Afghanistandebat: should we stay or should we go?

De gemeenschappelijke Commissie van Kamer en Senaat voor Buitenlandse Zaken en Defensie krijgt vandaag bezoek van drie ministers -in hiërachische volgorde: Elio Di Rupo, Didier Reynders en Pieter De Crem. De excellenties komen met de vertegenwoordigers van het volk debatteren over Afghanistan. Meer bepaald: over de plannen om onze militairen terug te trekken uit Afghanistan. Maar vertrekken blijkt in het geopolitieke vocabularium ook blijven te betekenen. Spreekt de regering uit één mond of met gespleten tong?

De Navo vergadert op 20 en 21 mei in Chicago, met als voornaamste agendapunten de afronding van de ISAF-missie in Afghanistan en de rol die de NAVO in de toekomst mag of moet spelen. Beide punten zijn intiem verbonden, want de honderden miljarden die de westerse landen de voorbije tien jaar uitgegeven hebben aan de militaire interventie, zijn alleen te begrijpen als een investering in een uitgebreid en mondiaal mandaat voor wat eigenlijk een Europees defensiegenootschap was. Na tien jaren van internationale oorlog zouden er tien jaren van nationale ontwikkeling moeten komen, met internationale steun.

Soevereiniteit

‘We willen er alles aan doen om tegen eind 2014 de soevereiniteit van Afghanistan te herstellen en de volledige verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid en bestuur in handen van de Afghanen te geven.’ Dat klinkt goed, maar ook in 2001 klonk de stelling dat de internationale gemeenschap ‘de onafhankelijkheid, nationale soevereiniteit en territoriale integriteit van Afghanistan’ bevestigde sterk en hoopgevend. Zullen die woorden in 2014 meer waard zijn dan in 2001? De vraag stellen, is ze beantwoorden.

De kernvraag is of de Afghaanse regering in staat zal zijn haar eigen macht en grondgebied te verdedigen tegen de opstand die sinds 2003 het land in zijn greep heeft. Er wordt op dit moment getraind, gevormd, gementored en opgeleid dat het geen naam heeft om de paraatheid van het Afghaanse leger en de Afghaanse politie op peil te hebben tegen eind 2014.

De uitrusting van die troepen laat ook nog te wensen over, maar de voornaamste zorg is de structurele financiering van de Afghan National Security Forces. De Verenigde Staten berekenden de jaarlijkse kosten daarvoor op 4,1 miljard dollar. Daar tegenover staat dat de Afghaanse fiscus vorig jaar slechts 1,65 miljard dollar aan eigen belastinginkomsten inde, en dat was al een verdubbeling tegenover drie jaar geleden. Ruimschoots onvoldoende om soldaten en politie te betalen, laat staan om een eigen ontwikkelingsprogramma met scholen, ziekenhuizen, wegenbouw, elektriciteitsvoorziening en een functionerende justitie te voorzien.

Afhankelijkheid

De VS willen het volgende decennium jaarlijks 2,1 miljard dollar vrijmaken voor de Afghaanse strijdkrachten en ordediensten. Aan België werd een bijdrage van 15 miljoen dollar gevraagd. Wellicht zal de Belgische regering positief antwoorden op die vraag, maar tijdens het bezoek aan Afghanistan vorige week zei minister van Buitenlandse Zaken Reynders dat hij sluitende garanties op het vlak van goed bestuur en het respect voor de mensenrechten vroeg.

Het is een goed idee dat België geen blanco cheque wil uitschrijven voor een regime dat als corrupt en weinig daadkrachtig geboekstaafd staat, maar een mens vraagt zich af waarom we wel gedurende jaren meer dan 100 miljoen euro per jaar hebben uitgegeven aan een militaire operatie die moest dienen om net die regering in het zadel te houden. Hopelijk krijgen de parlementsleden ooit een antwoord op die vraag.

De Afghaanse overheid blijft, met andere woorden, volkomen afhankelijk van buitenlandse middelen, en de donoren zullen in de toekomst strengere voorwaarden opleggen dan tijdens het decennium dat ze zelf verantwoordelijk waren voor de veiligheid in Afghanistan. Zal de Belgische regering de grenzen aan de Afghaanse soevereiniteit duidelijk formuleren en zonder franjes communiceren aan Kaboel én aan de Belgische publieke opinie?

Of rekent men erop dat de propaganda zijn werk doet en dat niet alleen politici en militairen, maar ook de media straks de stoffige deur van Afghanistan zacht achter zich dichttrekken, zodat er geen verdere vragen meer gesteld worden over wat Navo-man Jamie Shea vorige week in Brussel omschreef als ‘de beste trainingsopportuniteit voor Navo-troepen sinds mensenheugnis’?

Ontwikkeling

“Afghanistan was de beste trainingsopportuniteit voor Navo-troepen sinds mensenheugnis” (Navo topman Jamie Shea)
België zal naast de bijna 12 miljoen euro voor het Afghaanse leger ook 12 miljoen blijven voorzien voor ontwikkelingssamenwerking. Dat lieten tenminste de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie weten tijdens hun bezoek aan Afghanistan. Het zou goed zijn als de volksvertegenwoordigers en senatoren die bevestiging ook van de minister van Ontwikkelingssamenwerking zouden krijgen.

En als die bevestiging vergezeld zou worden van een duidelijke evaluatie van wat de investering van hetzelfde jaarlijkse bedrag de voorbije vijf jaar opgeleverd heeft. De Belgische regering is daarover namelijk niet transparanter dan de Afghaanse, en dat is een erg lage standaard.

Ik heb vaak de indruk dat de ontwikkelingsprojecten in Afghanistan niet echt op hun impact beoordeeld worden, maar op hun inzetbaarheid voor de bredere strategie. Tot voor kort was de vraag: helpen ze de hearts and minds van de Afghanen te winnen voor de westerse militaire interventie? Vandaag worden er niet echt veel bruggen meer geslagen of putten geboord om een aflopende interventie te legitimeren. De projecten zijn nog wel steeds dienstig voor de militaire aanwezigheid nà 2014.

Want alle ronkende verklaringen te spijt, is het duidelijk niet de bedoeling om alle westerse troepen uit Afghanistan weg te halen in december 2014. De VS hebben al een akkoord met de regering Karzai onderhandeld, waarin een blijvende aanwezigheid van Amerikaanse troepen voorzien is. En ook onze regering “is bereid haar inspanningen voor de opleiding van Afhaanse troepen verder te zetten”, maar dan moeten er ook westerse troepen zijn om de opleiders te beschermen. Benieuwd of de drie ministers in het parlement open kaart gaan spelen over het het voorstel dat ze meenemen naar Chicago in verband met aantal Belgische militairen en misschien zelfs F-16’s dat na 2014 op Afghaans grondgebied ingezet zal worden.

Regionaal

We gaan dus nog eens een decennium zwaar investeren in het Afghaanse leger, in de opbouw van beter bestuur en meer mensenrechten, en in Afghaanse ontwikkelingsplannen. Dat laatste is bijzonder dringend, het voorgaande had allang moeten gebeuren en het eerste is wellicht onvermijdelijk. Maar nergens in de plannen die de Belgische ministers tot nu toe toegelicht hebben, is sprake van een plan om te investeren in een regionale aanpak.

De hele Afghanistanstrategie van de Belgische regering is en blijft een militaire strategie. Minister Reynders gaat dan wel met president Karzai praten en met zijn collega Rassoul op Boutenlandse Zaken, maar op de vraag of België zich actief gaat inzetten om een regionaal vredesplan te ondersteunen, of concreter nog om Pakistan te overtuigen dat het zijn steun aan de opstand echt en definitief moet staken, blijft de minister tot nu toe vaag.

België was afwezig op de bijeenkomst van buurlanden in Istanboel, begin november 2011. Als we het ernstig menen met de toekomst van Afghanistan, zouden we op 14 juni, op de vervolgbijeenkomst van deze regionale conferentie in Kaboel, wél aanwezig kunnen zijn. Waarom hebben we samen miljarden veil om de NAVO-legers “te trainen” in het levensechte oorlogstheater van Afghanistan, en is het toch te veel gevraagd om te investeren in de enige weg die een echt einde kan maken aan de vijandigheiden in het land?

Want de Afghaanse oorlog is voor een groot deel een uitvloeisel van de machtsconflicten tussen zijn buurlanden. Daar iets aan doen bezorgt de Navo misschien geen glamoureus mandaat, maar het was ons toch te doen om de toekomst van al die jongens én meisjes die in nette schooluniformen op de brochures van legers, overheden en ngo’s prijken. Toch?

Gie Goris is hoofdredacteur van MO* en auteur van Opstandland. De strijd om Afghanistan, Pakistan en Kasjmir.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur