1. Peak Gold en de stijging van de goudprijs

Voor je een nieuwe smartphone in handen krijgt, hebben veel onderdelen van het toestel al een lange weg afgelegd. De productie van één gsm verreist maar liefst 200 producenten en er is 75 kilogram grondstoffen (zoals aardolie, koper, goud, zilver, tantalium, kwik en lood) voor nodig. Die grondstoffen komen van over de hele wereld, maar worden vooral ontgonnen  in landen in het Zuiden. Het goud komt bijvoorbeeld uit Peru, het tantalium uit de Democratische Republiek Congo en de aardolie uit de Golf van Mexico. België telt op dit moment meer gsm’s dan inwoners. Mobiele telefoons zijn niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. Bijna iedereen heeft er wel één voor dagelijks gebruik en meestal liggen er ook nog wel een aantal ongebruikte of kapotte gsm’s in de rommella. Toch staan we er vaak niet bij stil welke onderdelen onze gsm bevat, waar onze gsm wordt geproduceerd en in welke omstandigheden dat gebeurt.

Van alle grondstoffen heeft de ontginning van goud de grootste sociale en ecologische impact. In dit dossier spitst CATAPA zich toe op de problematiek van de ontginning van goud. We zoomen in op de impact van de goudontginning op lokaal, regionaal, nationaal en wereldwijd niveau. Die impact heeft betrekking op veel verschillende aspecten, zoals het gebruik van vervuilende stoffen als kwik en cyanide, het massale waterverbruik dat zorgt voor waterschaarste, verdroging en verzilting, maar ook de protesten van de lokale bevolking en de criminalisering daarvan. CATAPA brengt een globaal verhaal dat een duidelijk verband legt met de verantwoordelijkheid van het Noorden en formuleert ook telkens een aantal uitdagingen en alternatieven.

170.000 ton of het volume van drie Olympische zwembaden. Dat is de totale hoeveelheid goud die de mensheid al heeft ontgonnen. Per persoon is dat 24 gram, goed voor vijf gouden ringen. En elk jaar komt er een hoeveelheid van meer dan 2500 ton goud bij, het volume van twee grote vrachtwagens vol met goud. Tegen dat tempo zou de resterende beschikbare hoeveelheid goud in alle reeds ontdekte goudmijngebieden binnen de vijftien jaar ontgonnen zijn. Goud is dan ook een van de metaalmineralen die het snelst uitgeput zullen raken. Momenteel zijn China, de VS en Australië de belangrijkste goudproducenten.

Gedurende de twintigste eeuw kende de wereldwijde ontginning (de productie van nieuw ontgonnen goud) een gemiddelde jaarlijkse groei van bijna 2%. Dat leidde tot een indrukwekkende vervijfvoudiging van de goudontginning tussen 1900 en 2000. Maar tijdens het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw was er geen noemenswaardige stijging meer. Naar verwachting zou de goudontginning ergens de komende jaren pieken, als de piek al niet net achter de rug is. Net zoals we voor de olieproductie spreken van de beruchte peak oil, zitten we nu dus ook in het tijdperk van peak gold.

En net zoals de ontginning van fossiele brandstoffen steeds moeilijker, gevaarlijker en vervuilender wordt – denk maar aan de winning van dirty oil in de diepzee, de teerzanden en aan de Noordpool – zal ook de milieu-impact van de goudwinning stijgen. De goudmijnen met de hoogste goudconcentraties zijn immers al ontgonnen. Momenteel bevat 1 ton gouderts ongeveer 5 gram goud. Honderd jaar geleden was dat nog 25 gram goud per ton erts. Hoe hoger de goudprijs, hoe lager de concentratie/ton wordt die rendabel kan ontgonnen worden, hoe hoger de goudprijs dus, hoe meer nieuwe goudreserves er beschikbaar komen.

Aardolie die verbrand wordt, gaat voorgoed verloren. Maar goud is recycleerbaar. Naast de goudontginning die schommelt rond de 2500 ton per jaar, is er elk jaar ook een aanbod van gerecycleerd goud van ongeveer 1500 ton. Dat gerecycleerde goud is vooral afkomstig van afgedankte juwelen. Het totale aanbod van om en bij de 4000 ton goud per jaar is nauwelijks voldoende om de stijgende wereldwijde vraag te volgen.

Stijging van de vraag naar goud


Goudvraag in de verschillende sectoren

De goudvraag kent drie belangrijke spelers: de juwelensector, de financiële sector en de industrie. De laatste jaren drijft de juwelensector ongeveer de helft van de goudvraag aan. Vóór de economische crisis was de juwelensector nog goed voor een aandeel van meer dan twee derde van de totale goudvraag, maar door de crisis daalt het belang van juwelengoud en stijgt het belang van financieel goud. In de toekomst kan de juwelensector weer aan belang winnen, door een stijgend verbruik in opkomende landen als India.

Ongeveer 37% (3/8) van de goudvraag bestaat uit financieel goud: staven en munten als beleggingsproducten, opgeslagen in bankkluizen. Goud is het meest populaire beleggingsproduct van alle edelmetalen. Door de financiële crisis, gevoed door de schuldenlast van de VS, is het belang van goud als veilig beleggingsproduct de laatste jaren sterk gestegen. Ons geld kan door inflatie in waarde verminderen en daarom is goud – dat zijn waarde kan behouden – in onzekere economische tijden aantrekkelijk bij investeerders die zich willen indekken tegen inflatie. Iets meer dan de helft van de huidige financiële goudvoorraad ligt opgeslagen als officiële goudreserve in centrale banken en bij het Internationaal Muntfonds, de rest zijn staven en munten voor privébanken, particuliere beleggers en investeringsfondsen.

Als we de gouden juwelen, staven en munten bij elkaar optellen, dan consumeerde een wereldburger in 2010 gemiddeld ongeveer 0,5 gram goud. India is een van de koplopers, met bijna 0,8 gram per inwoner per jaar. Voor een land met 1,2 miljard inwoners, drukt India een grote stempel op de goudvraag. China en India namen in 2010 bijna de helft van de goudvraag (in gewicht) voor hun rekening. Meerdere studies tonen echter aan dat we er de komende decennia wel eens een paar miljard goudconsumenten zouden kunnen bij krijgen omdat ook de opkomende middenklasse uit de landen ten Zuiden van de evenaar, zich deze luxe willen eigen maken.

Maar er blijft nog 13% (1/8) van de goudvraag over. Dat goud vindt zijn toepassing in de industrie. Goud heeft namelijk interessante eigenschappen: het is roestvrij, het heeft een hoge thermische en elektrische geleidbaarheid, is gemakkelijk te vervormen en kan geplet worden tot flinterdun bladgoud van slechts 0,0001 mm dik. Daardoor is goud een waardevol metaal voor onder andere elektronica. Een gsm bevat meer dan 30 milligram goud.

Stijging van de goudprijs

De marktwaarde van een product wordt bepaald door vraag en aanbod. Dat geldt ook voor goud, maar goud is niet zomaar een product. Ten eerste is er al een grote hoeveelheid ontgonnen goud beschikbaar, zo’n 170.000 ton, en bijna 90% van die goudvoorraad is eenvoudig weer op de markt te brengen. Denk maar aan de verkoop van goudstaven door de Nationale Bank of de verkoop en recyclage van een privécollectie gouden juwelen. De prijs van goud wordt daarom voornamelijk bepaald door de vraag naar juwelen en financieel goud en door het weer op de markt brengen (de verkoop) van al gedolven goudvoorraden. De goudontginning heeft weinig invloed op de goudprijs.

Ook financiële speculatie speelt een belangrijke rol. De goudprijs is daarom erg gevoelig voor schommelingen. Als gevolg van de economische crisis en de schuldenlast in de VS kende de goudprijs het afgelopen decennium een zelfde evolutie als de goudontginning in de afgelopen eeuw: een vervijfvoudiging. De laatste twee jaar schommelt de goudprijs rond iets meer dan 40 euro per gram.


Aandeel in de globale mijnbouwproductie in 2008 (Commission of the European Communities, 2008, The Raw Materials Initiative — Meeting our Critical Needs for Growth and Jobs in Europe)

Stijging van de concessies

De goudprijs stijgt als gevolg van het stijgende financiële belang van goud. Doordat de goudprijs wordt gestuurd door de vraag, zal een toename van de goudontginning de goudprijs niet doen dalen. Dat is een ideale situatie voor de sector van de goudmijnen die megawinsten kan opstrijken. Zo stond de goud- en zilvermijnbouw in 2011 op de tiende plaats van de meest winstgevende industrieën, met een winstmarge van wel 39%. En dat ondanks de almaar dalende goudconcentraties in de ertsen, de dalende graad van nieuwe ontdekkingen van goud, de stijgende exploratie en de toenemende diepte van de goudmijnen. Qua financiële opbrengst is goud na ijzer en koper op wereldschaal het derde belangrijkste metaal dat ontgonnen wordt.

De hoge winstmarge in de mijnbouwsector leidt tot een sterke uitbreiding van het concessiebeleid in veel ontwikkelingslanden. Zo steeg het aantal concessies van buitenlandse mijnbouwbedrijven in Peru van 5% van het nationale grondgebied in de jaren 1990 naar 13% (16,3 miljoen hectaren) in 2008. Volgens de Amerikaanse No Dirty Gold-campagne bevindt drie kwart van de actieve goudmijnen en -ontginning zich in regio’s met een hoge ecologische waarde.

De goudkoorts die vijf eeuwen geleden de belangrijkste drijfveer was voor de verovering van het Amerikaanse continent, lijkt weer volop opgelaaid. Rond 2004 begon China op volle kracht de grondstoffenmarkten af te struinen, wat overal leidde tot hogere prijzen en dus meer belangstelling van mijnbedrijven om hun productie te vergroten. De economische crisis heeft de prijzen nog verder omhoog gestuwd, met name van goud, dat weer erg gegeerd is bij internationale investeerders en speculanten. De lokale bevolkingen in het Zuiden houden hun hart vast want Chinese bedrijven hanteren doorgaans nog minder sociale en ecologische regels dan Westerse bedrijven. Een term als concessieoorlog wordt hierbij jammer genoeg, terecht aangehaald.

De ogen zijn vooral gericht op Latijns-Amerika, dat tegenwoordig de helft van alle mijninvesteringen in de wereld binnenhaalt. De mijnbouw is een van de sectoren die in vrijwel alle landen van het continent een forse groei te zien geven. Tussen 1990 en 2003 was de mijnbouw in Bolivia goed voor 3,9% van het bruto nationaal product. Tussen 2004 en 2009 liep dat op tot 5,4%. In Chili ging de groei van 7,7 naar 17,7%, in Ecuador van 6,9 naar 14,7%, in Peru van 4 naar 8,5%. Vandaag is volgens cijfers van het Ministerie voor Energie en Mijnbouw [van Peru, nvdr] een oppervlakte van 17 miljoen hectaren voor exploratie toegekend aan mijnbouwbedrijven of 13% van het totale landoppervlak. Effectieve exploitatie vindt tot nu toe plaats op slechts 1% van het territorium.

CATAPA stelt dan ook een tweede koloniseringsgolf vast, waarbij het Zuiden net als tijdens de eerste kolonisering ten prooi valt aan de honger naar natuurlijke rijkdommen van het Noorden, dat ook integraal met de winsten gaat lopen. Anders als bij de eerste kolonisering, zijn het deze keer machtige multinationals in plaats van naties die de winst opslokken. En zij gaan nog sneller en efficiënter te werk bij het weghalen van de grondstoffen in het Zuiden.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift