Zeven magere jaren na de Arabische lente

Tunesië: ‘Ze mogen ons gerust opsluiten, we hebben niets te verliezen’

Adrian Snood CC BY-NC 2.0

 

‘W We zouden moeten revolteren, een revolutie starten. De boel afbranden en afbreken. Ze mogen ons gerust opsluiten, we hebben niets te verliezen.’

De schrijnende toestand van vele vrouwen in de landbouwsector: armoede, geen recht op sociale zekerheid, toegang tot informele en zware arbeid in het beste geval.

Aan het woord is -ietwat verwonderlijk misschien- een plattelandsvrouw van middelbare leeftijd uit Tbourba, een ruraal stadje ten westen van de hoofdstad Tunis. Ik sprak haar een jaar geleden, naar aanleiding van onderzoek naar de werkomstandigheden van arbeidersvrouwen in ruraal Tunesië. Ze was niet de enige die aandrong om haar verhaal te doen.

Net als vele vrouwen, jong en oud, die in de landbouwsector werken, verkeert ze in een schrijnende toestand: armoede, geen recht op sociale zekerheid, toegang tot informele en zware arbeid in het beste geval, gegarandeerde werkloosheid in het slechtste geval. De wanhoop is groot en de overheid doet nauwelijks iets om deze vrouwen te helpen.

Internet, brandstof en voedingswaren

Flash forward naar begin 2018. Een jongeman uit hetzelfde Tbourba sterft op 8 januari nadat een politiewagen hem omver rijdt tijdens een protestactie. Hij is het eerste dodelijke slachtoffer van een golf protesten die sinds 3 januari woedt over het hele land.

Tunesiërs pikken het niet dat de overheid op 1 januari een nieuw budgetplan lanceerde met nieuwe taksen op consumptie, een BTW-stijging van 2 tot 300 procent, en besparingen in de publieke sector.

Tunesiërs pikken het niet dat de overheid op 1 januari een nieuw budgetplan lanceerde, dat gepaard gaat met nieuwe taksen op consumptie, een BTW-stijging van 2 tot 300 procent, en besparingen in de publieke sector.

Ze vrezen dat deze wetgeving, die de prijzen van internet, brandstof en bepaalde voedingswaren de hoogte injaagt, de levensomstandigheden van Tunesische burgers danig zal doen verslechteren. In een land waar bovendien meer dan een derde van de jeugd formeel werkloos is, leidt dit soort overheidsbeslissingen gegarandeerd tot problemen.

In de grote steden als Tunis, Sousse, Sfax wordt het protest sinds begin januari getrokken door een nieuwe sociale beweging, Fech Nestannew (vertaald: Waar wachten we op?). De beweging, voornamelijk geleid door hoogopgeleide stedelijke jongeren en leiders van de Tunesische studentenbond, keek toe hoe vijftig van haar leden opgepakt werden in de eerste 48 uur van de protesten.

Vele anderen volgden, met meer dan 800 arrestaties in totaal, in een vlaag van repressie en intimidatie die deed denken aan het autoritaire pre-2011 tijdperk. Intussen zetten de politieke partijen uit de regerende coalitie de betogers weg als anarchisten en plunderaars.

Opnieuw woelige tijden

Hoewel de regering een aantal cosmetische ingrepen aankondigde onder druk van de straat, om de effecten van het budgetplan te verzachten voor families met de laagste inkomens, blijft het bij politici grotendeels stil rond de legitieme grondoorzaken van het protest: werkloosheid, besparingspolitiek, sociale rechtvaardigheid.

De initiatiefnemers van ‘Fech Nestannew’ hebben reeds aangegeven te weigeren het protest te staken vooraleer de wet geannuleerd wordt. Een nieuwe mars is gepland op 26 januari, ditmaal voor het parlement.

Het blijft grotendeels stil bij politici rond de legitieme grondoorzaken van het protest: werkloosheid, besparingspolitiek, sociale rechtvaardigheid.

Zeven jaar na haar revolutie –de verjaardag vond plaats op 14 januari– kent Tunesië dus opnieuw woelige tijden. Het land is nooit helemaal gestabiliseerd na haar volkopstand in 2011, met op geregelde tijdstippen momenten van socio-economisch en politiek protest.

Hoewel Tunesië gezien wordt als een democratisch succesverhaal, en hiervoor zelfs een nobelprijs kreeg, kent het land ook heel wat moeilijkheden.

Naast een reeks terreuraanslagen in 2015 die de toeristische sector lam legden, een oogluikende terugkeer van autoritaire praktijken zoals intimidatie van journalisten, marginalisatie van het parlement en oppositie, om er een paar te noemen en het welig tieren van corruptie, is het vooral de economie die blijft slabakken.

De zware economische crisis die het land sinds jaren in zijn greep houdt, heeft tot gevolg dat de Tunesische dinar vandaag balanceert op een historisch dieptepunt. Daar waar 1 TND in 2012 nog een waarde had van 0,5 euro, is dat vandaag, vijf jaar later, minder dan 0,3 euro.

Bekend economisch recept

Onder druk van internationale instellingen besloot de regering daarom om opnieuw besparingen door te voeren om zo het Tunesische overheidstekort te dichten. Het is een bekend recept. Internationale organisaties zoals het Internationale Muntfonds (IMF) zijn bereid een lening toe te kennen aan een land in crisis, op voorwaarde dat het land in kwestie zwaar gaat besparen.

Het ziet ernaar uit dat de besparingen voornamelijk de armste lagen van de bevolking en een groeiende verarmde middenklasse zullen treffen.

Jobs in de publieke sector worden opgedoekt, de economie wordt gederegulariseerd en geprivatiseerd, overheidssubsidies worden afgeschaft. Tunesië kreeg reeds verschillende dergelijke leningen in het verleden, waarvan de meest recente uit 2016 nu voor heibel zorgt. Om aan de voorwaarden van deze leningen te voldoen, wordt de staat en de publieke sector stelselmatig afgebouwd in het voordeel van een private sector die nauwelijks uitgebouwd is in Tunesië.

Het gevolg is toenemende formele werkloosheid, een groeiende informele economie en een staat waarvan de slagkracht, om bijvoorbeeld nieuwe jobs te creeëren, uitgehold is. Dit staat in schril contrast met de sociale contracten die de regio kende in de jaren ‘60 en ‘70, waarbij de staat voorzag in jobs in de publieke sector.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De IMF-leningen dienen uiteraard ook terugbetaald te worden: in 2018 zal maar liefst 22 procent van het nationale budget naar schuldvereffening gaan. Het aangekondigde budgetplan is daarom bedoeld om de staatskas te spijzen, maar het ziet ernaar uit dat de besparingen voornamelijk de armste lagen van de bevolking en een groeiende verarmde middenklasse zullen treffen.

Broodrellen

Het antwoord laat zich daarom raden: woede en volksprotest. Het is niet de eerste keer dat besparingspolitiek tot protest leidt in Tunesië. In januari 1984, in een erg gelijkaardige context, trokken Tunesiërs de straat op om net aangekondigde prijsstijgingen op basisproducten als brood aan de kaak te stellen.

De protesten, die in totaal meer dan 100 dodelijke slachtoffers maakten, gingen de geschiedenis in als de ‘Broodrellen’. De rellen van 1984 misten hun doel niet: toenmalig president Bourguiba annuleerde de aangekondigde prijsstijgingen. Vandaag hopen de manifestanten dat ook het budgetplan uiteindelijk begraven zal worden.

Het protest in Tunesië vandaag doet vragen rijzen over de rol van het IMF en andere internationale partners, zoals de EU en de VS.

Het protest vandaag doet vragen rijzen over de rol van het IMF en andere internationale partners, zoals de EU en de VS, in Tunesië. Sinds de revolutie nam Tunesië tot driemaal toe een lening van het IMF in ontvangst, maar de economische toestand van het land blijft uiterst penibel.

Wil de Tunesische revolutie van de Waardigheid (‘Karama’ in het Arabisch) zeven jaar na datum toch slagen, dan zal volgens experts een nieuwe economische wind nodig zijn die de dagelijkse besognes van de bevolking, eerder dan neoliberale dogma’s, centraal stelt. Regionale ongelijkheid en corruptie dienen structureel aangepakt te worden, in plaats van de kosten van de economische crisis disproportioneel over te hevelen op de armste sociale klassen, zoals nu gebeurt door besparingen.

Terug naar de vrouw

En zo komen we terug uit bij de rurale vrouwen in Tbourba. Zoals overal ter wereld is de vrouwelijke helft van lagere sociale klassen die het zwaarst getroffen door besparingspolitiek. Besparingen op publieke diensten (onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang) zorgen ervoor dat deze vrouwen steeds vaker vervallen in klassieke rolpatronen, met meer onbetaalde arbeid thuis, om extra kosten te mijden.

Daarnaast blijken vrouwen ook het ultieme doelpubliek voor de halftijdse, flexibele en onderbetaalde arbeid die de nieuwe neoliberale economie vereist. Voeg daar dan nog een schepje patriarchale cultuur aan toe en je merkt dat doorgaans overwerkte Tunesische vrouwen families kost wat kost proberen recht te houden, terwijl werkloze mannen op café moedeloos toekijken. De soms grimmige protesten vandaag, in Tbourba en elders in Tunesië, tonen aan dat die situatie niet langer houdbaar is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift