13.000 onzichtbare Congolezen

Een kleine quiz. Wat is de naam van de Congolezen die het nieuws of het weerbericht presenteren? Hoe heet de Congolese expert die in de media regelmatig geïnterviewd wordt over zijn vaderland? Hoeveel Congolese huisartsen zijn er in uw gemeente? U moet het antwoord schuldig blijven? Wij ook. Waar zitten ze dan, de naar schatting 13.000 Congolezen in ons land? En waarom zullen ze pas zichtbaar worden als straks de Congolese jongeren de Antwerpse Linkeroever op stelten zetten?

Afrika-experts komen bijna nooit aan het woord, wegens te veel stam- of partijgebonden. Daarom voeren de media altijd maar hetzelfde rijtje blanke experts op. Een koloniaal verleden of een Belgische doctoraatsthesis geeft blijkbaar meer terreinkennis en objectiviteit dan opgroeien in Congo zelf. Congolese academici met een resem Belgische diploma’s kunnen met wat geluk opklimmen tot wetenschappelijk assistent. In het beste geval, want de meeste hoog gediplomeerde Congolezen krijgen ook daar de deur op hun zwarte neus. Belgische werkgevers kijken niet verder dan hun witte neus lang is en geven hen in een goede bui een plaatsje aan de lopende band. De minder gelukkigen verfijnen hun maîtrise van het Nederlands met afkortingen als RVA of OCMW. Na de jarenlange banenjacht blijken die mooie Belgische diploma’s overigens plots verouderd wegens gebrek aan relevante werkervaring. Alleen nog goed om, ingekaderd, de woonkamer te verfraaien.

Billy Kalonji is welbespraakt, getrouwd met een Belgische vrouw en heeft zo’n behang van diploma’s: personeelsbeheer, publieke administratie, arbeidswetenschappen, ontwikkelingssamenwerking. Maar met zo’n palmares werk vinden op de hogere verdiepingen van een firma, bleek onmogelijk. ‘Ik kan al mijn diploma’s trots voorleggen, maar een Belgische straatveger voelt zich nog altijd superieur. Zo herinner ik me een sollicitatiegesprek bij een groot Antwerps bedrijf. Ik had alle nodige kwalificaties en capaciteiten, maar een zwarte personeelschef boven Belgische werknemers was ondenkbaar. Dus werd het machines schoonmaken bij General Motors en allerhande interimjobs in fabrieken. Ik was bereid om eender welk klusje aan te nemen, want ik wilde absoluut werken.’

Billy Kalonji is een van de weinige Congolezen die uit de vicieuze cirkel van gestudeerd-maar-geen-werk-dus-geen-ervaring is geraakt. Hij is wijkwerker bij het Centrum De Wijk in Antwerpen en komt als woordvoerder van het Platform van de Afrikaanse Gemeenschappen op voor zijn Afrikaanse lotgenoten. ‘Ik ben niet fier op wat ik heb verwezenlijkt, want ik ben een uitzondering. In Groot-Brittannië, Frankrijk of Nederland werken massa’s rechters en advocaten uit Ghana, Nigeria of Algerije. Veel Congolese ingenieurs zijn naar Zuid-Afrika of Canada vertrokken. Waarom kan dat hier in België niet? Dat choqueert me. Congo heeft België mee groot gemaakt, wij wonen hier al sinds de jaren zestig, hebben hier gestudeerd, spreken vaak drie talen, willen Nederlands leren, sturen onze kinderen hier naar school… en nog heerst hier een fundamenteel wantrouwen tegenover ons. Racisme heeft alles te maken met gebrekkige kennis van de andere en vrees voor de andere. De media laten ons niet aan het woord. Er wordt altijd óver ons gepraat, nooit mèt ons. We hebben Congolese experts allerhande, maar ons wordt nooit gevraagd iets uit te leggen. Wanneer hoor je ooit een Congolees in een politieke discussie over Congo? Dankzij de media denken de Belgen dat wij nog in een of andere primitieve fase zitten. Ik zit in een commissie van de VRT die als doel heeft meer allochtonen te engageren in de media, maar daar boeken we maar heel langzaam resultaat.’

‘De weinigen onder ons die ondanks alles toch iets bereikt hebben, dragen een enorme verantwoordelijkheid. Wij hebben een voorbeeldfunctie, wij zijn fakkels voor onze verloren jeugd. Ik geloof in een soort sneeuwbaleffect: vandaag word ik geïnterviewd, morgen lezen mensen iets uit de mond van een Congolees, overmorgen wordt Kabamba van Ecolo misschien verkozen in de Senaat, en zo verandert een mentaliteit. Maar als wij één steek laten vallen, één fout maken, krijgen álle Congolezen de schuld. Die last draag ik elke dag mee op mijn schouders.’

Het leven zoals het is op de Linkeroever

De Congolese jongerenbendes in Brussel, en de kleurrijke mama’s die op eigen initiatief de Brusselse metro weer veilig maakten, kregen vorig jaar wel uitgebreid aandacht in de media. Jammer, maar de Antwerpse Linkeroever zou straks wel eens aan de beurt kunnen zijn om dat soort aandacht te krijgen, als het leven zoals het is goed fout zal lopen.
André Shikayi, jeugdwerker bij het Centrum (én doctor in sociale en politieke wetenschappen), heeft een vertrouwensrelatie met de Congolese jongeren opgebouwd. ‘Ze worden geviseerd door de Antwerpse politie en door de controleurs op tram en bus. Op school worden ze geweigerd onder druk van de Belgische ouders, die geen concentratiescholen willen. Huiswerk maken in een te klein appartement is ook niet evident. Veel ontspanningsmogelijkheden zijn er niet, dus hangen ze maar wat rond op straat, tot ergernis van de buren die de politie bellen. De bendes uit Brussel zakken soms af naar Antwerpen, Congolese jongeren kijken naar hen op en hangen na schooltijd ook in groepjes rond in de metrohaltes rond de Groenplaats en de Meir. Soms staan ze gewoon wat stoer te wezen, soms is er meer aan de hand. We hebben zelfs een keer pistoolschoten gehoord.’

De gefrusteerde en gedesillusioneerde Congolese jongeren zijn al over het kookpunt heen, zeggen Billy Kalonji en André Shikayi. Shikayi: ‘We hebben de broeihaard op Linkeroever al gesignaleerd aan de politieke wereld, maar men wacht tot er een dode valt, tot er ruiten sneuvelen. We riskeren dezelfde situatie als in Borgerhout. Abu Jahjah heeft als Libanees de Marokkaanse jongeren gemobiliseerd. Waarom zou hij de Afrikaanse jongeren niet kunnen verenigen? Dit probleem moet onmiddellijk aangekaart en aangepakt worden. Elke dag dat er niets gebeurt, is er een verloren kans, want eigenlijk is het al te laat. Wij zullen niet verbaasd zijn als het explodeert op de Linkeroever. Papa heeft drie diploma’s, papa vindt geen werk, papa zit thuis, papa heeft geen geld. Waarom zouden ze nog studeren?

Acht op tien van de volwassen Congolezen op Linkeroever zijn hoger opgeleid, maar drie op tien hebben geen werk. Wij hebben geen enkel argument om onze jongeren te motiveren. Onze jongeren zijn hier geboren, praten Nederlands (en een paar andere talen), eten friet en kleden zich zoals elke doorsnee zestienjarige. En toch blijft men herhalen ‘dat ze zich moeten integreren’. Dat wekt frustratie en agressiviteit op. We hebben de macht over onze jongeren verloren.’

Toch zien Kalonji en Shikayi nog mogelijkheden om de boel te ontmijnen, en op te lossen. Kalonji: ‘Geef de ouders werk zodat ze weer een voorbeeldfunctie kunnen vervullen. Geef de jongeren kans op volwaardig onderwijs. Geef hen een ontmoetingsplek waar ze aan sport, spel, cultuur kunnen doen  en waar ze hun huiswerk kunnen maken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift