Aardschok draagt bij tot détente tussen Washington en Teheran

De aardbeving vorige week in de stad Bam heeft in Iran en de Verenigde Staten de voorstanders van toenadering de wind in de zeilen gegeven. De realisten in de Amerikaanse regering beschouwen goede relaties met ‘buurland’ Iran als onontbeerlijk voor de heropbouw van Irak.





De verwoestende aardschok in Bam kostte naar schatting 50.000 mensenlevens en bracht in Washington een golf van sympathie teweeg. De reddingswerkers en ladingen met noodhulp uit de Verenigde Staten ontlokten woorden van dank aan de hervormingsgezinde Iraanse president Mohammed Khatami en zelfs aan enkele conservatieve sjiïtische geestelijken.

Maar vrijdag maakte het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bekend dat een delegatie onder leiding van senator Elisabeth Dole, gewezen voorzitter van het Amerikaanse Rode Kruis, voorlopig niet naar Iran vliegt. De beslissing volgde op beschuldigingen van Iraanse hardliners die de Verenigde Staten verweten met de noodhulp een wig te willen drijven tussen het Iraanse volk en de regering.

Het feit dat president George W. Bush de trip van Dole steunde, mag gezien worden als een overwinning voor de ‘realisten’in binnen de Amerikaanse regering. Zij pleiten voor een meer pragmatische houding tegenover de islamitische republiek, in tegenstelling tot de haviken die er twee jaar geleden in slaagden Teheran te laten kwalificeren als onderdeel deel van de ‘as van het kwade’.

In mei verbraken de VS de dialoog met Iran omdat een aanslag op een verblijf voor buitenlanders in Saudi-Arabië het werk zou zijn geweest van een Iraanse al-Qaedeacel. In oktober kwam de ommekeer toen vice-minister voor Buitenlandse Zaken Richard Armitage verklaarde dat Washington niet aanstuurt op een regimewisselin Teheran. Even later liet minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell zich lovend uit over een Europees initiatief om Teheran scherpere controles door het Internationaal Atoomagentschap te laten aanvaarden.

De Arabische bondgenoten van de Verenigde Staten, met name de Jordaanse koning Abdullah, benadrukken het belang van goede contacten met Iran voor de heropbouw van Irak. De Iraakse bevolking bestaat voor 60 procent uit sjiïtische moslims die onder de invloed staan van Iraanse geestelijken. Volgens Gary Sick, Iranspecialist in de regering van voormalig VS-president Jimmy Carter, overheerst momenteel het gevoel dat goede relaties met ‘buurland’ Iran noodzakelijk zijn. De beslissing om noodhulp te sturen was dan ook een natuurlijke reactie.

Zowel in Iran als de Verenigde Staten blijven groepen zich verzetten tegen de toenadering. De National Unity Coalition for Israël, een organisatie van joodse neoconservatieven en christelijk rechts, publiceerde vorige week een paginagrote advertentie in de New York Times waarin een foto van de Iraanse president Khatami in hetzelfde rijtje wordt geplaatst als Osama bin Laden, de Palestijnse president Yasser Arafat, de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong Il en de gevangengenomen Saddam Hoessein. De ondertitel luidde God zegene president Bush en zijn inspanningen om de wereld voor iedereen veiliger te maken.

Dergelijke campagnes alsook de claim dat Osama bin Laden momenteel te gast is bij de Iraanse Revolutionaire Raad, lijken voorlopig weinig effect te hebben op het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten. De haviken blijven daarmee aangewezen op conservatieve geestelijken in Teheran voor wie elk contact met de grote Satan gelijk staat met doodzonde.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift