Afrika financiert de wereld

De afgelopen dertig jaar heeft Afrika misschien wel 1,1 biljoen euro aan inkomsten misgelopen door corruptie, belastingontduiking en -ontwijking, zegt een nieuw rapport van de Afrikaanse ontwikkelingsbank  (AfDB) en de ngo Global Financial Integrity (GFI). Europees Commissaris Algiras Semeta pleit voor een mondiale aanpak om alle burgers en bedrijven te dwingen hun rechtmatige belastingen te doen betalen. Maar of de armste Afrikaanse landen van die aanpak op korte termijn beter worden, is zeer de vraag.

  • Gie Goris 'KMO's betalen meestal wel belastingen, MNO's niet of heel weinig' Gie Goris

‘Het typische idee van het Westen als grote geldschieter van Afrika, wordt door de cijfers in dit rapport volledig omgedraaid. Afrika is duidelijk al decennia lang de netto-schuldeiser van de rest van de wereld’, zegt Raymond Baker, voorzitter van GFI. Volgens het instituut zou Afrika met de gederfde inkomsten alle uitstaande schulden kunnen betalen en zou er nog dan een groot bedrag overblijven om te investeren in armoedebestrijding en economische groei.

Volgens de Britse krant The Guardian is het bedrag van 1,1 biljoen euro waarschijnlijk zelfs nog een onderschatting. In het rapport wordt namelijk geen rekening gehouden met illegale geldstromen die afkomstig zijn van smokkel en drugstrafiek.

De ongeoorloofde financiële stromen uit Afrika zijn  volgens de auteurs van het rapport het gevolg van de zwakke belastingregimes in Afrika.  ‘De kapitaalvlucht van de afgelopen dertig jaar remt de ontwikkeling van het continent’, zegt professor Mthuli Ncube, vicevoorzitter van het AfDB. ‘Het Afrikaanse continent is enorm rijk aan grondstoffen, een verstandig beheer ervan zou Afrika in staat stellen een groot deel zijn eigen ontwikkeling te financieren.’

Die stelling bekijkt de cijfers van Afrika op continentale schaal. De grondstoffenrijkdommen zijn echter sterk geconcentreerd in enkele landen, noteert de African Economic Outlook, een rapport van onder andere de VN, de AfDB en de OESO, dat begin deze week verscheen. Vier landen (Algerije, Angola, Libië en Nigeria) zijn goed voor 77 procent van alle olieproductie in Afrika, terwijl vier andere landen (DR Congo, Ghana, Zuid-Afrika en Zambia) goed zijn voor 70 procent van alle mijnbouw op het continent.

Mattheüseffect

‘Als Zambia de, belastingontwijking door multinationals zou kunnen vermijden, dan had het land 46 procent meer overheidsinkomen om te besteden aan onderwijs, gezondheidszorg, voeding en landbouw’, stelde Paul Groenewegen van Oxfam Novib tijdens een debat dat Friends of Europe organiseerde op dinsdag 28 mei, over de band tussen belastingen en ontwikkeling.

In het ontwikkelingsjargon wordt de jongste tijd steeds vaker gesproken over het belang van “domestic resource mobilisation”: het belang van het mobiliseren van binnenlands kapitaal voor het functioneren van de staat en voor de ontwikkeling van het land. Daarvoor zijn betere belastingwetten nodig en sterkere administraties, om die wetten ook uit te voeren.  Thulani Shongwe, expert multilaterale samenwerking van het African Tax Administration Forum, bevestigde op het debat dat de meeste Afrikaanse belastingadministraties met de handen op de rug boksen tegen de grote multinationale bedrijven. ‘Vaak moeten de administraties afwegen of ze informatica aankopen, terwijl ze af te rekenen hebben met uiterst gesofisticeerde belastingplanners.’

Mick Moore, ceo van het International Centre for Tax and Development, gelooft dat er vandaag op het vlak van rechtvaardige belastingen meer mogelijk is dan de voor bije decennia, ‘dankzij het volgehouden werk van ngo’s en de voortrekkersrol van grote instellingen zoalsde EU en de OESO.’ De reden waarom de doorbraak er nu zou kunnen komen, is echter niet de aderlating van Afrika, maar de economische crisis in de rijke landen.

En dat betekent ook, zegt Moore, dat de mondiale afspraken over transparantie en regulering die eraan zitten te komen, ontworpen zullen zijn voor die rijke landen en op korte termijn weinig antwoord zullen bieden voor de armste en fragiele landen, omdat de belastingdiensten net zo zwak zijn. Zij kunnen de gegevens niet verzamelen, verwerken of uitwisselen, gewoon bij gebrek aan middelen en capaciteit.

Het ATAF van Thulani Shongwe probeert daar -met steun van de EU- een antwoord op te bieden. ‘Op dit moment gaat slechts 2 procent van de globale hulpstroom naar de fiscus in ontwikkelingslanden, als die investering groter zou zijn, zou ze zichzelf snel terugverdienen’, gelooft Shongwe. Europees Commissaris voor Belastingen, Douane, Statistiek en Fraudebestrijding, Algirs Semena, was het daar volmondig mee eens. Ook het rapport van de AfDB en GFI roept de Afrikaanse landen op om meer belastinggegevens uit te wisselen om belastingontduiking tegen te gaan.

Paul Groenewegen herinnerde de Commissaris er echter aan dat twee derde van alle kapitaal dat de superrijken wegzetten in belastingparadijzen, zich in Europese financiële centra zoals Londen, Nederland, Luxemburg of Ierland bevindt. ‘Er zijn geen belastingparadijzen in Europa’, reageerde Semeta. ‘Maar de verschillen in regels en toepassing laten “agressieve belastingplanners” wel toe hun middelen te verschuiven en versluizen zodat ze extreem weinig belastingen betalen.’

Groeiende aandacht

Die klacht werd onlangs ook geuit door Alvin Mosioma van het Tax Justice Network -Africa, tijdens een Mondiaal Café in Gent. Een van de problemen die Mosioma aankaartte, was de onderlinge concurrentie tussen buurlanden om toch maar zo veel mogelijk buitenlandse investeringen aan te trekken. ‘Er heerst nog altijd de misvatting, dat je wel fiscale stimulansen moet geven, wil je buitenlands kapitaal aantrekken. Met als gevolg dat bedrijven zich vestigen in landen waar ze bijvoorbeeld vijf jaar teren op fiscale stimuli en nadien hun boeltje pakje en wegwezen. Of ze registreren zich na vijf jaar onder een andere naam. Ik ken een hotelgroep in Tanzania die haar naam al drie keer veranderd heeft gedurende de laatste vijftien jaar.’

Op de vraag of de beweging voor betere belastingregulering en -inning een antikapitalistische beweging is, antwoordde Mick Moore met een gedecideerd neen: ‘De huidige situatie bevoordeelt de grootste, internationale spelers. Zij werpen zich altijd en overal op als de vertegenwoordiges van de privé-sector, maar de realiteit is dat 99 procent van de privé-sector bestaat uit kleine en middelgrote bedrijven, en in het Zuiden uit informele ondernemers. De KMO’s betalen meestal wél belasting, de MNO’s  niet of heel weinig.’

Wereldwijd lijkt er steeds meer aandacht te zijn voor belastingontduiking en fiscaal onrecht in het algemeen. Het thema van de  ongeoorloofde geldstromen staat op de agenda van de G8-top die volgende maand plaatsvindt in Noord-Ierland. Europese Commissarissen Semeta en Piebalgs (Ontwikkelingssamenwerking) willen het thema ook op de agenda van de VN-top over de ontwikkelingsagenda na 2015.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2936   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift