20 globale arbeidsakkoorden

Vorig jaar kwamen acht globale arbeidsakkoorden tussen multinationale ondernemingen en wereldvakverbonden tot stand. In totaal bestaan er twintig dergelijke akkoorden in sectoren gaande van mijnbouw en telecommunicatie over distributie tot de automobielsector.
De akkoorden erkennen allemaal op zijn minst de syndicale vrijheid en het recht op collectief onderhandelen. De meeste houden ook in dat de bedrijven in kwestie geen dwangarbeid, discriminatie of kinderarbeid willen. Moeilijker ligt de erkenning van minimumlonen, die slechts in elf van de twintig akkoorden is opgenomen. Op drie na alle ondernemingen die een dergelijk arbeidsakkoord ondertekenden, hebben hun hoofdkwartier in West-Europa. De Fransen gaven met Danone al in 1988 het voorbeeld, later volgden IKEA, Telefonica, Carrefour en vorig jaar ook Volkswagen en DaimlerChrysler, elk goed voor meer dan 300.000 directe werknemers. In totaal werken nu zo’n twee miljoen mensen wereldwijd voor ondernemingen die een globaal arbeidsakkoord afsloten.
Het verschil tussen gedragscodes en deze arbeidsakkoorden is dat de vakbonden de bedrijven erop kunnen aanspreken als ze een inbreuk begaan op de akkoorden. Sommige akkoorden voorzien zelfs regelmatige ontmoetingen met het oog daarop.
De bedrijven sluiten die akkoorden af met sectoriële wereldvakverbonden, waar de meeste vakbonden bij aangesloten zijn. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) gelooft dat die globale vakverbonden stilaan dezelfde rol spelen tegenover de internationale sociale wetgeving (IAO-conventies) die nationale vakbonden tegenover de eerste nationale sociale wetten speelden: wetten kregen enkel reële impact naarmate er voldoende sterke vakbonden waren om ze te verdedigen.
Volkswagen meent dat samenwerken om conflicten op te lossen uiteindelijk de toekomst van het bedrijf helpt verzekeren, omdat het bijdraagt tot de competitiviteit. ‘Deze aanpak bleek in Duitsland erg succesvol en we willen hem nu uitvoeren.’ Of er dit jaar weer evenveel arbeidsakkoorden tot stand komen, is nog maar de vraag. De bedrijven die tot nu toe zo’n akkoord ondertekenden, hebben meestal goede relaties met de vakbonden. Robert Steiert van het Internationale Metaalvakverbond: ‘Philips is bijvoorbeeld vierkant tegen. Ze wilden zelfs geen spreker sturen op een globale bijeenkomst van Philips-werknemers in Amsterdam.
Volkswagen daarentegen heeft een traditie van overleg. In 1993 had het 30.000 werknemers teveel in zijn Duitse fabrieken. Een Amerikaans bedrijf had die aan de deur gezet. Volkswagen sloot een compromis over werktijdverkorting tot 28 uur, en iedereen bleef werken. Uiteindelijk loont dat: wie werkt voor een bedrijf dat hem respecteert, zal zich meer inzetten.’ Vraag is natuurlijk of deze akkoorden op het terrein iets veranderen: multinationals behandelen hun personeel in Noord en Zuid sowieso al beter dan lokale bedrijven. Steiert: ‘Het zal alle lokale managers van MNO’s verplichten het Globaal Arbeidsakkoord na te leven. Bovendien zitten er in de akkoorden ook clausules die toelaten om druk uit te oefenen op de toeleveranciers van deze ondernemingen.’(jv)

De twintig bedrijven die een Globale Arbeidsakkoorden ondertekenden:

-
Danone, Accor, Carrefour uit Frankrijk
-Ikea en Skanska (bouw) uit Zweden
-Statoil (olie), en Norske Skog (papier) uit Noorwegen
-Chiquita (VS)
-Telefonica, Endesa (energie) uit Spanje
-Ballast Nedam (NL,bouw)
-OTE Telecom (Grieks)
-Faber-Castel (bureaumateriaal), Freudenberg (chemie), Hochtief (bouw), Volkswagen, DaimlerChrysler uit Duitsland
-Merloni (metaal) en Eni (energie) uit Italië
-Fonterra (Nieuw-Zeeland, zuivel)
-Anglogold(Zuid-Afrika, mijnbouw)


Vakbondslidmaatschap loont, zegt Wereldbank


Werknemers die lid zijn van een vakbond, krijgen hogere lonen en meer opleiding, ze werken minder uren en werken langer op hetzelfde bedrijf. Bovendien blijken vakbonden de discriminatie op de arbeidsmarkt tussen mannen en vrouwen, geschoolden en ongeschoolden, en blanken en kleurlingen te verminderen. Als werknemers collectief kunnen onderhandelen over hun lonen, liggen die lonen beduidend hoger: in de VS kan dat verschil tot 15 procent oplopen. Dat alles blijkt uit de Wereldbankstudie Vakbonden en collectief onderhandelen in een globale omgeving’.
Betekent dit dan dat dergelijke bedrijven minder competitief-want-duurder zijn? Niet noodzakelijk, want tegenover de hogere lonen verbonden aan vakbonden, staan minder stakingsdagen en meestal ook een hogere productiviteit. Dat laatste vloeit dan weer voort uit de betere opleiding, de hogere inzet en het lagere verloop van werknemers.
Een goed gecoördineerd sociaal overleg leidt in de meeste landen tot lagere werkloosheid en minder inkomensongelijkheid. Zijn er veel verschillende vakbonden die elkaar beconcurreren, dan dreigt er wel hogere inflatie en meer werkloosheid. De studie stelt tenslotte dat goede sociale verhoudingen leiden tot een meer stabiele economie en zo kunnen bijdragen tot een beter investeringsklimaat.(jv)

Hoe diep wordt de crisis?


In de triade - Noord-Amerika, de Europese Unie en Japan - is de reële rente die centrale banken deze dagen aanrekenen zowat nul of lager. (De reële rente is het nominale rentetarief verminderd met het inflatiecijfer, nvdr.) De centrale banken maken het krediet zo goedkoop in de hoop daarmee de ondernemingen tot investeren en de consumenten tot verbruiken aan te zetten, en zo de economie te stimuleren en de tewerkstelling op peil te houden.
In Japan probeert men al bijna tien jaar op die manier de economie te stimuleren, maar veel helpt het niet. De Japanse beurscrash luidde er het begin in van de lethargie. Staat de Verenigde Staten nu hetzelfde te wachten na hun beurscrash? Dat is koffiedik kijken. Er zijn immers zoveel factoren die meespelen. Zeker is dat er heel wat aanwijzingen in die richting zijn. In de VS kreunen consumenten, ondernemingen en de staat onder de schulden. Voeg dat bij de beurscrash en de oorlogsdreiging rond Irak, en zelfs het schijnbaar onverwoestbare Amerikaanse consumentenvertrouwen brandt op een lager pitje.
Probleem is dat de VS al jaren door het buitenland betaald werden, om de handelsoverschotten van vooral Oost-Azië  China en Japan  op te kopen. Dat was mogelijk omdat de dollar vertrouwen bleef inboezemen, en dus kapitaal naar de VS zoog. Als daarin nu verandering komt  en het lijkt erop, want de dollar verliest terrein  dan sputtert de motor van de wereldeconomie, en dan komt China in grote problemen. Het land is immers afhankelijk van buitenlandse investeerders en van export. Zónder krijgt het nog meer te kampen met werkloosheid, die voortvloeit uit het sluiten van de staatsbedrijven, en met de plattelandsvlucht, die zal toenemen nu het land lid is van de Wereldhandelsorganisatie, op te vangen. Bush grijpt naar het klassieke Keynesiaanse middel om recessie te bestrijden: overheidsinvesteringen, weze het dan in de wapenindustrie. Of dat helpt om erger te voorkomen, zal moeten blijken. (jv)
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur