

Het is aan de Malinezen

De problemen in Mali zijn diepgaand en doen zich voor op verschillende vlakken. Het herstel van het land vereist aanzienlijke inspanningen: een nationale verzoening met ware gerechtigheid als ankerpunt, een constante en onberispelijke politieke moraal, een duurzaam beleid gedragen door die actoren die als het meest legitiem worden beschouwd binnen de traditionele Malinese samenlevingen.

Enkel deze parameters, in combinatie met zelfopoffering uit liefde voor het land, kan Mali redden uit de klauwen van zijn oude demonen om tot een levensvatbare en duurzame wederopbouw te komen.

Het gedesillusioneerde Malinese volk wordt momenteel voor de zoveelste keer bedolven onder verklaringen van goedbedoelde intenties. Niemand beter dan Keïa had “de juiste formule”, maar deze politieke wil omzetten in acties die het welzijn van de samenleving dienen, is een heel ander paar mouwen.

Het is aan de Malinezen en aan hen alleen om de juiste mensen te vinden, hen met deze taak te belasten en erover te waken dat zij deze uitvoeren. Het voortbestaan van hun volk en hun land hangt hiervan af.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift