2002 jaar van de knokkelkoorts

Knokkelkoorts, een virusziekte die soms dodelijk
afloopt, lijkt dit jaar aan een sterke opmars bezig in Latijns-Amerika en
Azië. In Brazilië werden tijdens het eerste kwartaal 555.691 slachtoffers
gemeld, meer dan ooit tevoren.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) noemt 2002 een bijzonder slecht jaar
voor knokkelkoorts of dengue, een virale ziekte die overal voorkomt in
tropische en subtropische gebieden. Ook in 1998 was er al een epidemie die
min of meer tegelijk uitbrak in alle streken. Toen werden bij de WGO
ongeveer 1,2 miljoen gevallen van dengue gesignaleerd - een nieuw record.
Deskundigen denken dat het werkelijke aantal nog veel hoger ligt. Mike
Nathan van de WGO-afdeling besmettelijke ziekten schat dat elk jaar meer dan
15 miljoen mensen besmet raken met knokkelkoorts.


Het dengue-virus wordt overgedragen door een beet van een mug, de Aedes
aegypti, maar kan ook overgaan van mens tot mens. De symptomen van de ziekte
zijn hoge koorts, hoofdpijn, pijn in de spieren en de gewrichten,
misselijkheid en braken. Er bestaan vier vormen van dengue. De ergste vorm
gaat gepaard met interne bloedingen en extreem hoge koorts en kan dodelijk
zijn. Er bestaat nog altijd geen vaccin tegen de ziekte. Een persoon die
ooit is besmet met één van de vier vormen, is voor de rest van zijn leven
immuun voor die variant. Maar bij besmetting met een ander van de drie
serotypes, bestaat er een verhoogd risico, ook op de dodelijke vorm.

De ontwikkeling van een dengue-epidemie wordt mee bevorderd door
klimaatschommelingen. Mike Nathan verwijst onder andere naar aankondigingen
van een nieuwe El Niño - een cyclisch terugkerend klimaatverschijnsel dat
zorgt voor extreme weersomstandigheden. Die zouden dit jaar evenwel nog
meevallen in vergelijking met 1997-1998. Uit het verleden weten experts dat
er na een heftige uitbarsting van dengue meestal een vrij kalm jaar volgt,
zoals in 1999. Daarna begint de ziekte weer op te flakkeren tot een nieuwe
epidemie uitbarst. En zo ver lijkt het dus nu weer te zijn.

In Latijns-Amerika was de ziekte bijna uitgeroeid in de strijd tegen gele
koorts, die door dezelfde muggensoort wordt overgedragen. Maar in de jaren
1960 stak dengue opnieuw krachtig de kop op in de tropische gebieden.
Vervolgens breidde zij zich uit naar de subtropische streken. Tijdens het
eerste kwartaal van dit jaar woedde een heel ernstige knokkelkoortsepidemie
in Brazilië. Bijna de helft van de besmettingen kwam voor in Rio de Janeiro.
Ongeveer 2.000 Brazilianen leden aan de ernstigste vorm. Bij de WGO werden
84 dodelijke slachtoffers gemeld. Deze zomer is de ziekte ook
Centraal-Amerika opgedoken. In El Salvador werden 3.500 gevallen gemeld,
waarvan 90 van de ernstigste vorm. In Honduras zijn 3.000 gevallen geteld,
in Nicaragua 500. In de zuidelijke staten van Mexico zijn ten minste 2.300
mensen besmet en de ziekte komt zeker ook massaal voor in Venezuela en
Colombia.

Informatie over de ziekte in Zuidoost-Azië bereikt de WGO meestal met enkele
maanden vertraging, waardoor het moeilijk is nu al een volledig beeld te
schetsen. Volgens Mike Nathan is de ziekte vooral aanwezig in Maleisië en de
zuidelijke delen van Laos. Ook in Cambodja zou er een tijdelijke opstoot
zijn, die wellicht wat zwaarder is dan normaal. Verder worden in het zuiden
van Thailand en Vietnam meer gevallen gemeld dan gewoonlijk. Pas wanneer ook
de berichten uit de Filipijnen, China en Taiwan binnen zijn, kan een
volledig overzicht worden opgemaakt.

Voor Afrika wordt niet systematisch gerapporteerd over dengue, al is het
virus wel aanwezig in het continent. Maar van een echte epidemie is daar
nooit sprake geweest. Een deel van de verklaring daarvoor bleek uit de
geschiedenis van knokkelkoorts op Cuba. Dat Caribische eiland is lange tijd
volledig vrij geweest van de ziekte. In 1978 en 1981 brak er evenwel een
dengue-epidemie uit en in beide gevallen werd de ziekte bijzonder goed
opgevolgd door plaatselijke gezondheidsspecialisten. Uit een analyse van de
etnische achtergrond van de Cubaanse bevolking bleek dat Afro-Cubanen over
een genetische factor beschikken, die hen beschermt tegen ernstige opstoten
van knokkelkoorts. Cubanen van Afrikaanse afkomst krijgen de ziekte wel,
maar de ernstigste vorm komt heel zelden voor bij deze groep. Hetzelfde
fenomeen werd vastgesteld in Haïti. Er lijkt dus een genetische factor te
zijn die mensen van Afrikaanse oorsprong beschermt tegen het virus. Ook Cuba
meldde begin dit jaar overigens een dengue-opstoot.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift