Habitatverlies van weidevogel heeft verstrekkende gevolgen voor rijstteelt in West-Afrika

Senegalese rijstboeren zien grutto liever dood

©  Arne Doornebal

Grutto-onderzoeker Khady Gueye bestudeert de vogel al vijf jaar

De Nederlandse ‘nationale vogel’ verblijft nog niet de helft van het jaar in Nederland. Doordat de vogel het bij ons moeilijk heeft, wijkt hij steeds langere perioden uit naar Zuid-Europa en West-Afrika. Tot groot verdriet van de rijstboeren in de Senegalese regio Casamance.

Het labyrint van handgemaakte dijkjes strekt zich oneindig ver uit, langs de oevers van de rivier Casamance. Op de velden tussen de dijkjes staan nu verdorde overblijfselen van
de rijstoogst, die hier elk jaar in december en januari plaatsvindt. Het is halverwege maart en het is gortdroog. Pas in mei komen de regens en zullen de velden volstromen met water. Praktisch iedereen in het dorpje Dianky helpt dan mee met het aanplanten van rijst.

Rijstboer Seydou Camara laat zijn slippers aan de rand van
 het dorp staan. Op blote voeten, ‘dat loopt makkelijker’, loopt hij over de dammetjes en wijst aan waar de velden van zijn familie beginnen. Er is geen enkele zichtbare begrenzing. ‘Maar dat geeft niet’, aldus Camara. ‘Onderling weten we precies welk stukje land van wie is.’ Camara begon op tienjarige leeftijd te werken op de rijstvelden, en doet dat nu, 45 jaar later, nog steeds.

‘Vroeger was de opbrengst van onze rijst veel beter, de droogte en de grutto zijn de grote boosdoeners’

Camara heeft het zien veranderen. ‘Vroeger’, begint hij, terwijl hij behendig omhoog springt om een slang te ontwijken, ‘vroeger was de opbrengst van onze rijst veel beter dan nu. Dat komt door twee dingen: het wordt droger, en we hebben steeds meer last van vogels die onze rijst opeten. De grutto is de grote boosdoener.’ Hongerige vogels, zo benadrukt Camara, zijn van alle tijden. ‘Maar het lijkt de laatste jaren steeds erger te worden.’

In een ander dorp, ruim een uur rijden verderop, klinkt eenzelfde geluid. ‘Ik word doodmoe van die vogels’, verzucht Fatou Ngoné, moeder van zes kinderen en in het droge seizoen werkzaam in het plaatselijke restaurantje. ‘Wanneer we de rijst inzaaien komen de grutto’s er direct op af om alles op te eten. Binnen een dag hebben ze alles uit de grond gehaald. Om onze rijst te beschermen staan we om vijf uur op en proberen we de vogels weg te jagen. Meestal moeten we twee keer inzaaien en soms wel drie keer, voordat er iets op komt wat niet wordt opgegeten.’

De grutto komt niet alleen vanwege de rijst naar Casamance, het zijn ook de moddervlaktes langs de kust en rondom de vochtige delta van de rivier die een aantrekkingskracht hebben en waar ze wormen en andere diertjes uit pikken.

Kwetsbare rijstkorrels

Casamance ligt in het uiterste zuiden van Senegal. Nog onder het langgerekte rivierstaatje Gambia, dat als een angel in Senegal steekt en het noord-zuidverkeer bemoeilijkt. ‘De rijstteelt dateert hier al van ver voor de koloniale tijd’, vertelt professor Tidiane Sané van de universiteit van Ziguinchor, de hoofdstad van Casamance. ‘Toen de Portugezen dit deel van Afrika aandeden, waren ze al onder de indruk van de rijstproductie.’ Dat was dus nog voordat de koloniale machten Afrika verdeelden, vanaf ongeveer 1880. Frankrijk bemachtigde Senegal, een paar kilometer zuidelijker begint het Portugeessprekende Guinee-Bissau.

Hoeveel rijst er precies verbouwd wordt, is lastig te zeggen. ‘Families oogsten met elkaar en slaan het op voor eigen gebruik. Er zijn dan ook geen verkoopcijfers’, aldus Sané. Toch is ook de professor ervan overtuigd dat de productie afneemt. ‘Vroeger kon een gezin het hele jaar vooruit met de rijstvoorraad. Tegenwoordig zijn ze een aantal maanden per jaar zelfs aangewezen op het inkopen van rijst uit Azië.’ In de winkeltjes die we in het gebied aandoen, liggen zakken rijst uit India inderdaad hoog opgestapeld.

‘Dat de door grutto’s veroorzaakte schade toeneemt, lijdt geen twijfel’, stelt Khady Gueye, grutto-onderzoeker en verbonden aan de Senegalese milieuorganisatie NCD (Nature Communities Development). ‘We zien ze telkens eerder terugkomen uit Nederland. Toen ik voor het eerst intensief de terugkerende grutto’s onderzocht in 2012, keerden ze in augustus terug naar Senegal. In de jaren daarop kwamen ze telkens eerder terug, met als voorlopig record 2016, toen ze al vanaf mei weer terugkwamen’, aldus Gueye. ‘De rijst is het meest kwetsbaar vlak na het aanplanten. De net ingezaaide rijstkorrels worden dan direct opgegeten.’

Gueye werkt nauw samen met Nederlandse grutto-onderzoekers van de Universiteit van Groningen, onder leiding van Jos Hooijmaijers. ‘Steeds vaker mislukt het broeden van de grutto in Nederland’, verduidelijkt Hooijmaijers telefonisch. ‘Wanneer die legsels mislukken, hebben ze geen reden meer om in Nederland te blijven, en vliegen ze veel vroeger dan gepland weer terug naar Afrika.’

De grutto als delicatesse

Boeren in Casamance, maar ook elders in Senegal, zoeken verwoed naar oplossingen. “Nu en dan wordt er al op grutto’s geschoten”, weet onderzoeker Gueye. Volgens een rapport van het Senegalese ministerie van Milieu zijn afgelopen jaar tenminste 73 grutto’s doodgeschoten in het noorden van het land.

‘Konden we er maar veel meer neerschieten’, mijmert rijstboer Camara na zijn rondleiding over de velden. ‘Dat gaat de overlast tegen, en bovendien smaken ze uitstekend.’ Er wordt incidenteel op grutto’s gejaagd, maar niet structureel. ‘We hebben geen wapenvergunning en lopen hier niet met geweren rond. Heel af en toe komen jagers die er een paar doden en dan het vlees verkopen’, aldus Camara.

‘De schade die grutto’s aanrichten, is catastrofaal. We moeten tegen de vogels vechten. Maar kogels zijn duur en veel geld hebben we niet’

Ook Fatou Ngoné steunt het doodschieten van overlastgevende vogels, zoals dat in Nederland ook geregeld gebeurt. ‘In ons gezin werkt iedereen in de rijst, ook de vrouwen en de kinderen. De schade die grutto’s aanrichten, is catastrofaal. We moeten tegen de vogels vechten. Maar kogels zijn duur en veel geld hebben we niet.’

Onderzoeker Gueye hoopt dat er diervriendelijker manieren zijn om de grutto-overlast te beperken. ‘Wegjagen met geluid is een optie, of het spannen van netten over de velden.’ Maar dit soort opties worden in de dorpen resoluut van tafel geveegd: daarvoor zijn de velden te groot en de middelen te beperkt. Sterk staat de lokale milieulobby in Senegal niet. Gueye’s organisatie NCD krijgt ondersteuning van BirdLife International, dat gelieerd is aan de Nederlandse Vogelbescherming.

©  Arne Doornebal

Fatou Ngoné, moeder van zes kinderen en werkzaam in een plaatselijk restaurantje, is de vogels helemaal zat.

Het zware werk zat

Zilverreigers vliegen over de met mangrove begroeide oevers van de Casamance. Seydou Camara wijst een vers krokodillenspoor aan. We zien de regenwulp. Maar de grutto laat zich niet zien. De meeste zijn in de loop van februari naar Europa getrokken. Niemand in de Casamance kijkt uit naar hun terugkeer, in tegenstelling tot in Nederland waar in mijn plaatselijke krant diverse grutto-excursies verheugd worden aangekondigd: ‘ze zijn er weer.’

‘Als de grutto’s net zo vroeg terugkomen naar Senegal als vorig jaar dan zijn ze amper drie maanden in Nederland geweest’, berekent Gueye. ‘Het is interessant om te zien hoe die trend zich voortzet. Misschien komen we wel op een punt waarop de Nederlandse trots Nederland helemaal niet meer aandoet en het hele jaar hier in Senegal blijft.’

Intussen maakt professor Sané zich zorgen over de toekomst van de rijstteelt in zijn regio. ‘Verzilting zorgt ervoor dat de hoeveelheid bruikbare grond afneemt’, weet hij. En de bevolking heeft steeds minder zin om het zware werk te doen. Vooral de jeugd trekt liever naar de stad op zoek naar andersoortige banen dan het werk op de velden. ‘On en a ras le bol’, hoor je steeds vaker. ‘Ze zijn het zat. En ja, dat komt ook door die grutto die ervoor zorgt dat mensen soms tot wel drie keer toe moeten inzaaien. Senegal importeert inmiddels vele malen meer rijst dan het zelf produceert, en dit groeiende gebrek aan zelfvoorzienendheid is onrustbarend.’

‘Een grutto die meer de ruimte krijgt in Nederland is dus ook van groot belang voor de boeren in Senegal’, besluit Gueye. ‘Tegelijkertijd zouden we in Senegal ook toe moeten naar meer diversiteit om niet afhankelijk te zijn van één gewas.’

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld-magazine.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift