Hoe de rivaliteit met China de Verenigde Staten naar links duwt

‘Zal het Chinese maatschappijmodel op een dag ook het Westen bekoren?’

Tom Claes

Oeigoerse marktkramer in Kashgar, een bruisende oasestad in de Chinese provincie Xinjiang.

De regering-Biden wil Amerika weer bestuurbaar maken en investeert volop in zijn bevolking. Zo hoopt ze de concurrentie met China te kunnen aangaan. Maar de Aziatische grootmacht wordt met de dag machtiger, heeft een andere kijk op de dingen en voelt zich de evenknie van het Westen. MO*redacteur John Vandaele vraagt zich af of we op weg zijn naar een nieuwe Koude Oorlog.

China heeft een ander bestuurssysteem dan westerse landen. Dat is sinds 1949 het geval, maar het is vooral sinds de Aziatische grootmacht zelfbewust op zijn strepen staat dat dit echt doordringt in het Westen.

Toen China in 2001 toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie dachten velen dat China naar het westerse model van democratie en markteconomie zou evolueren. Intussen weten we dat die vlieger niet opgaat. Pas in 2019 erkende de Europese Unie dat China en het Westen niet alleen partners en economische concurrenten zijn, maar ook ideologische rivalen. De vraag is hoe we daarmee omgaan.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Geopolitieke rivaliteit kan heel lelijk worden en zelfs tot oorlog leiden, zoals in de jaren veertig tussen Duitsland en andere westerse mogendheden. Ook nu kan dat gebeuren, rond Taiwan bijvoorbeeld. Maar los nog van de verschrikking van de oorlog heeft de mensheid vandaag niet de luxe om eerst nog eens tien jaar ruzie­ te maken: we moeten samen strijden tegen de klimaat­verandering.

Geopolitieke rivaliteit kan ook gepaard gaan met meer afstand, zoals tijdens de Koude Oorlog. Toen waren het kapitalisme en communisme twee grotendeels van elkaar gescheiden economische systemen. Daar zijn we nu ver van verwijderd: China en het Westen zijn economisch nauw met elkaar vervlochten, ook al hoor je tegenwoordig soms dat het Westen zich technologisch moet ontkoppelen van China, vooral in strategische sectoren als telecommunicatie of geavanceerde chips. In hoeverre dat zal gebeuren, moet blijken.

Maar de rivaliteit kan landen er ook toe brengen het beste van zichzelf naar boven te brengen: met veel enthousiasme koos het Westen in 1945 voor de welvaartsstaat, omdat er een communistisch blok bestond dat iedereen een baan, zorg en scholing bood.

‘Sleepy Joe’ goes big

Een soortgelijk proces is nu aan de gang. Momenteel nemen de VS, onder leiding van de ‘valse trage’ Joe Biden, met zijn faraonische plannen, een grote beleidsbocht. Dat gebeurt mede door de competitieve druk van China. Jake Sullivan, Bidens topadviseur, maakt er geen geheim van: investeren in eigen land – in infrastructuur en mensen – is de beste manier om de strijd met China te winnen, verklaarde hij onlangs.

Dat is logisch. Als je de toegang tot hoger onderwijs en de zorg bemoeilijkt of je verwaarloost je infrastructuur, zoals de VS de voorbije decennia lieten gebeuren, word je als natie niet sterker. Als je de sturing van je economie aan de markt en de multinationals overlaat, kun je geen antwoord bieden op de klimaatcrisis. Bovendien speel je zo in de kaart van grote publiciteitsbedrijven als Facebook en Google.

Kan China ooit de wereld bekoren als het zijn eigen burgers zo weinig vrijheid geeft?

Biden neemt nu afstand van dat decadente beleid, waarbij de elite haast alle inkomensgroei opeiste en de meerderheid achterbleef. Door de polarisering en wildgroei van sociale media leek het land stuurloos. Biden beseft dat verandering nodig is om zijn land bestuurbaar te maken, om de strijd met China aan te gaan en om de linkse beloften van zijn partij waar te maken.

Eigenlijk herneemt Biden recepten van zijn grote voorganger Roosevelt: hij verdedigt de vakbonden en hogere lonen. De staat investeert in het land en zijn mensen. Maar ook hier inspireert China: plots is industrieel beleid weer nodig.

Omdat China standaard zo’n beleid voert, wil de Amerikaanse regering 50 miljard dollar investeren in de ontwikkeling en productie van halfgeleiders in eigen land. Om dat alles te financieren, moeten elites en bedrijven meer belastingen betalen. Minister van Financiën Janet Yellen gaat daarbij zelfs de andersglobalistische toer op met haar voorstel van een mondiale minimumbelasting voor multinationals.

Een zwarte kat is niet wit

Kan China ook beter worden van de geopolitieke concurrentie? Het land stak al veel op van het Westen, maar zit er nog meer in? China’s visie op mensenrechten en democratie snijdt soms hout, maar klinkt dikwijls ook hol. Het Chinese model van mensenrechten legt meer nadruk legt op ontwikkeling en de lokale roots van mensenrechten.

Het autoritair geleide China heeft net de extreme armoede uitgeroeid en kan er fijntjes op wijzen dat India, waar burgerlijke vrijheden meer gerespecteerd worden, nog altijd 300 miljoen ondervoede mensen telt.

China stelt ook dat het een eigen democratisch systeem heeft en dat alle Chinezen erop vooruit zijn gegaan, terwijl in de VS met hun weliswaar spannende verkiezingen alle inkomensgroei dertig jaar lang naar de rijksten ging. De Amerikaanse politicoloog Larry Bartels bracht nauwkeurig in kaart dat Congresleden gewoon níét luisterden naar de verzuchtingen van de armste Amerikanen.

Steun ik de onderdrukking van Oeigoeren als ik Chinese kleren draag?

En toch, kan China ooit de wereld bekoren als het zijn eigen burgers zo weinig vrijheid geeft? Zie hoe dokter Li Wenliang de mond werd gesnoerd toen hij als eerste alarm sloeg over het coronavirus.

De Chinese cultureel-filosofische traditie biedt nochtans mogelijkheden. Politicoloog Yan Xuetong vertelde me, verwijzend naar de filosoof Mengzi (bij ons ook bekend als Mencius), dat de meest succesvolle leidende naties zogenaamde menselijke autoriteiten zijn — mogendheden die andere spontaan nabootsen.

Als China zo wil worden moet het de mensen meer vrijheid geven en meer laten participeren in het bestuur (zij het niet noodzakelijk op zijn westers), zei Yan daarover. Dat kan China misschien ter harte nemen.

Het land wil zijn aantrekkingskracht vergroten, maar uit internationale opiniepeilingen blijkt het juist aan populariteit in te boeten. De mensen zeggen nu eenmaal niet graag dat een zwarte kat wit is, alleen maar omdat president Xi Jinping dat wil.

Twee kampen?

Op een boot in een Canadese baai tekenden Churchill en Roosevelt het Atlantisch Handvest. Punt drie daarvan bekrachtigde ‘het recht van alle volkeren om zelf de bestuursvorm te kiezen waaronder ze willen leven’. Maar zeven jaar later kondigden de Verenigde Naties de mensenrechten af als universele standaard.

Van meet af aan was er een spanningsveld tussen het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren en de universele mensenrechten. In de wereld van vandaag, waar alles met elkaar verbonden is, zijn die spanningen zeker niet kleiner geworden.

Moeten westerse staten kiezen voor een nieuwe Koude Oorlog met China om hun waarden te verdedigen?

Steun ik de onderdrukking van Oeigoeren als ik Chinese kleren draag? Moeten we dan ook stoppen met Saoedi-Arabische aardolie, aangezien het land kritische journalisten in stukken laat snijden en homoseksuelen stokslagen toedient? En wat met gsm’s die gemaakt zijn met Congolese bloedcoltan?

Kledingmerken zoals H&M of Nike formuleerden ooit bedenkingen bij de dwangarbeid in de katoenbranche in de Chinese regio Xinjiang (voornamelijk bewoond door de Oeigoerse moslimminderheid, red.). Vandaag stellen ze vast dat ze geen toegang meer hebben tot Chinese zoeksites. Vervelend voor die bedrijven, want China is intussen soms hun voornaamste markt.

Dat roept vragen op: moeten westerse staten kiezen voor een nieuwe Koude Oorlog met China om hun waarden (en winst) te verdedigen? Of kunnen ze, vanuit het besef dat niemand perfect is, vooral achter de schermen, een eerder constructieve dialoog blijven voeren? Het antwoord is onzeker. Wat wel vaststaat, is dat het Westen moet leren omgaan met een land dat almaar machtiger wordt, een andere kijk op de dingen heeft en zich de evenknie van het Westen voelt.

Dat wordt sowieso een moeilijke co-existentie – waar hebben we dat woord nog gehoord? De twee kampen zullen een evenwicht moeten vinden tussen de eigen waarden, de eigen economische belangen en de noodzaak om de samenwerking overeind te houden. Er is geen zekerheid dat dit altijd zal lukken, maar wel dat er bijzonder veel op het spel staat.

Een kortere versie van dit artikel verscheen in De Standaard: Hoe China de VS naar links duwt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur