2008: Europees Jaar van Interculturele Dialoog

2008 is uitgeroepen tot het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog. Is er dan toch een andere prioriteit mogelijk dan de economische? Of is dat maar schijn?
De Europese Commissie meldt dat het wezenlijk gaat om het ‘versterken van respect voor culturele diversiteit en het omgaan met de complexe realiteit in onze samenlevingen, en het co-existeren van verschillende culturele identiteiten en overtuigingen.’ De Commissie maakte een budget van 10 miljoen euro vrij om allerlei initiatieven voor interculturele dialoog te stimuleren. Op een totaal budget van 120 miljard euro lijkt dat een peulschil.
‘Het is veeleer een symbolische investering’, zegt Hendrik Vos, professor Europese politiek aan de Universiteit Gent. ‘Maar dat komt natuurlijk ook wel omdat het Europese budget in zijn totaliteit heel erg beperkt is. De EU gaat er dan maar van uit dat er door een kleine financiële inspanning vanuit Brussel wel een soort spillover zal ontstaan, en dat lidstaten zelf bijkomende campagnes zullen opzetten, waardoor het uiteindelijke effect wel groter zal zijn.’ Europarlementslid Bart Staes (Groen!) is het daarmee eens: ‘Met tien miljoen euro kan je toch al veel doen. En het feit dat het bedrag effectief in de begroting staat, is wellicht een aanzet tot meer.’
In haar beslissing om het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog te organiseren, vermeldt de Commissie uitdrukkelijk de band tussen interculturele competenties en het realiseren van de Lissabon Agenda, die van de EU de meest competitieve kenniseconomie wil maken. Schuilt er een politiek-economische agenda achter deze interculturele operatie? Bart Staes denkt dat dat misschien meespeelt maar zeker niet de essentie is.
Hendrik Vos voegt daaraan toe: ‘Ik denk niet dat je er in de eerste plaats een economische agenda achter moet zoeken. Men gelooft dat diversiteit een gunstig effect heeft op innovatie, vernieuwende projecten en investeringen. Bovendien zijn migranten in sommige lidstaten –waaronder België– gebrekkig geïntegreerd op de arbeidsmarkt. Een betere dialoog zou moeten leiden tot meer integratie, en op die manier zouden migranten vlotter werk vinden. Ook dat is goed voor de Europese economie.’
Dat laatste is trouwens de reden waarom de Vlaamse minister voor Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandebroucke (sp.a) zoveel belang hecht aan het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog. Hij legt vooral de nadruk op taal. ‘We willen heel gericht inzetten op een sterk talenbeleid. Het prestatieverschil tussen leerlingen die thuis Nederlands spreken en anderstalige leerlingen is erg groot. Voor ons land is anderstaligheid wellicht nog sterker een factor dan voor andere landen’, zegt Vandenbroucke.
Hij wordt daarop fel aangevallen door professor Jan Blommaert van de Universiteit Gent (zie recensies). Vandenbroucke: ‘Omgaan met diversiteit, in haar meest brede betekenis, blijft voor leraars en scholen een moeilijke opgave. Het vraagt in de eerste plaats het aannemen van een andere houding ten aanzien van verschillende diversiteitsvraagstukken. Inspelen op diversiteit is een absolute voorwaarde om aan elk individu of aan iedere maatschappelijke groep dezelfde kansen op ontplooiing van talenten, dezelfde kansen op succes te bieden. Inspelen op diversiteit is onlosmakelijk verbonden met het gelijke kansenthema.’ (cm/dg)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift