Afrika blijft achter in secundair onderwijs

Twee derde van de jongeren in Afrika – ruim 35 miljoen jongens en meisjes - volgt geen secundair onderwijs. Vooral Afrikaanse meisjes krijgen weinig kansen. De onderwijskloof met de rest van de wereld is een grote ontwikkelingshandicap.

Ontsnappen uit de armoede is onmogelijk zonder een sterke uitbreiding van het secundair onderwijs, zegt de Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs, cultuur en wetenschap, in een nieuw rapport. “Het is het minimum dat nodig is om jongeren te voorzien van de kennis en vaardigheden die ze nodig hebben om goed aan de kost te komen in de geglobaliseerde wereld van vandaag”, zei Irina Bokova, de directeur-generaal van de Unesco, bij de lancering van het rapport dinsdag (25 oktober).

Plaats voor één op drie

Afrika hinkt ver achterop bij de andere continenten. In Afrika ten zuiden van de Sahara is er maar voor 36 procent van de jongeren die oud genoeg zijn om secundair onderwijs te volgen, een plaatsje op de schoolbanken. Zwart Afrika is ook de enige regio waar de kloof tussen meisjes en jongens groter wordt: het hoger secundair onderwijs telt er nu 8 miljoen jongens en maar 6 miljoen meisjes.

Er is wel duidelijke vooruitgang, zowel in Afrika als in andere regio’s. Volgens het nieuwe Unesco-rapport groeit de mondiale schoolbevolking in het secundair onderwijs elke tien jaar met ongeveer 100 miljoen jongeren. Tussen 1990 en 2010 steeg het aantal scholieren met maar liefst 60 procent.

De groeicijfers zijn het hoogst in zwart Afrika, maar de regio vertrekt dan ook van heel lage cijfers. Het aandeel van de jongeren die er lager secundair onderwijs volgen, steeg van 28 procent in 1990 tot 43 procent in 2009. In het hoger secundair steeg het aandeel van 20 procent tot 27 procent.

Zwart gat

Twee andere regio’s die problemen blijvenkennen ondanks mooie groeicijfers, zijn Zuid- en West-Azië. Daar volgde in 2009 al 71 procent van de jongeren lager secundair onderwijs, een stijging met 9 procentpunten in vergelijking met 1990. In absolute cijfers vormt de regio echter nog altijd het zwarte gat in het mondiale onderwijssysteem. Bijna 12 miljoen jongens en 16 miljoen meisjes in Zuid- en West-Azië volgen bijvoorbeeld geen lager secundair onderwijs.

De verschillen tussen jongens en meisjes en tussen kinderen uit rijke en arme gezinnen zijn nog altijd erg groot in sommige Aziatische landen. In Pakistan heeft een jongen van 11 uit een rijke, stedelijke familie drie keer meer kans om naar school te gaan dan een meisje uit een arme plattelandsfamilie.

In andere delen van de wereld stromen bijna alle kinderen uit het lager onderwijs door naar het secundair. In Oost-Azië, Latijns-Amerika en de Caraïben schurkt de participatiegraad in het lager secundair onderwijs tegen de 100 procent aan. Ook in de Arabische wereld volgt intussen 87 procent van de jongeren lager secundair onderwijs – een spectaculaire stijging in vergelijking met de 72 procent van 1990. De cijfers voor meisjes en jongens liggen er wel nog 9 procentpunten uit elkaar. In Latijns-Amerika maken meisjes daarentegen al 49 procent van de schoolbevolking in het lager secundair onderwijs uit.

Ouders betalen

Er is veel geld nodig om de situatie recht te trekken in Afrika en Zuid- en West-Azië. Secundair onderwijs is duurder dan lager onderwijs omdat er meer en hoger opgeleide leerkrachten nodig zijn. In de twee regio’s groeit de bevolking ook nog fors, waardoor de noden de komende decennia alleen maar zullen toenemen.  

In veel ontwikkelingslanden zijn het de ouders die een groot deel van de kosten dragen. Gezinnen in zwart Afrika betalen bijvoorbeeld 44 procent van de totale kosten van het secundair onderwijs in hun landen. In Latijns-Amerika en in Oost-Azië varieert die bijdrage van 25 tot 41 procent. In Noord-Amerika en West-Europa betalen ouders maar 7 procent van de rekening.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2409  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift