Aanslagen als nieuw reality-format

Een kwarteeuw geleden lanceerde Osama bin Laden het Islamitisch Wereldfront voor Jihad, waarmee hij de strijd tegen de “Joden en Kruisvaarders” wilde organiseren. Die strijd blijkt telkens flexibeler en veerkrachtiger dan gehoopt. Al-Qaeda is niet verslagen, het brengt gewoon een nieuw format op de markt.

In mei blufte de Amerikaanse president Obama nog dat ‘Al-Qaeda op weg was naar een nederlaag’. Twee maanden later besloot hij negentien Amerikaanse ambassades in het ruime Midden-Oosten voor onbepaalde tijd te sluiten vanwege de reële dreiging van een grootschalige aanslag. Eind september moest hij, samen met rest van de wereld, toezien hoe het Westgate shoppingcenter in Nairobi overrompeld werd door enkele goed getrainde en bewapende strijders van de Somalische Al-Shabaab of hun Keniase bondgenoten van Al-Hijra.

2013 is een behoorlijk spectaculair jaar geweest voor de mondiale jihad. De Syrische opstand werd overgenomen door jihadistische bewegingen zoals Jabhat al-Nusra en de Islamic State of Iraq and al-Sham (ISIS), net zoals eerder de Toeareg-onafhankelijkheidsstrijd in het noorden van Mali gekaapt werd door de jihadi’s van Ansar Dine en de Beweging voor Eenheid en Jihad in West-Afrika (Mujao). In Algerije ondernam Mokhtar Belmokhtar, een van de oudste jihadi-leiders uit Noord-Afrika, een verwoestende gijzelingsactie op een enorme gasinstallatie in het zuiden van Algerije.

2013 zag ook nog de terugkeer van de bloedige opstand in Irak, waar momenteel meer dan duizend doden per maand vallen, de blijvende opstand in Afghanistan, een moordende campagne tegen seculiere partijen tijdens de verkiezingscampagne in Pakistan, een serie politieke moorden in Tunesië… Een beknopt overzicht van de opvallendste terroristische activiteiten van de voorbije zomer, gemaakt door het West Point Counter Terrorism Center, beslaat liefst acht uitgeprinte bladzijden. De notitie van 3 juli citeert Charles Farr, directeur-generaal van het Britse Bureau voor Veiligheid en Antiterrorisme: ‘De botte waarheid is dat er vandaag meer mensen verbonden zijn met Al-Qaeda en AQ-gelieerde organisaties in Syrië dan ooit tevoren zo dicht bij Europa.’

Mediaspektakel

Een van de opvallende vaststellingen bij de heropleving van wat gemakshalve Al-Qaeda genoemd wordt, is dat het belang van de centrale leiding van Al-Qaeda steeds kleiner lijkt te worden, terwijl de autonomie van lokale bewegingen groeit. De filialen worden met andere woorden belangrijker dan de “raad van bestuur”, die in de Pakistaanse stammengebieden of op onderduikadressen in Karachi, Quetta of Peshawar de Amerikaanse drones probeert te ontlopen. Al-Qaeda 3.0 focust dan ook veel meer op de lokale vijand: de afvallige overheid, de met het Westen collaborerende legers, en eventueel moslims die op basis van de politiek-islamitische ideologie van de jihadi’s in de ban geslagen worden.

Westerse burgers en militairen blijven natuurlijk geliefkoosde doelwitten als ze zich in de buurt van een aanslag of een actie bevinden. Dat bleek in Nairobi eind september, net zoals dat het geval was in december 2008, toen de Pakistaanse Lashkar-e-Taiba (LeT) twee luxehotels, een joods cultureel centrum, een reizigerscafé en het grote treinstation in de Indiase havenstad Mumbai aanviel.

Stephen Tankel, Zuid-Azië-expert bij de Carnegie Endowment for International Peace, stelde in een getuigenis voor een Amerikaanse parlementaire commissie in juni dat de aanval op Mumbai wellicht het sjabloon is voor acties in de toekomst. De commandoaanval in Nairobi lijkt hem in elk geval gedeeltelijk gelijk te geven.

In het oktobernummer van CTC Sentinel, een academische uitgave van het Combating Terrorism Center van West Point Academy, analyseert Christopher Anzalone het mediagebruik van Al-Shabaab tijdens en na de aanval op Westgate. Hij wijst erop dat dit soort aanvallen ontworpen zijn om de aandacht van de internationale media te trekken. Bovendien toonde de media-afdeling Harakat al-Shabaab al-Mujahedin zich bijzonder bedreven in het gebruik van Twitter om haar boodschap en haar versie van de feiten te verspreiden. De mediamensen van Al-Shabaab maximaliseren de spektakelwaarde van hun aanslagen, waardoor ze bijna onvermijdelijk de voorpagina’s van de internationale kranten halen. Tegelijk produceren ze een eigen mediakanaal met documentaires die ze voorstellen als ‘een vorm van verzetsjournalistiek die de waarheid onthult te midden van de onwaarheden die westerse media over de organisatie de wereld insturen’, aldus Anzalone.

Het Jemenitische Al-Qaeda op het Arabische Schiereiland (AQAP), beschouwd als het gevaarlijkste filiaal voor het Westen, publiceert sinds 2010 het Engelstalige magazine Inspire, waarmee het geradicaliseerde moslims wereldwijd van ideologische onderbouw voorziet en aanzet tot actie.

De Pakistaanse LeT richt zich zelden op de internationale media, maar de organisatie is des te bedrevener in het bespelen van de Pakistaanse media en publieke opinie. Dat maakt het voor de Verenigde Staten zelfs zo goed als onmogelijk er al te direct tegen op te treden, zegt Tankel.

The Economist stelde in zijn nummer van 28 september dat ‘het meest verontrustende aspect aan de revival van Al-Qaeda de mate is waarin zijn verderfelijke ideologie zich steeds verder blijft verspreiden, via madrassa’s, moskeeën en jihadi-websites en tv-kanalen.’ De verspreiding van de mondiale jihadideologie verloopt echter ook via mainstream westerse media, die zich laten gebruiken door de steeds uitgekiendere mediastrategieën van de AQ-filialen. ‘De macht en het bereik van de organisatie Al-Qaeda werden vermenigvuldigd door het mediaspektakel dat de organisatie rond zichzelf creëerde én door de westerse regeringen die haar doelwit waren’, schrijft Stash Luczkiw in het Italiaanse blad Longitude van maart 2013.

Plus que ça change…

Heel wat auteurs zien in het huidige Al-Qaeda 3.0 een terugkeer naar de jihad van voor 11 september. De vraag is echter of de groep rond Osama bin Laden zelfs in haar hoogtijdagen ooit wel een gecentraliseerde organisatie geweest is. De oproep tot een “Jihad tegen Joden en Kruisvaarders” van 23 februari 1998 was in elk geval duidelijk geen ledenwerving, maar een aanzet tot gedecentraliseerde actie: ‘Het is een individuele plicht voor elke moslim in elk land waar het mogelijk is om de Amerikanen en hun bondgenoten – burgers en militairen – te doden, zodat de Al-Aqsamoskee (in Jeruzalem) en de heilige moskee (in Mekka) bevrijd worden uit hun greep, en zodat hun legers alle moslimlanden verlaten, verslagen en niet langer in staat een enkele moslim te bedreigen.’

Was getekend: Osama bin Laden, Ayman al-Zawahiri, Abu-Yasir Rifa’i Ahmad Taha (Egypte), Mir Hamzah (Pakistan) en Fazlur Rahman (Bangladesh). De mondiale jihad die gesmeed werd in de oven van de Afghaanse strijd tegen de Sovjetbezetting was vanaf het begin gedecentraliseerd. De nieuwigheid is dat verschillende bijkantoren nu tegelijk succesvol worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur