20 jaar militaire interventies

De discussie over een internationale tussenkomst bij het geweld in Syrië woedt volop.  Twintig jaar geleden luidde de operatie “Desert Shield” een nieuw tijdperk in met een belangrijke rol voor de VN en het internationale recht, althans volgens voormalig VS president Bush sr. De bittere ervaringen in de operaties die daarop volgden, deden het tij keren. 

  • CC Official U.S. Navy Imagery De Amerikaanse destroyer Arleigh Burke lanceert een kruisraket als onderdeel van de interventie in Libië, Middellandse Zee, 29 maart 2011. CC Official U.S. Navy Imagery

De VN waren de grote winnaar na het ingrijpen in Irak in 1990. Ze konden eindelijk de rol spelen waarvoor ze waren gesticht.  De mislukkingen in Somalië, ex-Joegoslavië en Rwanda deden echter het tij keren. Coalitions of the willing met of zonder mandaat namen steeds meer die taak op zich.

Irak

1990-91, 2003-nu

In 1990 viel Irak Koeweit binnen. De VN verooordeelden de aanval en gaven Irak tot 15 januari om zich terug te trekken. Ze zetten die eis kracht bij door economische sancties. Op 17 januari kwam het toch tot een  interventie. Een internationale troepenmacht onder leiding van de Amerikanen kreeg Irak snel op zijn knieën. Daarna gingen ze opnieuw over tot economische sancties en werd een No-Fly zone ingesteld. De operatie liet echter Sadam Hoesein aan de macht.

De eerste acties in Irak waren een voorbeeld van de nieuwe rol voor de VN. De oorlog van 2003 was echter het voorbeeld van het omgekeerde. De Amerikanen trokken met een “coalition of the willing” zonder mandaat ten oorlog. De reden van de interventie was het vermoeden dat Sadam Hoesein massavernietigingswapens produceerde. Deze keer werd het regime wel aangepakt. Na twee maanden was er al de “Mission accomplished” van Bush Jr. Nu vallen er nog geregeld doden en zijn er nog steeds 47.000 Amerikaanse soldaten ter plaatse. 

Somalië

1992-94

De missie in Somalië begon als gewone hulpactie. Het gebied was getroffen door zware hongersnood. De aanhoudende conflicten tussen de verschillende krijgheren maakten dit werk echter onmogelijk. De VS besloten daarom op te treden. Dat leek aanvankelijk te lukken, maar na een mislukte missie die het leven kostte aan achttien Amerikaanse soldaten, besloten ze zich terug te trekken. Zonder die bescherming hadden de VN geen andere keuze dan ook hetzelfde te doen.

De verschillende krijgheren strijden nu nog altijd, waardoor voor de plaatselijke bevolking piraterij vaak nog de enige optie is om wat brood op de plank te brengen.

Haïti

1994

In 1991 waren er voor het eerst democratische verkiezingen in Haïti. Die werden gewonnen door Jean-Bertrand Aristide. Na zeven maanden volgde al een staatsgreep. Toen de onderhandelingen vastliepen, gaven de VN de VS de toestemming om militair op te treden. Terwijl de Amerikaanse troepen in stelling werden gebracht, gaf Clinton de militairen een laatste kans om Aristide terug aan de macht te laten. Die onderhandelingen slaagden, maar de Amerikaanse soldaten bleven toch zes jaar aanwezig.

In 2004 werd Aristide opnieuw verjaagd. Een verkozen bestuur nam de macht over, maar de politieke stabiliteit werd nooit bereikt.  Toen Haïti vorig jaar door een zware aardbeving getroffen werd, waren er nog altijd VN-troepen aanwezig op het eiland. Op 20 maart 2011 had de tweede ronde van de verkiezingen plaats, maar de uitslag daarvan is pas op 31 maart bekend.   

Kosovo

1999

Toen Joegoslavië uiteen viel, werd het autonome Kosovo geannexeerd door Servië. De bevolking bestaat in grote mate uit etnische Albanezen. In 1997 brak een bloedig conflict tussen de Albanese Kosovaren en Servische troepen uit. Toen in maart ’99 de Serviërs weigerden een vredesakkoord te ondertekenen, ging de NAVO over tot actie. 78 dagen lang werd Servië gebombardeerd. De bombardementen stopten toen Servië opgaf en een vredesakkoord ondertekende.

Net zoals in de eerste oorlog in Irak ging de actie ook niet verder en kon Milosovic aanblijven tot hij in 2000 de verkiezingen verloor. Een samenwerking van de VN, de EU en de NAVO nam wel het bestuur van de provincie over. In 2008 verklaarde Kosovo zich onafhankelijk.

Oost-Timor

1999

Oost-Timor verklaarde zich in 1975 onafhankelijk van Portugal. Kort daarna werd het binnengevallen door Indonesië en werd het de 27ste Indonesische provincie. In 1999 stemde de meerderheid in een referendum voor onafhankelijkheid. Het was de start van een bloedbad door pro-Indonesische milities. Een internationale troepenmacht onder leiding van Australië maakte een einde aan het geweld en effende het pad voor de heropbouw. Die heropbouw onder leiding van de VN is een van de grootste succesverhalen van peacekeeping, maar zelfs nu is de veiligheid nog niet compleet teruggekeerd.

Afghanistan

2001-nu

In 2001 was ongeveer 90 procent van het land in de handen van de islamistische Taliban. Die werd ervan beschuldigd onderdak te bieden aan de terreurorganisatie Al Qaeda en vooral aan haar leider Osama Bin Laden. Ze weigerde hem echter uit te leveren aan de Amerikanen voor zijn rol in 9/11. De VS gingen daarop over tot militaire acties in samenwerking met de NAVO. De Taliban werd van de macht verdreven en een “democratisch” regime werd ingesteld.

De macht van dat regime reikt echter niet veel verder dan de hoofdstad Kaboel. De andere gebieden zijn vaak onder controle van krijgsheren of Talibanstrijders. De situatie blijft zeer onstabiel en blijft nu ook nog een zorgenkind voor de VS.

Libië

2011

Op 19 maart 2011 besliste de VS, de EU en de Arabische Liga op een top in Parijs om tussen te komen in de Libische opstand, nadat kolonel Khadaffi met beschietingen op Benghazi de VN-resolutie van twee dagen eerder had geschonden. Frankrijk startte op 19 maart al met militaire operaties in het land. Naast Frankrijk was ook Groot-Brittannië een sterke voorstander voor een interventie.

Met de steun van de Verenigde Staten en verschillende Europese landen werden militaire operaties in gang gezet. In eerste instantie werd een vliegverbod boven Libië afgekondigd. Ook België zette ondermeer vliegtuigen in om het vliegverbod te vrijwaren. Met verschillende luchtaanvallen bestookte de coalition of the willing gebouwen en militaire installaties van Kadhaffi-aanhangers.

Met de Westerse steun vanuit de lucht konden de rebellen steeds meer steden en ook het hoofdkwartier van de Libische dictator heroveren. Op 20 oktober werd Khadaffi gedood door de Libische rebellen. Op 31 oktober 2011 maakte de Verenigde Naties officieel een einde aan de militaire interventie in Libië.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3260   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift