800.000 kinderen gaan niet naar school

Meer dan de helft van de 1,6 miljoen
Liberiaanse kinderen tussen 3 en 18 gaat niet naar school. Dat blijkt uit
cijfers van het ministerie van Onderwijs van het West-Afrikaanse land.
Armoede en wapengeweld bieden de belangrijkste verklaringen voor de crisis
in het Liberiaanse onderwijssysteem. De Liberiaanse regering heeft
aangekondigd dat het lager en het secundair onderwijs volgend schooljaar
gratis worden. Maar daarmee is maar één van de vele hindernissen voor arme
scholieren uit de weg geruimd.


Liberia is rijk aan bodemschatten maar heeft een straatarme bevolking. Het
land exporteert diamanten, goud, hardhout en ijzererts, en toch leeft
volgens de Wereldbank 80 procent van de bevolking in absolute armoede. Dat
is vooral een gevolg van de burgeroorlog die van 1989 tot 1997 de
infrastructuur verwoestte en handel en industrie lamlegde. Sinds drie jaar
zijn er in het noorden van het land bovendien opnieuw rebellen actief.
Liberia raakt er daardoor maar moeilijk bovenop. Naar schatting 70 procent
van de actieve bevolking heeft geen vaste baan.

Volgens Hedd Williams, de directeur van de Afdeling Onderwijsinrichtingen
van het ministerie van Onderwijs, telde Liberia eind de jaren 80 2.400
scholen. Een kleine 2.000 daarvan werden vernield tijdens de burgeroorlog.
Sinds 1997 werd intussen wel weer 60 procent van die ruïnes
heropgebouwd veelal dankzij de hulp van niet-gouvernementele organisaties.

De meeste scholen staan in en rond de hoofdstad Monrovia. Daar woont ook
het gros van de bevolking, zeker sinds de burgeroorlog ongeveer twee
miljoen plattelandsbewoners uit hun dorpen verdreef. Samen met de kinderen
van de bewoners van afgelegen gebieden zijn het vooral de nakomelingen van
die vluchtelingen die weinig onderwijskansen krijgen.

De helft van de jonge bevolking die wel naar school gaat, moet in moeilijke
omstandigheden leren. Zelfs bij een gemiddelde van 45 leerlingen per
klaslokaal is de capaciteit van de bestaande scholen nog zowat een derde te
klein om alle scholieren onder te brengen. De oorlog heeft ook de kwaliteit
van het Liberiaanse onderwijs aangetast. De lage lonen en verslechterde
arbeidsomstandigheden doen goed opgeleide leraars voor andere banen kiezen.
Volgens het ministerie van Onderwijs heeft 65 procent van leraars in het
lager en het secundair onderwijs niet het geëigende diploma. De regering
wekt werkt wel aan een systeem om leerkrachten op het platteland bij te
scholen.

Veel arme Liberianen kunnen het zich niet veroorloven al hun kinderen naar
school te sturen. Openbare secundaire onderwijsinstellingen mogen maximaal
500 Liberiaanse dollar (10 euro) schoolgeld aanrekenen per jaar, maar ook
dat is veel geld voor de meeste Liberianen. Ook privé-scholen meer dan
zeven op tien onderwijsinstellingen in Liberia zijn in handen van
missionarissen of van lokale gemeenschappen mogen geen hoge bedragen aan
inschrijvingsgeld vorderen, maar veel directies storen zich daar niet aan.
Sommige scholen vragen de ouders ook bijdragen voor papier, verzekeringen,
toiletpapier en handdoeken of zetten hen onder druk om giften over te
maken. Oudere Liberiaanse scholieren werken vaak zelf om hun studies te
bekostigen. Ook dat komt de kwaliteit van het leren niet ten goede.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift