15 europese prioriteiten

De Europese Unie bepaalt zestig tot zeventig procent van onze nationale wetten en regels. De Europese verkiezingen zijn daarom veel belangrijker dan vaak aangenomen wordt. MO* vroeg politici, experts en organisaties naar hun Europese prioriteiten. Dan kunt u dat even natrekken in de partijprogramma’s.

MILIEU


De politicus


Bart Staes
De sterke Europese lijn doortrekken.

Blijvende aandacht voor Kyoto, de ggo’s en de richtlijn omtrent chemische stoffen, dat zijn de prioriteiten voor Bart Staes, Europees parlementslid en Europees lijsttrekker voor Groen!
‘Ik zie op milieugebied drie grote uitdagingen. De opwarming van de Aarde lijkt me het grootste probleem. Die heeft vele gevolgen: verhoging van de zeespiegel, woestijnvorming, meer overstromingen en stormen, nieuwe migratiestromen…noem maar op. Het Kyotoverdrag dat die opwarming moet afremmen, treedt niet in werking zolang de ondertekenaars niet minstens 55 procent van de werelduitstoot aan broeikasgassen vertegenwoordigen. Of Rusland (17 procent) of de VS (33 procent) moeten dus tekenen. De EU heeft beslist daar niet op te wachten. Tegen 1 april moesten de lidstaten hun klimaatplan voorleggen -België was dus met zijn plan maar net op tijd- en die treden in werking vanaf 2005. Het Europees parlement heeft in dit dossier al goed geduwd en zal dat moeten blijven doen want de uitvoering van Kyoto ligt moeilijk in sommige lidstaten.
Tweede uitdaging komt van de genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s), die niet zozeer de volksgezondheid als wel de biodiversiteit bedreigen. Ook daar heeft het Europees parlement goed gewerkt en ervoor gezorgd dat ggo’s traceerbaar zijn, en dat labels de consument duidelijk maken welke producten ggo’s bevatten. De komende jaren zal de EU onder grote druk komen omdat de VS klacht hebben ingediend bij de Wereldhandelsorganisatie en 1,8 miljard dollar terugvorderen. Derde uitdaging is de REACH-ontwerprichtlijn over registratie en evaluatie van chemische stoffen. De voorbije eeuw verzeilden zo’n 100.000 chemische stoffen in onze omgeving. REACH wil dat al die stoffen geëvalueerd en, zo mogelijk, vervangen worden. De industrie is tegen omdat het hen veel kost, maar onderzoek leert dat de besparing in gezondheidszorg veel groter is dan die kost.
Milieuzorg is een van de grote successen van de EU. Dat is het gevolg van een aantal milieucrisissen, van het besef dat milieuproblemen niet stoppen aan landsgrenzen en dat je die dus Europees moet aanpakken. De grote motor was het Verdrag van Maastricht dat het parlement mee bevoegd verklaarde voor milieuwetten en dat de eenparigheid inzake milieuwetten afschafte.’ (jvd)

De expert


Hans Bruyninckx
De implementatiekloof moet gedicht worden

Hans Bruyninckx is politicoloog en hoogleraar internationaal milieubeleid aan de universiteit van Wageningen in Nederland. Als voorzitter van de Bond Beter Leefmilieu is hij tevreden over de geslaagde Dag van de Aarde op 25 april, waarin de Vlaamse milieubeweging haar kracht toonde. Over het Europese milieubeleid is hij minder te spreken.
‘Vooral in milieuthema’s is het Europese niveau van cruciaal belang’ vindt Hans Bruyninckx. ‘70 tot 90 procent van het Belgische milieubeleid wordt op EU-niveau bepaald. In het klimaatdebat is de EU, samen met enkele andere landen, bepalend als tegengewicht voor de VS, waar milieuthema’s veel minder gewicht krijgen. Op het vlak van efficiënt energiebeheer en in de strijd tegen schadelijke chemische stoffen, is Europa een voortrekker. Europa doet er dus echt wel toe.’ Europa is ook de stok achter de deur om tot actie te komen, vindt Bruyninckx. Voor landen als het hardleerse België is zo’n stok best nuttig.
Dé prioriteit is volgens Bruyninckx een betere implementatie van de bestaande Europese milieuwetgeving. ‘Uit studies van het Europese Milieu-Agentschap blijkt dat er een gapende kloof is tussen de 300 tot 400 huidige richtlijnen en de vertaling en toepassing ervan in de nationale context. Het betoog dat strengere milieunormen de concurrentie bemoeilijken en dat men beter wacht tot economisch betere tijden, is naast de kwestie. Landen die economisch het best functioneren binnen de EU, zijn de landen met het meest geëvolueerde milieubeleid.’ Ook het verwijt van regelneverij aan het adres van groene politici vindt hij niet terzake.
Bruyninckx deed in het recente verleden een onderzoek naar het draagvlak voor duurzame ontwikkeling, dat, zo bleek, in België bijzonder klein is, ook bij de politici. Het huidige ontwerp van het Federale Plan Duurzame Ontwikkeling is volgens Bruyninckx een illustratie hiervan. ‘Te weinig visie, te weinig klemtonen en prioriteiten, te weinig concrete maatregelen, te voorzichtig ten aanzien van de bedrijfswereld. Het zwaartepunt voor het milieubeleid ligt bij ons te veel bij de politici en hun kabinetten, en te weinig bij de administratie, die een langetermijnstrategie kan uitwerken, met strategische beleidscellen.’ (adw)

De organisatie


Het Europese Milieubureau
Chemische industrie in de gaten houden

John Hontelez is secretaris-generaal van het European Environmental Bureau (EEB).Werk maken van het nieuwe Europese chemicaliënbeleid is voor hem één van de topprioriteiten voor het nieuwe Europees Parlement.
Eind oktober lanceerde de Europese Commissie het voorstel van het zogenaamde REACH-systeem voor registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen. (zie Bart Staes) Op dit voorstel is al in paniek gereageerd door bedrijfsfederaties in Duitsland en Frankrijk. Ook de Belgische federatie van chemische bedrijven, Fedichem, reageerde samen met het VBO. Volgens Hontelez is het REACH-voorstel niet alleen zo belangrijk omdat het de hele problematiek van chemische stoffen aanpakt, het is ook revolutionair omdat het de bewijslast voor schade niet langer legt bij de overheid maar bij de bedrijven die het product op de markt brengen. Bovendien wordt aan het voorstel het ‘substitutieprincipe’ gekoppeld, namelijk dat een schadelijk product moet vervangen worden door een onschadelijk als dat op de markt is.
Daarnaast blijft voor Hontelez ook Kyoto belangrijk. ‘Het Europees Parlement moet erop blijven toezien dat de lidstaten het Kyoto-verdrag naleven en dat de economie zich stilaan gaat ombuigen naar een economie die minder energie gebruikt. Het Europees Parlement heeft een verdienstelijke rol gespeeld door mee te stimuleren dat de inspanningen van de lidstaten zich baseren op échte reductie van broeikasgassen en niet op emissiehandel.’ En dan is er nog het biodiversiteitsthema. Hontelez: ‘Het Europees Parlement heeft er zich toe geëngageerd om tegen 2010 de verdere degradatie van de biodiversiteit een halt toe te roepen. Het nieuwe parlement mag deze afspraak niet uit het oog verliezen.’
Zal de uitbreiding het milieubeleid vertragen of in een stroomversnelling brengen? Hontelez: ‘Sommigen gaan ervan uit dat de nieuwe lidstaten wel wat rust willen. Ze hebben de afgelopen jaren ontzettend zware inspanningen geleverd om zich klaar te maken voor de toetreding. Wat echter in het algemeen sterk opvalt, is dat zowel voor ministers als voor ngo’s en andere organisaties milieu een belangrijk thema is en dat iedereen streeft naar een uniform milieubeleid.’ (adw)

SOCIAAL


De politica


Anne Van Lancker
Stop Bolkestein!

‘De eerste uitdaging om het sociale Europa veilig te stellen, bestaat erin de Bolkesteinrichtlijn betreffende het vrije verkeer van diensten in de Europese Unie tegen te houden’ Dat zegt Anne Van Lancker, al 10 jaar Europees parlementslid en tweede op de Europese sp.a-lijst.
‘Die richtlijn wil de interne markt in de dienstensector realiseren. Leveranciers van diensten uit de andere lidstaten zouden hier hun diensten kunnen aanbieden zonder dat ze “gehinderd” worden door onze nationale wetten of regels. De richtlijn stelt daarom voor dat ze hier kunnen werken volgens de regels die gelden in hun land van oorsprong. Concreet betekent het dat een Estse aannemer die geen vennootschapsbelasting moet betalen, concurreert met Belgische aannemers die meer dan 30 procent betalen.
Uitzendkantoren moeten niet aan de Belgische erkenningsvoorwaarden beantwoorden. Buitenlandse artsen mogen niet belemmerd worden door de Belgische tariefafspraken tussen artsen en ziekenfondsen. In principe is de arbeidswetgeving de uitzondering: iedereen moet betaald worden volgens de regels van het land waar het werk gebeurt. Alleen staat in de ontwerprichtlijn expliciet dat de lidstaten de immigrerende werkers niet mogen lastigvallen met administratieve eisen: ze moeten geen sociale documenten bij zich houden, moeten zich niet aanmelden enz. Bovendien moet de controle op de naleving van de regels gebeuren door de inspectie van het oorsprongland. De Litouwse sociale inspectie moet dus controleren of een Litouwse aannemer zijn werknemers betaalt aan de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden. Dat is onmogelijk. Niemand zal immers weten wie waar werkt.’
‘Mijn tweede uitdaging is offensief: de eis dat iedere inwoner van de EU een menswaardig inkomen heeft. De nieuwe grondwet geeft ons daartoe een nieuw instrument, het petitierecht: als 1 miljoen burgers een thema op de agenda plaatsen, kunnen ze de Europese Commissie dwingen om een passend wetgevend initiatief te nemen. Ik denk dat we in de EU, met de steun van het middenveld, makkelijk 1 miljoen handtekeningen kunnen verzamelen voor een menswaardig inkomen.’ (jvd)

De expert


Ides Nicaise
De kenniskloof dichten
Ides Nicaise is onderzoeker aan het Hoger Instituut voor de Arbeid, verbonden aan de KULeuven, waar hij zich toelegt op sociale thema’s. Hij legt de nadruk op sociale inclusie, vooral in de kennismaatschappij van de toekomst.
Prioriteit nummer één is voor Nicaise werken aan sociale “insluiting” in een samenleving die meer en meer evolueert naar een kennismaatschappij. ‘In de akkoorden van Lissabon lanceerde de EU een omvangrijke strategie om de Europese Unie de komende tien jaar uit te bouwen tot de meest competitieve en meest dynamische kenniseconomie, om duurzame groei te realiseren, met meer en betere jobs en een grotere sociale cohesie. Dat is een ontzettende uitdaging. Het risico dat er een steeds grotere kloof groeit tussen hoger- en lager opgeleiden is daarbij echter niet veraf. Die kloof dreigt bovenop de inkomensongelijkheid te komen. Dé uitdaging voor de politici is om wegen te vinden om deze tendens van een nieuwe uitsluiting om te buigen. De EU moet strategieën ontwikkelen om iedereen toegang te geven tot zowel formeel als informeel onderwijs en tot computers en internet. De return hiervan in menselijk kapitaal zal hoog zijn en is een investering in de toekomst.’
Als tweede prioriteit wil Nicaise er bij de politici voor pleiten om de sociale rechten te blijven verdedigen als een essentieel onderdeel van het Europese sociale model. Bij het overleg in Nice in december 2000 heeft de EU een serieus engagement aangegaan om de fundamentele sociale rechten van haar burgers te verdedigen. Tussen die ambitie en de realiteit gaapt echter een brede kloof, vindt Nicaise. Alle EU-landen moeten dringend stelsels voor minimuminkomens uitwerken. Zeker in de nieuwe lidstaten staat dit proces nog in de kinderschoenen. Sociale basisrechten moeten in elk geval primeren op liberalisering van diensten van openbaar nut.
Nicaise: ‘We moeten debatteren over de beste manier om te voorzien in gemeenschapsgoederen en diensten zoals energie, telecommunicatie, transport, huisvesting of gezondheidszorg. Het gevaar van schorsingen, uitsluitingen, prijsverhogingen of afschaffing van sociale tarieven is in een vrije markt immers niet denkbeeldig. Politici moeten wegen vinden om in de context van een open markt aan iedereen toegang te verlenen aan een schappelijke prijs en zonder discriminatie.’ (adw)

De organisatie


Migration Policy Group
Een eerlijker migratiebeleid
Jan Niessen is verbonden aan de Migration Policy Group (MPG), een onafhankelijke onderzoeks- en drukkinggroep die werkt rond migratie, mobiliteit, diversiteit en antidiscriminatie in de EU. Hij pleit voor een eerlijk en open debat over immigratie.
‘De allereerste prioriteit die ik op de agenda van de politici zou willen zien, is de implementatie van de anti-discriminatiewetgeving. Die wetgeving is goed, en België, samen met Nederland en Groot-Brittannië, doen het lang niet slecht. Maar in sommige landen zoals Italië is er echt werk aan de winkel.’ De Europese Unie, zo benadrukt de MPG, is gebaseerd op de principes van vrijheid, democratie, respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden voor ieder persoon. ‘Bij verschillende gelegenheden heeft de Unie zich ertoe geëngageerd deze principes te zullen naleven, en intolerantie, racisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat te bestrijden. Het is uitermate belangrijk in de huidige conjunctuur van groeiende migratie en van het aanslepende conflict in het Midden-Oosten, te waken over die prioritaire waarden.’
Ook migratie zelf is voor Niessen een thema dat alle aandacht verdient. ‘Europa moet eerlijker zijn: wij zijn een oud continent en wij hebben migranten nodig.’ De EU is, zoals de VS, een migratiegebied, maar in tegenstelling tot de VS beschouwen we migratie niet als een thema van nationaal belang, vindt Niessen. ‘Men probeert met alle mogelijke middelen immigratie af te remmen en te voorkomen. In alle verkiezingen in de afzonderlijke Europese landen is migratie een gevoelig thema. Daar eerlijker in zijn, wil zeggen: toegeven dat die immigratie een nieuwe dynamiek kan geven aan onze samenleving, dat het een manier is om de omvang en samenstelling van de bevolking te beheren, dat migranten een wezenlijke bijdrage leveren aan onze maatschappij. En dus moeten we ook aan die migranten de rechten geven die hen toekomen.’
Het Verdrag van Amsterdam, dat in 1999 in werking trad, gaf aan de Europese Instellingen de bevoegdheid om een gezamenlijk beleid ten aanzien van immigratie te ontwikkelen. Als gevolg daarvan kwam er ook een nieuw debat op gang over de rol van immigratie als een instrument om economische en demografische onevenwichten weg te werken. De gebeurtenissen van 11 september maakten de strijd tegen het terrorisme echter tot topprioriteit en de immigratieagenda werd doorkruist door veiligheidsthema’s. Vandaag is het de hoogste tijd, vindt Niessen, om daar opnieuw openheid over te krijgen en het debat open en eerlijk te voeren. (adw)

ECONOMIE


De politica


Annemie Neyts
De EU-markt moet open voor het Zuiden
Annemie Neyts is afgevaardigde in het parlement voor Buitenlandse Zaken en staat derde op de VLD-lijst voor de Europese verkiezingen. Ze pleit voor meer investeringen in de kenniseconomie, maar ook internationale handel verdient meer en andere aandacht.
‘Er moet hoogdringend een eerlijk debat op gang gebracht worden over landbouw en voedsel. Heel vaak hoor je de slogan dat het Europese Landbouwbeleid verantwoordelijk is voor de honger en het voedseltekort in de wereld. Dat klopt niet! We moeten zo wetenschappelijk mogelijk kijken naar de manier waarop de prijzen van landbouwproducten gevormd worden, dat bedoel ik met “een eerlijk debat voeren”. Het creëren van markttoegang is van wezenlijk belang voor de landen in het Zuiden. Het is daarbij belangrijker dat wij onze markt openen, dan dat we van hen eisen hun markten te openen voor ons. Het kan niet anders dan een geleidelijk proces zijn, waarbij we de landen uit het Zuiden intussen aanzetten om hun markten beter te onderbouwen, om infrastructuur uit te werken. En vooral, om aan vredesopbouw te doen. In Bas-Congo wordt al jaren niet meer aan landbouw gedaan, omwille van de oorlog.
Daarnaast moeten we ons concentreren op het wegwerken van staatstussenkomsten die marktverstorend werken. De EU moet de productie van tabak niet subsidiëren, want dat gaat enkel om folklore, zoals ook de Amerikaanse katoensubsidies onverantwoord zijn en ingaan tegen de conjunctuur. Maar ik ben wel uitgesproken voorstandster van handel, want het alternatief voor handel is oorlog. Al maakt dat van handel nog geen argument om alles goed te praten.’
‘Als ik verkozen word, wil ik graag een parlementaire werking op gang brengen binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Geen permanente parlementaire zeteling, maar wel ontmoetingen met afgevaardigden van de WTO-lidstaten op geregelde tijdstippen, waarbij die lidstaten op de eerste plaats naar elkaar leren luisteren, elkaars bekommernissen kunnen horen, en kunnen discussiëren over de evolutie van de wereldhandel, om tot een beter begrip te komen. Ik zou ook graag zien dat WTO nieuwe aansluiting zou zoeken met de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling (Unctad) en het VN-programma voor ontwikkeling (UNDP), om het debat over ontwikkelingsthema’s breder en beter te kunnen voeren.’ (adw)

De expert


Alexandre Lamfalussy
We moeten productiever worden
De Amerikaanse arbeider wordt productiever dan de Europese. Die trend omkeren, wordt de belangrijkste uitdaging voor de EU, vindt Alexandre Lamfalussy, ex-voorzitter van het Europees Monetair Instituut, de voorloper van de Europese Centrale Bank, en vele jaren directeur van het Instituut voor Internationale Betalingen, de Centrale Bank der Centrale Banken.
‘In de EU neemt de arbeidsproductiviteit -wat een werker gemiddeld produceert in een uur-elk jaar met een tot anderhalf procent toe. In de Verenigde Staten groeit die productiviteit vanaf midden de jaren negentig met 2,5 tot 3 procent per jaar, en de voorbije twee jaar zelfs met 4 procent. Als dat blijft duren, verliest de EU zijn competitiviteit. ‘De arbeidsproductiviteit nam in de Europese Unie na de tweede wereldoorlog tot diep in de jaren tachtig sneller toe dan in de Verenigde Staten. Zo haalde Europa zijn enorme achterstand in. Na 35 jaar lag de arbeidsproductiviteit in de EU in doorsnee maar 10 procent onder de Amerikaanse, en in landen als België, Frankrijk of Nederland lag ze zelfs hoger dan die in de VS.
Nu is een einde gekomen aan die inhaalbeweging en lopen de VS opnieuw uit. Onderzoek toont aan dat naarmate landen aan de technologische top staan -en dus niet meer kunnen volstaan met imiteren en kopiëren- innovatie een grotere rol gaat spelen in het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Ander onderzoek leert dat er een sterke band bestaat tussen de groei van de arbeidsproductiviteit en hoger onderwijs. De EU hinkt daarin achterop. In de VS heeft 37 procent van de actieve bevolking een hogere opleiding genoten, in de EU slechts 24 procent. De twee lidstaten met de hoogste proportie hoger opgeleiden, Ierland en Finland, scoren zeer goed in het vlak van innovatie.
De EU heeft dat probleem aangekaart met de Lissabonagenda -tegen 2010 de meest competitieve kenniseconomie ter wereld worden- maar dat lukt voorlopig niet echt. Met een dergelijke ambitie raak je ook een gevoelig thema, namelijk dat van de elitevorming. We schieten vooral te kort in het tot stand brengen van centres of excellence: het gaat niet enkel om geld, onze beste brains worden aangetrokken door de onderzoeksmogelijkheden in de VS. Er moet dus meer geld naar hogere opleiding en onderzoek, zonder het fiscale evenwicht te verbreken. Dat vergt moeilijke keuzes, want het betekent dat je elders minder geld uitgeeft.’ (jvd)

De organisatie


Europees Vakverbond
Een meer sociaal Europa is een productiever Europa
Opnieuw zorgen voor economisch groei en banen, en het sociaal Europa versterken, dat zijn de twee centrale economische uitdagingen volgens Ronald Janssen, economisch adviseur van het Europees Vakverbond.
‘Europa kent al drie jaar een zeer trage groei, terwijl in China, de Verenigde Staten en zelfs Japan de economie heropleeft. Sommigen wijten die slapte aan de hoge sociale bescherming in de EU. Voor ons is de echte oorzaak het macro-economisch beleid. Het is altijd hetzelfde scenario: de Europese economie ondergaat een externe schok, maar de politiek reageert niet. De Europese Centrale Bank (ECB) is enkel bekommerd om prijsstabiliteit en weigert de economie aan te vuren met lagere rentes. Het stabiliteitspact verbiedt de regeringen dan weer een begrotingstekort aan te gaan en belet hen zo de economie te stimuleren door middel van overheidsinvesteringen. Elders in de wereld gaat men crisissen wel pro-actief te lijf.
Eigenlijk betekent dit dat Europese politici machteloos staan tegenover werkloosheid. Het rentebeleid is in handen van de ECB, het begrotingsbeleid zit in het keurslijf van het stabiliteitspact en het fiscaal beleid is onderhevig aan onderlinge concurrentie en kan maar één kant uit: minder belastingen. Het enige instrument dat nog rest om banen te scheppen, is het flexibiliseren van de arbeidsmarkt. Als er banen ontstaan, zijn het weinig productieve jobs voor laaggeschoolden. De EU is zo bezig de groei én de productiviteit op te offeren. Dat bedreigt onze concurrentiepositie. Meteen ook de reden voor de tweede uitdaging: het versterken van het sociaal Europa. Dat beschermt niet enkel de werknemers maar verhoogt ook de productiviteit. Er zijn voorbeelden genoeg.
Alle onderzoek wijst uit dat participatie -ondernemingsraden bij ons, mitbestimmung in Duitsland- de innovatie en productiviteit verhoogt. Sociale overlegstructuren dragen dan weer bij tot de vorming van mensen. Zonder zo’n overleg, op een puur vrije arbeidsmarkt, zijn bedrijven minder geneigd te investeren in hun mensen, omdat hun personeel op ieder moment kan weglopen. Collectieve arbeidsovereenkomsten over vorming corrigeren dat marktfalen. Als we ervoor kiezen te concurreren op basis van lage lonen en lange werkuren ondergraven we onze productiviteit. We moeten dus de andere richting uit en we moeten de twee uitdagingen samen aanpakken. (jvd)

POLITIEK


De politicus


Jean-Luc Dehaene
Van economische unie een politieke unie maken
Interne integratie en een duidelijke politieke profilering, dat zijn de uitdagingen voor Europa volgens Jean-Luc Dehaene, oud-premier van België en ondervoorzitter van de Europese Conventie, en vandaag lijsttrekker van de Europese CD&V-lijst.

‘Op politiek gebied zie ik verschillende belangrijke uitdagingen. Intern moeten we van de uitbreiding een heuse integratie maken. Daartoe moeten drie voorwaarden worden vervuld: de nieuwe landen moeten de werking van de Unie leren kennen en het supra-nationale karakter ervan aanvaarden, de rijke EU-lidstaten moeten een grotere inspanning doen om de nieuwe lidstaten te helpen -nu zijn ze veel te krenterig- en tot slot moet er een nieuw institutioneel kader komen zodat we nog beslissingen kunnen nemen met 25 landen.’
‘Extern is er de uitdaging om van een essentieel economische unie ook een politieke unie te maken. Justitie en politie, de zogenaamde tweede pijler, en buitenlandse zaken en defensie, de derde pijler, moeten geleidelijk aan worden gecommunautariseerd. Dat wil zeggen dat de Europese Unie ook daar beslissingen moet kunnen nemen.
Voor die tweede pijler levert de grondwet al de noodzakelijke basis omdat beslissingen er niet langer met consensus moeten gebeuren en omdat er voortaan met Europese wetgeving gewerkt kan worden, in plaats van telkens opnieuw met internationale verdragen. Voor defensie schept de grondwet de mogelijkheid van versterkte samenwerking voor landen die dat al willen. Het buitenlands beleid zal heel geleidelijk evolueren, en het zal nog een hele tijd duren vooraleer de Unie met één stem spreekt in de wereld. De grondwet schept alvast de functie van een minister van Buitenlandse Zaken. Die moet een brug vormen tussen de Europese Commissie en de Raad van Ministers en voorkomen dat die twee elkaar tegenwerken. Hoe dan ook: ik ben ervan overtuigd dat die grondwet maar een tussenstadium is, en dat ze de komende vijftig jaar nog geregeld zal worden aangepast.’
‘Wat betreft de verdere uitbouw van de Europese democratie en het betrekken van de bevolking: ik geloof niet in referenda, omdat emotionele reacties daarin al te dikwijls de boventoon voeren. Ik denk dat we inzake democratisering de grootste stap hebben gezet door de rol van het Europees parlement te veralgemenen.’ (jvd)

De expert


Richard Whitman
De basis leggen voor een Europese diplomatie
Betrek de burgers beter bij de Europese politiek, zegt Richard Whitman, hoofd van de Europese dienst van het Britse Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen.
‘De politiek van de Europese Unie (EU) begrijpelijk en legitiem houden voor de burgers is een enorme uitdaging. De beslissingsprocedures en de taal van de EU moeten toegankelijker worden. De EU mag niet iets blijven van, voor en door de politici, de Unie moet zijn burgers mee hebben. De Grondwet is in dat verband een goede zaak omdat die de machten duidelijk verdeelt en ook duidelijk maakt hoe beslissingen worden genomen. Omdat televisie het belangrijkste kanaal is om de politiek bij de mensen te brengen, zou het nuttig zijn de Europese Raden (van staatshoofden en regeringsleiders, nvdr) op een aantrekkelijkere manier in beeld te brengen dan nu het geval is en op een manier die aantoont dat daar politiek wordt bedreven. Als je de band tussen de Europese beslissingen en de nationale belangen aantoont, kan je de bevolking hier wel warm voor maken.
Het petitierecht dat in de Grondwet voorzien is (1 miljoen Europeanen kan de Europese Commissie verzoeken tot een bepaald wetgevend initiatief, nvdr) is een van de initiatieven die de EU populairder kan maken, zeker in een land als Groot-Brittannië. Dat zo’n verzoekschrift moet geschraagd zijn door burgers uit verschillende landen maakt het des te interessanter, omdat dit Europese politiek aan de basis in de hand werkt.’
‘Op de internationale scène is eigenlijk al duidelijk waar de EU voor staat: de rechtsstaat, internationaal recht, regionale integratie,…Daarmee zorgt de EU voor een eigen westerse stem die anders die is dan die van de Verenigde Staten. Die visie wordt ook gedragen door de Europese bevolking. Dat bleek uit de houding van het publiek tegenover de oorlog in Irak: de regeringen mochten dan wel van mening verschillen, de meerderheid van de bevolking was er tegen gekant. Dat Europese leiders op dit moment nog vaak in verspreide slagorde optreden, belet niet dat we voor de toekomst hoe dan ook de instellingen moeten ontwikkelen die de “Europese” benadering kunnen uitdragen op de internationale scène. De Europese minister van Buitenlandse Zaken en de verwijzing in de grondwet naar een Europese dienst voor extern optreden, zouden het geraamte kunnen leveren van een Europese diplomatie. Dat is op termijn erg belangrijk voor het ontwikkelen van dat gezamenlijk beleid.’ (jvd)

De organisatie


De Europese Beweging
De Unie moet van de mensen worden
‘De legitimiteit van de Europese Unie is de grootste uitdaging voor de komende jaren’, zegt Olivier Hinnekens van de Europese Beweging België.
‘De Unie moet een geloofwaardig bestuursniveau uitbouwen waarmee de burger zich kan identificeren. De mensen weten immers niet waar hun stem terechtkomt, ze lijkt te verdwijnen in een bureaucratisch systeem. De samenstelling van de volgende Commissie -de belangrijkste actor in het besluitvormingsproces- moet daarom een weerspiegeling zijn van het Europees Parlement, eerder dan de uitkomst van een aantal akkoordjes die worden afgesloten bij de nationale regeringsvormingen. Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat de commissievoorzitter de kleur van de grootste partij in het parlement draagt, en niet achter gesloten deuren wordt verkozen. In die Commissie moeten verder sterke pan-Europese figuren aanwezig zijn. De huidige Commissie doet heel bekwame dingen, maar niemand die de boodschap kan vertalen.
Naast sterkere figuren is ook een sterkere politieke structuur nodig. De huidige instellingen zijn ontworpen voor zes lidstaten, maar ondertussen zijn we met 25. De goedkeuring van de Europese Grondwet is dan ook cruciaal om een politiek Europa te creëren. We moeten er immers voor zorgen dat de Unie niet uiteenvalt in “groepjes à la carte”. Zeker op het vlak van buitenlands beleid wenst de burger dat Europa gemeenschappelijk optreedt. Daarvoor is een echte minister van Buitenlandse Zaken nodig, niet iemand als Javier Solana, de huidige Hoge Vertegenwoordiger van het Europees buitenland- en veiligheidsbeleid. De mensen hebben geen flauw idee waar die man mee bezig is.’
Verder zal ook een betere kennis over Europa bijdragen tot legitimiteit, aldus Hinnekens. ‘Meer dan 50 procent van onze wetgeving is Europees bepaald, en toch is de kennis over de Unie gebrekkig. De overheid doet hier niets aan, de pers is naar aanleiding van de uitbreiding wel aan een inhaalbeweging bezig. Er moeten meer inspanningen gedaan worden om het kritische debat over Europa aan te wakkeren, zeker onder jongeren. We moeten af van de indruk dat het belang van de bevolking enkel door haar regering wordt vertegenwoordigd en we moeten het Europees enthousiasme van 1992 herwinnen om Europa meer democratisch en legitiem te maken. Voor die uitdaging hebben we natuurlijk meer dan de komende vijf jaar nodig, dat zal in kleine stapjes moeten gebeuren.’ (sbo)

CULTUUR


De politica


Nelly Maes
Europese diversiteit verdedigen
Europa is een zee van verschillen in taal, traditie en cultuur. Dat moet zo blijven, vindt Nelly Maes, Europarlementslid voor Spirit.
‘Cultuur en het respect voor culturele diversiteit vormen een van de basispeilers van de Europese Unie, en als alles goed gaat zal dat nu ook in het ontwerp van Europese Grondwet terechtkomen. Als dat lukt, dan krijgt de Unie eindelijk ook een wettelijke basis om de reële diversiteit te steunen en te stimuleren. Al blijft het probleem bestaan dat de EU geen relaties aangaat met volkeren, regio’s en minderheidstalen, maar enkel met staten. Daardoor kan de EU bijvoorbeeld geen acties ondernemen om het Bretoens te steunen, omdat de Franse staat dat niet ziet zitten. Nochtans is het voor de toekomst van Europa essentieel dat de rijkdom uit het verleden levend en wel doorgegeven wordt aan de generaties van de toekomst -en dat betekent ook zorgen voor culturen die het niet tot dominante staatscultuur geschopt hebben.
Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de steun voor de kleinere of grotere culturen van de Unie leidt tot gesloten en op zichzelf gerichte identiteiten. Ik pleit voor een culturele beweging zoals die van Catalonië, waar het Catalaans gezien wordt als een bindmiddel voor een multiculturele samenleving. Culturele diversiteit komt niet neer op het geïsoleerde beklemtonen van een Vlaamse of een Friese identiteit, integendeel: de kracht moet groeien vanuit samenwerking tussen Schotten, Catalanen, Vlamingen, Walen, Bretoenen…
Ik pleit daarom voor meer uitwisseling van artistieke producten zoals films, op basis van een culturele logica en niet, zoals nu meestal het geval is, op basis van economische regels. We moeten dus, voor het behoud van de culturele diversiteit, blijven vechten voor de “culturele uitzondering” in de handelsovereenkomsten die op wereldvlak gesloten worden, waardoor we voorkomen dat we met z’n allen overspoeld worden door Amerikaanse producten.
Een Europa dat beter zorg draagt voor zijn eigen diversiteit aan culturen zal -hopelijk- ook meer aandacht hebben voor de culturele diversiteit op wereldvlak. We kunnen daar ook echt iets aan doen via onze inspanningen voor ontwikkelingssamenwerking. We moeten niet alleen mikken op individuele vooruitgang, maar ook op gemeenschappelijke ontwikkeling. Van zodra je echter “gemeenschap” zegt, zeg je ook cultuur. Het probleem is dat Pascal Lamy, die namens de hele EU onderhandelt binnen de WTO, met een louter economisch mandaat werkt, terwijl de akkoorden van de WTO toch ook invloed hebben op sociale bescherming en cultuur. Wellicht is het dus ook in het belang van de culturele diversiteit van Europa dat het onderhandelingsmandaat van Lamy transparanter en democratischer gemaakt wordt.’ (gg)

De expert


Johan Leman
Europees pluralisme wordt bedreigd
‘Het is van zeer groot belang dat de EU de komende jaren werk maakt van de bescherming en versterking van het levensbeschouwelijk en multicultureel pluralisme. Dat wordt momenteel vanuit verschillende hoeken bedreigd’, zegt Johan Leman, tot voor kort directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding en nu docent aan de KULeuven.
‘Binnen de nieuwe lidstaten is men, na de implosie van het communisme, op zoek naar een nieuwe identiteit. In heel wat van die landen krijgt die de vage contouren van een etnisch-christelijke identiteit -die weinig met geloof te maken heeft, en alles met de behoefte om zich aan te sluiten bij het veel rijkere westen van het continent. Er is een duidelijk streven naar homogeniteit, en dat bedreigt uiteraard de verdraagzaamheid tegenover al wie anders is. Ik was onlangs aanwezig bij een debat in Bratislava, Slovakije, over het inplanten van een moskee. De discussie ging vooral over de zichtbaarheid van zo’n moskee. Met andere woorden: men beseft dat de diversiteit zelf onvermijdelijk is, maar men wenst ze zo onzichtbaar mogelijk te houden.’
‘Tegelijk, en helemaal los daarvan, worstelen de oude lidstaten ook met een roep naar meer homogeniteit, naar een sterkere nationale identiteit. We zullen heel goed moeten opletten dat de uitbreiding niet als een turbo op de al aanwezige extreemrechtse tendensen gaat werken. Europa moet er alles aan doen om de val van het Amerikaanse multiculturalisme te vermijden, waarin mensen zich opsluiten in hun groepsidentiteiten en nog maar weinig contact hebben met elkaar. Een Europese identiteit moet gebaseerd zijn op actieve verdraagzaamheid die de confrontatie en zelfs de irritatie zoekt, om tot een echte kruisbestuiving te komen. Daarom ben ik ook voorstander van de intrede van Turkije en Turks-Cyprus in de EU. Dat zou ons de kans geven te tonen dat Europa een echt open en verdraagzaam project is.’
‘Diversiteit breekt de vanzelfsprekende samenhang van een homogene samenleving open, wat in eerste instantie tot problemen kan leiden. Indien de overheden genoeg investeren, ben ik er echter van overtuigd dat er nieuwe en veel rijkere samenhang kan ontstaan. Voldoende onderwijs, een doorgedreven sociale politiek en genoeg talenkennis om met elkaar te communiceren kunnen van Europa een pluralistisch continent maken.’ (gg)

De organisatie


Forum van Etnisch-culturele Minderheden
De anderen evenwaardig laten participeren
Naïma Cherkaoui is coördinator van het Forum voor Etnisch-culturele Minderheden in Brussel.
‘Europa -en elk van zijn lidstaten- staat voor de uitdaging zich te ontwikkelen tot een regio met een cultuur die open staat voor de mensen en groepen die etnisch-cultureel en/of sociaal-economisch “anders” zijn, zowel buiten als binnen de grenzen van de Unie. Deze openheid, die de meerwaarde van de anderen weet te benutten, is niet alleen een economisch gegeven maar ook en vooral een politieke noodzaak. Enkel een “open” Europa kan op wereldvlak een modelregio zijn van democratie, politieke stabiliteit en welvaart.
De openheid van Europa is echter niet alleen een zaak van externe relaties. De oude en nieuwe lidstaten van Europa worden gekenmerkt door etnische, culturele en levensbeschouwelijke diversiteit, gecombineerd met grote sociale verschillen. Een open regio laat zich niet afschrikken door die diversiteit, maar weet het potentieel aan creativiteit dat erin vervat zit optimaal te ontplooien. Hiervoor moeten bestaande trends van spanningen, segregatie en polarisering tussen etnische, culturele of sociale groepen in verschillende lidstaten omgekeerd worden. Een actieve strijd tegen racisme en vóór respect tussen personen en groepen is nodig, maar ook een sociale politiek van echte participatie. Het is nodig dat minderheidsgroepen evenredig en evenwaardig kunnen deelnemen in alle maatschappelijke domeinen -onderwijs, tewerkstelling, politiek, middenveld enzovoort. Het simpele principe van menselijke gelijkwaardigheid vraagt dit, maar het is ook een voorwaarde om de sociale vrede te bewaren. Een politiek van respect voor diversiteit werpt pas vruchten af als ze hand in hand gaat met een politiek van gelijke kansen.
De migraties van buiten de Unie zijn een cruciale graadmeter voor de noodzakelijke openheid. Zal Europa zich verder ontwikkelen tot een gesloten Fort, met grote wallen en prikkeldraad eromheen? Of wordt Europa een dynamische regio, waar migratie meer gezien wordt als een kans dan als een bedreiging? Laat Europa vluchtelingen creperen voor zijn poorten omdat ze niet het juiste papiertje kunnen tonen? Of kiest Europa voor een menselijk asielbeleid, conform de waarden die het hoog in zijn vaandels en verdragen draagt?’
(gg)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur