19de-eeuwse oplossingen voor de scheepvaart van de 21ste eeuw

Drie weken geleden was het zo ver. In de Amerikaanse staat Vermont ziet Erik Andrus, een lokale boer, het zeilschip Ceres te water gaan in Lake Champlain. Het gaat hier echter niet om de tewaterlating van het zoveelste plezierbootje – de Ceres werd in het voorbije jaar gebouwd met één doel: het vervoeren van goederen op de rivieren van Vermont en New York op een klimaatvriendelijke manier.

  • Vermont Sail Freight Project Vermont Sail Freight Project

In maart 2013 verscheen op het financieringsplatform Kickstarter een project om een twaalf meter lange aak te bouwen die puur door windkracht aangedreven zou worden. Het schip zou voedsel van Vermont naar New York vervoeren, als een milieuvriendelijk alternatief op de huidige landroutes. Het project sloeg aan en met 268 donoren werd het doelbedrag van 15.000 dollar overschreden.

De drijvende kracht achter het project zijn de vrijwilligers van de Vermont Sail Freight Project en Erik Andrus, een boer uit Vermont. Met het geld van de Kickstarter en een donatie van de Willowell Foundation kon de groep aan de constructie van het schip beginnen.

Het Vermont Sail Freight project

Drie weken geleden werd het schip uiteindelijk te water gelaten. In de komende weken zal de aak getest worden op Lake Champlain. Het uiteindelijke doel is handel te drijven met de gemeenschappen aan het meer, langs de Hudson rivier en in New York City zelf.

De reis van Vermont naar New York zou gemiddeld tien dagen duren. Dit is een flink stuk langer dan per vrachtwagen of per vrachttrein. Maar in tegenstelling tot vrachtwagens en treinen is het schip volledig CO2-neutraal. Dit betekent wel dat het schip geen koelsysteem heeft. Het voedsel dat vervoerd zal worden, moet dus enkele dagen bewaard kunnen blijven. Het gaat hier dus vooral om granen, conserven, uien en aardappelen. Via online berichten kunnen klanten te weten komen wanneer het schip precies hun dorp aandoet.

De leveringen aan New York City bieden ook oplossing voor het gebrek aan gezonde voeding in de stad. In vele Amerikaanse steden is het bijzonder moeilijk om vers, niet-verwerkt voedsel te vinden. Vele armere buurten worden als een voedselwoestijn beschreven, nadat grote supermarktketens zich er uit terugtrokken. De voedselopties voor de arme bevolking van deze buurten zijn beperkt tot vrij dure en weinig gevarieerde groenten en fruit in convenience stores en fast food. Dit zorgt voor ernstige gezondheids- en overgewichtsproblemen. In New York zouden volgens een studie in 2008 tot drie miljoen mensen geen toegang hebben tot verse producten. Hoewel de Ceres slechts twaalf ton kan vervoeren en dus zelf geen oplossing zal bieden aan deze mensen, kan het project als lichtend voorbeeld dienen.

Windkracht en scheepvaart

Het Vermont Sail Freight project is slechts één voorbeeld van de hernieuwde interesse in zeilschepen en windkracht in het transporteren van goederen. Zo heeft ook de Amerikaanse westkust een gelijkaardig project. De Salish Sea Trading Cooperative verdelen lokaal geproduceerde producten langs de Puget Sound in Washington.

Maar ook op grotere schaal wordt naar windenergie gekeken. Meer dan 90 procent van de internationale handel wordt via vrachtschip verstuurd. Deze vrachtschepen zijn extreem vervuilend en teren op de meest schadelijke vorm van olie: bunkerolie. In de voorbije jaren is de internationale regelgeving over de toegestane hoeveelheid vervuiling die de schepen mogen produceren strenger geworden. Sinds 2000 is de prijs van brandstof voor de schepen ook met 400 procent gestegen. Dit gaf een sterke duw in de rug van de scheepvaartbedrijven om een meer ecologisch – en vooral zuiniger en goedkoper – alternatief te vinden.

Eén van de meest vanzelfsprekende alternatieven kan de scheepvaartindustrie in hun eigen verleden vinden: windenergie. Het Duitse bedrijf SkySails verkoopt reusachtige vliegers die de vrachtschepen extra stuwkracht moeten geven en zo de brandstofkost doen dalen.

Maar verschillende initiatieven bekijken nu de mogelijkheid om echte zeilen te monteren op vrachtschepen. De Universiteit van Tokyo wil met het Wind Challenger project 50 meter hoge zeilen monteren op vrachtschepen en hiermee tot 30 procent minder brandstof verbruiken. Het Ierse B9 project gaat een stapje verder en combineert deze zeilen met een motor die aangedreven wordt door biogas afkomstig van voedselreststoffen. Beide projecten combineren een speciaal aangepast modern schip met hypermoderne automatische zeilen. Wie een negentiende-eeuws houten schip verwachtte, moet dus teleurgesteld worden.

Lichtende voorbeelden

Of toch niet? Met de 32 meter lange schoenerbrik Tres Hombres vervoeren drie Nederlanders vracht over de Atlantische oceaan. Het schip komt dan misschien wel niet uit de negentiende eeuw, maar is wel een volledig houten constructie. Het schip vervoert duurzame producten – voornamelijk rum, chocolade en wijn – tussen Europa en de Caraïben. Het schip heeft een beperkte capaciteit van 50 ton en kan maar een snelheid van acht tot tien knopen bereiken. Het is ook een vrij dure vorm van transport. ‘Tres Hombres is een statement,’ zeggen de bezielers van het project, ‘We kennen de beperkingen van het schip, maar banen vooral een weg voor het verschepen van vracht met zeilboten.’

Ook het Vermont Sail Freight project is momenteel eerder een voorbeeldproject. Het uiteindelijke doel is het maken van verschillende reizen per jaar en het vormen van een scheepvaart- en marketing-coöperatie. ‘Ik denk dat mensen het project direct snappen,’ zegt Hannah Mueller, de administratieve directeur van Willowell, ‘Mensen met eender welke politieke en economische achtergrond snappen waarom je CO2-neutrale handel en lokaal geproduceerd voedsel zou willen combineren.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift