Afghaanse minderjarige vluchtelingen

Opvallend veel minderjarige Afghanen zoeken rust, scholingskansen en een beter leven in Europa. Ook in België stijgt hun aantal snel. MO* sprak met drie Afghaanse jongens: ‘Wat is dat, België?’

‘Ik zei tegen de smokkelaar dat ik naar een land wilde waar ik voor niemand bang hoefde te zijn. Waar er vrijheid is. Hij zei me dat dit land goed voor mij is. Dat ik hier kan leven.’ Fariad is bijna achttien. Anderhalf jaar geleden trok hij weg uit Afghanistan. Volgens cijfers van FOD Justitie kwamen er vorig jaar 356 niet-begeleide minderjarigen ons land binnen. Dit jaar waren dat er eind augustus al 392.

‘Het is een probleem dat zich niet enkel in België voordoet. In heel Europa zijn Afghaanse jongeren op de dool’, zegt Elisabeth Dewil, die zich bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) met de problematiek van minderjarigen bezighoudt. ‘In 2008 waren ze de grootste groep en in 2009 is het aantal alleen maar gestegen. Het gaat voor bijna honderd procent om jongens, de meesten zestien jaar of ouder.’

Van het totale aantal asielaanvragen van niet-begeleide minderjarigen in België waren er in 2002 slechts 3 procent van Afghaanse jongeren. In 2006 steeg dat tot 15 procent en in 2008 vroegen 106 Afghaanse minderjarigen asiel aan, wat neerkomt op ruim 22 procent van het totaal aantal aanvragen van minderjarigen.

Een grote groep van de Afghaanse niet-begeleide minderjarigen vraagt echter geen asiel aan. ‘Ze dwalen als spookjes rond door Europa’, zegt Vanessa Saenen van het VN-Vluchtelingencommissariaat (UNHCR). ‘Het is moeilijk om weg te gaan uit Afghanistan, maar ik kon er niet meer leven. Ik was bang van de taliban. Zij hebben mijn moeder en vader vermoord’, vertelt Fariad. ‘Het is opmerkelijk dat het echt om een fenomeen van niet-begeleide minderjarigen gaat’, zegt Saenen. ‘Het totale aantal Afghaanse asielzoekers in Europa blijft ongeveer stabiel.’

Voet tussen de deur

Bij het CGVS heeft men de indruk dat het vaak om jongeren gaat die al lang Afghanistan hebben verlaten en bijvoorbeeld met hun ouders naar buurland Iran gevlucht zijn. ‘Sommige jongeren zijn zelfs niet in Afghanistan geboren,’ aldus Saenen. ‘Momenteel bestaat in Iran het gevaar dat ze teruggestuurd worden naar Afghanistan, waar de veiligheidssituatie nog steeds heel onstabiel is. De families passen daarom een overlevingsstrategie toe. Ze sturen hun jonge kinderen naar Europa met de hoop op familiehereniging, later.’

Fariad betaalde ruim 10.000 dollar voor de reis tot in België. Merzad, die samen met Fariad en nog zeven andere jonge Afghanen in het Lokaal Opvanginitiatief (LOI) voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Geel verblijft, moest evenveel neertellen. Hij vluchtte vijf jaar geleden met zijn moeder naar Pakistan. Toen hij veertienenhalf was trok hij met de hulp van zijn oom naar Moskou op zoek naar een beter leven. Hij bleef er maar vier maanden. ‘Ook daar was het gevaarlijk voor mij’, zegt hij. ‘En als je geen geld hebt, kun je niet studeren.’

Merzads moeder verkocht al haar juwelen en leende geld van haar schoonbroer om smokkelaars te betalen die hem tot in Griekenland brachten. ‘Ik wist niet waar ik heenging, maar mijn moeder verzekerde me dat ik er kon wonen en studeren.’ In Griekenland liet hij in een belwinkel valse papieren maken voor 2500 euro. Hiermee nam hij het vliegtuig tot in België, waar de Belgische politie hem meteen oppakte.

‘Gewone mensen kunnen nooit naar Europa komen, alleen de rijke mensen komen’, zegt Jawid, die bijna zestien was toen hij in België aankwam. ‘Mijn vader is bij de taliban, maar we weten niet waar hij is. Misschien is hij dood, misschien werd hij gevangen genomen. Als ik niet naar Europa gekomen was, zou ik waarschijnlijk ook een grote leider van de taliban geworden zijn. Dan zou ik met de Amerikanen hebben moeten vechten en was ik intussen misschien al dood. Mijn grote probleem is dat de taliban een jihad willen, maar ik vind dat niet goed. De Koran zegt ook dat dat niet goed is. Ik weet niet welke Koran de taliban lezen.’

Veertig uur onder een truck

‘De meeste minderjarige Afghanen zeggen dat ze met een smokkelaar gereisd hebben’, vertelt Elisabeth Dewil. ‘Ze reizen voornamelijk over land via Iran en Turkije en komen via Griekenland Europa binnen. De reis kan heel lang duren, want de vluchtelingen zitten vaak vast in Turkije of Griekenland.’

Ondanks de grote bedragen die de jongeren aan de smokkelaars betalen, zijn de reisomstandigheden erbarmelijk. Jawid moest een hele nacht over een bergpad door kniehoge sneeuw stappen, zat drie dagen ononderbroken in een vrachtwagen met enkel wat water en Turkse koekjes, trok enkele nachten te voet door een bos en reisde ten slotte vijftien dagen verder in een vrachtwagen waar hij alleen rond middernacht twee uur uit mocht.

Fariad werd veertig uur onder aan een vrachtwagen vastgebonden. ‘We wilden dat eigenlijk niet doen en hebben ruzie gemaakt met de smokkelaar. Hij zei ons dat het moest, dat we niet gewoon met het vliegtuig konden reizen. Het was donker en we huilden allemaal. Het was echt moeilijk, we konden niets eten of drinken.’ Merzad moest zich samen met drie andere jongens in een vrachtwagen verbergen. ‘De smokkelaars zeiden ons dat als de vrachtwagen na twee dagen niet stopte, we op de wand moesten kloppen. Toen we dat deden, vond de chauffeur ons. Hij was heel boos.’

‘Toen we in België aankwamen, vroeg ik: “Welk land is dit?”’, vertelt Jawid. ‘Er werd me verteld dat dit België was. “Wat is dat, België?” vroeg ik.’ De meeste jongens kenden België niet, zegt Kurt Kimpen van het LOI in Geel. ‘Ze willen naar Europa komen, omdat ze gehoord hebben dat het hier beter is om te leven. Veel jongeren komen hier echter aan zonder een paspoort of andere papieren. Dan is het een stuk moeilijker om een verblijfsvergunning te krijgen.’

Het erkenningspercentage van niet-begeleide minderjarige asielzoekers van alle nationaliteiten steeg van bijna 27 procent in 2007 naar bijna 42 procent in 2008. Elf Afghaanse jongeren kregen vorig jaar van het CGVS de vluchtelingenstatus. Voor hen werd er dus een bewijs van individuele vervolging gevonden. Zestien Afghaanse jongeren kregen subsidiaire bescherming. Dit betekent dat er voor hen geen bewijs van individuele vervolging gevonden werd, maar dat de chaos- en conflictsituatie in hun land het onmogelijk maakt hen terug te sturen.

‘Veel van de minderjarige Afghanen kampen met psychologische problemen’, aldus Elisabeth Dewil. ‘Ze hebben in Afghanistan of tijdens de reis naar Europa heel wat meegemaakt. Het feit dat ze alleen zijn in Europa speelt soms ook mee. Bovendien kan hun onzekere situatie een extra stressfactor zijn.’ Toen Fariad in België aankwam, kon hij niet meer lezen. ‘In Afghanistan heb ik boekhoudkunde gestudeerd, hier gaat het niet meer’, zegt hij, tegen zijn hoofd tikkend.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur